Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 59 - 2006
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 59– Nr. 07 - Juli-Augustus 2006
THEMANUMMER "KOI"
 
ISSN 1372-6501

De écht ideale koivijver
Guido Lurquin - De Siervis Leuven
170
Koi, de keizers onder de vijverbewoners zijn nu al een aantal jaren ingeburgerd in ons land. Wie gefascineerd is door koi zal deze “levende juwelen” een gepast onderkomen moeten bezorgen.
In het thuisland Japan geven koi-bezitters vaak erg veel geld uit om hun lievelingen in de zomer in grote semi-natuurlijke moddervijvers te laten opfleuren. Dergelijke liefhebbers zijn in eerste instantie geïnteresseerd in het meedingen in wedstrijden. Dat ze hun vissen een tijdlang niet zullen zien nemen ze erbij, hopend dat de dieren na zo “een zomer in vrijheid” prachtig op kleur zullen gekomen zijn. Het kan nog verder gaan, sommigen laten hun vissen altijd in de kwekerij. Dat zal wel met de Japanse cultuur te maken hebben, want ook voor bonsai gebeurt het dat de eigenaars ze in de kwekerij laten omdat ze daar tenslotte het best verzorgd worden. Voor ons, Westerlingen is zoiets uiteraard niet evident. Wíj willen dagelijks van onze juwelen genieten en ze zelf verzorgen. Daarom leggen wij een koivijver zo dicht mogelijk bij ons huis en terras aan - weliswaar zonder de stabiliteit van onze woning of die van de buren in gevaar te brengen.

 

Het maken van mijn koivijver
Jean-Pol Matthys - ICAIF
180
Na lang documentatie verzameld te hebben via Vlaamse, Franse en Duitse vakbladen om het “zo en niet anders” te achterhalen besloot ik uiteindelijk om mijn vijver voor koi aan te leggen.
Een eerste taak bestond erin om in de tuin plaats en vorm van de vijver af te bakenen.
De vijver zou een oppervlakte van ongeveer 31,5 m² meter beslaan met een diepte van circa 1 m wat neerkwam op een inhoud van 31 m³.
Voor het kraanwerk opteerde ik voor klepafsluiters i.p.v. bolafsluiters, behalve voor deze van de UV-filter, welke ik reeds bezat.
Eerst werd de fundering gerealiseerd en werden de terugloopleidingen naar de filter geplaatst. Deze aflopen werden uitgevoerd met buizen van met een doormeter van 110 mm. Deze maat moet voldoende zijn om te vermijden dat bladeren en ander afval de leiding verstoppen. Neem ze ook niet té groot want afsluiters voor een dergelijke leiding kosten al vlug 100 euro per stuk.
Daarna ben ik begonnen met de constructie van de 14 cm dikke steunmuren welke gestut werden met een laag stabiliseerzand van ca. 30 cm dik. De onderste laag blokken werd hierbij zodanig gelegd dat het einde van de wapening voor de betonnen vloer in de openingen erin kon gestoken worden waardoor een perfecte hechting tussen muur en vloer werd bekomen. Tussen de beide bovenste lagen blokken komt ook wapening om de bovenrand te versterken tegen de druk van het ijs tijdens de winter.
Vervolgens werd de betonnen vloer gegoten en zodanig gemoduleerd dat het bodemvuil gemakkelijk naar de filterinlaten afvloeit.

 
Het transport van koi
Walter Van der Jeught - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland
187
Vangst in hun kweekstation, transport naar het opvangstation, vangst, transport naar het vliegveld, vliegtuig, transport naar de groothandel, vangst, transport naar de speciaalzaak, vangst, transport naar de vijver thuis. Dit alles in steeds maar weer ander water en … soms veel te warm en met te weinig zuurstof. Van dit alles wordt een koi niet echt vrolijker, want elk transport veroorzaakt stress en stress is dan weer dé eerste oor-zaak dat vissen ontvankelijk worden voor ziekten en infecties. Hier dan ook wat aandachtspunten bij het transport van koudwatervissen. Koi veilig vervoeren vraagt vooraf even een goede planning en enkele aan-dachtspunten. Dikwijls is koi ook zelf zijn eigen grootste vijand tijdens het transport…

