Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 60 - 2007
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 60 – Nr. 10 - Oktober 2007
 
ISSN 1372-6501
Celestichthys margaritatus, de pareldanio
Patrick Loosveldt - Wagtail Aalst
234
De pareldanio is een veelbesproken nieuwe aanwinst voor de aquaristiek. Dit Aziatisch pareltje van amper 15 mm lang werd pas in augustus 2006 ontdekt. Nog voor het wetenschappelijk werd bestudeerd, vond het in datzelfde jaar zijn weg naar de Europese aquariumliefhebbers. Het is immers een economische wetmatigheid dat nieuwigheden bij de mensen belangstelling opwekken. Het onbekende wordt meteen overgoten met een mysterieus sausje en zeer duur verkocht. Denk maar aan de Puntius denisonii die een paar jaar terug hetzelfde lot onderging.
De plaatselijke exporteurs hadden dus een primeur te pakken en wisten dit zeer snel uit te buiten. Op 6 september 2006 werden er via het internet door Kamphol Udomritthiruj van de firma AquariCORP enkele foto’s verspreid, zonder uitleg erbij. Kwestie van de nieuwsgierigheid wat aan te wakkeren. De vissen bleken klein te zijn en hadden een donkerblauw lichaam vol witte stippen. De foto’s toonden verder vuurrode vinnen. Dergelijk kleurenpatroon had ik nog nooit gezien.
Omdat het een zeer klein en Aziatisch visje was, dacht men aanvankelijk aan het genus Microrasbora en werd het op de markt gebracht onder de commerciële naam “Microrasbora galaxy”. De exacte vindplaats werd aanvankelijk geheim gehouden.
Midden september 2006 konden enkele Singaporese aquariumliefhebbers als eerste kennis maken met dit visje. Nog diezelfde week, op 17 september 2006, arriveerden enkele exemplaren in Duitsland. Een week later werden de eerste vissen in grote aantallen (honderden) richting Engeland verstuurd. Net zoals de schoonheid van dit visje, was ook de prijs om van te duizelen. In België trof ik ze begin januari 2007 aan bij een handelaar in Moeskroen.
Het was ongelooflijk om die “galaxy’s” eindelijk in het echt te kunnen zien. Ik schafte mij meteen 5 visjes aan voor de prijs van 15 euro. Toegegeven, 3 euro voor een visje van amper een centimeter lang, is veel geld (een gesneden brood kostte toen 1,70 euro), maar het was weinig in vergelijking met de prijzen die toen op andere plaatsen werden gevraagd. In Engeland werden ze verkocht tegen 5 tot 8 pond per stuk. Bij een grote Duitse aquariumhandel moest je voor 10 stuks 99 euro neertellen. In Nederland circuleerden er prijzen van 4,50 euro tot 10 euro per exemplaar. Je ziet, het is in aquaristisch België bijlange niet slecht!

 

Is dit een Mesonauta festivus?
Marc Ysebaert - Aquarianen Gent
242
Zolang ik mij kan herinneren, heb ik op mijn verlanglijstje de Mesonauta-soorten steeds vrij hoog opgesteld.
Misschien komt dit door hun gedrag waarmee deze vissen aantonen dat cichliden niet steeds agressieve vissen zijn en zelfs goede bijvissen bij iets agressievere soorten.
Het zijn misschien niet de gemakkelijkste vissen om mee te kweken, maar het zijn zeker niet de moeilijkste en u kunt ze samenhouden met bijna alle streekgenoten en planten zonder grote problemen.
Na deze vissen vele jaren te zien zwemmen, is het me echter nog maar één keer gelukt enige kweek te zien in mijn aquaria. Noem het gerust toeval, want misschien heb ik niet de juiste omstandigheden voorzien om deze vissen te laten baltsen, maar ik beloof daar nu eens echt werk van te gaan maken.
M. festivus gaat vele jaren terug in de aquaristiek en dit laat zich blijken in verschillende oudere boeken waar ze al jaren in staan te prijken. Zij werden vrij populair in de jaren ‘50 en ‘60 als aquariumvis en kregen toen al de naam “vlagcichlide” (Acara bandeira), een naam die we nu nog durven geven aan deze vissen.
In het begin toen deze vissen werden geëxporteerd, kwamen ze in groten getale, vooral uit Guyana (Brits Guyana), hierheen onder de naam Mesonauta festivum.
Nadien, toen Manaus, Brazilië en Iquitos, Peru ook grote exportpunten werden, zagen we meer en meer kleurvarianten (natuurlijke kleurvarianten) op het toneel verschijnen. Er werd dan ook aangenomen dat deze vissen een groot vind- en exportgebied bezaten van het noorden van Guyana tot het westen van Peru over het oosten van de Rio Tocantins om te eindigen in het zuiden van de Rio Parana.
Later bleek, in 1991 door dhr. Kullander, dat verscheidene van bovenvermelde streken eigenlijk hun eigen verschillende soorten bezaten en werd dus ook de naam aangepast aan de vindplaats.
Dus u dacht, u niet alleen, dat u M. festivus in uw aquaria zwemmen had? Het is zelfs goed mogelijk dat we niet allemaal de echte M. festivus hebben gehouden, maar één van de soortgenoten uit de Mesonauta-familie.

