Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 60 - 2007
vorige maand  
   

 

Jaargang 60 – Nr. 12 - December 2007
 
ISSN 1372-6501
Carl Linnaeus 1707 - 1778
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
290
We hebben allemaal wel eens de “L.” opgemerkt gevolgd door een datum achter de wetenschappelijke naam van plant of dier. Deze “L” staat dan voor Carl Linnaeus. Dikwijls staat deze aanduiding tussen haakjes om aan te geven dat de genusnaam niet meer geldig is. Fout van de voormalige Zweedse bioloog? Neen het aantal soorten is in de loop van de tijd enorm toegenomen zodat men talrijke genussen heeft opgesplitst. Als voorbeeld neem ik hier Coluber dat zodanig verdeeld is dat nog geen 10 Europese soorten er meer in thuishoren.
Ook zijn eigen naam onderging in de loop van zijn leven herhaaldelijk verandering.
Zijn grootvader heette Ingemar Bengtsson of zoon (son) van Bengt. De vader Nils werd daarom logischerwijs Nils Ingumarsson genoemd. Zijn zoon kreeg de doopnaam Carl, maar toen de jongen in Lund aan de universiteit werd ingeschreven hoorde hij een echte, liefst Latijnse, familienaam te bezitten.
Carl was geboren op het familiale domein Linnagärd. “Linn” is daarin de archaïsche vorm van het hedendaagse “lind” wat linde betekend. Hij werd zodoende de student Carolus Linnaeus of “Karel Van Der Linden”. Op het titelblad van zijn eerste werken is hij aangeven als Carolus Linnæus of de genitiefvorm ervan Caroli Linnaei. Na zijn verheffing in de adelstand gebruikte hij bij voorkeur de vorm Carl von Linné en viel daarmede terug op de oude Zweedse vorm “linn” (= linde).
Wie ervan overtuigd was dat Linné een verfransing was komt hier dus bedrogen uit.

Betekenis
Linnaeus staat niet aan het begin van een nieuwe periode. Hij sluit er één af door het werk van zijn voorgangers te ordenen en naar eenvoudige regels bruikbaar te maken. Zo was de “binaire nomenclatuur”, een idee van de gebroeders Baulin, reeds 200 jaar bekend, maar hij voerde ze consequent uit.
Door zijn Latijnse of uit het oud Grieks stammende benaming van genus en soortnaam maakte hij mits omzetting grote werken van zijn voorgangers als de beroemde Vlaming Dodoens toegankelijk.
Later is uit noodzaak het systeem uitgebreid met bijvoorbeeld superfamilies en onderrijken.
Door de toename aan soorten worden sommige onderdelen van het systeem onhandelbaar. Zo werd nog kortelings het genus Haplochromis dat zo een slordige 600 soorten telde uitgespitst in verschillende nieuwe genussen. Zo men zulke groep gaat rangschikken naar hun eigenschappen vormt dit een soort Gausskromme**. Het centrum behoudt hierbij de originele naam en de buitenbeentjes krijgen bij voorkeur een vervallen of nieuwe naam.
De familie der ORCHIDACEAE telt met zijn meer dan 800 genussen reeds meer vertegenwoordigers dan er planten bekend waren in de tijd van Linnaeus.
Zijn herbarium, bibliotheek en briefwisseling kwam later in het bezit van de “Linnean Society” te Londen.

 