 
Koi... mijn passie
Freddy Haerens - Minor Menen
190
Aan het woord is Franky Bauwens, 45 jaar en werfleider bij een installatiebedrijf voor sanitaire installaties.
Franky werkt trouwens reeds 24 jaar in het bedrijf waar ook ik als projectleider aan het werk ben. We kennen elkaar dus reeds een tijdje.
Samen delen we de passie voor vissen en zoals ik kort na mijn huwelijk met het aquariumhouden begon, zo startte ook Franky kort nadat hij het ouderlijk huis verlaten had met een aquarium. Ik hield het totnogtoe op zoetwater en verdiepte mij in de studie van de vissen die ik hield, kwam in het verenigingsleven terecht en werd uiteindelijk hoofdredacteur van dit blad. Ondertussen breidde mijn binnenhobby zich uit naar het “bui-tenaquarium”, met name de vijver, waar ik het vooral houd bij enkele mooie uitgelezen goudvissen en voor-namelijk bij mooie planten en waterlelies. Met het vele werk dat het samenstellen van ons maandelijks boekske in beslag neemt, blijft echter nog maar weinig tijd over om mij verder te verdiepen in zowel de aqua-rium- als de vijverliefhebberij.
Bij Franky groeide die, aanvankelijk ook klein gestarte, aquariumhobby uit tot het zoeken van steeds nieuwe uitdagingen. Zo werd het zoetwater al vlug zoutwater en sierde een pracht van een zeeaquarium zijn wo-ning, met succes overigens.
Bij de verhuis naar een nieuwbouw woning kon het zeeaquarium niet mee, maar het gemis aan die sparte-lende dinges kriebelde al vlug en de spade werd in de grond gestoken om een vijver uit te graven. Niet te groot, maar met enkele prachtig gekleurde en gevinde goudvissen en mooie planten.
Maar toen gebeurde het… zo’n 10-tal jaar geleden werd hij verliefd op die prachtige koi die, uit Japan nog wel, werden ingevoerd. “Vissen met karakter” zo noemt hij ze.

 
Nishikigoi, een waaier van kleuren
Bekko
Louis Vanreusel
198
In de reeds verschenen reeks koi hebben we tot dusver gesproken over de type die gekend zijn als “Gosanke”. Nu zullen we een kijkje nemen bij de Bekko en de Utsurimono.
Een Bekko is een tweekleurige koi, die als basis een witte, gele of rode kleur heeft, aangevuld met kleine goed afgelijnde gitzwarte vlekken.
Zowel de Bekko als de Utsurimono zijn types koi die de laatste jaren, ieder op zich, goede kwaliteiten hebben voortgebracht. Zij zijn in feite afhankelijk van de plaatsing van de Sumi voor wat hun schoonheid betreft.
De Bekko behoort eigenlijk tot de Sanke-groep aangezien het een kweekproduct van de Taisho Sanke is. Men kan het vergelijken met een Taisho Sanke waarvan één kleur geheel ontbreekt.
Bij de Bekko mag er dus geen “Sumi” op het hoofd aanwezig zijn en moet de huid op het hoofd mooi zuiver zijn zonder onderhuidse, donkere schaduwen. In de meeste gevallen, en zeker wanneer de koi een zekere ouderdom heeft bereikt, treft men een vergeling van de hoofdhuid aan.
Voor jonge koi is het zeker af te raden om dergelijke vissen te kopen. De Sumi op de Bekko moet van zeer goede kwaliteit zijn en dezelfde goede eigenschappen bezitten als de gitzwarte patronen bij de Taisho Sanke. Het is belangrijk dat er een grote krachtige sumivlek op of bij de schouders is om voor een brandpunt te zorgen. Verder is van belang dat de vlek wordt ondersteund door kleine, goed afgetekende sumivlekjes, die evenwichtig verdeeld zijn op het lichaam, boven de laterale lijn van de flanken.
De staart en de borstvinnen kunnen zuiver zijn of enkele zwarte streepjes bevatten, een verschijnsel dat ook zo is bij de Sanke. De overige zones, of ze nu wit, rood of geel zijn, moeten zuiver en overal gelijkwaardig van kleur zijn.
Het mooiste is wanneer de laatste sumivlek enkele centimeters van de staartaanzet verwijderd is.
De lichaamsbouw is bij de Bekko zeer belangrijk aangezien sommige Bekko's de neiging hebben een te spits hoofd te bezitten, wat ten allen tijde moet worden vermeden. Prachtige, grote en zuivere borstvinnen dragen er toe bij om van de Bekko een elegante verschijning te maken.

 
  BBAT-informatief 201
  VOEDSELGIDS Zout- of pekelkreeftje (vervolg)  
Top