Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 64 - 2011
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 64 – Nr. 6 - Juni 2011
 
ISSN 1372-6501

Op safari in eigen vijvertuin
Guido Lurquin - De Siervis Leuven
182
Het woord safari komt van het Arabische woord “safara” (= reizen), en is de internationale term voor reizen die tot doel hebben het grote wild te bejagen of te fotograferen. We denken dan meestal aan een ontdekkingstocht in Afrika, op zoek naar “wilde beesten”. Leeuwen, hyena’s, luipaarden en gazellen worden tegen de wind in beslopen en met lange telelenzen op de plaat gezet … puur avontuur en romantiek.
Men kan het avontuur ook erg dichtbij zoeken, zeker als we leren kijken naar het kleine. Insecten en andere kleine diertjes zijn zowat overal te vinden. Ver moeten we er niet noodzakelijk voor lopen. Geef ons een vierkante meter natuur, struikgewas of vijver en we kunnen erin op safari. Een stukje tuin, zeker eentje met water, herbergt een groot aantal kleine wezens, die het “bejagen” meer dan waar zijn. Met de opkomst van de digitale fotografie zijn we minder afhankelijk van licht en zonneschijn. We kunnen al tot redelijke resultaten komen met minder dure apparatuur. Een eenvoudig statiefje kan echter nuttig zijn.
Het fotograferen van libellen is niet eenvoudig. Het zijn visueel ingestelde dieren die op iedere beweging reageren. Met hun vele en grote ogen kunnen ze alle kanten in het vizier houden. Een heel groot deel van de kop van een libel wordt ingenomen door de ogen. De grote facetogen bestaan, afhankelijk van de soort, uit 10.000 tot 30.000 facetten. Ze zijn in honingraat geplaatst. Dat zorgt voor een mozaïekachtig beeld van de omgeving. De bovenste ogen dienen om ver te kunnen zien. De onderste dienen voor dichtbij. Bij een levende libel is er een donkere vlek in de ogen te zien die met de blikrichting verandert. Dat is het deel van de ogen waarmee de libel de waarnemer ziet. Tussen de samengestelde ogen staan er drie puntogen aan de bovenkant van de kop. Die dienen om licht en donker te onderscheiden.
Libellen zien de fotograaf meestal voor hij hen heeft ontdekt en ze vliegen vervolgens snel weg. De libellen besluipen is vrij moeilijk. We moeten de regels kennen. Elke plotse beweging moet vermeden worden, ook de beweging van planten. Zich zo klein mogelijk maken en kruipen op handen en voeten kan helpen. Men zal vaak gedwongen zijn in moeilijke en onstabiele lichaamshoudingen te fotograferen. Dat betekent ook dat de belichtingstijden kort moeten zijn. Op veeleer koude en regenachtige dagen hebben we meer kans op succes. De dieren zijn dan beduidend rustiger en trager. Heel geschikt om te oefenen zijn de lege larvale huiden die achterblijven op de plantenstengels na de geboorte van de libellen. Ze worden “excuvie” genoemd en worden door wetenschappers gedetermineerd om een idee te krijgen van de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Een libel, die boven een vijver zweeft, zegt weinig over die vijver, want de libel kan van ver komen aangevlogen. De huid van de larve zegt: “hier ben ik herboren”, wat betekent dat de larve er succesvol leefde gedurende een jaar of meer. Een libel besluipen en proberen fotograferen is erg opwindend, het is echt fotojacht. Indien we weinig ervaring hebben, kunnen we beter beginnen met waterjuffers. Die zijn trager en gemakkelijker te benaderen. Een lange telelens hebben we er niet voor nodig. Het kan al met een gewone lens in macro stand. Parende koppeltjes zijn vrij vlug te vinden en te fotograferen. Als we geen te bruuske bewegingen maken, zal het zeker lukken. We moeten er wel voor opletten dat onze schaduw niet op de juffertjes valt want dat kan hen doen opschrikken.
De lange weg naar Australië (slot)
Gilbert Maebe - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland vzw.
186
Vóór het regenboogtijdperk, zeg maar de jaren '80, ging mijn belangstelling vooral uit naar de familie van de barbeeltjes. Toch hield ik steeds ook soorten als Telmatherina ladigesi, Bedotia gaeyi en de toen al voorradige Melanotaenia maccullochi.
