Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 58 - 2005
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 58 – Nr. 05 - Mei 2005
 
ISSN 1372-6501
Nogmaals de zilvertetra, Thayeria boehlkei
Jan Oudewater & Arend van den Nieuwenhuizen
146
“Penguin-fishes” (pinguinvisjes) noemen ze in Amerika de zalmpjes die bij ons geduid worden met de Nederlandse namen “poothoutjes”, “hockeysticks” of “zilvertetra’s”. In het Latijn ”Thayeria boehlkei”, want dat is de meest gangbare soort die in onze aquaria wordt gehouden. Makkelijk dus… ware het niet dat op pagina 3 van het januarinummer 2001 onder de titel ”De zilvertetra,” Thayeria boehlkei per abuis een heel andere soort uit dit genus werd afgebeeld. Een foutje dat ontstond door een verwisseling van onderschriften en het wegvallen van één van de illustraties bij het betreffende artikel. Met verstrekkende gevolgen overigens, want in het maartnummer van dit jaar zat een vivariumkaart, waarin de fout exact werd herhaald en ontdekt werd dat er in 2001 ongemerkt iets was misgegaan. Vandaar…

 

Zetmeel, reservevoedselbron van de Aponogeton
Gustaaf Suykerbuyk - K.a.v. Barbus Antwerpen
155
Elke liefhebber kent wellicht het genus Aponogeton met zijn talrijke sierlijke soorten. Sommige hebben een rizoom, dit is een ondergrondse horizontale of schuine stengel. Andere hebben een min of meer mooi afgeronde ovale knol van waaruit de bladeren ontspringen.
Over de functie en samenstelling van deze rizomen of knollen, waarvan sommige als voedsel door de mens worden gebruikt, gaan we het nu even hebben. Een knol, hoe bizar het ook lijkt, is botanisch niets anders dan een gewijzigde, ondergrondse verdikte stengel. De verdikking van de knollen of rizomen is te wijten aan de opstapeling van reservevoedsel in de cellen. Dit gebeurt in de vorm van zetmeel.

 
Wimpelvissen, genus Heniochus Cuvier, 1816
Eddy Derijst - Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen Brussel - Siervis Geraardsbergen
156
Hoewel de vissen die tot het genus Heniochus worden gerekend, tot de vlindervissen familie CHAETODONTIDAE behoren, zorgt hun typisch uitzicht er voor dat ze binnen de familie een eigen populaire naam hebben meegekregen. De verlenging aan hun rugvin geeft de indruk dat ze als het ware een vlag op de rug meedragen. Vandaar de naam wimpelvissen. Nochtans, bij de acht soorten die tegenwoordig tot dit genus worden gerekend, is de wimpel niet altijd even lang. Bij sommige soorten zelfs sterk gereduceerd en bij een 2-tal is er in feite geen wimpel meer te zien.
Het verspreidingsgebied (zie kaartje) strekt zich in de Indische Oceaan uit van de Afrikaanse oostkust (Rode Zee tot Zuid-Afrika en de eilanden Reunion en Mauritius), de Perzische Golf, rond India en de Maldiven, de Indonesische Archipel en de westkust van Australië. Van Zuid-Japan over de Filippijnen, Nieuw-Guinea tot praktisch de volledige oostkust van Australië over alle eilanden in de westelijke en centrale Stille Oceaan. Enkel H. diphreutes werd ook rond de Hawaï-eilanden waargenomen.
Komen in dit artikel aan bod: Heniochus aculinatus; H. chrysostomus; H. diphreutes; H. intermedius; H. monoceros; H. pleurotaenia; H. singularius;
H. varius en een handige determinatiesleutel.

