Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 60 - 2007
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 60 – Nr. 09 - September 2007
 
ISSN 1372-6501
Megalamphodus sweglesi Géry, 1961
Jacques Roelandts
206
Megalamphodus sweglesi, beschreven door Géry in 1961, wordt in de volksmond rode fantoomzalm genoemd. Hij behoort tot de familie van de CHARACIDAE en tot de onderfamilie der CHEIRODONTINAE. Het genus Megalamphodus leunt dicht aan bij de genera Pristella en Pseudopristella.
Andere bekende soorten uit dit genus zijn Megalamphodus megalopterus, de zwarte fantoomzalm uit de Rio Guapore in Zuidwest-Brazilië en Megalamphodus roseus, de gele fantoomzalm uit het stroomgebied van de Maroni in Guyana.
Megalamphodus sweglesi komt oorspronkelijk uit Venezuela en Colombia, in het bovenste stroomgebied van de Orinoco, de Rio Muco en het bovenste stroomgebied van de Rio Meta. Hij zou ook voorkomen in de zijrivieren van de Amazone in Peru, in de westelijke en noordwestelijke regio van Leticia.
Niettegenstaande deze vis er vaak bleekjes uitziet in de aquaria van de handelaars, is het toch een interessante en aanbevelenswaardige soort omwille van zijn rood kleurenpatroon, vooral dan bij de mannetjes eens ze geacclimatiseerd zijn. Bovendien vertoont hij een gedrag dat doet denken aan dit van Nematobrycon palmeri. Ook deze vis blinkt uit in het pronken en het spreiden van de vinnen. Dit zalmpje leeft dus in min of meer troebel, wit of helder water, afhankelijk van de tijd van het jaar en de eventuele klimaatsinvloeden. Er staat een echt palmbos op de llanos. Dit zijn de vlaktes van het Orinoco stroomgebied die gedurende het regenseizoen veranderen in een uitgestrekt moeras. Enkel vetplanten en palmbomen kunnen er gedijen in het wisselende regime van stortregens en droogteperiodes. De pH is er ongeveer 6,6 en de GH schommelt rond 4 °dH.

 

