Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 58 - 2005
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 58 – Nr. 02 - Februari 2005
 
ISSN 1372-6501
IKEBANA, een praatje over Cabomba
Hoe roder, hoe mooier en moeilijker; hoe groener, hoe makkelijker!
Luc Coppens - Exotica Roeselare
038
In het, inmiddels verre, verleden stond ik onder de titel “Ikebana” in een aantal afleveringen in “AQUARIUMWERELD” stil bij volledig opgezette aquaria of bij één enkele plant. Dit keer wil ik eens aandacht besteden aan enkele van de vijf soorten die het genus Cabomba omvat, namelijk Cabomba caroliniana, C. aquatica, C. furcata en C. palaeformis.
Over Cabomba werd door Marian Ørgaard in 1991 een revisie gepubliceerd, waarvan in 1992 een samenvatting verscheen in een specialnummer van het tijdschrift ”Aqua Planta”. In deze publicatie is veel te vinden over de klimatologische verschillen en de milieuverscheidenheid van de biotopen in het verspreidingsgebied waarin de vijf hoofdsoorten van Cabomba en hun variëteiten worden gevonden. Belangrijke aanvullingen op de genoemde gegevens vinden wij in het “Handboek Aquariumplanten” van Christel Kasselmann zodat het gemakkelijk zou moeten zijn om deze groep vanouds bekende, prachtige planten in het aquarium in een zo optimaal mogelijk milieu te verzorgen. Dat klinkt goed, maar het is minder eenvoudig dan het lijkt, want zoals de eerste zin u laat weten, is de ene de andere niet, omdat de ene soort meer zorgbehoeftig is dan de andere.

 

Als het beestje maar een naam heeft
Walter van der Jeught - De Minor Rupel-Vaartland vzw
050
Sinds jaar en dag hebben mensen spontaan namen bedacht voor hetgeen zij om zich heen waarnamen. Planten, dieren, levende en dode materie kregen zo één of meer namen op basis van eigenschappen die door de, meestal anonieme, bedenkers kenmerkend werden gevonden. Enkele van die benamingen bleven generaties lang in zwang, vele namen raakten echter al snel in vergetelheid.
De niet officiële vorm van naamgeving vatten wij in de aquaristiek doorgaans samen als het geven van han-dels- of volksnamen en een groot aantal daarvan leeft tot in onze tijd voort. Omdat het gebruik van dergelijke namen soms in andere landen werd overgenomen, ontstonden varianten in verschillende talen. Vaak werd in de loop van de tijd een naam dusdanig verbasterd dat het moeilijk is de oorspronkelijke inhoud te achterha-len.
In deze tekst gaan we even dieper in op de herkomst van enkele vissennamen.

 
Phalloceros caudimaculatus (Hensel, 1868)
Johan Keulemans - Pristella Schoten
054
Een oudgediende die men nog zelden te zien krijgt is Phalloceros caudimaculatus. Hij behoort tot de familie der POECILIIDAE en de onderfamilie van de Poeciliinae, maar laten we het bij het Nederlands houden en dan kennen we het visje onder de naam “bonte goudgambusia”.
Dit vriendelijke visje ziet men nu niet meer in een aquariumwinkel en slechts raar of zelden nog bij liefhebbers. Meestal vindt men hem bij liefhebbers van ei-levendbarenden, waar de bonte goudgambusia sinds een aantal jaren terug in opmars is. Hopelijk komt hij zo terug opnieuw in de belangstelling.

