Visit BBAT

Maandblad voor aquarium- en terrariumkunde
Visit BBAT
terug
Jaargang 63 - 2010
Volgende maand
   

 

Jaargang 63 – Nr. 1 - Januari 2010
 
ISSN 1372-6501
  EDITORIAAL 002
  Nieuwjaarsboodschap van De heer Ludo Segal, voorzitter van de Belgische Bond voor Aquarium- en Terrariumhouders vzw.

 

Choerodon fasciatus, de harlekijnlipvis en zijn verwanten (deel 1)
Frank de Graaf - Em. Conservator Artis-Aquarium Amsterdam
004
De harlekijnvis staat in de literatuur, zelfs in vrij recente publicaties, vermeld onder twee Latijnse namen: Lienardella (ook verkeerdelijk gespeld als Linardella of Lienardiella) fasciata en Choerodon fasciatus. Geldig is echter enkel Choerodon fasciatus. In 1876 beschreef A. Günther deze lipvis als Xiphochilus fasciatus in zijn publicatie: "Description of some new or little known species of fishes in the collection of the British Museum".
De twee exemplaren waarmee Günther de nieuwe soort beschreef, waren afkomstig van Cape York Queensland Australië. Het genus Choerodon, waar de harlekijnvis nu zijn taxonomische plek heeft, wordt gekenmerkt door een volledige zijlijn met 27 grote geperforeerde schubben tot aan de basis van de staartvin, kleine schubben op de kieuwdeksels, minder dan een kwart van de grootte van de schubben op de rest van het lichaam en ten slotte door het bezit van twee paar grote, min of meer gekromde, uitstekende hoektanden in zowel de boven- als onderkaak. De boventanden passen precies in de ruimte tussen de onderste tanden. Vanwege dit opvallende gebit worden de leden van het genus Choerodon “tandlipvissen” genoemd. Het bezit van een of twee paar hoektanden treffen we ook aan bij het genus Bodianus, evenals een ononderbroken zijlijn tot aan de staartvinbasis en grote schubben. Samen vormen de beide genera de onderfamilie Bodianinae in de familie Labridae (lipvissen). Bodianus telt 42 soorten en Choerodon 25. Overigens zijn de hoektanden van de Bodianus-soorten doorgaans kleiner dan die van de leden van Choerodon.
Met zijn 8 tot 9 blauwgerande oranje dwarsbanden, waarvan er drie op de kop en de overige op het lichaam, is de harlekijnlipvis het meest opvallend gekleurde lid van de hele onderfamilie, althans de jong volwassen dieren. Naarmate de jaren verstrijken, wordt het achterlichaam tussen de banden vijf en negen namelijk langzaam donker gekleurd. Tussen de banden zeven en negen wordt de tussenruimte zelfs geheel zwart en vervolgens ook de witte tussenruimten. Meer naar voren toe blijft een groot gedeelte van de buikzijde echter wit.Ondanks deze kleurverandering blijft ook de oudere harlekijnvis een opvallende verschijning op het koraalrif. In zijn prille jeugd zou dit opvallende uiterlijk niet gunstig zijn voor zijn overlevingskansen en daarom is het niet verwonderlijk dat jonge harlekijnvissen minder fel gekleurd zijn. De 9 dwarsbanden zijn al in een vroeg stadium aanwezig, echter onopvallend lichtbruin tot oranjebruin gekleurd. Verder behoren tot het jeugdkleed 2 ronde zwarte stippen in de rugvin: één boven de vierde dwarsband en één boven de ruimte tussen de zevende en achtste band. Tegenover deze zwarte stippen in de rugvin bevinden zich twee andere stippen op respectievelijk de anaalvin en de buikvinnen. Bij het opgroeien worden de achterste stippen ovaal van vorm en omringd met een witte tot blauwe rand. Ook de voorste stippen kunnen een dergelijke rand krijgen. Zijn de jonge harlekijnvissen door hun minder felle kleuren al wat veiliger, zij leven bovendien in vrij diep water waar de kleuren geen grote rol meer spelen. Toch zijn zij erg schuw en verbergen zich snel tussen koralen en koraalpuin.


 
Halfsnavelbekken
Johan Keulemans - Pristella Schoten
010
Als je het woord halfsnavelbek uitspreekt, zullen de meeste, niet-aquarianen, niet vermoeden dat je het over een vis hebt. Ze zullen veeleer denken dat het een vogel is. Zelfs een aantal aquarianen kent deze vissen enkel van op foto, ondanks dat ze toch al lang in de liefhebberij bekend zijn. Wat eigenlijk wel spijtig is.
Met halfsnavelbekken bedoelt men vooral de vissen uit de genera: Dermogenys; Nomorhamphus; Hemirhamphodon, waarvan vooral Dermogenys en Nomorhamphus de bekendste zijn in aquariummiddens. Hemirhamphodon wordt zelden in aquaria gehouden. Ze zijn alle afkomstig uit Azië, en tevens ei-levendbarend.
Een ei-levendbarende vis dus en het visje verliest vaak plots aan aantrekkingskracht.
De halfsnavelbekken zijn echter geen familie van de Poeciliidae, maar vallen onder de familie van de Hemirhamphidae.
In deze familie vinden we zowel eileggende als ei-levendbarende halfsnavelbekken. De eileggende zijn ondergebracht in de onderfamilie van de Hemirhamphinae en de ei-levendbarende in de onderfamilie van de Zenarchopterinae.De laatste jaren zijn heel wat Dermogenys soorten overgebracht naar het genus Nomorhamphus en zijn er heel wat nieuwe soorten beschreven.


