Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 61 - 2008
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 61 – Nr. 04 - April 2008
 
ISSN 1372-6501
Gambusia Poey, 1854
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
086
Het is absoluut niet de bedoeling om hier alle vertegenwoordigers – bijna veertig – van het genus Gambusia de revue te laten passeren. We gaan ons beperken tot, mijns inziens, twee sterk op elkaar lijkende, meestal vrij bekende soorten: Gambusia affinis (Baird en Girard, 1854) en Gambusia holbrooki Girard, 1859. Wetenschappelijk zijn ze grondig bestudeerd. Alleen al met de studies aangaande hun voortplanting kan men verscheidene boekenrekken vullen.
Deze vertegenwoordigers van de kleine ei-levendbarenden, zijn ooit de hemel in geprezen als de volmaakte en goedkoopste oplossing om nu eens en voor altijd de malaria wereldwijd een halt toe te roepen door de larven van de overdragende muggensoorten, uit de genera Culex en Aedes, uit te roeien.
Het was een blunder van formaat! Mogelijk heeft het wereldwijd uitzetten van Gambusia affinis en vooralGambusia holbrooki, er juist toe geleid dat deze muggen beter floreerden. Zeker bij de aanvang van de introductie, toen er dus nog maar weinig visjes aanwezig waren, hielden ze vooral opruiming onder de vijanden van de muggenlarven. Waarom, als er dan toch zoveel muggenlarven aanwezig zijn, de voorkeur geven aan hun predatoren? Heel eenvoudig: deze kleine rovers eten slechts muggenlarven als er niets anders is. Meer nog, laboratoriumproeven wezen uit dat éénzijdig voederen met muggenlarven, van gelijk welke soort, de proefdieren na korte tijd het leven kostte. Dus indien u deze dieren verzorgt … zuinig zijn met het verstrekken van muggenlarven!


 

Over een reus en zijn dwergvrouwtje
Romain Van Lysebettens - Aquarianen Gent
093
Aquarianen die me een beetje kennen, weten dat ik een zwak heb voor Afrika, met als teerste plek het prachtige Tanganyikameer, gelegen in de westelijke arm van de Afrikaanse Grote Slenk. Een enorme binnenzee van 1470 m diep met een kustlijn van ongeveer 2000 km lang: een gigantische watermassa. Een onderwaterparadijs  voor aquarianen-cichlidofielen, met een ware schat aan baarsachtigen!
Bij die familie zit een kleine groep die steeds mijn voorliefde zal dragen. Een groep, beste lezer, waarvoor je absoluut geen “badkuip” van een aquarium moet hebben. Vissen die meer dan tevreden zijn met een kleiner bakje dat je hier of daar nog wel kunt neerzetten op een onbenutte plaats in je leefruimte.
Ik heb het hier in het bijzonder over de “schelpbewoners” uit die zoetwatermassa. Vissen die veelal niet groter worden dan 4 tot 10 cm, maar die wel één ding gemeen hebben: hun levenscyclus speelt zich af in en rond de lege slakkenhuizen van de Neothauma tanganjicense.Van die “wijze” visjes behoren er zowel tot het genus Lamprologus als Neolamprologus. Bij die lamprologussen springt één soort enorm in de kijker en dit vooral door hun verschil in grootte!


 
Echinodorus quadricostatus
Walter Van der Jeught - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland
096
Dit grote en voor de aquaristiek zeer interessante plantengenus, met ca. 50 soorten, kent zijn verspreidingsareaal vooral in Midden- en Zuid-Amerika, plus enkele eilandengroepen in het gebied. Bij de twee soorten, die ooit als zijnde uit Afrika bestempeld werden, ging men uit van foute veronderstellingen of een verwisseling. Net zoals de verderop omschreven dwerg amazonezwaardplant, behoren alle Echinodorus-soorten tot de familie van de Alismataceae, of de waterweegbreefamilie.
De meeste zijn echter geen zuivere waterplanten maar planten uit overstromingsgebieden die slechts gedurende een bepaalde tijd van het jaar – het regenseizoen – geheel onder water komen te staan (submers) en de rest van de tijd – het droge seizoen – enkel met hun wortels en hun basis in het water staan (emers). Sommige groeien gedurende een periode zelfs geheel op de “droge” oever. Enkel de nabije luchtvochtigheid houdt de plant dan enigszins in conditie voor de gewenning aan een tijdelijk hogere waterstand of een onderwaterperiode. Men noemt dit amfibische vegetatie.
Slechts weinig planten bevinden zich dus in de situatie zoals wij die creëren in het aquarium: continu onder water.


 
De geelgestreepte lipvis, Halichoeres radiatus
Freddy Van Goethem - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland
100
Een duikvakantie op de Caraïben leverde niet alleen enkele fraaie onderwaterfoto's op, maar ook enkele prachtige zeevissen maakten de tien uur durende vlucht naar huis mee, waaronder een geelgestreepte lipvis.
Mijn zoon wist dit dier met een gewoon handnetje te verschalken vlakbij het strand. Het ging hier om een nog zeer jong exemplaar van amper 1 cm groot. Daar het dier gevangen werd tijdens de eerste dagen van ons verblijf en er in totaal 3 weken waren voorzien, moest er natuurlijk gedurende deze tijd voor een gepast onderkomen worden gezorgd. Ik had "toevallig" een paar meter luchtslang, kraantjes, enkele luchtpompen e.d. in de bagage zitten. De lipvis werd ondergebracht in een oude frisdrankfles van 2 l die ik in het struikgewas had gevonden. Het enige probleem bleek nu nog het voedsel te zijn, maar ook hiervoor werd een oplossing gevonden. Een tweetal kilometer van onze verblijfplaats was een zoutmeer gelegen waar overvloedig Artemia in voorkwam, wat door onze gast gretig werd gegeten. Wat wil je nog meer !?
Het dier deed het gedurende deze drie weken voortreffelijk en ook de reis naar Mechelen werd zonder problemen doorstaan. Eenmaal thuis werd de nieuwkomer overgewend in een klaarstaand aquarium. 's Anderendaags werd gevoerd met levende Mysis die dadelijk werd aanvaard. Wat er allemaal op wijst dat het hier gaat om sterke dieren met een groot aanpassingsvermogen.


 
Kweken met aquariumvissen
Eric Verlinden
104
Kweken wordt vaak beschouwd als iets voor gevorderde liefhebbers. Voor sommige soorten aquariumvissen is dit inderdaad zo, maar vele andere kunnen zeker ook door de beginner worden nagekweekt. Hierna volgen de belangrijkste algemene regels inzake het gericht kweken van vissen. Voor specifieke gegevens inzake temperatuur, watersamenstelling, e.d. per soort, verwijzen we naar de soortbeschrijvingen in de literatuur.
Sommige soorten vissen zullen spontaan tot voortplanting overgaan in het gezelschapsaquarium. Willen we achteraf ook de jongen kunnen grootbrengen zullen we in de meeste gevallen toch gebruik moeten maken van een echte kweekbak. Zo’n kweekbak kan variëren van 10 tot 50 l al naargelang de soort die we willen kweken. Een kweekbakje van 30 x 25 x 25 cm is echter vrij polyvalent en dus aan te raden voor de beginner. Dit aquarium wordt met slechts 20 cm water gevuld. Een filter is niet nodig, alleen een kleine verwarming en eventueel een lichte beluchting dienen voorzien te worden.
 
  VOEDSELGIDS Cepaea, slakken  
Top