Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 59 - 2006
Volgende maand
   

 

Jaargang 59– Nr. 1 - Januari 2006
 
ISSN 1372-6501
  EDITORIAAL 002
  Nieuwjaarsboodschap van De heer Ludo Segal, voorzitter van de Belgische Bond voor Aquarium- en Terrariumhouders vzw. en Freddy Haerens, Hoofdredacteur van Aquariumwereld, bij de aanvang van deze 59ste jaargang.

 

Sympetrum striolatum, de baksteenrode heidelibel
Guido Lurquin - De Siervis Leuven vzw
004
Een vijver lokt dieren naar de tuin, vele dieren. Wat betreft insecten zijn het zeker de libellen die het meest spectaculair overkomen. Ze zijn vrij groot, opvallend gekleurd en ware vliegkunstenaars. Deze piraten van het luchtruim vangen andere insecten in de vlucht. Ze gebruiken hun poten als een vangkorf. Een prooi die erin terecht komt wordt in een mum van tijd verscheurd door de vlijmscherpe kaken van de libel. Muggen, vliegen en ander klein grut zijn gewaarschuwd.
De baksteenrode heidelibel is een middelgrote libel die houdt van warmte en van zonnen. Ze profiteert van elk straaltje zon. Dat is begrijpelijk want eigenlijk gaat het hier om een mediterrane soort die meer en meer naar het noorden oprukt. De kans dat we ze tegenkomen aan onze vijver is reëel. Het is zeker een van de mooiste en opvallendste van onze libellen. De hevig rode kleur van het mannetje trekt dadelijk de aandacht. Bovendien is deze libel minder schuw dan de andere en is daardoor gemakkelijk gade te slaan.

 
Het genus Pterophyllum
Walter Van der Jeught - Ahv De Minor Rupel-Vaartland vzw
010
Het genus Pterophyllum, vroeger ooit nog als Plataxoides beschreven (Castelnau, 1855: 21 - Gr.G.: Mannelijk – type-soort: Plataxoides dumerilii Castelnau, 1855 - type door monotypie), omvat tropische zoetwatervissen die, ook bij mij nog altijd, tot de verbeelding blijven spreken. De maanvis of scalare, blijft onder de liefhebbers immers één van de populairste cichliden voor het gezelschapsaquarium en P. altum, dé uitdaging voor de meer gevorderde aquariaan.
Onderwijl zijn een 3-tal soorten “angelfishes” genoegzaam gekend en algemeen aanvaard als zijnde verschillende soorten. Al de andere handelsvariëteiten en hybriden kun je, aquaristisch gezien, gerust als niet interessant, zelfs als te mijden beschouwen voor de ernstige liefhebber. Sluiervarianten die zelfs niet fatsoenlijk meer kunnen zwemmen, gemarmerde vissen en andere kleurvarianten zijn vanuit de verantwoorde aquaristiek immers verwerpelijk.
Keuze te over? Neen dus, want wie een Pterophyllum-soort wilt houden moet zich, hierdoor noodgedwongen, beperken tot die drie raszuivere vormen. Het maakt er anderzijds jouw keuze heel wat gemakkelijker op, al blijft uitkijken dé boodschap om je, ook hierin, geen minderwaardige exemplaren te laten aansmeren.

 
Gymnocorymbus ternetzi
Luc Stivens
016
De zwarte tetra, ook wel eens "rouwtetra" genoemd, kent een ruime verspreiding in vrijwel het gehele centrale deel van Zuid-Amerika. In dit uitgestrekte gebied is het niet mogelijk een typische biotoop te omschrijven, maar alle gegevens die ik hieromtrent kon opdiepen, spreken van schaduwrijke oevers, overstromingsgebieden en ondiepe oerwoudkreken. Of de variëteit met sluiervinnen ook in de vrije natuur voorkomt, durf ik te betwijfelen; ik denk veeleer dat het een kweekproduct is.
Gymnocorymbus ternetzi is een zeer attractieve scholenvis. Worden ze met té weinig exemplaren samen gehouden, dan worden ze zwak-territoriumvormend; m.a.w. ze doorkruisen dan niet meer het gehele aquarium, maar blijven enigszins aan een bepaald gedeelte (veelal in het dichtst begroeide deel van het aquarium) gebonden. We geven de voorkeur aan een gezelschapsaquarium met ruime afmetingen en zorgen voor een degelijke randbeplanting (met voornamelijk guirlandevormende planten) en een fikse zwemruimte. Wilt u daaraan voldoen, dan voelt u zó aan dat een aquarium van één meter nog veeleer aan de kleine kant is. Verder denken we aan een donkere bodem (gemakkelijk te verkrijgen door gebruik te maken van laagblijvende Cryptocoryne-soorten) en dito achtergrond, maar ook enkele drijfplanten zullen ze weten te waarderen. Aan de watersamenstelling stellen ze geen bijzondere voorwaarden, maar middelhard, helder water voldoet het best. De temperatuur houden we tussen 23 en 25°C. Ze vertonen een grote weerbaarheid tegen de klassieke visziekten, wat evenwel niet wil zeggen dat ze geen witte stip kunnen oplopen als ze onverzorgd behandeld worden. Alle voedsel wordt genomen, bij voorkeur aan het wateroppervlak; fruitvliegjes zijn dan ook bijzonder welkom. Ze zijn – bij een goede verzorging – zeer speels en dartel en laten alle andere bewoners volkomen met rust.