 
Corydoras elegans
Walter Van der Jeught - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland

016
Toen ik Corydoras elegans, Steindachner, 1877, in onze visbeurs in de club zag zitten, kende ik deze pantsermeerval niet eens. Deze zeer vreedzame, maar nogal zeldzaam verkrijgbare, rustige, bodembewoner die niet groter dan ca. 5 à 6 cm wordt, behoort tot de familie van de Callichthyidae. Het genus Corydoras werd voor het eerst vastgelegd door Lacepede. Een synoniem blijkt Corydoras pestai, Holly, 1940 te zijn, maar ik ging die avond wel degelijk naar huis met vijftien C. elegans.
Het originele leefgebied van C. elegans is Brazilië: Amazonas; Rio Solimoes, in de omgeving van Tefé. Peru: Loreto; Rio Ucayali, Rio Ampiyacu, Rio Nanay (westelijk van Iquitos), Rio Yavari (in de buurt van San Fernando), Rio Tamaya. Ecuador: Napo; Rio Lagarto Cocha (een zijrivier van Rio Aguarico), Rio Napo, Rio Aguarico. Colombia: in de samenvloeiing van de Rio Orteguanza met de Rio Caqueta, Rio Amazonas, en Rio Solimoes.
De kleur van Corydoras elegans lijkt veel op C. napoensis en wordt soms ook wel verward met C. undulatus. Hij heeft aanvankelijk een onregelmatig vlekkenpatroon in de rugvin. Volwassen vissen krijgen echter twee zwarte banden en een minder duidelijke, in de verder kleurloze rugvin. Zie je deze niet of nauwelijks, dan heb je waarschijnlijk met een vrouwtje te maken. Vrouwtjes zijn ook “voller” en iets groter met afgeronde buik- en aarsvinnen.
Het lichaam van C. elegans toont een donkerbruin kleurverloop van de rug naar onderen toe, gescheiden van de rugvin door een dunne, soms olijfgroene kleurende lichtere band. Bij volwassen dieren verdwijnt dat kleurverloop in een donkere, zwartbruine, brede lengteband van kop tot staart, die boven en onder door een lichtere, smallere band wordt omlijnd, met daaronder terug dan weer een dunnere donkere band die soms in stippen eindigt. Die lichte banden vertonen soms een olijfgroene, soms een roze, soms een bronsachtige, fluorescerende kleur wat deze vis een zeer kleurrijk en elegant uiterlijk geeft. Het lichaam zelf is onderaan en op de buik vuilwit tot olijfoliekleurig. Bij vrouwelijke dieren zijn deze banden minder nadrukkelijk aanwezig, soms zelfs geheel afwezig. Net als alle andere corydorassen, heeft ook C. elegans geen echte schubben maar twee rijen elkaar overlappende beenplaten links en rechts van de rugvin en een volledig gepantserde kop. Vandaar ook hun Nederlandse naam: pantsermeerval. Die achterste pantserplaat op het hoofd kleurt bij volwassen dieren licht goudgeel.


 
Hemianthus micranthemoides
Patrick Loosveldt - Wagtail Aalst
020
In de kweekverslagen van vissen in teksten, in boeken, op het internet, op de vroegere vivariumkaarten (bijlage bij Aquariumwereld tussen 1982 en 2005), enz… lees je vaak dat aquariumvissen hun eitjes afleggen in “fijnbladerige planten”. Dit geldt bijvoorbeeld voor vele soorten zalmpjes en barbeeltjes. De meeste kwekers gebruiken dan javamos, maar ook andere soorten planten kunnen hiervoor dienen. Neem bijvoorbeeld Hemianthus micranthemoides. Deze lichtgroene plant heeft kleine, tere blaadjes op fijne stengels. Een flinke bos van deze plantensoort in het gezelschapsaquarium, wordt door verschillende soorten vissen dankbaar gebruikt als een plekje om zich voort te planten. Geregeld zie je dan een koppeltje wegduiken in het fijne groen. Met wat geluk zie je enige tijd later tussen de beplanting kleine visjes piepen. Dat is althans mijn ervaring met deze plant.
Hemianthus micranthemoides behoort tot de familie Scrophulariaceae en is afkomstig van de Oostkust van Noord-Amerika. Volgens het handboek van Christel Kasselmann, bijgenaamd de “blauwe bijbel”, zou deze plant ginds groeien aan de oevers van rivieren. Het is dus van oorsprong niet echt een tropische evenaarsplant. Toch is deze plant min of meer gemakkelijk houdbaar in het tropisch gezelschapsaquarium of in het plantenaquarium. Hij stelt niet zoveel eisen naar waterwaarden toe en verdraagt ruime marges van waterhardheid en pH-waarden. Persoonlijk had ik goede ervaringen met deze plant in relatief zacht water (kH 4 à 5 °dH), met CO2-bemesting en met wekelijkse ijzertoevoeging. Hierbij dient evenwel te worden opgemerkt dat CO2-bemesting voor deze plant geen must is. De temperatuur mag ergens tussen 22 en 26 °C liggen.De plant vormt spontaan zijtakken en het vermeerderen gaat heel eenvoudig door te stekken. Je knipt een stukje stengel af en stopt het gewoon in de bodem. Eenvoudiger kan bijna niet.


