Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 60 - 2007
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 60 – Nr. 02 - Februari 2007
 
ISSN 1372-6501
Kweekverslag Synodontis multipunctatus en S. cf petricola "dwarf"
Bart Snykers - Maroni Maaseik
030
Synodontis (uitgesproken als sin oh don tiss) behoort tot de familie der MOCHOKIDAE en hun naam stamt af van het Grieks waar ‘syn’ staat voor samen en ‘odontis’ voor tand/tanden. Dit laatste verwijst naar de typische dicht bij mekaar geplaatste onderste kaaktanden. De bekendste synodontissen komen op één na, namelijk de Synodontis njassae van het Njassae- of Malawimeer, bijna allemaal uit het Tanganyikameer. De meest voorkomende soorten in het aquarium zijn S. petricola; S. multipunctatus; S. polli “white zambia” en S. petricola "dwarf”. Hier en daar vindt men ook nog eens S. dhonti of S. polli, maar veel minder frequent dan bovenstaande soorten.
Synodontissen kunnen wat hun gedrag betreft vergeleken worden met de corydorassen van het gezelschapsaquarium. Ze zijn namelijk uitstekende opruimers van overtollig voer en allerlei andere resten in het aquarium. Ze accepteren dan ook alle voedselsoorten, zowel droogvoer, diepvriesvoer als levend voer. Op gebied van sociaal gedrag en vooral voortplanting verschillen de synodontissen behoorlijk van de corydorassen. Het grote verschil hier is dat Corydoras zelden hun eieren opeten en meestal gehouden worden bij rustige vissen. De medebewoners van Synodontis zijn dikwijls zeer competitief en zullen elke kans om te eten benutten. Corydorassen leggen bovendien hun eitjes met precisie en zorg, terwijl de Synodontis een eirover is. Hij prefereert dan ook nog eens donkere en afgesloten plaatsen waar niemand de eitjes kan opeten, zichzelf meegerekend. Veel gegevens die niet in het voordeel spreken om een Synodontis te kweken, maar toch lukt het.

 

De Kimberley's (deel 1)
Gilbert Maebe - Ahv De Minor Rupel-Vaartland
038
De Kimberley’s is één der meest ruige en minst toegankelijke streken van de staat West-Australië. Een regio die kreunt onder extreme klimaatomstandigheden, waarbij hevige regens tijdens het natte seizoen afwisse-len met grote hitte tijdens het droge seizoen, met temperaturen die van oktober tot april dagelijks meer dan 40 °C bedragen. Onze reis vond plaats in augustus 2004 en vertrok vanuit Darwin.
Ons gezelschap bestond uit 5 personen: Ullie en Franz-Peter, met hen zijn we voor de 6de keer samen in Australië; Gerd Eggers, eveneens Duitser, vergezelt ons voor de 2de keer, hij is deskundige op het gebied van waterplanten; Hilda, mijn echtgenote is er ook voor de 6de keer bij en is onze chef-kok. Voor mezelf is het de 7de reis in het land van de regenboogvissen, want dit is weer één der doelen van deze trip: vissen vangen en proberen levend uit te voeren naar België.
Bij de grenscontrole mag meteen echter een groot aantal zaken niet worden ingevoerd in W.-A. en moeten worden aangegeven wegens het gevaar voor biotoopvervalsing en eventuele ziekten. Groenten en fruit zijn bijv. volledig uit den boze.
De Kimberley’s is de streek waar baobab’s voorkomen. Deze giganten van bomen domineren door hun om-vang de omgeving waar ze staan. Het is duidelijk dat we ver in het droge seizoen zitten, dat merk je aan het droge, spichtige gras dat snakt naar water. De East Baines River daarentegen heeft nog een behoorlijk wa-terniveau voor deze tijd van het jaar. Grote rivieren kunnen gevaarlijk zijn door de aanwezigheid van kroko-dillen en die kun je beter mijden. We beperken ons er dus tot enkele biotoopopnamen.
Met onze vierwiel aangedreven voertuigen zitten we voorlopig nog op het asfalt en vormt het wegdek geen probleem. Aan een eerste T-kruising met aanduiding van Windham en Kunnunura, ruimt het asfalt plaats voor de zogenaamde gravelroad. In dit geval de befaamde en zelfs beruchte Gibb River Road. Langs de weg hoofdzakelijk eucalyptuswoud waar geregeld een baobab de aandacht opeist. In de verte doemen grote rotsformaties op, afgewisseld met het altijd aanwezige bos. Het eucalyptusbos wordt op dit ogenblik in deze regio door een bloeiende soort gedomineerd. De gele bloemen doorbreken het eentonige, maar steeds mooie groen. Het vormt als het ware een erehaag op onze weg naar het hart van de Kimberley’s.

