Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 60 - 2007
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 60 – Nr. 05 - Mei 2007
 
ISSN 1372-6501
Corynopoma riisei, de dwergdrakenvinzalm
Bert Polling uit Zuid-Afrika
114
‘t Was een aangename herontmoeting met een bijzondere vis die ik, als jongen van een jaar of 12-13, voor de eerste keer te zien kreeg op het museumschip “Klein Artis”. Dhr. Deutz vertelde tijdens een begeleide toer het verhaal hoe dit visje voor een nageslacht zorgt en dat was haast niet te geloven.
Aan het kieuwdeksel van het mannetje zou een verlengstuk zijn dat in een soort lepeltje eindigt en daarmee worden dan spermapakketjes aan het vrouwtje overgedragen. Hoe deze spermapakketjes door het vrouwtje opgenomen worden, was blijkbaar niet helemaal duidelijk maar dat het effectief is, is zonder meer waar, aangezien een vrouwtje zonder een mannetje later in staat is om bevruchte eitjes te produceren.
Dhr. Huib Ottervanger van de sierviskwekerij “Nannostomus” in Rotterdam-Noord, waar ik veel over de vloer kwam, bevestigde dit verhaal. Het is me altijd bijgebleven en hoewel ik dit visje nooit zelf verzorgd heb, is het wonderlijke voortplantingsgedrag door vele van mijn studenten aangehoord tijdens tutorials over bijzondere voortplantingsstrategieën in het rijk van de vissen.

 

Slakken zijn slijmerds... schadelijk of nuttig?
Walter Van der Jeught - Ahv De Minor Rupel-Vaartland vzw
118
Of slakken schadelijk of nuttig zijn, is een louter arbitraire stelling welke ik binnen deze tekst slechts terzijde wens te benaderen. In de natuur heeft alles immers zijn functie, dus ook slakken. Daarom zal het niet altijd echt nodig zijn om vooral de kleiner blijvende slakken uit het aquarium te verwijderen, ze ruimen immers veel voedselresten, afgestorven bladeren en algen op, halen kalk uit het water en houden de bodem luchtig. Soms ontstaat echter een regelrechte plaag en wordt verwijderen wel een optie. Ze er één voor één met de hand uithalen is niet meteen de beste, noch leukste methode. Welke dan wel?
Laat me beginnen met ronduit te stellen welke methoden je zeker niet mag aanwenden en ik verontschuldig mij nu al voor wat in deze paragraaf volgt tegenover degenen die het niet goed uitkomt. Gebruik nooit, maar dan ook nooit chemische middelen die in de speciaalzaken te koop zijn. Het zijn zeer prachtige spullen met maar één klein probleem: ze trekken op niets en veroorzaken meer ellende dan resultaat. Ze zijn daarenbo-ven niet altijd even effectief maar hebben dikwijls ook gevolgen op uw vissen- en plantenbestand en de bac-teriën in het filter en dat was natuurlijk niet de bedoeling. Dikwijls stagneert daarenboven de plantengroei na zo’n “behandeling” en het duurt dan weer maanden voor die zich hersteld heeft. Veelal hebben binnen die tijd andere planten, de algen, het overgenomen met nog meer problemen want sommige algenremmende producten, die men dan zou overwegen (ook niet doen!), veroorzaken eigenlijk identieke problemen. Het enige “positieve” aan die middelen is letterlijk voor rekening van de winkelier en de producent: ze zijn voor hen namelijk zeer winstgevend. Mocht je die spullen toch wensen aan te wenden, test dan vooraf zeer goed uw aquariumwater, want een lage zuurgraad in combinatie met die producten is soms zeer gevaarlijk i.v.m. wat ik hierboven stelde. Lees daarom ook altijd zeer goed de bijsluiter en houd je aan de voorgeschreven dosis! Verwijder bovendien de kool uit uw filter want anders filtert deze het product er meteen terug uit. Na de behandeling is steeds een waterverversing nodig en dient ook verse kool in het filter te worden inge-bracht.

