Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 61 - 2008
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 61 – Nr. 07 - Juli-Augustus 2008
ISSN 1372-6501
THEMANUMMER "TANGANYIKA"
De prinsesjes van het Tanganyikameer
Wilfried Van der Elst - Aquarianen Gent
170
Het moet zo half de jaren 70 zijn geweest, dat ik deze visjes voor de eerste maal zag. Dit was in het lokaal van de Siervisvriend in Deurne. In die tijd reden we soms met de fiets van Schilde (waar ik toen woonde) naar Deurne. Eens we dan in het lokaal aankwamen, gingen we direct naar achter in het lokaal waar een 5-tal showbakjes stonden en wat stoelen. Hier kwamen we terug op adem en op temperatuur, ondertussen genietend van de ons omringende bakjes. Daar was het dat ik verslingerd geraakte aan de “Prinses van Burundi” en dat is tot op heden nog altijd zo. Ze zaten er onder Grolux licht, wat ze een zachtroze uiterlijk gaf. Doe daar nog de sierlijke witte filamenten bij aan staart-, rug- en aarsvin, waardoor dit visje een grote indruk maakte op mij.
Al heel spoedig zorgden ze daar voor nakweek, die dan in de verkoopafdeling kwam. Ze waren zelfs voor een arme student goed te betalen. We kregen nog de raad mee van “Jef de schepper” (ik dacht altijd dat die man zo heette, maar dat was omdat hij altijd de vissen uitschepte!) dat we ze vooral niet op zacht water mochten zetten.Heel goede raad, want toen werden alle cichliden uit Afrika best op zacht water gehouden. Wat opzoekingwerk leerde me dat het hier ging om Neolamprologus brichardi. Sindsdien zouden er altijd wel prinsesjes in mijn aquaria rondzwemmen, hoewel de echte “prinses van Burundi” snel plaats moest maken voor andere prinsessensoorten en geografische varianten. Zo verloor ik die “echte” ¨Prinses van Burundi wat uit het oog.

 

Biodiversiteit in het Tanganyikameer
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
178
De soortenrijkdom in het Tanganyikameer is enorm en bedraagt vandaag voor de vissen ca. 400. Bij benadering, want constant worden er nieuwe soorten aangetroffen. Naast de vele cichliden– en niet-cichliden– bestaan er nog massa’s ongewervelde dieren, waaronder kwallen, die ook nog niet alle gedetermineerd zijn.
Pierre Brichard vermoedde dat bij nader onderzoek nog 50 à 100 cichlidensoorten hun opwachting zullen maken. Enkele buitenbeentjes in deze fauna zijn wel een killi – Lamprichthys tanganicanus en de Boulengerina annulata stormsi of de watercobra.
Ook het verschil in grootte is bij deze Cichlidae merkwaardig. De grootste ervan, Boulengerochromis microlepis is met zijn ruim 80 cm een reus ten opzichte van Lamprologus kungweensis, die amper 4 cm haalt.
Dat deze waterplas heel wat soorten herbergt, is deels te wijten aan zijn formidabele afmetingen. De oppervlakte beslaat circa 33.000 km2, dus iets groter dan België, en grenst met een kustlijn van ongeveer 2000 km aan Burundi, Tanzania, de Democratische Republiek Congo en Zambia.Andere  factoren die de diversiteit bepalen, zijn het verschil in voeding en voortplanting welke grotendeels te wijten zijn aan de sterk verschillende biotopen.

