Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 61 - 2008
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 61 – Nr. 11 - November 2008
ISSN 1372-6501
Stop een meerval in je tank...
Walter Van der Jeught - Ahv De Minor Rupel-Vaartland
262

Tegelijk met het houden van discussen was ik op zoek naar enkele geschikte medebewoners. Liefst vissen die, net als discussen, van de bodem eten en zo – deels – voedselrestanten opruimden. Zo kwam ik uit bij de meer dan 2000 soorten tellende familie van de meervallen. Meer dan 1000 daarvan komen voor in Zuid-Amerika, ideaal dus als bijzet voor mijn discussen en bovendien zeer attractief.
Ze zijn alle (de ene al wat opzichtiger dan de andere) in het bezit van gevoelige en van smaakcellen voorziene, baarddraden. Deze compenseren hun slecht gezichts­vermogen en meteen leert dit ook dat nagenoeg alle meervallen schemer- en nachtactieve dieren zijn. Meervallen kenmerken zich bovendien ook nog door het volledig ontbreken van schubben, zoals we die kennen van de andere vissen. Ofwel zijn ze geheel naakt ofwel is hun huid geheel of gedeeltelijk bedekt met pantserplaten.

De meervallen uit Zuid-Amerika zijn onderverdeeld in een 15-tal families. Hiervan zijn Aspredinidae  (de banjo-meervallen); Callichthy­idae (pantser­meervallen); Loricariidae (harnasmeervallen); Pimelodidae (antennemeervallen) en de Doradidae (doornmeervallen) voor de aquariumliefhebberij belangrijk of interessant.

 

Een ervaring met Neolamprologus multifasciatus, een schelpbewoner uit het Tanganyikameer
Bert Polling
270
Uit het Tanganyikameer zijn verschillende, heel interessante aquarium vissen afkomstig. Zo is er een groepje binnen het genus Neolamprologus waarvan de soorten allemaal relatief klein zijn, niet groter dan een centimeter of zeven, acht en die, volgens de mij beschikbare literatuur, als voornaamste schuilplek gebruik maken van lege slakkenschelpen. Drie verschillende slakkenbewoners worden van tijd tot tijd bij ons (Zuid-Afrika) in de aquariumhandel aangetroffen, hoewel er echter heel wat meer species zijn. Dat zijn N. brevis, N. boulengeri en N. multifasciatus. In onze kwekerij kweken wij al een aantal jaren N. brevis en N .multifasciatus en met laatstgenoemde soort hebben wij onlangs een interessante ervaring opgedaan die ik graag met jou wil delen. Eerst iets meer over het visje zelf. Het is klein, het mannetje is met zijn ongeveer 45 mm de grootste, terwijl het vrouwtje een goede 10 mm kleiner blijft. Ze zijn ook niet bijzonder kleurvol, bruingrijs en hebben een massa donkere dwarsstrepen vanaf het kieuwdeksel tot in de staart, vandaar de soortnaam multifasciatus (multi = veel en fasciatus = gestreept). Onze Engelse vrienden noemen hem dan ook “Many-banded Shell-dweller”.
Ze hebben een bijzonder gedrag waardoor ze, vooral bij de liefhebbers van cichliden uit de grote Afrikaanse meren, graag gehouden worden. Ze zijn ook gemakkelijk houdbaar, mits het water maar hard is (boven 800 µS) en de temperatuur tussen 22 en 26 ºC. Het zijn echte omnivoren, desnoods heel goed houdbaar op een dieet met kunstvoeder van een goede kwaliteit. Bovendien zijn ze tevreden met een relatief klein aquarium, zelfs in een aquarium van zoʼn 60 – 70 cm lengte zijn ze heel goed houdbaar.

 
De zwarte grondtak, Eurycantha calcarata Lucas, 1869
Bart Van Aken - Betta Buggenhout vzw
276
Zoals uit de vorige artikels, Aquariumwereld 57(2004)/01:016; vivariumsteekkaart en 58(2005)/06:198, blijkt, hebben deze insecten een warme plaats in mijn hart verworven. Het houden/verzorgen/kweken van wandelende takken en bladeren is en blijft veel uitproberen (uiteraard op een verantwoorde manier) en de verkregen ervaring (soms met een tegenslag) delen met andere liefhebbers.
Een soort die ik al van het begin af (toch weer zo’n kleine vijftien jaar geleden) houd, en jammer genoeg steeds in een golvende beweging, is de zwarte grondtak of voor de Latino-liefhebbers: Eurycantha calcarata. Deze soort vind ik zeer attractief (en niet ”vies” zoals ik soms hoor tijdens een voordracht bij een vereniging) voor zowel een tentoonstellingsbak als voor de demonstratie tijdens een voordracht, dus waarom ook niet eens een artikeltje in ons bondsblad.
Voor de reisliefhebbers: de zwarte grondtak vind je in de bomen en struiken van de wouden in Papua-Nieuw-Guinea en omliggende eilanden, maar de kans dat je deze dieren in hun natuurlijke habitat vindt, is mede door de camouflage (zie foto) en schuilplaats (onder en tussen de loshangende boomschors) overdag erg klein.
Doordat wandelende takken in casu nachtactief zijn, dien je dan ook in jouw terrarium een interessante schuilplaats te voorzien. Door middel van een stuk schors, of eenvoudiger: een kistje, kun je bij het donker worden genieten van wandelende takken die op ontdekking (lees: voedseljacht) gaan. Hoewel ze in de wouden leven, is hun vochtigheidseis relatief laag bij een temperatuur tussen de 20 en 25 °C. Zorg bij het vernevelen van water zeker voor achterblijvende druppels, de ideale drinkplaats voor deze takken.De zwarte grondtak is zelfs voor de voeding gemakkelijk daar hij een hele resem aan planten aanvaardt (experimenteer zelf zeker met onbekendere planten): braam, klimop en eik kunnen steeds in voldoende mate worden aangeboden. Ik vind ze namelijk echte doorjagers en dien ze dan ook bijna dagelijks te voederen. Minder gegeten maar decoratief voor jouw terrarium zijn: meidoorn, Tradescentia-soorten, rododendron, hazelaar,… Tussen het voedsel is het aangeraden om stevigere takken (= klimgelegenheid) in te werken i.v.m. de zwaarte van deze dieren.

 
Alternatieve menu's - Groenvoer: Brandnetels
Ruda Rybnicfan - Aquatom vzw
280
Ongeveer vijf jaar geleden werd ik de gelukkige bezitter van een plas water met een oppervlakte van circa 1250 m2 waarin spijtig genoeg – op enkele zwaar gehavende waterlelies na – geen spoortje groen te bekennen viel.
De oorzaak was niet ver te zoeken. Een eskader middelgrote graskarpers loerde hongerig op het minste stukje groen.
Toen ze een poosje later kans zagen om binnen het etmaal een pas aangeplant veldje riet finaal kaal te scheren had ik er behoorlijk de pest in. Men zou voor minder.
Louter uit baldadigheid wierp ik hun enkele – de vorige dag afgemaaide en dus reeds gedeeltelijk verflenste – brandnetels toe. Wie beschrijft mijn verbazing toen de slokoppen even later aan tafel gingen en de netels netjes opruimden.
Het voorval werd vergeten tot mij, voor twee jaar, in Duitsland een bord “Brennesselnsuppe” werd aangeboden. Het was eetbaar!

 
  VOEDSELGIDS Wijngaardslak  
Top   Diepvriesvoedsel