Corydoras panda
Walter Van der Jeught - Ahv De Minor Rupel-Vaartland vzw
296
Toen Corydoras panda rond 1970 als C. species op onze markten verscheen, kostte dit prachtige diertje nog ca. 50 tot 100 euro (2000 tot 4000 BEF toentertijd)! Vandaag zijn ze even goedkoop (of even prijzig zoals je dat zelf bekijkt) als elke andere Corydoras-soort en kosten ze je enkele euro’s. Het is mede daardoor dus een nogal recente aanwinst voor het aquarium, maar wat voor één!
Deze zeer vreedzame, rustige, bodembewoner die niet groter dan ca. 3 à 4 cm wordt, behoort tot de familie van de CALLICHTHYIDAE. Corydoras is daar samen met Brochis (welke tegenwoordig als een synoniem van Corydoras moet beschouwd worden, zie AQUARIUMWERELD 58/01:025) en Aspidoras dan weer ondergebracht in de onderfamilie CORYDORADINAE. Het genus Corydoras werd voor het eerst opgesteld door Lacepède in 1803. In 1969 ontdekten Foersch en Hanrieder de soort in een bijriviertje van de Rio Patchitea een bergbeek die uitkomt in de Rio Lullapichis die deel uitmaakt van het Ucayali-systeem ten zuiden van Tournavista in Peru. Ze leven er in water met een temperatuur tussen 22 en 25 °C bij een pH van ongeveer 7 en een hardheid van ca. 3,5 °dH. Ze leven er in scholen van honderden tot zelfs duizenden samen.
De eerstbeschrijving gebeurde echter onlangs in 1971 door Nijssen en Isbrücker. Bij ons kreeg deze soort pas vaste voet aan grond in de aquaristiek rond 1982 en dit ten gevolge van grote kweekprojecten in vooral Duitsland en de prijsdaling die daardoor ontstond.

 
Aphyocharax rubropinnis (roodvinzalm)
Aquariumwereld - Jaargang 1 - 1948 - blz. 36
300
Al naar de inval van het licht schijnt het visje zilvergroen of blauw, met een loodgrijze streep. Alle vinnen, uitgezonderd de borstvinnen, zijn rood gekleurd met een doorschijnende rand. De uiteinden van buik- en aarsvin zijn wit omzoomd. Het vetvinnetje is olijfkleurig.
De man is slanker dan de vrouwen heeft kleine haakjes aan de aarsvinstralen welke hem behulpzaam zijn bij het paaien. De aanwezigheid ervan bemerkt men het best wanneer de visjes met een netje gevangen worden. Steeds zal de man hierin blijven haken met hoger vernoemde haakjes. Om die reden is het vangen dezer visjes met een netje dan ook ten zeerste af te keuren. Inderdaad menigmaal worden alzo deze haakjes bij het vangen beschadigd, zodat het visje onbekwaam wordt om de eitjes te bevruchten. Daarom is het noodzakelijk deze visjes met een glazen pijp te vangen. Dit geldt ook voor jonge dieren.
Deze soort is afkomstig uit het stroomgebied van de Rio de La Plata in Argentinië waar de temperaturen van warm naar tamelijk koud overgaan. Vissen uit die streek verdragen dus gemakkelijk temperatuurschommelingen binnen bepaalde grenzen.
Lang geleden werden ze mij aanbevolen door een handelaar die beweerde dat ze van 10 °C, zelfs van 8 °C geen letsel ondervinden (echter niet aan te raden. Red.). Ik kocht ze en kon inderdaad de waarheid ervan on¬dervinden.
Een liefhebber van NewYork bracht ze voor het eerst in Amerika tot voortplanting. Hij bezigde een groot aquarium, beplant met Myriophyllum en Nitella, waarin de niet klevende eitjes werden afgezet en tamelijk goed verborgen waren. De waterstand bedroeg 20 cm. In 't bijzonder dient vermeld dat hij een sterke doorluchting aanwendde teneinde het water in beweging te houden. Hij zette 2 mannen bij een vrouw, die een wilde jacht begonnen en zelfs boven water uitsprongen, waarna de eitjes bij 24 °C werden afgezet en zich overal verspreidden.
Zodra de afzetting was afgelopen werden de oudjes afgezonderd, want het vrouwtje is zeer belust op haar eieren. Eierafzettingen van 300 stuks zijn geen uitzondering. De kleintjes groeien snel op; wegens hun kleine lichaamsbouw vergen ze natuurlijk zeer klein levend voedsel, in 't bijzonder infusoriën geschept in plassen en grachten. Verder is het aan te raden meermaals per dag kleine hoeveelheden infusie toe te dienen van een cultuur aangelegd met slabladeren. Opgelet kwekers, want de kleine visjes zijn in het begin moeilijk waar te nemen daar zij zich verstoppen achter de planten. Worden de visjes groter dan geeft men ze kleine Daphnia (watervlooien) en Artemia.
Eigenaardig is het zwemmen van het jongbroed ; in rust hangen ze meestal met de rug tegen ruiten en planten.
Bij het paren kan men opmerken dat bij de man de rode kleur van het vinnenstel verdwijnt terwijl deze bij de vrouw bloedrood wordt.
Deze vissen behouden hun kleur, behalve wanneer ze opgeschrikt worden.

