Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 61 - 2008
Volgende maand
   

 

Jaargang 61 – Nr. 1 - Januari 2008
 
ISSN 1372-6501
  EDITORIAAL 002
  Nieuwjaarsboodschap van De heer Ludo Segal, voorzitter van de Belgische Bond voor Aquarium- en Terrariumhouders vzw. en Freddy Haerens, Hoofdredacteur van Aquariumwereld, bij de aanvang van deze 61ste jaargang.

 

Bwana Musungwé (deel 1)
Romain Van Lysebettens - Aquarianen Gent
004

Zaterdag 16 juni 2007 na exact 25 jaar, 2 maanden en 13 dagen zette ik voor de tweede maal in mijn leven voet aan de grond in een continent dat me heel nauw aan het hart ligt: Afrika!
Vlucht BA255 vloog ons, na negen uur en vijftig minuten stil zitten, veilig en wel vanuit Londen Heatrow naar de hoofdstad Lusaka van het Zuid-Afrikaanse Zambia. Doel van de trip: de heimat van onze cichliden bezoeken, het Tanganyikameer, het grootste slenkmeer uit de regio!
Johan Cleppe, mijn reisgezel van het eerste uur, had de organisatie van deze reis op zijn schouders genomen, waarvoor hierbij nogmaals mijn dank! Via het internet was hij in contact gekomen met “Thorn Tree Safari” die geleid wordt door Claire Powell en haar levensgezel Sean. Hiervan mag gezegd worden dat het welslagen van dit avontuur voor het grootste gedeelte aan hun flexibiliteit en ervaring, maar vooral onbaatzuchtige inzet te danken is. Dergelijke mensen zijn enorm belangrijk! Zij lieten ons genieten, niet enkel onder water, maar wakkerden hierbij ook onze liefde voor de Afrikaanse fauna en flora aan. Ondertussen werden we onbewust betrokken bij de levensgewoonten van de lokale bevolking, die voor mij een niet te onderschatten levenservaring is geworden. De jovialiteit en gastvrijheid die we van de Zambiaan mochten gevoelen, staat heel diep in mij hart gegrift!

 
L018
Walter Van der Jeught - Ahv De Minor Rupel-Vaartland
012

Baryancistrus werd oorspronkelijk opgesteld door L.H. Rapp Py-Daniel (1989) als monotypisch genus voor Hypostomus niveatus Castelnau, 1855. In 2001 werd het genus door Isaac Isbrücker aangevuld met een tweede soort, origineel beschreven als Hemiancistrus longipinnis Kindle, 1895. Toch omvat dit genus waarschijnlijk nog een groot aantal onbeschreven soorten.
Baryancistrus is momenteel ook een van de meest gevraagde/aangeboden harnasmeervallen in de speciaalzaken. Met hun decoratieve kleuren veroverden ze immers al snel de harten van vele aquariumliefhebbers. Bepaalde soorten staan daarnaast ook gekend als zeer goede algeneters. Tijd dus voor een overzicht en een kleine toelichting.
Deze vissen behoren tot de orde der Siluriformes, daarbinnen tot de familie van de Loricariidae (harnasmeervallen) en zijn daarin ondergebracht in de Ancistrinae. Baryancistrus, vind je daar samen met een 33-tal andere genera waaronder Ancistrus, Hypancistrus, Panaque en Peckoltia als meest gekende in aquariumkringen.
Nagenoeg al deze meervallen (en ook de andere) worden in de winkel, op het Internet en/of in de boeken aangeduid met een “kleurrijk” L-nummer
Wat zijn nu die L-nummers? Eenvoudig: “L” is de afkorting van Loricariidae. De hieronder vermelde Baryancistrus-soorten zijn, samen met nog andere, bovendien geregeld te vinden in de betere speciaalzaak. Er worden echter nog steeds nieuwe soorten ontdekt, onderstaande opsomming is vandaag dan ook misschien al achterhaald en zeker niet volledig. Dat laatste is ook de bedoeling niet, de opsomming handelt immers over de “courant” verkrijgbare vissen.

Naast de L-nummers heb ik ook de meest verbreidde handelsnamen vermeld, zoals je die zult aantreffen in de handel.

 
Zwaluwstaart dwergkeizersvissen - genus Geniacanthus
Eddy Derijst - Koninklijk Belgisch instituut voor Natuurwetenschappen, Brussel - Siervis Geraardsbergen
016

Hoewel de meeste vertegenwoordigers van de keizersvisfamilie Pomacanthidae zich voeden met wat ze op of in het rif vinden, vormen de vertegenwoordigers van het genus Genicanthus hierop duidelijk een uitzondering. Zij hebben zich gespecialiseerd in het vangen van zwevend zoöplankton in open water op enige afstand van het rif. Ook de lichaamsbouw wijkt enigszins af van de typische keizersvis vorm. Genicanthus-soorten hebben een meer verlengd lichaam dat door de verlengde staartvinstralen van sommige soorten nog wordt geaccentueerd en hen juist hierdoor een elegant uitzicht geeft. Waar de staartvin bij andere keizersvissen afgerond is, is deze bij Genicanthus-soorten altijd maanvormig ingesneden, bij sommige zelfs met verlengde boven- en onderrand. Bovendien hebben vooral de vrouwtjes boven en onder aan de staartvin een donkere band die tot in de punt van de verlengde vinstralen doorloopt. In feite lijkt de staartvin op de schaarstaart van zwaluwen, waar deze vissen dan ook hun populaire naam aan te danken hebben. Alle vertegenwoordigers uit dit genus hebben een duidelijk geslachtsonderscheid. Men zou zelfs geneigd zijn de mannetjes en de vrouwtjes als aparte soorten te beschouwen (wat in het verleden ook door wetenschappers is gebeurd – zie synoniemen in de soortenlijst). Enkel bij G. lamarck lijken beide geslachten enigszins op elkaar, maar toch zal men het vrouwtje met de twee donkere banden in de staartvin vlug herkennen. Ook bij de rond Hawaï levende G. personatus is de lichaamstekening bij zowel de man als het vrouwtje vrij egaal (wit lichaam met blauwe schijn en zwarte staartvin) maar, hier is de man duidelijk te herkennen aan de oranjerode kleur van de kop en de andere vinnen. Bij de andere soorten bezitten uitsluitend de mannetjes een streeptekening, waardoor ze soms de populaire naam van “zebra keizersvissen” meekrijgen. De vrouwtjes zijn egaler van lichaamstekening hoewel bij sommige een soort nettekening, door een donkere omranding van de schubben, waarneembaar is.

 
  BBAT-informatief 024
  VOEDSELGIDS Meeltor, meelkever, meelworm (2)  
Top