Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 60 - 2007
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 60 – Nr. 04 - April 2007
 
ISSN 1372-6501
Water in de kleine tuinruimte
Guido Lurquin
086
Mensen met een kleine tuin denken al vlug: een vijver, dat is niets voor mij, mijn hofje is al zo klein. Zij redeneren echter verkeerd. Het omgekeerde is waar: de toepassing van water vergroot de tuin visueel. Door het horizontale grensvlak en de reflecties in het spiegelende nat lijkt het wijktuintje of stadstuintje ineens veel groter.
Het spiegelende, maar ook rimpelende en zich altijd anders gedragende, watervlak brengt beweging in elke tuintje. Water trekt aan, geeft leven, is leven. Een saai grasveldje, een verloren hoekje in een stadstuin, een ongezellig terras … leg er een waterpartijtje aan en zie wat gebeurt. Dartele libellen, kwetterende vogeltjes en slanke waterjuffers worden van verre aangetrokken en komen uw tuinleefruimte opvrolijken. Geniet van de dobberende pracht van waterlelies, grootbloemig of schattig piepklein. Aanhoor het rustgevende geborrel van bewegend water of mediteer, turend naar de wolken die zich reflecteren in een waterkom. Vijvers zijn niet enkel mooi, maar hebben ook een moeilijk te evenaren didactische waarde voor groot en klein. Er is altijd wel iets te beleven in en om het lokkende nat, elke dag, het jaar rond. Het bezig zijn met plant en dier, het verzorgen van speelse vissen, het uitproberen van een nieuw aangelegd watervalletje is zowel leerrijk als aangenaam.

 

De Kimberley's (deel 2)
Gilbert Maebe - Ahv De Minor Rupel-Vaartland vzw
094
De Gibb River Road ligt er ogenschijnlijk goed bij maar vergis u niet, het is dokkeren over dit gegolfd wegdek en natuurlijk vind je langs de Gibb River Road ook een Gibb river waar we even een kijkje willen nemen. Er stroomt nog amper water over de kruising met de rivier. Maar de grote poel is diep en noopt tot voorzichtigheid. We beperken ons dan ook tot een rustpauze. Mt. Barnett is ons volgende doel.
Een roadhouse geeft telkens gelegenheid tot tanken en even op adem te komen. De camping ligt 7 km verwijderd van het roadhouse, maar de Gorge, wat kloof betekent, bereik je via een afslag. Op de camping worden we geconfronteerd met de Manning river, aquaristisch absoluut de moeite waard. De Manning Gorge waterval wandeling is een must, maar mag niet onderschat worden vanwege het moeilijke parcours en de afstand. Het is 1,5 h moeilijk stappen en na een steile afdaling belanden we in de kloof tegenover de waterval, een adembenemend mooie natuur.
Vroeg uit de veren voor een nieuwe dag in het Kimberley’s paradijs. Het lijkt weer alsof de wereld voor ons alleen is en dat geeft een heerlijk vrijheidsgevoel. De Galvan Gorge bevindt zich op 1 km van de weg en dat hebben we er wel voor over. Het pad er naar toe voert ons langs een mooi beekje waarin zowel waterplan-ten als regenboogvisjes overvloedig aanwezig zijn. Plots gaat het panorama open en sta je voor de hoefij-zervormige poel onder de waterval. De wanden zijn steil en bijzonder ruw. Hier is moeder natuur weer bijzonder creatief geweest. Tijdens het regenseizoen, als de waterval zijn capaciteit vele malen heeft opgevoerd, moet het hier spectaculair zijn.