 
BONDSDAG 2007 BIJ DE AQUARIANEN GENT
Ludo Segal - Bondsvoorzitter
302
Onder de enthousiaste leiding van voorzitter Romain Van Lysebettens had deze vereniging een dijk van een programma uitgedokterd.
De begroeting was van Romain, naar eigen zeggen nog een beetje onder de invloed van het zware werk der laatste dagen en nachten en moest hij zich dringend gaan omkleden. Tot algemene hilariteit verscheen hij terug op blote voeten als Gentse stroppendrager anno 1500. Na dit ludieke intermezzo was het de beurt een de nationale voorzitter om de aanwezigen te verwelkomen. Buiten een dikke 200 leden was er ook een afvaardiging van de Waalse bond (ICAIF), de heer Philippe Garrido en enkele buitenlandse gasten: voor de FELAT (Groot Hertogdom Luxemburg) mevrouw Netty Unden, voor VDA (Duitsland) mevrouw Elisabeth Mûller en de heer Theo Verheij, voorzitter van de NBAT (Nederland).
Zoals alle jaren werden er ook om diverse redenen verenigingen en personen gelauwerd.
De Orandaprijs die het beste artikel van de vorige jaargang van Aquariumwereld beloont, werd gewonnen door Johan Keulemans van Pristella Schoten voor het artikel over de Maya zwaarddrager.
Na deze eerste reeks huldigingen was het tijd voor twee zeer gesmaakte lezingen:
• “Aquaristiek, vloek of zegen?” door prof. dr. Dominique Adriaens;
• “Een andere kijk op algen” door dr. Koen van Houtte.

Deze twee powerpoint presentaties waren van een hoog gehalte en werden dan ook zeer aandachtig gevolgd.
Hierna werd de huldiging voortgezet met de viering van “60 jaar Aquariumwereld”. Een powerpoint presentatie door hoofdredacteur Freddy Haerens maakte ons duidelijk hoe de redactieploeg, bestaande uit onbezoldigde vrijwilligers, er elke maand opnieuw in slaagt om een professioneel maandblad te laten verschijnen.
Dan was het tijd voor de uitreiking van de hoogste BBAT onderscheiding: De “BBAT AWARD”!
Deze viel te beurt aan Walter Van der Jeught omwille van zijn grote verdienste voor de redactie en de bond: hij is al 10 jaar taalcorrector en verzorgt sinds 2 jaar de lay-out van de artikels in Aquariumwereld. Zelf schreef hij ook vele artikels en werd zo lid van de “BBAT-PENCLUB”. Hij was ook vele jaren lid van het hoofdbestuur waar hij “SCHAKEL” uitbouwde tot een monument. De “Nacht van de Aquariaan” was eveneens een creatie van zijn hand.
Ten slotte werd Pierre Lepomme gevierd. Hij was naast medestichter van de BBAT ook vele jaren voorzitter van de bond en nu nog steeds voorzitter van één van onze oudste clubs: Barbus Antwerpen. Naast een staande ovatie kreeg hij ook een BBAT AWARD voor zijn levenslange inzet voor onze hobby.
Van al dat vieren had iedereen een reuzenhonger gekregen. Om daar iets aan te doen werden allen uitgenodigd voor een fikse wandeling. Deze ging naar één van de Beneluxboten die ons een prachtige tocht langsheen de Leie bezorgde. Aan boord werden de tafels gedekt voor een echte Breughelmaaltijd en kon iedereen genieten van het mooie landschap terwijl de inwendige mens werd versterk.
Eens terug aan wal stond er nog een bezoek aan de groots opgezette en mooie tentoonstelling van Aquarianen Gent “AQUARIANA 2007” op het programma.
BBAT-Informatief houdt er dan ook aan om in naam van de ganse bond de Aquarianen Gent te bedanken en te feliciteren met deze Bondsdag.

 
  VOEDSELGIDS Oogdiertjes (deel 2)  
Top   Meeltor, meelkever, meelworm (deel 1)