Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 59 - 2006
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 59– Nr. 06 - Juni 2006
 
ISSN 1372-6501

Spaerichthys osphromenoides
Jacques J. Roelandts
142
Sphaerichthys osphromenoides, de chocoladegoerami, maakt deel uit van de labyrintvissen die aquariofielen doorgaans “labyrinthiden” noemen. Deze benaming stemt in de vissensystematiek overeen met de onderorde van de ANABANTOIDEI, in de uitgebreide orde van de Perciformes.
Deze mooie vis, beschreven door Canestrini in 1860, wordt sinds de jaren vijftig geregeld ingevoerd. Het genus Sphaerichthys behoort tot de familie van de OSPHROMENIDAE en zoals de soorten Luciocephalus, Colisa en Trichogaster, in de onderfamilie van de LUCIOCEPHALINAE (draadgoerami’s).
De soort Sphaerichthys omvat vier of vijf soorten waarvan men in de aquaristiek de volgende kent: S. osphromenoides van het schiereiland Maleisië en Sumatra; S. acrostoma van Midden- (centraal) en Zuid-Borneo en S. selatanensis van Zuidwest-Borneo, in Kalimantan Selatan (Berjarmasin).
De literatuur vermeldt ook een soort, oorspronkelijk uit het westen van Borneo, uit het bassin van de Kapyas rivier, beschreven door Pellegrin als Sphaerichthys vaillanti. Een vijfde soort, waarvan de geldigheid evenwel niet vaststaat is S. malayanus (Duncker, 1904) uit Maleisië.

 

De pauwoog keizersvis, Pygoplites diacanthus
Eddy Derijst - Kon. Belg. Instituut voor Natuurwetenschappen Brussel - Siervis Geraardsbergen
147
Eén der mooiste vissen die volgens mij in de wereldzeeën rondzwemt, is Pygoplites diacanthus, de pauwoog keizersvis. Jammer genoeg is deze soort voor de zeewaterliefhebber geen gemakkelijke gast omdat ze in het aquarium meestal weigeren te eten. Wanneer ze toch enige voeding aanvaarden, zijn ze dikwijls nog zeer kieskeurig en bezwijken op den duur toch door voedselgebrek. Jammer voor de liefhebberij!
Langs de riffen rond Sharm el Sheik (Ras Mohamed en de scheidingsriffen tussen Rode Zee en de Golf van Akaba) heb ik met deze vis prachtige ogenblikken beleefd en staat hij hoog in mijn herinneringen gegrift. Daarom wil ik hem toch even voorstellen.

 
Waren dit de Everglades?
Walter Van der Jeught - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland
150
Gefascineerd zijn door water en visjes, dat is bijvoorbeeld je vakantie doorbrengen in de Everglades in Flori-da (V.S.). Om de Everglades, die ik ondermeer via de Anhinga Trail (800 m), de Gumbo Limbo Trail (800 m) en de Long Pine Key Nature Trail (11 km) samen met mijn vrouw bezocht (zie ook AQUARIUMWERELD 56/01:018), ten volle te begrijpen zou je moeten kunnen teruggaan naar de toestand voor de moderne mens dit moerasachtig gebied drastisch wijzigde. Inderdaad moeras”achtig”, want een moeras was en is het zeker niet. Wat was de Everglades dan wel? Weinigen beseffen dat de Everglades een enorm riviersysteem was (nu nog enigszins is) met zoetwater dat zeer langzaam over en doorheen overwegend kamgrassen stroom-de. Zoveel zelfs en zo’n dichte velden, dat het water op vele plaatsen zelfs niet te zien is. Daartussen vind je kreken en eilandjes waarop bomen groeien. Een uitgestrekte, traag stromende, ondiepe, zoetwaterrivier dus.
Het verhaal van de Everglades begint eigenlijk in de omgeving van Orlando waar zich vandaag de beroemde Disney-pretparken bevinden en die we natuurlijk ook bezochten. Vooral Sea-World Orlando is echter een onvergetelijke ervaring en mag je zeker niet missen als je ooit “in de buurt” bent.
De soms overvloedige subtropische regenval in dat gebied en de veelvuldig voorkomende bronnen, vullen er de ontelbare kreken en de vele meertjes die je daar overal ziet, waar je ook gaat of rijdt. Ik heb die “over-vloedige regenval” zelf eens kunnen ervaren toen op een parking na ca. vijftien minuten tropische regenbui, het water rond onze wagen reeds tot aan de onderkant van de deur stond en dit binnenliep als je die open-de.