 
Kweek van Elassoma evergladei (dwergzonnebaars)
Aquariumwereld - Jaargang 1 - 1948 - blz. 130-131
100
Over enige maanden kwam ik in het bezit van een koppeltje van deze prachtvisjes.
Daar het wijfje volgens mijn oor¬deel kuitrijp was besloot ik er een kweek mee te wagen.
Voor diegenen die dit visje niet kennen, zal ik er hier een kleine be¬schrijving van geven.
Ze worden ongeveer 3 cm groot, het wijfje een weinig groter dan het mannetje, grijs bruine kleur, voor het vrouwtje ook de vinnen, voor de man zijn de vinnen alleszins groter, bij¬zonder de in boogvorm staande rugvin, alle vinnen bij de man zijn ook donkerder gekleurd. Doch eerst in de paartijd kan men volop genieten van de pracht van het mannetje; het wordt gans zwart en is dan overdekt met helgroene stippels over het ganse lichaam.
Het kweekbakje dat ik voor hen gereedmaakte was de gewone maat zegge 60 x 25 x 25 cm, de beplanting bestond uit Hygrophila en (peeloof), water gans vers, temperatuur 24 à 25 °C.
Nadat ze zich na enige dagen thuis voelden begon het mannetje z'n bruiloftspakje aan te trekken en prijkte weldra in hogervermelde kleurenpracht. Van jagen was echter geen sprake. Het vrouwtje, dat al enige tijd de onderkant der verschillende bladeren onderzocht had, deponeerde eensklaps 5 à 6 glasheldere eitjes in de worteltjes van de Hygrophila.
Direct daarop verscheen de man om deze te bevruchten en volgde zo het vrouwtje van de ene plaats naar de andere totdat er ongeveer een vijftigtal waren afgezet.
Aangezien ik dit voldoende achtte nam ik het koppeltje weg en zie, na drie dagen kwamen de eerste larfjes te voorschijn. De eerste twee dagen bleven ze rustig op de bodem liggen en gingen daarna op infusiejacht. Deze had ik aangebracht door middel van in de zon gedroogde slabladeren.
Na veertien dagen begon ik microaaltjes toe te dienen en nu, na vijf weken, doen ze zich te goed aan gezifte Daphnia.
Het zijn zeer trage groeiers en verblijven steeds in de onderste lagen van het aquarium Een dertigtal hoop ik groot te brengen.
In de hoop de liefhebbers een genoegen gedaan te hebben sluit ik deze kleine uiteenzetting.

 
Craspedacula sowerbii - De zoetwaterkwal
Ruda Rybnicfan - Aquatom vzw
met dank aan Claudia Gravenstein van Duikclub "The Seamasters vzw" Antwerpen voor de prachtige beelden
103
Kwallen behoren uitsluitend in de zee thuis beweerde men tot in 1880.
Laat nu toch de heer G. B. Sobwerby, tijdens zijn bezoek aan de Londense botanische tuin “Kew Garden”, in de vijver met de pas geïmporteerde Braziliaanse Victoria regis een op een minikwalletje gelijkend diertje bespeuren. Hij ving er enkele van en bezorgde ze aan zijn vriend Lankester, die hen op naam bracht en in de soortnaam de ontdekker herdacht.
Meteen vermoedde men – terecht – dat het beestje via het transport van de planten als verstekeling was meegekomen. Toen men enkele jaren later in Lyon voor dezelfde feiten kwam te staan, was de thesis van de “stow away” bewezen. De grote vraag bleef echter: hoe zag de poliep eruit die deze volwassen exemplaren of medusa’s produceerde?
Terwijl de kwalletjes uit de “Kew” van zes tienden tot vijftien millimeter waren, ontdekte men later dat ze een diameter tot twintig millimeter konden bereiken.

 
Marsilea quadripholia (waterklaver of klavertje vier)
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
106
Deze veeleer kleine watervaren is zowel bruikbaar in de vijver en op de rand ervan, het bijhorende moerasje en “last but not least” in het paludarium en het aquarium. Zelfs op de vensterbank staan ze hun mannetje. De soort is bovendien nog eens winterhard. Mijn liefje wat wil je nog meer?
De familie- en genusnaam leren ons ditmaal niets over deze planten. Linaeus gaf ze in zijn Species Plantarum deze naam als eerbetoon aan de Italiaanse graaf L. F. Marsigli (1656 – 1730) waarvan hij mogelijk enkele van diens botanische bijdragen kende. “Quadrifolia” zijn wortels stoelen in het Latijn; ‘Quadri’ verwijst naar vier en ‘folia’ komt van folium, wat blad van een plant betekent. Het is dus een regelrecht klavertje vier.
Hierdoor noemen onze oostelijke buren de plant dan ook “Glücksklee”. Nu is de gelijkenis met de gewone klaver gezichtsbedrog. De vier blaadjes ontstaan niet uit een punt. In werkelijkheid staan twee stel tegenover elkaar staande blaadjes zeer dicht boven elkaar.

 
  VOEDSELGIDS Buffaloworm (vervolg)  
Top