Aquaristiek: pro's en contra's (deel 1)
Prof. Dominique Adriaens - Docent Vakgroep Biologie (Universiteit Gent)
212
Iedereen kent wel iemand die een aquarium in huis heeft, of heeft er zelf een. Zeer weinig mensen zullen zich niet aangesproken voelen door de kleurenpracht, de brede waaier aan vormen, de verschillende gedragingen, enz… die kunnen worden bewonderd in deze aquaria. Het is dan ook niet verwonderlijk dat achter het succes van deze aquaria een industrie schuilt die een “miljardenbusiness” is. Bewuste aquarianen, die de moeite doen om informatie te verzamelen over de vissen die thuis in hun aquarium zwemmen, hebben een idee waar de vissen leven en in welke biotoop ze kunnen worden teruggevonden. Spijtig genoeg zijn niet alle aquarianen “bewuste” aquarianen en velen staan niet stil bij de implicaties van het kopen en houden van die mooie visjes in een aquarium. Toch zou men even moeten nadenken, vooraleer men overweegt een aquarium en aquariumvissen aan te schaffen.
Het gehele systeem dat “dé aquaristiek” omvat, heeft namelijk een grote impact op de biotoop en de biodiversiteit ervan, al zijn de meeste mensen, zowel amateurs als specialisten, zich hier niet van bewust.
Toch situeert het probleem zich in essentie bij de houding en de mentaliteit van de aquariumliefhebber die, weliswaar onbewust, het systeem van de commerciële aquariumvishandel onderhoudt. Door zijn vraag naar steeds nieuwe en moeilijker te vinden soorten, dwingt hij de handel ertoe hiernaar op zoek te gaan en aldus rechtstreekse schade toe te brengen aan de biotoop en de biodiversiteit van vissen en andere dieren.
Het is daarom belangrijk dat zowel de beginnende als de bedreven aquarianen bewust worden gemaakt van het feit dat “hun” hobby een dergelijke negatieve invloed kan hebben.
Ik ben overtuigd dat de bedreven aquariaan, en dus de échte liefhebber, de eerste zal zijn die dergelijke negatieve zaken zal erkennen, indien deze effectief bestaan. Ze zullen daardoor als eersten trachten te vermijden dat ze hier zelf verantwoordelijk voor zijn. Deze echte liefhebbers, veelal georganiseerd binnen aquariumverenigingen, hebben in de remediëring tegen deze negatieve aspecten dan ook een veel belangrijkere taak dan ze zelf vermoeden.
Het is mijn overtuiging dat de aquaristiek een positieve zaak is en moet zijn. Het is hét uitgesproken medium om mensen bewust te maken van de biodiversiteit en de gevoeligheid van dit systeem. Die positieve aquaristiek kan echter pas bestaan, indien getracht wordt om de negatieve aspecten in de mate van het mogelijke te vermijden.
Wat in deze tekst volgt, is dus een overzicht en argumentatie over wat deze negatieve aspecten zijn van de aquaristiek (contra's) en wat de echte aquarianen er kunnen en zouden moeten aan doen om de aquaristiek 'clean' te houden. Dit kan leiden tot enkele positieve aspecten van de aquaristiek (pro's).
Ik wil hierbij toch duidelijk stellen dat het met dit overzicht niet de bedoeling is om gewoon maar kritiek te uiten op de aquaristiek. Deze is een zéér belangrijke, maatschappelijke en ecologische functie toegekend, maar dit kan enkel indien diezelfde aquaristiek weinig of niet belastend is voor dat ecologisch systeem dat het representeert.
Een ander punt is dat in de meeste gevallen niet de aquarianen de rechtstreekse boosdoeners zijn, maar veeleer de commerciële tussenschakels tussen aquarianen en vissers, die worden onderhouden door deze aquarianen. De “beschuldigende” vinger gaat dus vooral uit naar deze schakels. Het zijn echter de aquarianen zelf die dit systeem kunnen veranderen (aangezien zij het onderhouden), wat mogelijk is door een mentaliteitswijziging in hun visie over wat aquaristiek zou moeten zijn. Met deze synthese is het dus enkel mijn bedoeling die mensen welke een verschil kunnen maken, de juiste informatie te verschaffen en er op te wijzen wat de negatieve punten zijn en wat er zou kunnen aan gedaan worden.
Ik ben zelf ook jaren fervent aquariaan geweest en sta dus heel positief tegenover aquarianen en de aquaristiek, maar enkel indien die echt bewust wordt toegepast.

 
Aponogeton crispum
Aquariumwereld - Jaargang 1 - 1948 - blz. 169
220
De laatste jaren hebben wij verschillende Aponogeton-soorten in onze aquarium te zien gekregen, welke op het eerste zicht fel op elkander gelijken, doch bij nadere beschouwing wel zekere afwijkingen vertonen. Het zou voor de liefhebberij en misschien ook voor de wetenschap van groot nut kunnen zijn, moest iedere liefhebber tot in de kleinste bijzonderheden kunnen opgeven, hoe een in zijn bezit zijnde plant er uit ziet, groeit, bloeit en voortzet. Wat hier volgt is de ganse bloeiperiode van een door mij aangeschafte plant, onder de naam Aponogeton crispum, plant dewelke in de loop van de maand maart aangekocht was, één jaar oud en ongeveer 25 cm hoog.

