Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 61 - 2008
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 61 – Nr. 02 - Februari 2008
 
ISSN 1372-6501
Notropis chrosomus
Wilfried Van der Elst - Aquarianen Gent
030

Nu ben ik al heel wat jaartjes bezig met die buitenlandse soorten die het graag wat kouder hebben dan de gebruikelijke 25 °C of zoals collega aquariaan Jan Klungers het verwoordt: “Vissen van de onderste plank.” Hiermee refererend naar de beste plaats in je vissenkamer voor deze visjes. Houd je ze heel de tijd op 25 °C dan zijn ze zeer snel opgebrand.
Ik had geen flauw idee wat ik allemaal zou tegenkomen op deze ingeslagen weg. Toch werd ik geregeld aangenaam verrast en heb zelfs verbluft toegekeken. Het visje dat ik hier voorstel is zowat het strafste dat ik al gezien heb op dit vlak. Nu moet je weten dat ik op vissengebied wel al wat gewoon ben (het is mijn beroep, hobby en nog steeds mijn passie) en eigenlijk niet zo gauw enthousiast ben, maar toen ik de “Rainbow Shiners” voor de eerste keer zag bij mijn goede aquariumvriend Bernd Moritz, zakte mijn mond toch open. Ik denk dat zelfs mijn vrouw mij nog nooit zo had zien reageren op het zien van een vis en toch heeft ze er ondertussen al 20 jaar huwelijk met ondergetekende vissenzot opzitten.
Ik heb later iemand horen zeggen: “het lijken wel kruisingen tussen een kardinaal- en een vuurneon.”
Het eerste dat opvalt, zijn de fluo kop en vinnen bij de mannetjes. Ze wapperen constant met die heerlijk blauwe borstvinnetjes zodat ze als het ware knipperlichtjes lijken. In Nederland heb ik het eens flikkerlichtjes genoemd, maar dat werd daar anders begrepen. Verder hebben ze ook nog een duidelijke rode lengtestreep met daaronder een gele. Op de rug nog wat fel iriserende schubben en soms ook nog wat groenachtige schakeringen ertussendoor. Ja zeg, bekijk de foto’s en weet dan dat ik een ouderwetse diafotograaf ben en geen digitale “photoshopfoefelaar”. Straffer nog, in het echt zijn ze nóg mooier.

 

Botia kubotai
Jacques Roelandts
034
Sinds 2003, wordt een nieuwe soort tropische modderkruiper uit de familie der Cobitidae ingevoerd uit Myanmar (Birma). Zijn kleurenpatroon is zeer mooi en karakteristiek. Hij wordt op de markt gebracht onder de handelsnaam Botia Myanmar of Botia Thailand en onder de voorlopige wetenschappelijke naam Botia sp. Polkadot.
In januari 2004, publiceert ichtyoloog Maurice Kottelat de beschrijving van de nieuwe soorten en tezelfdertijd de revisie van de classificatie en de namen van alle botia’s.
Botia kubotai Kottelat, 2004 behoort tot de orde der Cypriniformes, met de familie van Cobitidae Swainson, 1839 (modderkruipers in de strikte betekenis) en de onderfamilie der Botiinae Ramaswani, 1953 of tropische modderkruipers.
De genusnaam Botia Gray,1831 is vrouwelijk en zou afgeleid zijn uit het woord “Bottia” dat de algemeen gangbare naam is om de modderkruipers in de Indische staat van Assam aan te duiden.
Etymologie van de soortnaam kubotai: ter ere van Katsuma Kubota, uit erkenning voor zijn hulp bij het verkrijgen van de eerste specimens en informatie over de plaats van oorsprong.
Botia kubotai werd gevonden in het zuidoosten van Myanmar, in de staat Karen. De vissen van de beschrijving komen uit de bovenloop van de Chon Son rivier die uitmondt in de Megathat Chaung, een zijrivier van het bassin van de rivier Ataran, dicht bij de plaats Phadaw. De Ataran rivier ontspringt op 80 km ten noordoosten van Ye, passeert door Phadaw en stroomt verder naar Moulmein in de Golf van Martaban.
De Ataran rivier maakt zelf deel uit van het lagere bassin van de stroom Salween (of Salouen).
Het zijn snelstromende rivieren waar Botia kubotai in grote groepen voorkomt.
Waarschijnlijk komt B. kubotai ook voor in de benedenloop van de rivieren van het zelfde bassin in Thailand (althans volgens Kottelat). Volgens Thaise exporteurs komen de vissen, die in Duitsland in januari 2003 werden ingevoerd, uit de rivier Salween (Myanmar).
Sinds maart 2003, wordt deze Botia ook ingevoerd uit Singapore, waar men specificeert dat zij uit de rivier Kwai, dicht bij Kanchanaburi in Thailand, komen. Deze laatste bewering werd echter niet gecontroleerd.
Botia histrionica Blyth, 1860 leeft eveneens in het zuiden van Myanmar en bepaalde groepen van Botia histrionica zijn waarschijnlijk sympatrisch aan de kolonies van Botia kubotai.

