Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 58 - 2005
vorige maand  
   

 

Jaargang 58 – Nr. 12 - December 2005
 
ISSN 1372-6501
Lampropeltis, koningsslangen, melkslangen en Co
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
338
Laat ons eerst even nagaan wat de genusnaam betekent en later nagaan of de vlag de lading dekt.
Als naar goede gewoonte gaan we dus eerst even kijken of de wetenschappelijke naam ons iets meer vertelt over de betrokken dieren.
Lampropeltis is een samenstelling van de Griekse woorden lampro = glimmend, blinkend & peltis = schilden -> schubben. Dus slangen met gladde blinkende schubben.
De populaire namen “koningsslang” en “melkslang” zijn absoluut geen synoniemen maar de respectieve namen van slechts twee soorten.
De naam koningsslang behoort bij de soort Lampropeltis getulus terwijl melkslangen naar de naam Lampropeltis triangulum luisteren. Dat ik hier bij een soort het meervoud gebruik, wijst erop dat elke soort talrijke ondersoorten en variëteiten telt.
Lampropeltis triangulum wijt haar toenaam aan het feit dat men vroeger dacht dat ze bij de koeien melk gingen zuigen. Zoiets is natuurlijk anatomisch volstrekt onmogelijk. Slangen en melk worden in alle landen, ook bij ons, vroeger als gif en tegengif met elkaar in verband gebracht.
Natuurlijk blijft dit genus niet beperkt tot deze twee soorten. Het zijn er in totaal acht en ze omvatten samen zo’n vijftig ondersoorten. Als daarbij nog enkele natuurlijke bastaarden tezamen met plaatselijke rassen of verschijningsvormen hun opwachting maken, kunt u zich een idee vormen over het “gemakkelijk” determineren van deze slangen.

 

Hydrocotyle vulgaris
L.C.J. Anders
345
Waternavel, Hydrocotyle vulgaris, is één der weinige, inheemse waterplanten die ook op een dankbare manier in het aquarium kan aangewend worden. Behoort tot de familie der DAUCACEAE (vroeger de UMBELLIFERAE of schermbloemigen); een uitzonderlijk rijke familie waartoe zeer goed bekende groenten en kruiden behoren, zoals peterselie, venkel e.a. Het genus Hydrocotyle op zich telt ruim 80 soorten. Vele daarvan zijn veeleer zeldzaam te noemen of worden nooit ingevoerd of in aquariumkringen uitgetest. De weinige soorten welke wél in de aquaristiek – zij het nog niet in grote mate – voorkomen zijn H. verticilliata, H. leucopetala (beide uit tropisch Amerika) en H. mannii uit Ruanda en Zaïre. Deze laatste soort komt tot op een hoogte van 2200 m boven de zeespiegel voor.

 
Synodontis nigriventris
Jacques Roelandts - vertaling: Romain Van Lysebettens (Aquarianen Gent)
346
Synodontis nigriventris, de synodontis met de zwarte buik, ook op de rug zwemmende katvis of vis met de buik in de lucht of Afrikaanse “knorrende” synodontis. De Kongolezen noemen hem kortweg “Kalekale”.
Hij behoort tot de Siluriformes en maakt deel uit van de familie der MOCHOCINAE of “meervallen met lange baarddraden”. Door het feit dat het om een rariteit van de natuur gaat, een vis die bijna steeds op de rug zwemt, kent hij een betrekkelijke populariteit en is vrij vaak te vinden in de aquariumzaken. Hij behoort tot de groep van de “grote snorren” – lees katvissen – die een zekere betovering uitstralen en hij is daarenboven zeer vredelievend, wat op prijs wordt gesteld.
Als negatief punt kan men vermelden dat zijn voortplanting niet gemakkelijk is en dat het een nachtdier, of tenminste een schemerdier is dat pas bij valavond actief wordt en daardoor moeilijk zichtbaar is in het aquarium.
Het genus Synodontis is enkel aanwezig in Afrika met ongeveer 110 verschillende soorten. Het werd beschreven door David in 1936 en ingevoerd in België sinds 1950.
Twee andere soorten zwemmen ook op de rug: S. batensoda en S. membranaceus.

 
Een terugblik op de Bondsdag 2005...
Eddy Leysen - Bondsredacteur
350
Het weer zat mee, het programma en de sprekers waren beloftevol, maar … het duurde een tijdje eer ik op de locatie was omdat mijn geluk me (alweer) in de steek liet en mijn GPS me gans Leuven en omstreken liet zien omdat werken verhinderden de aangegeven route te volgen. De rondleiding van Leuven, voorzien voor de dames, kon ik dus missen want ik had Leuven al gezien! Ik kon me bijgevolg concentreren op het gebeuren binnen in de zaal.
Na de traditionele inleiding en verwelkoming van de binnen- en buitenlandse gasten, mocht de eerste spreker openen: Prof. Dr. Jos Snoeks, curator van de vissen, Departement Zoölogie van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika van Tervuren. Het ‘Museum’ is niet alleen maar een museum, het is ook een wetenschappelijke instelling. Het was een prachtige PowerPoint show over het biodiversiteitonderzoek en de aquaristiek; een lezing die het leven van de wetenschappers bloot legt. Zij doen de identificatie, geven namen, beschrijven of herbeschrijven de soorten en bestuderen de verwantschappen en classificaties, de verspreiding en de synoniemen. En wie heeft er nog niet gevloekt op die wetenschappers die het altijd ‘beter willen weten’ dan hun voorgangers, wie heeft ze nog niet verwenst omdat ze weeral de naam van een visje veranderden en juist door deze onenigheid onder de specialisten verwarring en discussie teweegbrachten bij de aquarianen. Ik weet het wel, de meesten storen er zich niet aan om het ‘antennebaarsje’ (want hier zijn we het nog wel over eens) Apistogramma te noemen of één van de andere naar voor geschoven benamingen. Het visje zelf heeft er geen last van maar persoonlijk heb ik al het voordeel ervaren om ook de wetenschappelijke naam te kennen, zeker in internationaal gezelschap. Laat de wetenschappers dus maar doen.


 
  BBAT-informatief 355
  AQUARIUMWERELD JAARGANG 58 - 2005 - AUTEUR- EN TREFWOORDENREGISTER  
  VOEDSELGIDS Insecta  
Top