 
Filipendula ulmaria, moerasspirea
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
166
Rafinesque maakte het zich in 1816 (1) vrij gemakkelijk bij het zoeken van een genusnaam voor de in de Noord-Amerikaanse woestijnen rondscharrelende schildpadden. Ze groeven holen, woelden in de aarde en vielen dus onder het plaatselijk begrip voor zulke dieren “gopher”. Er even een Latijns klinkend staartje aangekleefd en “Gopherus” ging van start.
In 1863 beschreef James Graham Cooper een woestijnschildpad welke vooral voorkwam in de Majave en Sonoran Basin desert en gaf haar als genusnaam de door Agassiz in zijn vierdelig werk:” Contributions to the Natural History of the United States” voorgestelde naam Xerobates. Xerobates is gevormd uit het Griekse woorden xero = droog en bates = wie wandelt door, rondwaart of -spookt.
Hij gaf haar, als eerbetoon aan dat wetenschappelijk monument dat Jean Louis Rodolphe Agassiz (2) was, de soortnaam “agassizii”. Later verzeilde het dier naar Gopherus. Nu is deze verhuis de laatste jaren sterk ter discussie komen te staan. Onderzoek van DNA wijst uit dat er in Gopherus twee groepen voorkomen welke zo’n twee miljoen jaar geleden hun eigen weg gingen en sterke verschillen vertonen in de structuur van gebeente en schilden. Dus duikt in vele moderne wetenschappelijke bijdragen de naam Xerobates agassizii weer op.
Walt Disney loste ongewild een misvatting over deze woestijndieren grandioos op. De vooruitstekende en bij het mannetje omhoog krullende uitstekel aan de voorzijde, het plastron, werd algemeen beschouwd als een soort schop dienstig bij het uitgraven van het hol. Niemand vroeg zich echter af waarom het bij de vrouwtjes klein, vlak en smal was. Ook zij moesten toch een hol graven. Toen in de film ”The Living Desert” twee mannetjes met elkaar op de vuist gingen was het raadsel opgelost.
De handigste van de twee plaatste zijn schoffel onder het schild van de andere en krikte hem langzaam maar zeker omhoog. Toen zijn rivaal omkantelde hield hij het voor bekeken en schuifelde samen met de dame in kwestie naar een rustig plekje. De overwonnen tegenstander trachtte intussen met wiebelen en wriemelen terug op zijn poten te kantelen. Als zoiets niet vlug lukt, wordt dit vanwege de felle zon “schildpad gekookt in eigen nat en pantser”.

 
Aquariumhouden zonder paniek
Freddy Haerens - Minor Menen
170
Onlangs konden we in AQUARIUMWERELD het wedervaren lezen van een aquariaan uit Wetteren, die blijkbaar nogal geplaagd wordt door allerlei ziekten en tegenslagen in zijn aquarium.
Bij het lezen van dit artikel zult u als beginnend aquariaan natuurlijk tweemaal nadenken vooraleer met deze hobby te beginnen! Overal loeren “vistuberculose”, “kieuwwormen” en “karperluis” als wolfijzers en schietgeweren om uw vissen naar de hemel te helpen. Misschien moet u eerst een apotheek opzetten alvorens vissen te kopen? Mijn beste liefhebber, niets is echter minder waar! Met dit artikeltje, waarin ik mijn eigen ervaringen in de hobby kort uiteenzet, wil ik u aantonen dat “aquariumhouden zonder paniek” heel goed mogelijk is.

 
Het vivarium van... Jan Van Sebroeck
Willy Wouters - Betta Buggenhout
174
Jan Van Sebroeck begon zijn aquaristische carrière in 1965. Hij was achtereenvolgens lid van aquariumclub Bell Telefoon en Gracilis Hoboken vooraleer hij zich in 1987 aansloot bij de Minor Rupel-Vaartland en de BBAT. Het was tegelijk ook de start om deel te nemen aan tentoonstellingen. Vele van de tentoonstellingen werden gekeurd en Jan volgde de raadgevingen van de keurmeesters nauwgezet op wat resulteerde in een steeds mooier aquarium, diverse certificaten en niet minder dan 18 bondsdiploma’s waarvan ééntje met een score van 99 %.
Jan werd ondertussen ook een gewaardeerd spreker met ondermeer een lezing over het houden en vermeerderen van aquariumplanten.
Jan houdt eraan te vermelden dat zijn ganse aquaristische carrière slecht mogelijk was dank zij zijn vrouwke Vivianne die steeds achter, naast en voor hem staat.

 
  BBAT-informatief 177
  VOEDSELGIDS Springstaarten  
Top   Kevers, torren, schildvleugeligen