Deel 2 van de lange weg die ik aflegde...
We werden gewekt door een aantal luidruchtige regenbooglorries. Met een 4x4 aangedreven bus reden we naar de ferry die ons moest overzetten naar Fraser Island. Dit eiland is het grootste zandeiland ter wereld. Het is ruim 100 km lang en 14 km breed. Van nature komt hier geen enkele steen voor. Vandaag zijn we toeristen, want dit is een nationaal park en daar mag niets gevangen of meegenomen worden. Fraser Island heeft heel wat te bieden. Het staat bekend om de vele verschillende zandkleuren die er voorkomen. De duinen zien er uit als “Cathedrals and Pinacles”, er zijn een aantal zoetwatermeren waar mag gezwommen worden en er is regenwoud, het wrak van het passagiersschip “Maheno”, de rots “Indian Head”. en de “Champagne Pools”: kristalheldere zeewater poelen met heel wat vissen in. Er zijn ook enkele zoetwaterbeken met regenboog- en andere vissen in. Helaas ... enkel maar om naar te kijken. Op het strand zie je geregeld dingo’s, dat zijn wilde honden en in de duinen trekken zeearenden onze aandacht. Een mooie dag, hier komen we later beslist nog terug.
De volgende dag bracht ons bij de Gin Gin creek. De bedding was droog, maar tegen de peilers van de Campbell brug staan nog behoorlijke waterplassen en daar zat ook nog vis in. De Melanotaenia duboulayi van de Gin Gin creek kenmerkt zich door de mooie lichte streep in de aarsvin. Daarbij zaten nog enkele Ambassis, gambusia’s en kreeftjes Cherax destructor. 35 km ten noorden van Gin Gin creek stopten we bij de Takilberan creek, ook hier Melanotaenia duboulayi, maar wat kleurrijker. Het was opvallend dat, hoe meer we naar het noorden reden, hoe langer de vinnen werden van Pseudomugil signifer. Ambassis was er ook weer bij, samen met Craterocephalus stercusmuscarum (Hardy Heads zeggen de Australiërs) en jonge Hypseleotris compressa. Net voor Rockhampton in de Gavial creek stonden mooie nymphea’s, Nitella, hoornblad en waterpest. Mogurnda adspersa verrijkte ons visbestand. In Princester creek, 80 km van Rockhampton, waren het Melanotaenia spl. spl., Pseudomugil signifer en vele garnalen met groene eitjes. In Townsville treffen we Steve Hume in het gezelschap van een Amerikaan: Bob Ross, ook een aquariaan. Met zijn vieren: Steve, Bob, Frans en ikzelf reden we de volgende dag naar de befaamde Harvey creek. Deze vrij snelstromende beek met vele grote stenen op de bodem, leverde de grootste P. signifer op. Hier worden die tot 7 à 8 cm groot. De Harvey creek is ook één der weinige biotopen waar Cairnsichthys rhombosomoides zit. Een aantal van deze soort belandde is ons net, de Amerikaan nam ze mee.
Een snoek in je aquarium?
Johan Keulemans - Pristella Schoten.
194
Soms kijken mensen mij verwonderd aan als ze mij horen zeggen dat ik snoeken in mijn aquarium houd. Het zijn echter geen inlandse snoeken, maar de ei-levendbarende snoek Belonesox belizanus. Een ei-levendbarende vis, waar je toch goed moet over nadenken alvorens hem aan te schaffen. Iets wat we eigenlijk bij elke vis, plant of welk ander dier ook beter zouden doen.
Al enkele jaren stonden ze op mijn lijstje van vissen die ik wel eens wilde houden en kweken, maar door hun specifieke eisen werd de aanschaf toch steeds weer uitgesteld. Telkens ik op de tentoonstelling van de Franse ei-levendbarende vereniging op bezoek ging, zaten ze daar. Ik heb dan toch maar beslist om ze eens te kopen. Er zat één trio en twee koppels en het trio interesseerde mij, de twee koppels waren niet zo goed van kwaliteit. Een groot nadeel was dat die vissen per opbod verkocht werden en dat je niet weet welke het eerste aangeboden worden. Toen de veiling begon, was het afwachten tot de snoeken werden aangeboden. Gelukkig kwam het trio als eerste aan bod, maar ik was niet de enige die ze wou meenemen. De aanhouder wint echter en uiteindelijk waren ze dan toch voor mij. Thuis aangekomen, werden ze in het aquarium geplaatst en toen begon het, maar daarover meer verder in dit artikel.