 
Zandliefhebbers: cilinderrozen
Harry Voet - Mechelse Aquarium Klub
019
Zo ‘n 15 à 20 jaar geleden stonden ze in bijna elk tropisch zeeaquarium te pronken tussen de gebleekte koraalskeletten. Prachtige dieren, ongetwijfeld, maar of ze echt op een koraalrif thuishoorden, dat wist men toen in aquariummiddens niet zo goed of men maakte er zich weinig zorgen over, want het oogde mooi en wat wil je nog meer?
Men wist wél dat ze een dikke – toen té dikke – zandbodem nodig hadden, want in de Antwerpse zeewatervereniging “Imperator”, waar ik toen geregeld naar toe ging, werd de raad gegeven een cilinderroos te planten in een met zand gevulde half afgesneden petfles. Een dikke zandbodem in het zeeaquarium was immers vragen om een ramp, want dan kreeg je, diep in dit zand, een zone waar het water zodanig stagneerde dat er zuurstofloze omstandigheden ontstonden, dit door het feit dat de aërobe bacteriën al snel alle zuurstof opgebruikten, dan afstierven en vervolgens vervangen werden door anaërobe bacteriën. Deze betekenden toen een absolute gruwel in het aquarium, want als je de bodem omwoelde, kwamen allerlei uiterst schadelijke stoffen in het water, gemaakt door deze bacteriën, die je hele aquarium dan om zeep hielpen. Een ultra dunne zandbodem, net genoeg om de glazen bodemplaat aan het zicht te onttrekken, was toen het credo.
Ondertussen ontdekte men dat het zogenaamde “levend steen” (welke eigenlijk gewoon een stuk afgehakte koraalrots is en die men – de koraalskeletten beu gezien – in het aquarium bracht omdat er onverwacht allerlei lagere dieren en algen op gingen groeien) als aangenaam nevenverschijnsel had dat het nitraatgehalte van het zeewater niet zo snel steeg, zodat men minder snel het dure aquariumwater moest verversen. Bollebozen verklaarden toen dat de reden hiervoor ligt in de poreusheid van deze stenen. Ze bevatten anaërobe bacteriën, die via allerlei giftige processen er in slagen nitriet te verwijderen uit het water, waarna het onschadelijke stikstofgas in het water diffundeert.

 
Men vraagt ons wat... Potamotrygon motoro
Peter de Batist - Aquatom vzw
025
Ik bezit al enige tijd een Potamotrygon motoro, een zoetwaterpijlstaartrog. Het is een prachtig dier dat zeer goed gedijt. Onlangs vroeg iemand me of ik geen angst had om door het dier gestoken te worden en wat ik zou doen als dat toch het geval zou zijn.
Ik moet bekennen dat ik daar helemaal niet aan gedacht had en als ik er verder over nadenk heeft zelfs de aquariumwinkel waar ik het dier gekocht heb niets in deze zin verteld. Ook in de schaarse literatuur waarover ik beschik, staat er helemaal niets over “een gevaar”. Enkel in de Mergus’ Atlas staat: “Voorzichtig voor de gifstekel”. Net of het enkel maar om een bijenprik zou gaan. Een beetje ongemak dat vanzelf weer verdwijnt. Kan ik bij U terecht voor wat meer informatie hierover? Beschikken die vissen inderdaad over zulk krachtig gif dat het leven van een verzorger hierdoor in gevaar komt? Wat doet men best indien het toch tot een gifsteek komt?
J.R. – Ham

 
  BBAT-informatief 028
  VOEDSELGIDS Vriesdrogen  
Top   Pantoffeldiertjes