Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 58 - 2005
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 58 – Nr. 03 - Maart 2005
 
ISSN 1372-6501
Barbus holotaenia
Bert Polling
074
Uw redacteur stuurde mij een verlanglijstje omtrent vissen waarover hij graag een artikel zou willen zien. Het begon met Barbus holotaenia. Nu heb ik deze vis jaren geleden gehouden en gekweekt maar, ondanks de vele navraag bij bevriende invoerders, ben ik niet in staat om ze nu weer in handen te krijgen. Toch zijn ze volop in de natuur te vinden. Tijdens een bezoek aan Kongo in verband met de ontwikkeling van een aquacultuur strategie, zag ik ze op een avond zwemmen in het aquarium van een klein hotel in Dolisie. Een praatje met de Franse eigenares van dit hotel bracht aan het licht dat deze mooie barbeel uit een kleine zijarm van de Nyara-rivier kwam. Dit riviertje was niet ver van het hotel en de volgende dag moest ik daar dus wel even gaan kijken. En jawel, daar zwommen ze inderdaad in mooie grote scholen met nog veel meer ander mooi goed.
Helaas vond er minder dan drie maanden na mijn bezoek een militaire staatsgreep plaats, waardoor alle mooie ontwikkelingsplannen van de toenmalige, democratisch verkozen, regering in het water vielen.
Over Barbus holotaenia wordt niet zoveel geschreven. Volgens de Mergus’ Aquarien Atlas (deel 1, blz. 390) komt deze vis voor aan de westkust van Afrika, vanaf Kameroen in het noorden tot Angola in het zuiden. De eerste foto (zwart/wit) welke ik ooit zag, werd in de 32ste jaargang van Het Aquarium (1961) op bladzijde 117 gepubliceerd in de reeks “Importen voor de lens”. Tien jaar later verscheen er weer een zwart/wit foto van deze vis bij een artikel van dhr. Schrieken over vissen uit Kameroen en in hetzelfde jaar werd de eerste kleurenfoto in Aquarien Magazin op bladzijde 503 gepubliceerd. Ook in Het Aquarium verscheen een jaar later een mooie kleurenfoto bij een artikel van de ons welbekende Arend van den Nieuwenhuizen. In zijn artikel beschreef Arend een minder geslaagde kweekpoging en het duurde een jaar voor er een artikel over een geslaagde kweekpoging gepubliceerd werd (HA 44, blz. 125 - 129.) Dit was ook de laatste keer dat ik iets tegenkwam over deze mooie vis in de Nederlandstalige aquariumliteratuur. Op dit laatste artikel en latere nota’s, is deze bijdrage gebaseerd.

 

Lysichiton americanus, moerasaronskelk, gele aronskelk
Guido Lurquin - De Siervis Leuven
079
Een vijver met een oeverbekleding met planten is nog altijd het mooist en erg diervriendelijk. In het water zelf komen zuurstofplanten, drijfplanten en waterlelies. De oeverzone wordt één doorgaand kleurenfeest met prachtige planten waar kikkers en salamanders tussen schuilen en waterjuffers over zweven. Naar zo’n waterwereld kan men uren kijken, genietend van iedere lichtrimpeling op het water en naar het bewogen wuiven van de planten. De rijkdom van dat eigen stukje natuur is immens. Niets is meer kalmerend dan kijken naar een vijver. De oeverzone loopt van ondiep water tot natte grond. Een zeldzaam rijke variatie aan planten op een smalle strook tuin is het gevolg. Wie er ooit de gele aronskelk heeft zien bloeien, is dadelijk verkocht.
Weinig planten kondigen zo opvallend het begin van de lente aan want deze moerasbewoner is een vroege bloeier die al in april volop in bloei staat. Op dat ogenblik draagt de plant nog geen bladeren zodat de bloemen des te opvallender zijn. Het is in het voorjaar misschien wel de meest imposante oeverplant die er bestaat. De gele moerasaronskelk draagt indrukwekkend grote bloemschedes die in een diepgele tint bloeien. Als lantaarns fonkelen de elegante bloemen, omringd door nog donkere aarde.