Rotzooi als bodem
Walter Van der Jeught - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland vzw.
198
Vele bodemmaterialen zijn regelrechte rotzooi. Zijn kitsch en helemaal niet geschikt voor de vissen die je houdt. Toch blijven sommigen argumenteren dat dit moet kunnen. Dat zij dit mooi vinden, kan zijn. Over kleuren en smaken discussieert men niet is hun stelling. Smaken verschillen inderdaad, maar als je bepaalde vissen houdt, kan een en ander echt niet. Als redacteur van Aquariumwereld wil ik met wat volgt ook niet zeggen of uw visie over een bodem straks goed of slecht is. Als redacteur wil ik geen waardeoordeel vellen. Iedereen kan en zal dit straks voor zichzelf moeten beslissen. Ik wil enkel even een klare kijk bieden op de standpunten van wat verantwoorde aquaristiek heet en je de keerzijde van de medaille laten zien bij de ondeskundige aanwending van bepaalde bodemmaterialen.
Een bodem in een fel rode, blauwe of gele kleur, daar voelt enkel een “selecte” groep toeschouwers zich goed bij, maar geen enkele vis noch echte aquariaan. Vooral voor bodembewonende vissen zullen alleen al deze felle kleuren een extra stressfactor betekenen. Hun specifieke tekening, die hen voor overzwemmende predatoren enigszins onzichtbaar maakt, zal hen nu doen opvallen waardoor ze voor hun belagers constant tot een duidelijk doelwit verworden zijn. “Hier zit ik!” is het enige dat je met zulke fel gekleurde bodems bereikt met een constant gepest van deze dieren als gevolg.
De lichtreflectie van dit soort felle kleuren (ook een witte bodem eigenlijk) levert daarnaast problemen op met algvorming op de bladeren van laagblijvende planten.
Ook een bodem in een soort georganiseerde “dambordstructuur” van zorgvuldig afwisselend geplaatste witte en zwarte grove kiezel komt nergens ter wereld voor. Zo’n bodem vereist misschien geen zonnebril zoals de vorige en vraagt bovendien waarschijnlijk veel geduld van de inrichter van het aquarium om die structuur te geven, maar is compleet onnatuurlijk. Hij is bovendien structureel niet in stand te houden en verwordt al snel tot een ongeordende mix witte en zwarte kiezel. Weg effect! Doe gewoon heel dat soort bodem weg.
Een bodem bestaande uit al dan niet kleurrijke knikkers heb ik ook al gezien. Ze worden trouwens ook te koop aangeboden in bepaalde aquariumwinkels maar elke rechtgeaarde aquariaan ontgaat het nut ervan. Toch kunnen knikkers inderdaad nut hebben in kweekopstellingen, maar daar gaat het hier niet over. Deze tekst handelt over een huiskameraquarium. Al dat voedsel geraakt sneller tussen die knikkers dan in de muil van je vissen met alle rottingsprocessen, nitraten en fosfaten tot gevolg. Je kunt hier het vuil zelfs niet afhevelen, omdat het tussen en onder je knikkerbodem komt te zitten. Voor ik over de regelrechte dierenmishandeling begin, toch eerst nog even iets anders. Schelpenzand, koraalgruis, kwartszand, waarin soms zelfs gemalen glasafval verwerkt zit!, kunnen eveneens niet in een zoetwateraquarium. De ene helpen binnen de kortste keren je waterkwaliteit om zeep, de andere zijn fragmentarisch “glas”scherp.
Duiken in de Rode Zee
Inge Leys - Tanichthys Hasselt.