 
Polyandrie bij Julidochromis regani
Romain Van Lysebettens - Aquarianen Gent
040
Is uw aandacht gewekt, geachte lezer, door de titel? Dan ben ik geslaagd in mijn opzet: uit te pakken met een titel die klinkt als een bel ... Polyandrie!?
Eerlijk gezegd, ik wist wel wat veelwijverij betekende in het Nederlands (= po­lygamie) en wat bigamie was (= 2 vrouwen begeren). Maar ik ben toch mijn licht eens moeten gaan opsteken bij “den dikke van Dale”  die me kon vertellen dat polyandrie een ander woord was voor “veelmannerij”. Daar gaat dus mijn bijdrage over in dit boekje … bij de vissen uiteraard!
Mijn verhaal begint feitelijk een paar jaar terug, toen onze een clublid zijn “verstand” kreeg en van West- terug naar Oost-Vlaanderen kwam afgezakt en bij zijn verhuis mij een aantal Julidochromis regani Kipili cadeau deed. Een genus van Tanganyika-cichliden dat mij interesseert en waar ik altijd wel plaats voor heb in één van mijn aquaria.
We gaan er van uit dat het genus bestaat uit vijf soorten die we kunnen onderverde­len in twee groepen. Tot de eerste groep behoren Julidochromis marlieri en J. regani met een max. grootte van ongeveer 14 cm. Ze leven aan de rotskus­ten tussen de rotsspleten op dieptes tussen de 2 en 20 m.
De tweede groep zijn de kleiner blijvende soorten nl. J. transcriptus, J. ornatus en J. dickfeldi. Zij leven meer aan de rand van de rotskusten waar ook al zanderige gebieden te lokaliseren zijn, dit op dieptes van 1 tot 4 m.Van beide groepen bestaan uiteraard verschillende geografische varianten, waaronder ons "prijsbeest!"


 
Bacopa caroliniensis
Patrick Loosveldt - Wagtail Aalst
044
Op zijn paspoort staat: (Walter) Robinson (1908) en behorend tot de familie Scrophulariaceae. Daarbinnen wordt het genus Bacopa nog eens geclassificeerd onder de Scrophularioideae. Bacopa caroliniana is afkomstig van het Amerikaanse continent en zoals de wetenschappelijke naam laat vermoeden: “uit Carolina”. De plant wordt in de natuur aangetroffen in het zuiden en het midden van de Verenigde Staten, meerbepaald in de staten Georgia, North Carolina, South Carolina en Virginia. Tot zover de administratieve gegevens.
Bacopa caroliniana is een stengelplant. De ellipsvormige, lichtgroene bladeren staan per twee tegenover elkaar op de stengel en gaan kruisgewijs naar boven. Onder een goede belichting volgen de bladeren mooi dicht op elkaar.
Deze Bacopa is van oorsprong een moerasplant. In het aquarium geeft men deze plant best veel licht. Zorg er dus voor dat ze niet overgroeid worden door bijvoorbeeld de lange bladeren van Vallisneria of door een naburige tijgerlotus. De plant groeit relatief traag, zelfs onder veel licht, met bodembemesting en een wekelijkse toediening van vloeibare ijzerbemesting. Je kunt hem onmogelijk forceren. Voor de rest stelt deze plant geen bijzondere eisen aan het water, op een niet te hoge watertemperatuur na. De plant is niet afkomstig uit de tropen en is dus niet aangepast aan tropische temperaturen het hele jaar rond. Buiten de hoge piektemperaturen in de zomerperiode, verdraagt de plant in het aquarium geen al te hoge temperaturen. Het is dus zeker geen geschikte plant voor het discusaquarium, waarin de watertemperatuur permanent hoog is. Bij mij staat deze plant in een plantenaquarium, onder veel licht (Philips TLD 83) en bij een temperatuur rond 24 °C. Wekelijks wordt er vloeibare ijzerbemesting toegediend. Onder deze omstandigheden lukt het prima.


 
Anolis Daudin, 1803
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
046
Als iemand besluit om tot de Gilde van het Terrarium toe te treden en zijn/haar interesse gaat uit naar hagedissen dan horen de anolissen, met enkele zeer geschikte soorten om de nodige basiservaring op te doen, daar beslist bij. Heel wat beginnersfouten hebben voor deze diertjes meestal geen desastreuze gevolgen.
Men kan zich natuurlijk niet alles permitteren en men moet steeds enkele vuistregels volgen. Regels moet men immers ook bij aanschaf en verzorging van andere huisdieren volgen.
Keuze is er meer dan genoeg. In hun leefgebied dat zich uitstrekt van Paraguay en Bolivia over de Caraïben en het zuiden van de Verenigde Staten, komen maar liefst driehonderd soorten voor. Daarbij gewagen we dan nog niet eens van de talrijke bastaarden tussen nauw verwante soorten. Dit grote aantal soorten is te wijten aan het geografisch verleden van het gebied. Tijdens de laatste ijstijd lagen enorme hoeveelheden water als ijskappen op het land opgeslagen en was de overtocht, tussen wat we nu in dit gedeelte van de wereld eilanden noemen, meestal droogvoets te doen. Na het afsmelten van sneeuw en ijs steeg het water en werden stukken van elkaar geïsoleerd, waardoor de soorten zich, onafhankelijk van elkaar, verder ontwikkelden.
Volgens Darwin genoten hierbij de best aan hun omgeving aangepaste varianten de voorkeur. Omdat de meeste eilanden een eigen leefomgeving hebben is de soortenrijkdom gemakkelijk te begrijpen.
Juist zoals de Darwinvinken op de Galopagosarchipel hebben ze de koek eerlijk verdeeld. Horizontaal bestaan er zones waarin de verschillende soorten leven en voedselconcurrentie in dezelfde zone komt nauwelijks voor.Anolissen worden nog al eens verkeerdelijk “valse kameleons” genoemd. Dit is te wijten aan de mogelijkheid om op korte tijd hun kleur in bruin te laten overgaan. Naast slecht humeur, stress en schrik heeft dit plaats wanneer ze na de strijd om een territorium als verliezer smadelijk het hazenpad kiezen.


 
  VOEDSELGIDS Meeltor, meelkever, meelworm (3)  
Top   Groenvoer, maïs