 
Tanichthys albonubes
Aquariumwereld - Jaargang 1 - 1948 - blz. 68
124
Een der mooiste aquariumvisjes der laatste twintig jaren, voor het eerst in 1937 in de Ver. Staten ingevoerd, is het kleine, gestroomlijnde visje, “White Cloud Mountain Fish” of kortweg “White Cloud” door de Amerikanen genoemd, hetgeen wij aanduiden met de naam Chinese danio.
Zowel de Latijnse (albonubes) als de populaire Engelse naam vindt zijn oorsprong in de vindplaats waar het visje aangetroffen werd, namelijk de Witte Wolkbergen in de nabijheid van Canton, China.
De Latijnse naam Tanichthys geeft de volstrekte en welverdiende eer aan Tan, de Chinese Boy-scout die het visje ontdekte in 1932.
Het maakte zoveel opgang bij de Chinese aquariumliefhebbers dat, nog voor het visje uitgevoerd werd naar andere landen, er gevaar bestond voor volledige uitroeiing in de weinige bergrivieren waar het gevonden werd.
Gelukkig plant het zich gemakkelijk voort in gevangenschap en in feite hebben de Cantonese liefhebbers de vindplaatsen van Tanichthys terug bevolkt met in het aquarium gekweekte visjes.
Tanichthys is een slank, zilverkleurig visje, nauwelijks 25 à 30 mm lang. Op beide zijden loopt een heldere rode streep dewelke tot in de staart loopt. De rug- en aarsvinnen zijn roosachtig-oranje afgeboord. Het geeft weinig om temperatuurverschillen en werd reeds gehouden in aquaria met temperaturen gaande van 10 tot 31 °C. Het is ook niet kieskeurig voor wat het eten betreft en droogvoeder wordt even graag aangenomen als levend.
Het paart zowel in een onbeplant als in een beplant aquarium, kan goed overweg met de andere bewoners van ons visbakje en - dit is het bijzonderste - het vergrijpt zich niet aan eigen kroost.
Punt voor punt beschouwd, lijkt het wel of dit visje geschapen is tot vreugde der aquariumliefhebbers en de boyscout die het eerst het visje verzamelde, deed waarachtig een goede daad voor die dag en ook voor alle tijden.

 
Een tolerante aquariumplant: Cryptocoryne undulata
Patrick Loosveldt - Wagtail Aalst
126
Cryptocorynen zijn populaire aquariumplanten. Vooral Cryptocoryne wendtii is een klassieker, al bestaan er ook andere sterke soorten. Neem nu Cryptocoryne undulata. Het is een Cryptocoryne die al meer dan 15 jaar in mijn aquarium staat en al vele watertjes doorzwommen heeft. Hij doet het goed in zowel hard leidingwater, als deels onthard leidingwater, in zowel water met een hoge pH (rond 8) als licht zuur water en onder zowel veel licht (3 x TL over 40 cm) als karig licht (1 x TL over 40 cm).
In al die omstandigheden deed de plant het goed. Dat ondervond ik door de uitlopers en de vele bladeren. Die bladeren zijn overigens aan de rand gegolfd. Vandaar de naam “undulata”, wat doet denken aan het Franse “ondulé”. Die gegolfde bladeren zijn een typisch kenmerk en laten zich in het plantenaquarium mooi combineren met andere planten.
Het is een plant die je nooit solitair mag planten, maar steeds in een groepje. Omdat hij redelijk groot wordt, zo’n 15 cm, past hij het best in de middenzone. Geef de plant voldoende ruimte. Hij komt het mooist tot zijn recht net voor een hoge achtergrondplant en net achter een laag blijvend veldje voorgrondbeplanting. Wat betreft achtergrondplant komen Vallisneria spiralis en Cryptocoryne crispatula var. balansae zeker in aanmerking. Qua voorgrondbeplanting is bijvoorbeeld een dicht veldje Echinodorus tenellus een aanrader.
In verschillende watersamenstellingen vertoonde Cryptocoryne undulata verschillende bladvormen en -kleuren. Steeds was er de lange steel waarop de ene keer kleine lichtgroene bladeren kwamen, dan weer lange blinkende donkerbruine bladeren, dan weer spitse groen-bruin gestreepte bladeren. Bij een milieuwijziging is het normaal dat de bestaande bladeren afsterven en dat er nieuwe worden gevormd. Op die manier past de plant zich aan, aan de veranderde omgeving.