202
In dit artikel wil ik jullie mee laten genieten van mijn duikervaringen in de Rode Zee, in de omgeving van de duiksites bij Hurghada aan de kust van Egypte, net onder de Golf van Suez. Het duiktoerisme in Egypte is jammer genoeg niet beschermd, je kunt er zelfs spreken van uitbuiting van het duiktoerisme. Er zijn heel wat regels die een duiker dient na te leven om geen schade toe te brengen aan het rif en zijn bewoners. Jammer genoeg zijn deze regels amper bekend bij de niet gecertificeerde duikers die de riffen in Egypte bezoeken. Dit heeft als gevolg dat veel koraalriffen enorm beschadigd zijn, zodat diverse riffen, die er een tiental jaren geleden nog prachtig bij lagen, nu nog enkel dood koraal bevatten.
De ervaren duiker die de regels naleeft, zal er adembenemende grotten kunnen ontdekken en zal gorgonen tegenkomen die tot 3 m diameter zijn uitgegroeid en prachtig gekleurde dendronephthya’s en nephthea’s.
Je zult er grote scholen Bannerfishes ontmoeten (Heniochus intermedius), meestal vergezeld van enkele Masked Butterflyfish (Chaetodon semilarvatus) en Black-spotted Sweetlips (Plectorhinchus gaterinus). Zoals je op de achtergrond van deze foto kunt zien, zwemmen ze in kleine groepjes over het dode koraal. Dat is ook de favoriete plek voor doktersvissen, van nature algeneters, want op dode koralen zijn meer algen te vinden dan op en tussen levende koralen.
Je zult er veel soorten lipvissen kunnen zien met hun bontgekleurde, gestroomlijnde lichamen.
Ik kon een mooie foto maken van een jonge 40 cm grote Lethrinus nebulosus. Deze soort kan tot 70 cm groot worden, dus niet geschikt voor in een huiskameraquarium.
Ik zag er grote scholen Mulloides vanicolensis, zeer indrukwekkend wanneer ze alle tegelijkertijd draaien en dan hun zilverachtige glans laten zien. Het is de enige goatfisch die in open water in scholen zwemt van circa 200 stuks, gemixt met sweetlips en snappers.
De Naso unicornis kun je hier ook ontmoeten. Hij lachte mij als het ware toe. Ik stond versteld van de snelheid waarmee deze vissen kunnen zwemmen en hun wendbaarheid. Deze soort wordt eveneens tot 70 cm lang en is bijgevolg ongeschikt om in een huiskameraquarium te huisvesten. Desondanks heb ik gehoord dat hij toch geregeld te koop wordt aangeboden bij enkele aquariumverkopers. Dit zou verboden moeten zijn, want op zekere leeftijd kan dit dier zich niet meer draaien in het aquarium en dan is de enige oplossing om hem aan een dierentuin of een groot publiek zeeaquarium af te staan.
Duiken is niet zonder gevaar. Niet alle vissen laten zich gedwee bewonderen. Deze Trigger fish (Pseudobalistes fuscus), hoewel hij een zeer indrukwekkende vis is, heeft mij enkele beten toegebracht, zelfs door mijn duikpak heen! Het is vooral in het paarseizoen dat deze vis agressiever wordt, maar voorzichtigheid is steeds gewenst indien je het pad van de Trigger kruist.
Veel voorkomend is Cephalopholis miniata. Ik kon er enkele mooie foto’s van maken. In tegenstelling tot wat zijn naam laat vermoeden, kan deze vis toch wel 40 cm groot worden.
Ook de ontmoeting met de Ray Taeniura lymna zal ik allicht niet snel vergeten. Het is in mijn ogen de mooiste en meest elegante van het hele genus. Een volwassen exemplaar kan tot 70 cm groot worden
In tegenstelling tot wat je zou vermoeden, zijn de Porcupinefishes helemaal niet schuw en kun je ze zeer dicht benaderen. Bij gevaar zullen ze zich opblazen zodat hun stekels, die normaal plat liggen, rechtop gaan staan, waardoor de vis als het ware een prikkende bal wordt.
