Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 62 - 2009
vorige maand Volgende
   

 

Jaargang 62 – Nr. 04 - April 2009
 
ISSN 1372-6501
Café zonder bier... euh vis
Kristof Derie - Aquatropica Kortrijk
086
Precies een jaar geleden vroeg een vriend, en cafébaas, mij om een aquarium in zijn zaak in te richten. Het café had zojuist, na een kleine brand, een grondige opknapbeurt gekregen en er was plaats voorzien om wat “extra water” te stockeren. Het aquarium was al op voorhand vervaardigd door een bevriende handelaar.
Een tiental dagen voor de opening werd het aquarium − 2,50 (L) x 0,50 (D) x 0,70 (H) m − geleverd. Dit had een inhoud van om en bij de 800 l.
Het aquarium werd op een stenen voet geplaatst, waarrond een kast en een lichtkap werden gebouwd.
Nu is het zo dat er geen echte voorbereiding aan te pas kon komen. Het aquarium, zoals het geleverd werd, had geen ingebouwde filter en er was geen achterwand voorzien.
Gezien de korte tijdspanne voor de officiële opening, kon er geen achterwand meer gemaakt worden. Er één kopen kostte al gauw veel geld, dus werd daar maar van afgezien. Dit bezorgde mij toch de nodige schrik. Een mooie achterwand is immers de helft van een dito inrichting.
Een tweede probleem bleek de filtering.
Ik had gedacht om een bioblok, gecombineerd met een droog-nat filter te installeren, doch ook daar ontbrak het ons aan de tijd. Er werd toen geopteerd voor twee krachtige potfilters, wat trouwens wel duurder werd dan verwacht.
Er werden een tiental grote maanstenen aangeschaft die over de hele lengte van het aquarium gestapeld lagen. Daaromheen, en niet vooraf (om eventuele verschuivingen te vermijden), werden enkele zakken grind uitgestrooid.
Eenmaal ingericht, kon het aquarium slechts een vijftal dagen vóór affluiten gevuld worden. Dit gebeurde op een zondagavond en ikzelf werd die avond tevens rijkelijk gevuld door mijn vrienden café-eigenaars.

 