 
Een bakske vol... Tropheussen
Romain Van Lysebettens - Aquarianen Gent
186
Ik leerde voor het eerst deze prachtige Tanganyika-cichlide kennen einde de jaren zeventig bij Dhr. Willy Naert, zelf een fervente liefhebber van deze vissen. Ik was op slag weg van Tropheus moorii Moliro.
Tussen nu en toen is er al heel wat water naar de zee gestroomd. Willy is er niet meer en ik heb al een aantal soorten tropheussen leren kennen met vallen en opstaan!
Tropheussen en de LIEFhebbers ervan zijn bovendien een ras apart! Je houdt van deze rotsbewonende Tanganyika-cichlide of je houdt er totaal niet van … ze zijn speciaal,  en … ze zijn niet voor beginners, laat me dit meteen toch heel duidelijk neerpennen!
Het rijtje afgaan bij het genus Tropheus is bijna onbegonnen werk. Tussen het schrijven en het verschijnen van deze tekst, zullen er hier of daar nog wel een paar onbekende soorten opduiken uit die immens grote plas.Neen, ik hou het liever bij “tips en tricks”, eigen ervaring, of discussies tussen pot en pint, gevoerd aan “den toog” na de een of andere vergadering tussen liefhebbers bij ons in het clublokaal… Dat zijn nog altijd de leerrijkste gesprekken en daar dient een club ook voor!


 
Planten voor het Tanganyika-aquarium
Walter Van der Jeught - De Minor Rupel-Vaartland vzw
192
In de vereniging geraak je tijdens een gesprek soms van het ene onderwerp, zonder problemen (nu ja?), in het andere. Tot ik plots aan onze Minorclubtoog – waar evenveel “waarheden” verteld worden als aan eender welke andere toog – hoorde dat in het Tanganyikameer geen planten zouden voorkomen. Maar is dat ook zo? Meteen even kort door de bocht dan maar, want in de zanderige kuststroken van het Tanganyikameer, die je herkent omdat deze aan de oever in een zandstrand of keienstrand overgaan, wordt de eentonigheid immers op vele plaatsen gebroken door grote, dichte plantengroepen. Ze doen je op het eerste zicht soms zelfs denken aan zeewiervelden, maar het zijn wel degelijk, ons uit de aquaristiek, bekende zoetwaterplanten en ze vormen er een bijzondere microhabitat voor bepaalde vissen en jongbroed.
Een microhabitat die dan wel rijk is aan planten, maar anderzijds toch veeleer arm is aan cichliden die bij ons aquarianen het meeste in trek zijn. Het zijn dan dikwijls ook nog eens echte planteneters zoals Limnotilapia dardennii. Voor weer andere, zoals zandcichliden of vedervinnigen, dienen ze dan weer als visuele barrière in de open zandvlakte en aan het jongbroed bieden ze bescherming. Daarnaast treft men ook plantenweiden aan in stromingsarme gebieden of in delen van het meer die beschut zijn tegen de wind of in enigszins rustige inhammen.
Opvallend is ook dat de planten zich perfect aan de omstandigheden in het meer aangepast hebben. Ze kunnen de alkalische, hardere waterwaarden verdragen en ze hebben doorgaans een hardere bladstructuur dan we gewend zijn, met daarnaast een groter of speciaal wortelgestel, want ze moeten zich ook steviger in het bodemzand kunnen verankeren vanwege de sterke golfbeweging onder water. Op wat grotere diepte is er ook minder licht aanwezig en ook daaraan hebben de planten in het Tangan­yikameer zich weten aan te passen. Ze komen er immers voor op veel grotere diepten dan we dat normaal gewend zijn. Het moet echter meteen voor iedereen duidelijk zijn, dat er in het Tanganyikameer (pH tot 9,5 en waarin dus nagenoeg geen vrije CO2 voorkomt) enkel buitengewoon specialiseerde planten voorkomen die “geleerd” hebben om koolstof uit het bicarbonaat te betrekken om bij die zuurgraad te kunnen groeien. Het blad moet daartoe bipolair zijn. Aan de ene zijde van het blad wordt het bicarbonaat (HCO3-) opgenomen en nadat hiervan het koolzuurgas (CO2) is afgenomen, blijft er een hydroxide (OH-) over. Dit loog moet geloosd worden omdat anders de plant te alkalisch wordt. Aan dezelfde zijde lozen is niet mogelijk omdat het loog met het bicarbonaat zou reageren en dit laatste verder onbruikbaar maakt, aan de andere kant, bipolair dus. Dit is meteen ook één van de oorzaken van de harder aanvoelende bladeren en stengels van de in het meer voorkomende planten.


 
  VOEDSELGIDS Pissebedden (1)  
Top