Verder laat ik je nog even genieten van enkele mooie beelden van Amphiprion bicinctus, Caesio lunaris, Chaetodon semilarvatus, Parupeneus cyclostomus, Priacanthus hamrur en Sargocentron spiniferum die ik tijdens mijn duiktrip heb kunnen fotograferen
Tot slot nog enkele opnames van lederkoralen. Als conclusie kan ik stellen dat de Rode Zee prachtige koraalriffen herbergt en het onze plicht is als duiker of snorkelaar om deze prachtige biotopen in stand te houden. Alvorens te gaan duiken in de open zee, overweeg een internationaal certificatiebewijs te behalen en besteedt dan de nodige aandacht aan de geleerde regels voor het duiken in koraalriffen. Je kunt ze in elke gecertificeerde duikclub vinden (een PADI-certificaat is een wereldwijd erkend bewijs van professionaliteit binnen de duikwereld).
  20 vragen aan... Marc Thelissen 208
De redactie bezocht... De reptielen & amfibieënbeurs in Dadizele 210
Zoals aangekondigd in Aquariumwereld vond op 10 april ll een grote reptielen- & amfibieënbeurs plaats in Dadizele, dit in een organisatie van de Vlaamse Terrariumvereniging. Het was niet zo ver uit mijn buurt en dus trok ik er op die zondagvoormiddag, gewapend met het nodige fotomateriaal op uit voor een bezoek aan dit evenement.
Bij het naderen van het PC "Den Ommeganck" was het reeds zoeken naar een parkeerplaatsje. De talrijke buitenlandse nummerplaten vielen mij onmiddellijk op: Nederland, Frankrijk en zelfs Duitsland gaven present. De Nederlanders dan hoofdzakelijk als standhouders zou later blijken.
Aan de inkom werden we hartelijk begroet door Bart Van Aken, bestuurslid van BBAT, maar ook secretaris van de inrichtende vereniging. De zaal leek volledig bezet te zijn door standhouders, tot op het podium toe en er heerste reeds een drukte van jewelste. Op het podium viel van bij het binnenkomen het grote gele bord op van de vereniging "Danio Rerio" uit Izegem, je kon er niet naast kijken. Zij hadden deze gelegenheid aangegrepen om hun club te promoten en op hun stand vonden we enkele proefnummers van Aquariumwereld, op deze wijze waren wij er ook bij! Bedankt Danio Rerio!
Voor mij was het een eerste bezoek aan een dergelijke beurs, dus besloot ik eerst een rondgang te maken om de zaak te verkennen en een indruk te krijgen van wat, en vooral hoe, er zoal werd en aangeboden.
Het aanbod was zeer verscheiden en bij de reptielen vonden we anolissen, gecko's, agamen, diverse slangensoorten en enkele schildpadden, bij de amfibieën zagen we pijlgifkikkers en salamanders, bij de insecten vooral wandelende takken maar ook spinnen en schorpioenen. Daarbij was er een ruim aanbod van voedseldieren en decoratiematerialen. Buiten op de parking vonden we nog een grote stand met diepvriesvoeders zoals muizen, ratten en dergelijke meer. Kortom een terrariumliefhebber kon er zowat alles vinden wat hij voor zijn hobby nodig had.
De krappe behuizing waarin vele dieren werden aangeboden stootte mij eerst tegen de borst, maar toen ik mij later hierover informeerde bij kenners, bleek dit voor de dieren geen probleem te zijn. Er waren ook standhouders die een haast professionele verkoopstand hadden opgebouwd, volledig uit plexiglas en met voldoende ruimte voor de dieren. De aanbieders van de schildpadden verzekerden mij dat het allemaal dieren uit nakweek betrof en dat de nodige documenten ter beschikking waren.
Over prijzen wil ik het hier verder niet hebben, want ik ben absoluut niet op de hoogte van de handelsprijzen van dergelijke dieren. In ieder geval konden de organisatoren niet klagen over de belangstelling, want het was al vlug drummen in de gangen tussen de verkoopstanden! De meerderheid van de bezoekers waren liefhebbers uit het nabije Noord-Frankrijk die gretig van de gelegenheid gebruik maakten om het schaarse aanbod in hun eigen streek te compenseren met de ruime keuze die hier te vinden was.
Ik kan besluiten dat dit bezoek voor mij een mooie ervaring was, profi ciat aan de Vlaamse Terrariumvereniging voor dit succesvolle initiatief!
  BBAT-informatief 212
  VOEDSELGIDS Zijdevlinder, zijderups (1)  
Top