Europese guppykwekers verzamelden te Hasselt
Eddy Vanvoorden - Tanichthys Hasselt & Guppyclub België
024
Het weekend van 6 tot 8 november kwamen afgevaardigden van alle Europese guppyclubs samen in Hasselt voor het grote vijfjaarlijkse congres. Thema van deze algemene vergadering: het kiezen van een nieuwe president en de verfijning van de IHS-standaardregels voor de volgende vijf jaar. Eddy Vanvoorden, een door velen gekende Belgische guppykweker en een bij onze clubs graag geziene gastspreker, werd unaniem verkozen tot de nieuwe president van de IKGH. IKGH staat voor “Internationales Kuratorium Guppy Hochzucht” en is de overkoepelende organisatie van Europese guppyclubs, die o.m. instaat voor de toepassing van de IHS-standaardregels op internationale guppytentoonstellingen en voor het Europese guppykampioenschap. De GBE, Guppyclub België, stond in voor de organisatie en het vlotte verloop van dit Guppycongres – en de leden deden dit met verve.
Er was een zonnig weekend voorspeld, maar daar zouden deze guppykwekers weinig van merken. In de loop van de vrijdagvoormiddag kwamen zij toegestroomd uit Polen, Slowakije, Tsjechië, Italië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Engeland, Nederland en België. Van ’s middags begon de vergadering en die zou voortduren tot zondagmiddag. Niet aan één stuk, natuurlijk. Er werd uiteraard de tijd genomen om gezamenlijk te eten en een stapje in de wereld te wagen. Zo was er onder andere een bezoek voorzien aan het stadhuis van Hasselt, waar de delegatie werd ontvangen door Schepen Valerie Del Re. In een frietkot werd de hele groep vergast op een traditionele Belgische zak friet met mayonaise en hamburgerworst. En in Het Hemelrijk, waar bijna alle Belgische bieren op de menukaart staan, werden een aantal heerlijke Belgische biertjes geproefd. We waren tenslotte niet voor niets samengekomen in Hasselt “de hoofdstad van de Smaak”.
Het was een vreemde gewaarwording, maar voor één keer stond eens niet de guppy centraal op een bijeenkomst van guppykwekers. Ditmaal was het de beurt aan de keuringsregels en de organisatie van tentoonstellingen. Hevige discussies bleven uit, maar soms laaiden de emoties wel degelijk op. Tenslotte werden de puntjes nog ‘s op de i gezet, zodat het goede verloop van guppytentoonstellingen voor de volgende vijf jaren verzekerd zal zijn.
Het congres werd afgesloten met een lekkere lunch, ter plaatse bereid door Swa Moris (BGV) – ook al een guppykweker en een bewijs dat guppykwekers van alle markten thuis zijn.De uitreiking van de bekers van het voorbije Europese kampioenschap 2009 werd ter harte genomen door uittredend president Rob Altorf (NL). Op de erelijst valt op te merken dat de kwekers van onze beide Belgische guppyclubs, zowel Guppyclub België als de Belgische Guppy Vrienden, stilaan aanleunen bij de Europese top. In de eindrangschikking eindigde Jan Hustinx (Lanaken) 5de in de klasse van Grootstaarten en wist Wouter Govaerts (Godsheide) zich te nestelen op een eervolle 8ste plaats. In de klasse Zwaardstaarten eindigde Eddy Vanvoorden (Hasselt) op de 6de plaats en Wouter Govaerts op een verdienstelijke 9de plaats. We vermelden hier alleen de top-10 plaatsen, maar willen geen afbreuk doen aan de mooie prestaties van vele andere Belgische guppykwekers die op schitterende plaatsen eindigden in de eindrangschikking. Wie geïnteresseerd is in de volledige uitslag, kan hiervoor terecht op de website www.ikgh.org of op die van de 2 Belgische verenigingen www.belgischeguppyvrienden.be en www.guppyclub.be.

  20 vragen aan ... Ludo Segal 022
  BBAT-informatief 026
  VOEDSELGIDS Waterpissebedden  
Top