Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 61 - 2008
vorige maand  
   

 

Jaargang 61 – Nr. 12 - December 2008
ISSN 1372-6501
Geitvissen - Familie: Mullidae
Eddy Derijst - Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Brussel; Siervis Geraardsbergen
290

Tijdens een bezoek aan een gespecialiseerde zeewateraquariumzaak, trof ik in een bak een vis aan die ik onmiddellijk herkende als een jong exemplaar van de baarsfamilie Mullidae. Het typische kenmerk van deze vissen zijn de twee stevige baarddraden onderaan de kin, die (zij het met enige fantasie) aan de baard van een geit doen denken en hierdoor de populaire naam “geitvissen” hebben meegekregen.
Hoewel ik met deze vissen al enige ervaringen heb opgedaan in de natuur, kon ik mij niet herinneren over deze vissen ooit enige aquariumliteratuur te hebben gelezen. Nochtans verzekerde de verkoper mij dat deze vissen niet zo moeilijk te verzorgen zijn, maar dat er bij de invoer slechts één enkel exemplaar aanwezig was. Slechts één exemplaar bij een import, laat mij onmiddellijk denken aan een toevallige bijvangst tijdens het verzamelen van andere vissoorten voor de aquariumhandel.
Met wat ik bij geitvissen in de natuur heb kunnen observeren, vooral dan hun voedingsgewoonte, kon ik mij moeilijk voorstellen dat dit gemakkelijke aquariumvissen zijn. De baarddraden onder hun kin zijn in feite voelsprieten die ze voor hun muil in de bodem steken om er naar voedsel te zoeken. Waar ik tijdens een snorkeltocht boven zandvlaktes tussen de riffen een wolkje zand zag opdwarrelen, kon ik met grote zekerheid gokken dat er een geitvis bezig was.
De voelsprieten van geitvissen zijn bezet met smaakpapillen die eetbaar voedsel in de bodem kunnen detecteren. Geregeld worden de voelsprieten in de losse bodem geduwd en indien iets eetbaars wordt waargenomen, duwen zij hun kop diep in de bodem en zuigen de prooi met het zand (of slijk) in de omgeving naar binnen. In de muil wordt een eerste zuivering gemaakt om het zand van de prooi te scheiden. Als de vis verder zwemt, ziet men een lange sliert fijn zand langs hun kieuwen terug naar de bodem zinken. Bij onderzoek van de maaginhoud werd vastgesteld dat toch nog ca. 25 % van de inhoud uit zand bestond. Blijkbaar wordt dit samen met de verteerde resten als uitwerpselen terug naar buiten gewerkt.

Uit wetenschappelijk onderzoek leren we dat deze voedingsmethode vooral door de groter wordende soorten wordt toegepast. Kleiner blijvende soorten hebben zich gespecialiseerd om prooien uit de spleten van het rif weg te halen. Bij deze exemplaren zijn de voelsprieten in verhouding met hun lichaam veel langer en worden gebruikt om de prooi van tussen de spleet te verjagen. Eens het diertje uit de spleet, is het nog maar een koud kunstje om de prooi te verorberen.



 

Gekooide vissen...
Walter Van der Jeught - AhvDe Minor Rupel-Vaartland vzw
298
Ze hebben echt wel een groot aquarium nodig. Zo'n aquarium waar minstens 250 l water ingaat. Ze moeten zich bovendien ook terug kunnen trekken. Dus dienen er ook voldoende planten in hun aquarium te zitten. Maar de werkelijkheid is vaak heel anders. Aangezien goudvissen niet voor zichzelf kunnen opkomen, doen wij dit dan maar weer.
Het idee van de titel komt van Linda, de vrouw van onze hoofdredacteur en ontstond tijdens de bootlunch op de bondsdag van 2007 te Gent, waar ik samen met de hoofdredacteur, zijn dame Linda, de mijne Diane, Professor Dokter Dominique Adriaens en Dokter Koen Van Houtte van gedachte wisselden over enkele zeer interessante, zelfs diepgaande onderwerpen rond de aquaristiek. Dat gesprek heeft mij dus aan het denken gezet, nadien aan het schrijven.
Onze Belgische waters zouden trouwens moeten overstromen van de goudvissen. Elk jaar gaan er miljoenen van over de toonbank en vermits zo'n vis twintig tot veertig jaar oud kan worden, dan weet je het wel. Sorry … had kunnen worden. We moeten bij dit trieste feit immers nuchter constateren dat net die hoge verkoopcijfers waarschijnlijk aantonen dat het gemiddelde goudvisje z'n puberjaren niet eens haalt. Per jaar spoelen de dappersten aller Galliërs waarschijnlijk meer dan een miljoenen dode(?) goudvissen door de wc.
Laten we als aquariumverenigingen dus een eind maken aan wat we hier gerust “zinloos geweld” tegenover dieren mogen noemen en de beestachtige (what’s in a name) wijze waarop de gemiddelde goudvis zijn korte leventje moet slijten.Een goudvis in een kom leidt inderdaad een als gevangene gekooid, vreselijk leven. Een kom met één (laat staan meer) goudvis is echt wel een zielige vertoning, zo'n beestje dat niet anders kan dan wat rondjes zwemmen. Tureluurs word je daarvan, terwijl die goudvis er nu net op gebouwd is om snel en ver te kunnen zwemmen.

 
Utricularia vulgaris, groot of gewoon blaasjeskruid
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
302
Daar de insectivore planten niet tot eenzelfde familie behoren, dienen we bij elke soort of genus noodzakelijk ernaar te verwijzen. De huidige plant behoort tot de familie van de Lentibulariaceae.
Het genus Utricularia is met zijn ca. 170 tot 250 soorten vrij talrijk.Allerlei discussies over het aantal soorten zijn ontstaan door de verschillende verschijningsvormen – habitus – waarin de planten, ten gevolge van hun groot aanpassingsvermogen, voorkomen.
Deze insectivoren bestaan uit drie duidelijk te onderscheiden groepen:
a. de epifytische soorten: ze leven in de Zuid- en Centraal-Amerikaanse regenwouden op de stammen en takken van allerlei bomen. Nochtans zijn het geen parasieten daar ze noch voedsel noch water ontfutselen aan de planten waarop ze staan. Om uitdroging tegen te gaan, ontwikkelen ze verdikte of zelfs speciale organen die als wateropslag fungeren;
b. de terrestische of bodembewonende soorten: de onderaardse stolonen* ontwikkelen bladeren en vangblaasjes welke deels onder de grond blijven. Deze vormen blijven quasi verdoken onder het omringende mos en tonen zich slechts tijdens de bloeiperiode;c. de aquatische soorten: deze leven logisch in het water en kunnen uiteraard zonder speciale watersparende organen verder. Sommige soorten, zoals Utricularia humboldtii of Utricularia nelumbifolia spelen vals en groeien in de met water gevulde oksels en kokers van bromelia’s.

 
  VOEDSELGIDS Muggen (1)  
Top