 
Het transport van tropische vissen
Walter Van der Jeught - Ahv De Minor Rupel-Vaartland
044
Vangst in hun biotoop, transport naar het opvangstation, vangst, transport naar het vliegveld, vliegtuig, transport naar de groothandel, vangst, transport naar de speciaalzaak, vangst, transport naar het aquarium thuis. Dit alles in steeds maar weer ander water en … meestal veel te koud en met te weinig zuurstof. Van dit alles wordt een vis niet echt vrolijk want elk transport veroorzaakt stress en stress is dan weer dé eerste oorzaak dat vissen ontvankelijk worden voor ziekten en infecties zoals witte stip. Hier dan ook wat aandachtspunten bij het transport van vissen…

 
Crypanthus & Co
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
048
In tegenstelling tot veel andere BROMELIACEAE vormen de bladrozetten geen waterdichte kokers en worden de bloempjes angstvallig diep en zorgvuldig verstopt tussen de bladeren zoals de wetenschappelijke genusnaam het al aangeeft. Cryptanthus is immers gevormd uit de klassieke Griekse woorden “kryptos” (verborgen) en “anthos” (bloem). Na enig speurwerk ontdekt men de kleine, meestal witte bloempjes in vlakke trossen tussen de smalle, harde teruggebogen bladeren. Deze laatste bezitten een gegolfde, nogal eens getande, rand en vormen dikwijls vlakke, lage rozetten op de grond. Zeker de soorten waarvan de bladeren aan de onderzijde schubben tegen uitdroging dragen, zijn terrestrisch. In hun natuurlijke omgeving – Oost-Brazilië – zijn zulke soorten onder de struiken groeiend dan ook regelrechte bodembedekkers. Onder het dertigtal soorten komen natuurlijk ook een aantal epifyten voor.
Het ontbreken van de kokers berooft de planten wel van een water- en voedselreserve bestaande uit de vergane resten van de kleine bewoners uit de kokers.
Voor het terrarium betekenen deze afwijkende eigenschappen een hele boel.

 
Danio malabaricus - F. Huysmans
Aquariumwereld - Jaargang 1 - 1948 - blz. 100-101
052
Herkomstig uit Vóór-Indië aan de Malabarkust, waaraan het trouwens zijn naam dankt, is het vanzelfsprekend dat het visje een betrekkelijk hoge watertemperatuur behoeft.
Deze ongeveer 10 cm lang wordende vis, heeft als grondkleur: aan de rug blauwgroen, naar het midden lichter en aan de buikzijde flauw roze. Op de flanken prachtige staalblauwe langsbanden afgewisseld met dito goudgele; achter het kieuwdeksel enige wormvormige gouden dwarsbandjes. Vinnen lichtblauw met rode glans; borstvinnen kleurloos.
De mannetjes zijn slanker en feller gekleurd dan de vrouwtjes. Het is een rusteloze vis, die veel leven in het gezelschapsaquarium brengt; bovendien is hij zeer vreedzaam. Wij houden hem liefst in een ruim aquarium, waar hij zich meest in de boven- en midden lagen zal ophouden. Samengebracht met enkele Barbus-soorten bieden zij een prachtig zicht.

 
  VOEDSELGIDS Watervlooien (slot)  
Top   Microaaltjes