Glossolepis dorityi
Walter Van der Jeught - De Minor Rupel-Vaartland vzw
092
Uit Jaigum (Irian Jaya), de Vogelkop Peninsula in het westen van Indonesië, zwemt momenteel een tamelijk recent  geïmporteerde soort in mijn voor regenboogvissen nieuw ingericht aquarium rond: Glossolepis dorityi ‘Jaigum’. Deze soortnaam kregen ze om Dan Dority te eren die, samen met David Price, de typesoort in april 2000 ving. Heiko Bleher, bekend in deze middens, die het gebied tussen 1999 en 2000 bezocht, zorgde voor een broedgroep voor de aquaristiek. Zelf geraakte ik er dan weer aan via Gilbert Maebe, voorzitter van het Internationaal Regenboog Gezelschap, lid van Angfa en … lid van onze vereniging De Minor Rupel-Vaartland, die deze vissen reeds gekweekt had en ze me voor een liefhebbersprijsje, zoals dat onder aquarianen eigenlijk hoort, bezorgde.
Dat ik dergelijke vissen nooit in de handel koop, kent enkele redenen. Bij een kweker zoals Gilbert weet je dat je én een zuivere vorm koopt, én een perfect grootgebrachte (de vissen zijn dus niet “gekraakt”) én vissen die straks niet de aan inteelt onderhevige degeneratieverschijnselen vertonen als ze volwassen worden. Daarnaast is het prijsverschil met de winkel zo groot, dat kweken onder liefhebbers en deze onder elkaar ruilen of voor een vriendenprijsje verkopen, terug veel meer zou moeten gebeuren. Dan zijn we weer echt met de hobby bezig. Ja toch?
Deze roodgestreepte (rode zigzag Glossolepis) regenbogen worden ook wel “Grime regenbogen” genoemd omdat ze uit de regio van het Nenggwambu meer en het Kali Biru meer in het Grime rivierstelsel komen en ze zijn momenteel ook enkel uit dat gebied gekend. Het Nenggwambu meer en het Kali Biru meer zijn kleine, ronde meren (ca. 200 m diameter) in het noorden van de provincie Irian Jaya, in een regenwoudgebied met nog ca. 15 andere kleine meren en dat men als “verdonken land” zou kunnen omschrijven zo’n 68 km van Jayapura, Irian Jaya’s hoofdstad. Het is trouwens geen gemakkelijk te exploreren gebied met vele omgevallen, ontwortelde bomen en boomstronken (ook in de meren, wat erin zwemmen en vissen vangen er niet eenvoudiger op maakt) en dat enkel te voet, al trekkende, bereikbaar is. Al schijnt de originele vindplaats zich dan weer op nog geen kilometer van een goed begaanbare weg te bevinden. De meren kennen bovendien wel een krachtige uitstroom, maar tonen geen duidelijke invloei, wat een indicatie is voor een waarschijnlijk ondergrondse verbinding met andere meren doorheen de kalkstenen ondergrond die eigen is aan een karstgebied en/of een aantal onderwaterbronnen. Het verklaart waarschijnlijk ook voor een deel het middelharde, licht alkalische water van deze meren. De meren hebben uitzonderlijk helder water, want je kunt er zelfs tot 15 m diep de bodem waarnemen en zo ook de vissen. Glossolepis dorityi werd voornamelijk waargenomen in dat uitstroomgebied waar bovendien een zeer dichte beplanting aanwezig is van hoofdzakelijk Potamogeton species, Microsorium species en Nymphaea species. Het is er zelfs de meest dominante vissoort naast nog een andere regenboogvis, Chilatherina fasciata, die in dat gebied ook algemeen blijkt voor te komen. Het Jaigum meer, waar mijn vissen uit vandaan komen, ligt zo’n 40 km ten westen van het Kali Biru meer verwijderd en kent eveneens slechts deze beide soorten regenboogvissen. Raar dus, maar bovendien zijn ook de kleuren afwijkend met die uit het Kali Biru meer. Glossolepis dorityi is met ca. 9 à 10 cm een kleiner blijvende soort die het in het aquarium ook goed doet in wat minder alkalisch water, dat een pH mag hebben tussen 6,5 en 7,5 met een dH tussen 10 à 15 en een watertemperatuur rond 24 à 27 °C. Het is bovendien een scholenvis die je minimum met ca. 5 stuks samen houdt.


 
Ceratophyllum demersum
Guido Lurquin
098
Gedoornd hoornblad is een zuurstofplant die bij de meeste specialisten terecht aan te top staat van de meest aanbevelenswaardige vijverplanten. Wie graag jonge visjes wil kweken in de vijver zonder er veel inspanning voor hoeven te doen zorgt best voor voldoende hoornblad in zijn waterplas.
Gedoornd hoornblad is een ondergedoken wortelloze zuurstofplant die 2, zelfs 3 meter lang kan worden, maar meestal korter blijft omdat de stengels licht breken. De zeer broze stengel is rond en bezet met dichte bladerkransen. De omhoog gekromde donkergroene bladeren staan in kransen van 6 tot 10 aan de knopen en zijn meestal 1 of 2 maal gevorkt. De kleur is donkergroen, naar de toppen toe lichter wordend. De kransen worden tot 4 cm dik. De bladpunten zijn dik, stug en met fijne stekeltjes bezet. Jonge visjes vinden een veilige bescherming tussen deze stekels. In de bladoksels vormen zich zijscheuten, waardoor één plant zich tot een flinke bos kan ontwikkelen.
Hoonblad kent een wereldwijde verspreiding, ook in brak water. Wanneer we in het voorjaar op stap gaan zullen we ze vooral in stilstaand, hoogstens in lichtstromend water aantreffen. Soms zien we ze als alleen groeiende plant, soms overwoekeren ze volledige waters. Ze uit de natuur meenemen is niet wijs want het zijn mogelijk verzamelplaatsen van allerlei parasieten.
De groeiende kant van de stengel drijft net onder de waterspiegel, terwijl de oudere kant naar beneden zinkt. Hoornblad moet men dan ook niet planten maar gewoon in het water gooien. Vermits het om een wortelloze plant gaat heeft het geen nut hem te planten. Het enige wat gebeurt, is dat de in de bodem gestoken delen zwart worden en rotten.
Gedoornd hoornblad is een kalkminnende plant die in zacht, zuur water verslijmt. Gedoornd hoornblad houdt minder van ondiepe vijvers en verkiest waterpartijen met een diepte van 80 cm of meer. Hoornblad bloeit zelden. Aan het eind van de zomer vormen zich dicht opeengepakte bladgroepen, de winterknoppen, die zeer hard zijn. Wanneer de rest van de plant afsterft, komen deze knoppen vrij en zinken naar de bodem. Daar ‘slapen’ ze de winter door en kunnen zelfs overleven wanneer ze in ijs ingebed raken. In de lente rekken ze zich uit en beginnen weer te groeien.
Gedoornd hoornblad mag eigenlijk in geen enkele vijver ontbreken en dit om verschillende redenen.