 
Myriophyllum spicatum, aarvederkruid
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
156
Linnaeus gaf gewoontegetrouw alvast via de genusnaam een voornaam kenmerk vrij.
Het woord Myriophyllum komt van het Griekse myrios = myriade of zeer veel en phyllon = blad.
Zoals op de volgende afbeelding te zien is, komt ook de soortnaam spicatum tot zijn recht. Spica Lat. = aar / korenaar.

Lange tijd heeft men de in Noord-Amerika voorkomende Myriophyllum exalbescens als een ondersoort of een variëteit van dit plantje beschouwd. Aiken et al., 1979; Aiken, 1981 en Couch and Nelson, 1985 hebben evenwel duidelijk aangetoond dat Myriophyllum exalbescens een zelfstandige soort is.
Dus zaten de Yanks met een nieuwe, uit Europa komende, soort opgezadeld. De opmars van de nieuwkomer in de V.S. was spectaculair. Tussen 1930 en 1940 verschijnt hij schuchter in enkele herbaria. In 1960 wordt hij in Canada reeds tot probleemonkruid gepromoveerd.
De diepte van het betrokken water laat hem vrij onverschillig. Er zijn goed groeiende planten aangetroffen op worteldiepten tussen 50 cm en 10 m. De voorkeur gaat wel naar bodems welke minder dan 3,5 m diep liggen. Stilstaand of stromend water is hem gelijk.

 
Seks in het vissenrijk
Eveline Diopere - Skalaar Torhout
160
Eroticabeurzen, uitdagende kledij, P-magazine, seksspeeltjes,… als je denkt dat alleen mensen het af en toe eens bont maken op het gebied van seks, dan heb je het mis. Het is ongelofelijk wat vissen allemaal hebben uitgevonden om zich voort te planten. Wij, mensen, kunnen nog heel wat leren van deze dieren. Hieronder volgt alvast een eerste handleiding. Geniet ervan!
Als wij iemand willen versieren, trekken we ons beste kostuum aan, spuiten we een halve fles parfum leeg en verstoppen we ons achter een dikke laag make-up. Bij vissen is dit niet anders. Tijdens de paaiperiode vertonen sommige vissen typische kenmerken. Men spreekt over een “paaikleed”. Vooral kleur is belangrijk om duidelijk te maken dat ze willen paren. Een mooi voorbeeld is de rode buik en keel bij mannelijke stekelbaarzen in de voortplantingsperiode.
 
Puntius lineatus
Arend van den Nieuwenhuizen
164
Puntius lineatus komt o.a. in West-Maleisië voor in het zeer zachte water van heldere, kleurloze, langzaam stromende riviertjes, waarvan de temperatuur varieert van 24 tot 28 °C. Er zijn ook vindplaatsen bekend in Indonesië en in het laagland in de kuststreek van Brunei, waar de watertemperatuur soms slechts 24-25 °C bedraagt. Deze ca. 11 cm groot wordende, scholenvissen houden zich op in zowel geheel open door de zon beschenen water, als op plekken tussen een dichte plantengroei. In de regel zwemmen ze tamelijk dicht bij de bodem.
In het aquarium worden ze meestal niet groter dan 8 tot 9 cm. Om plezier van ze te hebben, moeten ze op zijn minst met 6, maar beter met meer, stuks worden verzorgd in een aquarium van tenminste 100 cm x 50 cm x 50 cm grootte. Met te weinig exemplaren gehouden, kleuren ze zoals op de foto. Ze worden het mooist boven een donkere bodem in zacht en licht zuur water, met een temperatuur van 24 - 27 °C. Ze houden ook van licht beschaduwde plaatsen. De ervaringen met middelhard tot zeer hard water zijn slecht. Dit is misschien ook de oorzaak dat we ze niet zo vaak in de winkel zien.


 
  BBAT-informatief 165
  VOEDSELGIDS Zout- of pekelkreeftje (vervolg)  
Top