 
Ptereleotris evides (pijlvis)
Freddy Van Goethem - Ahv De Minor Rupel-Vaartland
222
Zoals de meeste aquarianen, bezoek ik uiteraard geregeld een aquariumzaak. Meestal gewoon als “tijdverdrijf” maar toch telkens in de hoop iets mee te kunnen nemen naar het “thuisaquarium” dat de moeite waard is. Zo zag ik enige tijd geleden een aquarium met daarin een vrij grote school “pijlvissen”, Ptereleotris tricolor. Op zich geen wereldschokkend nieuws, maar ze zagen er, in tegenstelling tot wat ik vroeger al dikwijls zag, goed uit. Niet mager, geen ingevallen buikpartij, een ongeschonden vinnenstelsel en erg actief. Dus ... besloot ik tot de aankoop over te gaan. Ik heb ze nu ondertussen ongeveer tien weken in mijn bezit en ze doen het uistekend!

Klasse: Actinopterygii (beenvissen)
Orde: Perciformes
Familie: GOBIIDAE (gobies)

 
Coenagrium puella, azuurjuffer
Guido Lurquin
224
Er komen in Europa niet minder dan twintig echte waterjuffersoorten voor. Ze zijn bijna allemaal blauw. Het is niet gemakkelijk ze uit elkaar te houden. Gelukkig zijn ze voorzien van een soort barcode. Een aantal soorten kan men enkel uit elkaar houden door te kijken naar de tekening op het tweede segment bij de mannetjes. Bij de azuurjuffer ziet men een soort “u” op dat tweede segment. Bij de vrouwtjes zegt die tekening niet zoveel.
De “azuurjuffer” is een zeer algemene waterjuffer, ze leeft in allerlei stilstaande waters. Ze heeft een voorkeur voor stilstaande waterpartijtjes, maar komt ook voor bij meren. Ze komt minder voor in zure vennen en laagveen en maar zelden bij stromend water. Van de blauw gekleurde juffertjes is dit de algemeenste soort. In de zeekleigebieden van West- en Noord-Nederland is deze soort zeldzaam.
De azuurwaterjuffer is een kleine, zeer slanke libel met een spanwijdte van 40 à 50 mm. De lengte bedraagt 33 à 35 mm. Zoals de meeste soorten van het genus Coenagrion is ook de azuurwaterjuffer moeilijk op soort te brengen. De soortnaam ”puella” komt van het Latijn ”puer” (kind, jongen).
De blauwe schouderstreep op het borststuk is ononderbroken en iets smaller dan de eronder liggende zwarte schoudernaadstreep. Meestal is de azuurwaterjuffer daardoor al te herkennen op afstand, maar soms is het even puzzelen. Kenmerkend is de hoefijzervormige zwarte vlek op het tweede achterlijfsegment. Azuurjuffers hebben daar een U-vormige zwarte tekening (er zijn drie soorten figuurtjes). De zwarte vlekken op segment 3-5 bedekken een vijfde segment.
Mannetjes azuurjuffers zijn te verwarren met andere blauwe waterjuffers, vooral met watersnuffels. De watersnuffel heeft op de zijkant van het borststuk maar één klein zwart streepje in het blauw terwijl alle andere blauwe waterjuffers er twee hebben. Ze hebben een tekening in de vorm van een “schoppen aas” op hun achterlijfsegment nummer 2. Ook met de variabele waterjuffer is verwisseling mogelijk. Het is gelukkig zo dat ongeveer 80% van de variabele waterjuffers op de schouder uitroeptekens heeft staan. Dat maakt het een heel stuk eenvoudiger.
Azuurwaterjuffer-vrouwtjes zijn lastiger op naam te brengen omdat hun achterlijf en borststuk allerlei kleuren kunnen hebben: groen, groengeel, vuil bruingeel en soms blauw. De vrouwtjes komen in een donkere en een lichte variant voor. Bij de meeste vrouwtjes zijn de lichte delen van het achterlijf heldergroen. Er bestaat ook een zeldzame vorm van vrouwtjes waarbij de lichte delen blauw gekleurd zijn. Bij hen zijn alle segmenten zwart, hoogstens de segmentgrenzen zijn blauw. Vrouwtjes dragen ook andere figuurtjes op segment twee dan de mannetjes (er zijn twee soorten tekeningen).

 
  VOEDSELGIDS Enchytraeën (slot)  
Top