 
Neon tetra
Aquariumwereld - Jaargang 1 - 1948 - blz. 53
247
Geen enkele vis heeft in de laatste jaren zoveel opgang gemaakt onder de aquariumhouders als Hyphessobrycon innesi (neon tetra), van dewelke vele schrijvers beweren dat hij de mooiste is van alle tropische vissen.
Hij werd ontdekt door A. Rabaut, een Franse ontdekkingsreiziger en verzamelaar, in ver afgelegen bijriviertjes van de Amazonestroom en naar Parijs gezonden ten jare 1935. Enkele exemplaren werden eveneens naar Hamburg gestuurd, waar ze nagekweekt werden.
Dr. George S. Meyers, aan wie enkele dode exemplaren, in alcohol bewaard, werden opgezonden, verklaarde dat het een nieuweling was voor de wetenschap en voor het aquarium. Hij noemde deze visjes naar de welbekende uitgever van het tijdschrift “The Aquarium”, William T. Innes van Philadelphia, V.S.A.
De eerste exemplaren welke te New-York te koop werden gesteld, brachten fantastische prijzen op én verkopers én liefhebbers doorheen het ganse land waren ijverig in de weer om dit zeldzaam exotisch visje voort te kweken in gevangenschap.
Het werd sedertdien meermaals gekweekt, maar het is niet gemakkelijk om ze groot te brengen en daardoor blijven ze zeldzaam.
Het ziet er naar uit alsof iets zó mooi, noodzakelijk moeilijk te verwerven is.

 
Aquaristiek: pro's en contra's (deel 2)
Prof. Dominique Adriaens - Docent Vakgroep Biologie (Universiteit Gent)
250
COMMERCIËLE UITBUITING
Het succes van de aquaristiek heeft een enorme stimulans gegeven aan de georganiseerde collectie, export en import van siervissen en koralen over de gehele wereld. In 1994 werd geschat dat niet minder dan 10 miljoen gezinnen een aquarium in huis hadden staan, waarvan 700.000 tropische zee-aquaria (Vieth et al., 1998; Simpson, 2001).
Een sterke toename in de export is vooral waar te nemen vanaf de jaren ’80, waarbij de jaarlijkse omzet op wereldvlak is gestegen van 43 miljoen dollar in 1985 tot 207 miljoen dollar in 1996 (Lim, 2001). In de kleinhandel in de Verenigde Staten alleen al werd uiteindelijk voor meer dan 350 miljoen dollar aan siervissen verkocht (gegevens voor 1993) (Vieth et al., 1998). Sedert 1996-1997 is er een kleine terugval merkbaar (de globale export in 1998 bedroeg nog 163 miljoen dollar). Dat er binnen deze industrie weinig motivatie is om aan behoud van natuurlijke populaties te doen, is dan ook evident, ook al is het uitputten van deze stocks automatisch een stop van de vangst van die soorten.
Desondanks moet gezegd worden dat toch meer en meer kweekprogramma’s worden opgestart, voor een deel ook uit noodzaak daar de natuurlijke populaties te veel zijn teruggeslonken door overbevissing (zie hoger en verder). Jaarlijks worden méér dan 1.500 verschillende soorten siervissen verhandeld, waarvan drie soorten domineren: guppies (Lebistes reticulata), neon tetra’s (Paracheirodon innesi) en platies (Xiphophorus maculatus) (Vieth et al., 1998).
Om een idee te geven van de omvang van bedragen die gepaard gaan met de siervishandel, volgen enkele gegevens over de export van siervissen door Singapore, dé grootste exporteur ter wereld (verscheept vissen naar 79 verschillende landen). De export van Singapore voor de Amerikaanse markt bedroeg 26.4% in 1998. Singapore beschikt over niet minder dan 87 kwekerijen die samen een oppervlakte van 144 ha beslaan (= ongeveer 300 voetbalvelden) (Lim, 2001). Jaarlijks worden meer dan 123 miljoen vissen geproduceerd via kweek, ter waarde van 19.6 miljoen dollar, wat 44% vormt van de totale export (in 2000). Opvallend is dat van de 69 gekweekte soorten, er slechts 9 voorkomen in Singapore. Al de andere 60 soorten zijn dus vreemd voor deze regio. Ontsnappingen en ongewenste introducties van vreemde soorten, met alle gevolgen vandien, zijn dan ook onvermijdbaar (zie verder). Daarnaast worden talrijke inspanningen geleverd om nieuwe variëteiten te produceren, waarvoor blijkbaar een belangrijke markt bestaat. In Singapore worden op basis van de 69 soorten niet minder dan 359 variëteiten gekweekt en verkocht. Naast de kweek is Singapore ook sterk actief in het exporteren van wildvang, voornamelijk van mariene vissen. Mariene vissen vormen het merendeel van de verhandelde soorten, en is hoger dan 1100. Jaarlijks worden hiervan ongeveer 128 miljoen specimens verhandeld. De totale export, dus kweek én wildvang voor 2000 voor Singapore, bedroeg 45 miljoen US$ aan siervissen.

 
  VOEDSELGIDS Kevers (deel 1)  
Top