 
Rana catesbeiana, de Amerikaanse brulkikker
Ruda Rybnicfan - Aquatom vzw
102
Andere populaire namen voor deze kikker zijn reuzenkikker, reuzenkikkervis, stierkikker (bullfrog).
“Brulkikker” en ook “stierkikker”, zijn natuurlijk te danken aan het geluid dat ze produceren. De paarroep van de mannen is alsof er een stier loeit en wat betreft de geluidssterkte zijn zij soms tot één kilometer ver hoorbaar.
Tijdens het vastnemen laten beide seksen herhaaldelijk een zacht 'bwèh' horen.
Oorspronkelijk was hun gebied beperkt tot de Nearctic** Zone. Ze komen origineel voor van Nova Scotia in het noorden tot het midden van Florida in het zuiden. In de breedte strekt hun gebied zich uit van de oostkust tot aan het rotsgebergte. Rond 1900 heeft men ze uitgezet in Californië en Colorado. Later hebben ze – meestal door uitzetting – grote arealen ingenomen in Zuid-Amerika, Azië en Europa.
De stierkikker is de grootste en veruit zwaarste vertegenwoordiger van de Ranidae in Noord-Amerika. Met een romplengte rond de 200 mm en een gewicht van ruim 500 g kan men er moeilijk naast kijken. De normale grootte bedraagt voor de mannetjes 15 – 18 cm en voor de vrouwtjes 18 – 20 cm.
De mannen vormen territoria met een doormeter van 3 tot 25 m. Ongewenste soortgenoten worden op een stevig potje worstelen onthaald.
De kleur varieert van bruin tot schakeringen van groen. Het iets kleinere mannetje is herkenbaar aan zijn wat kleuriger pakje en zijn beduidend groter tympanium of trommelvlies. Dit is bij hen groter dan het oog. Tijdens de paartijd heeft het mannetje een gele, het vrouwtje een wit gekleurde keel.
Deze grote jongens zijn sterk watergebonden en zijn dan ook steeds overwegend langs het water te vinden. Dit kan zowel gaan om een rivier, een meer, een vijver of een moeras. De voorkeur gaat echter naar warm, schaduwrijk en rustig water. De nabijheid van de mens komt hen ten goede. Opgewarmd water dat door bevuiling, o.a. door mest, voor een ruime watervegetatie zorgt, wordt in dank aanvaard.Afhankelijk van de klimaatomstandigheden in hun oorspronkelijk vaderland zetten de noordelijke populaties af in de periode mei-juli terwijl de zuidelijke over de maanden februari tot en met oktober beschikken.


 
  BBAT-informatief 108
  VOEDSELGIDS Kakkerlakken, Blatidae (deel 2)  
Top