 
NISHIKIGOI, een waaier van kleuren (deel 1)
Louis Vanreusel - Aquarius Lokeren
056
Men is van mening dat de karper oorspronkelijk afkomstig is van Perzië - het huidige Iran - en ongeveer een eeuw geleden via China naar Japan werd overgebracht.
Onder deze karpers die begin 19e eeuw hoofdzakelijk voor consumptie werden gekweekt in het gebergte van de Niigata prefectuur (voornamelijk in de dorpen Yamakoshi, Uonuma en Ojiya) kwamen enkele ongewone karpers met kleurpigmenten te voorschijn. Herhaalde kruisingen leverde de Hi-goi op en door verdere kruising door te voeren kreeg men de creatie van Asagi en Bekko. Men beweert dat rond het jaar 1830 voor het eerst een Kohaku werd gekweekt. Dit is een koi met een rood patroon op een witte onder grond. De evolutie zette zich voort en in het begin van het Meiji-tijdperk werden toen, door selectief kweken, hoogwaardige exemplaren van Ki Utsuri, Asagi en andere soorten geproduceerd.
Nishikigoi kan men in feite, afhankelijk van hun huidstructuur, verdelen in twee groepen:
A: De Wagoi (volledig geschubde huid)
B: De Doitsu-goi (Koi zonder schubben)
Alvorens meer over de koi te vertellen en met de koi-variëteiten te beginnen wil ik het eerst over enkele punten hebben die toch in acht moeten worden genomen.
Over smaak valt niet te twisten en ieder moet voor zich uitmaken welke kant hij wil opgaan en welke vissen hij in zijn vijver wil. Er zijn liefhebbers die enkel koi kopen om in hun tuinvijver te bewonderen. Deze mensen raad ik aan om enkel die vissen te kopen die zij graag zien, en geen exemplaren aan te schaffen die opgedrongen worden door anderen. Voor hen zijn, volgens mijn bescheiden mening, de metaalkleurige en de gin-rin variëteiten aan te bevelen. Bij zonlicht, wat niet altijd bevorderlijk is voor de waterkwaliteit, is de weerspiegeling van de kleuren en de glinsteringen van de schubben een fascinerend schouwspel en lijken het echte parels die door het water klieven. Bovendien is de variatie van de kleurschakeringen zo uitgebreid dat men er steeds unieke exemplaren tussen vindt.
Wil men zich gaan toeleggen om aan wedstrijden deel te nemen, dan kan men zich beter houden aan de standaardvariëteiten. Het is gebleken dat steeds een variëteit behorende tot de Go Sanke-groep tot “Grand Champion” wordt uitgeroepen. Dit is de beste vis in de wedstrijd.

 
BBAT NATIONALE HUISKEURING 2004
Deel 1 - BBAT-Limburg
Gilbert Maebe - Keurmeester
062
Zaterdag 2 oktober 2004.
Om halfzeven loopt de wekker af. Voor een gepensioneerde midden in de nacht en tijdens een weekend nog wel. Ik heb een uur tijd om me klaar te maken en de vissen in mijn 50 aquaria te voeren. Op het programma: Nationale en Limburgse huiskeuring in uiteraard Limburg.
Willy Lambrecht is stipt op tijd en pikt mij thuis in Mechelen op. Mijn fototas en notitieblok staan klaar zodat we meteen op pad zijn.
Via Leuven en de E314 belanden we na een uurtje op de afgesproken plaats. Volgens Willy bij afrit 28 van de E313. We moeten gissen of dit vanaf de verkeerswisselaar in Lummen richting Antwerpen of Hasselt is. We nemen Antwerpen. Verkeerd gegokt. Even later installeren we ons goed in ’t zicht bij afrit 28 van de E313 bij de verkeerslichten en voor een autoshowroom in Hasselt. Als om 9 u, het afgesproken tijdstip niemand opdaagt bellen we onze contactpersoon Willy Luts op. We melden onze positie en wachten af. Een poosje later meldt Willy Luts zich met de bemerking dat er geen verkeerslichten zijn bij afrit 28. Tot we uiteindelijk het misverstand opklaren en ontdekken dat W. Luts ons opwacht op de E314 en wij bij de E313 staan. Gelukkig is België een klein landje en vinden we elkaar enkele minuten later in Zolder. Er is een wijziging in de volgorde en een wisseling van datum weet Willy ons te melden. Ook is er een forfait en daar hebben we niks op tegen. Willy volgt Willy tot voor zijn eigen deur waar een eerste vivarium dient te worden gekeurd.

 
  BBAT-informatief 066
  VIVARIUM Pterois volitans    
Top   Apistogramma linkei