 
Hyla arborea, de boomkikker
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
128
Voor ons is een kikker meestal iets dat bij onze nadering verschrikt in de sloot of vijver wegduikt. Wie dacht dat klimmende kikkers enkel in de tropen van andere continenten voorkwamen, heeft het totaal mis. Wij hebben er ook in de familie HYLIDAE.
Dat ze in bomen en op struiken leven, zien we duidelijk aan hun populaire namen. De Nederlandse naam is duidelijk genoeg. De Engelsen* houden het bij “tree frog”, terwijl de Duitsers hem met “Laubfrosch”* in het lover situeren.
Onze zuiderburen* noemen hen “rainette” wat een verbastering is van de Latijnse genusnaam Rana naar de oorspronkelijk door Linaeus gegeven genusnaam Rana*. Cuvier plaatste de kikker later in Hyla.
Waar en wanneer vinden we nu deze kikkertjes?
Vooral in Centraal- en Zuid-Europa (echter niet in Italië en Sicilië), oostelijk tot aan de Kaukasus en de Turkse noordwestkust. Daar ze vooral tijdens schemer en de nacht actief zijn, zijn ze moeilijk te vinden. Overdag drukken ze zich dicht tegen een blad en vallen door hun groene kleur dan ook weinig op. Een tip: ze zoeken de nabijheid van de bloemen op om de bezoekende insecten er te verschalken.

 
Ischnura elegans, het lantaarntje
Guido Lurquin
132
Lantaarntjes zijn kleine waterjuffertjes die we met veel waarschijnlijkheid zullen tegenkomen bij onze tuinvijver, vaak in grote aantalen. De “ideale” biotoop is immers matig voedselrijk, met helder water en met veel planten. Als soort zijn lantaarntjes gemakkelijk te herkennen uit andere blauwe waterjuffertjes.
Klein juffertje: het “lantaarntje” is een kleine waterjuffer met een vleugelspanwijdte van 35 à 40 mm en een lichaamslengte van 30 tot 34 mm. De achtervleugels meten 18 à 20 mm.
Beide seksen hebben een zwarte rugzijde. De zijwaarts geplaatste ogen staan ver uit elkaar. Ze zijn zwart met blauw of groen met blauw (meestal donker met een ronde blauwe, zelden gelige of groenige, vlek achteraan). De poten zijn zwart en blauw, de onderkant ervan zwartachtig en blauwachtig.
Het achterlijf is geheel zwart, op één lichtblauw segment (het achtste) na, wat tot de naam lantaarntje leidde. De kleuring bij de vrouwtjes is variabel, men onderscheidt veel kleurvormen. Het betreft voor een deel verschillende stadia in het proces van uitkleuren. De lichte delen van een volledig uitgekleurd vrouwtje kunnen blauw of olijfgroen verdonkerd zijn. Uitgekleurde vrouwtjes zijn soms heel moeilijk van mannetjes te onderscheiden. Bij jonge vrouwtjes, tot een week oud, is het borststuk nog opvallend violet of rosse van kleur.
Kenners wijzen op het korte streepje aan de zijkant van het schouderstuk. Bij twijfel biedt dat uitkomst voor de soortbepaling. Die kenmerken zijn natuurlijk vooral op foto's van belang. Weinig mensen zullen deze kenmerken op een bewegend dier in het veld herkennen, tenzij gewapend met een vergrootglas of een lens. Bij kleurvariëteiten bij vrouwtjes vormen de streepjes een grote steun.

  VOEDSELGIDS Buffaloworm (slot)  
Top   Droogvoer