 
Brasem, Abramis brama
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
082
De brasem is een rasechte Europeaan en men vindt hem dan ook over bijna geheel het grondgebied ervan. Als bewoner van de zogenaamde “brasemzone” is dit dan wel beperkt tot een hoogte van 750 m.
In het noorden van Scandinavië en voorbij de Oeral bevalt de temperatuur hem meestal niet. Dit is ook het geval ten zuiden van de Pyreneeën, de Alpen en in de Balkanlanden. De daar heersende hoge temperatuur is te hoog voor de ontwikkeling van het embryo in de eitjes.
Een dergelijk groot verspreidingsgebied, met daarin soms geïsoleerde delen, zorgt voor op zichzelf staande groepen welke dan weer met de tijd evolueren tot rassen of zelfs ondersoorten. Zo vinden we in de Kaspische Zee en het Aral Meer de Abramis brama orten en in de Donaumonding treffen we de Abramis brama danubii aan.
Meestal worden als habitat traag stromende rivieren meren en plassen met een kiezelbodem aangegeven. Nu bij die kiezelbodem stel ik me grote vragen. Tijdens de paring ga ik er volledig mee akkoord, de eitjes blijven, eens de waterplanten gemist, aan de kiezels kleven. In de modder waren ze verloren of vielen ten prooi aan de wezens die er in huizen.
Voor de rest van het jaar wonen de prooien van de brasem juist in die modderlaag en wroeten dat hij daarin doet. Het opwarrelend slijk biedt hem nog een extra niet te onderschatten voordeel.

 
Wat is pH
Willy Vermeiren - Ahv De Minor Rupel-Vaartland vzw
087
Het symbool pH is de afkorting van het Latijnse pondus Hydrogenii en betekent: kracht van de waterstofionen. Het is de zuurgraad van een waterige oplossing en is een maat voor het zure of basische karakter van de oplossing. Deze conventie werd in 1909 vastgelegd door de Deense biochemist Søren Sørenson.
Praktisch.
De pH is geen statische waarde, maar een dynamische factor. De pH wordt het meest beïnvloed door de carbonaathardheid en de CO2. De beste manier om de pH aan te passen, is door deze twee factoren te wijzigen. Doch ... veranderingen moeten steeds langzaam gebeuren.
’s Morgens is de pH meestal lager dan ’s avonds. Het meten van de pH dient dan ook steeds rond hetzelfde tijdstip te gebeuren om een evolutie te zien.
Veranderingen in de pH-waarde hebben op hun beurt weer invloed op andere processen. Te snelle veranderingen zijn zelfs dodelijk voor aquariumvissen.
Planten groeien goed binnen bepaalde pH-grenzen, daarbuiten stagneert de groei of sterven ze zelfs af. Ook aquariumvissen hebben zulke grenzen waarbinnen ze zich goed voelen. Houd daarom vissen uit zure waters bij een pH lager dan 7 en vissen uit basische waters bij een pH hoger dan 7.

 
Nieuwe namen voor gekende aquariumvissen
MODDERKRUIPERS
Eddy Derijst - Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Brussel
090
Misschien wordt dit weer een bijdrage die de wrevel van menig aquariumliefhebber zal oproepen. Toch behoort het tot de taak van de redactie om de liefhebber ook te informeren over zaken die zich buiten het aquarium afspelen. Met inbegrip over o.a. naamwijzigingen van goed gekende aquariumvissen die, zoals hier het geval is, al jaren met de genusnaam Botia gekend zijn en door de liefhebbers bovendien onder de populaire naam "botia’s" worden aangeduid.
Nu was het bij de aandachtige liefhebber van deze bodembewoners wel al opgevallen dat er binnen de vertegenwoordigers van het Botia-genus verschillen waarneembaar zijn in lichaamsbouw. Zo kennen we kleiner blijvende soorten met een hogere ruglijn en een platte buik, terwijl andere er slanker uitzien door een vlakkere rug en een meer gebogen buiklijn (zie: Derijst, 1977).
Geliefde soorten voor het aquarium vinden we vooral in de BOTIINAE al was het maar om hun geapprecieerde gewoonte slakken te verdelgen. Met de naam “modderkruiper” heb ik het altijd moeilijk gehad omdat zij absoluut geen vervuild aquarium op prijs stellen en het zonder helder, zuurstofrijk water en een zuivere bodem, waarin ze met hun baarddraden naar voedsel zoeken, niet lang zullen uithouden. Bovendien zijn vertegenwoordigers van de BOTIINAE duidelijk kleurrijker dan de leden uit de tweede onderfamilie, de COBITINAE, waarmee ze samen de familie COBITIDAE vormen.

Begin januari 2004 verschijnt de studie van de Zwitserse ichtyoloog en Zuid-Azië kenner, Maurice Kottelat waarin hij een nieuwe Botia-soort uit Myanmar (het vroegere Birma) beschrijft en gelijktijdig ook de indeling en de naamgeving van alle BOTIINAE onder de loepe neemt. Kottelat komt tot de conclusie dat er in feite geen afdoende kenmerken aan te wijzen zijn om de verschillende groepen in een hogere of lagere rang (genus – subgenus) onder te brengen. Er zijn volgens hem drie mogelijkheden: ten 1ste alle groepen beschouwen als afzonderlijke genera. Ten 2de alle als subgenera van Botia aanduiden en ten 3de alle soorten in hetzelfde genus (Botia) plaatsen. De tweede keuze wijst Kottelat af omdat Botia dan het enige genus in de onderfamilie zou zijn en het derde omdat er toch duidelijk aanwijsbare kenmerken zijn die bepaalde soortgroepen van elkaar onderscheiden. Daarom kiest hij er voor om alle soortgroepen als zelfstandige genera te beschouwen. Voor aquariumliefhebbers is dit misschien de ongelukkigste keuze want meerdere, reeds lang onder de genusnaam Botia gekende soorten, veranderen hierdoor van naam. Ook de populairste onder de botia's, onze clownmodderkruiper, krijgt hierdoor een nieuwe genusnaam en omdat de meeste aquariumliteratuur gewoonlijk de nieuwe wetenschappelijke inzichten volgt, zullen we de verschillende soorten in toekomstige publicaties onder hun nieuwe naam moeten opzoeken.

 
Aquariumhouden en visziekten
Jürgen Balckaen - Siervis Wetteren
096
Eerst en vooral, wie ben ik?
Ik ben een dertiger die reeds van zijn twaalfde af begon met het houden van vissen.
Indien je al zovele jaren met onze mooie hobby bezig bent, dan kan het haast niet anders of je komt ook vroeg of laat in aanraking met de minder mooie zijde, m.n. de ziektes. Met dit artikel wil ik mijn ervaringen hiermee eens op papier zetten en het moet gezegd, ik hoop hiermee nieuwe invalshoeken van medeaquarianen te vernemen.
Als je over visziektes eens de nodige opzoekingen verricht, dan zul je moeten vaststellen dat de informatie hieromtrent veeleer beperkt is. Zoek maar eens op het Internet – toch dé informatiebron bij uitstek volgens velen – en je zult merken dat er dikwijls maar enkele artikels voorhanden zijn en dan nog meestal van de hand van firma's zoals Sera, HS Products etc. De informatie die zij geven is zeer beperkt. Gewoonlijk staat er niet eens op de verpakking wat er in het product zit en de bijsluiter is ook vaak voor verwarring vatbaar. Wie weet bijv. wat er in het veel gebruikte “EXIT” van eSHa zit? Ik vermoed malachietgroen en nog iets, maar in welke dosissen?

 
BBAT NATIONALE HUISKEURING 2004
Deel 2 - BBAT-West
Willy Wouters- Keurmeester
100
Voor mij begon de ronde van West-Vlaanderen op 10 oktober in het holst van de nacht. Als je – zelfs op een zondag – de 50 km van Kampenhout naar Dendermonde moet overbruggen, dien je behoorlijk vroeg uit de veren, wil je de afspraak om 8.00 uur niet missen.
De rit verloopt zonder problemen en stipt om 8.00 uur stap ik, samen met Bart Van Aken, over in de auto van Willy Lambrecht voor de rit naar Westkapelle bij Knokke. Daar worden we aan een bekende hamburgertent opgewacht door Dirk Dewulf, voorzitter van De Siervis Brugge. Hij zal ons begeleiden bij de drie deelnemers van zijn vereniging.
Onze eerste stop is ten huize Wilfried Sanders waar de verse koffie op ons staat te wachten...

 
  BBAT-informatief 104
  VIVARIUM Cryptocoryne pontederiifolia    
Top   Steatocranus tinanti