Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 65 - 2012
Volgende maand
   

 

Jaargang 65 – Nr. 1 - Januari 2012
 
ISSN 1372-6501
  EDITORIAAL 002
  Nieuwjaarsboodschap van Dhr. Eddy Selderslaghs, voorzitter van de Belgische Bond voor Aquarium- en Terrariumhouders vzw. en van Dhr. Freddy Haerens, Hoofdredacteur Aquariumwereld.  

Foto: Heiko Bleher
De Iraanse cichlide Iranocichla hormuzensis, een nieuwe interessante aquariumvis
Hamed Mousavi Sabet - vertaling: Freddy Haerens
004
Met een kustlijn van ca. 1.800 km langs de Perzische Golf en de Zee van Oman, en ca. 990 km op de zuidelijke oever van de Kaspische Zee, plus sommige zoet water binnenwateren heeft Iran een grote verscheidenheid aan aquatische fauna: weekdieren, schaaldieren, schildpadden, zoogdieren en in het bijzonder vissen.
Vele aquariumliefhebbers streven ernaar veeleer zeldzame vissen in hun aquarium te houden, doch het schaarse aanbod in de hobby laat zich niet noodzakelijkerwijs vertalen in “moeilijk” of “interessant” om te houden. Ik heb het geluk een groep zeldzame, ongewone en fascinerende cichliden te bezitten, nl. Iranocichla hormuzensis. Eens de Iraanse (of Hormuz) cichlide gevonden, kan het kweken ermee beginnen. Dat dit niet altijd van een leien dakje loopt en vele obstakels moeten overwonnen worden, wordt verder in dit artikel duidelijk.
Iranocichla hormuzensis is de enige cichlide die in Iran gevonden wordt en is het enige lid van het genus (monotypisch). De familie Cichlidae bestaat uit ongeveer 150 genera en 1.300 soorten, waardoor het de op één na grootste familie is binnen de Perciformes. Cichliden zijn te vinden in zoet en brak water van Midden- tot Zuid-Amerika, Afrika, Madagaskar, de Levant, Zuid-India, Sri Lanka en het zuiden van Iran.
Iranocichla hormuzensis is een “maternale” muilbroeder uit een zeer beperkt gebied langs de zuidkust van Iran, beperkt tot rivieren die afwateren in de Straat van Hormuz (figuur 2) en het gebied ten noorden van Bandar Abbas. Het is een absoluut prachtige vis eens hij volwassen is. De Iraanse cichlide is relatief klein, met een maximale lengte van ongeveer 10 cm. Hoewel misschien iets ondermaats, beschikt hij over een zeer stevig lichaam. De jongen zijn iets meer langwerpig en men kan duidelijk de al vroege ontwikkeling van de bolle vorm van de kop zien. In dit stadium is er nog geen spoor te zien van het toekomstige kleurpatroon. De jongen vertonen een zilvergroene kleur zonder pigmentatie in de vinnen. Het lichaam vertoont 7 tot 11 verticale strepen die vervagen naarmate de vis ouder wordt. De rugvin vertoont een gemakkelijk herkenbare tilapia-spot. In de beschrijving van de soort wordt gesteld dat mannetjes van vrouwtjes kunnen worden onderscheiden door een grotere koplengte, grotere buikvinnen en een voller lichaam. Een nauwkeurige geslachtsbepaling van deze vis kan echter pas worden gemaakt als zij een bepaald gedrag beginnen te vertonen en de kleurtekening verandert. Door goed te kijken, kunnen witte vlekken op de zilveren vissen worden opgemerkt. Langzaam begint de man donkerder grijstinten te vertonen, tot het er als licht zwart uitziet. In bruidstooi is de man intens zwart met witte en turquoise iriserende vlekken verspreid over het hele lichaam en de staartvin. Er zijn geen vlekken op zowel de anale als de buikvinnen. De rugvin bevat een aantal vlekken en heeft witte strepen in de anders zwarte vin. De vrouwtjes behouden de zilveren kleur en de verticale banden, al hebben we er gezien die iets donkerder worden, maar het is gewoon heel lichtgrijs zonder alle vlekken. In tegenstelling tot de mannen, is de tilapia-spot gemakkelijk te zien bij de vrouwtjes. De kleurverschillen tussen de vrouwtjes en de baltsende mannen zorgt voor een prachtig schouwspel.


 

Foto: Gilbert Maebe
Glossolepis incisus
Walter Van der Jeught - De Minor Rupel-Vaartland vzw
012
Glossolepis incisus uit de familie der Melanotaeniidae (regenboogvissen), werd voor het eerst beschreven door de Nederlander Max Weber (in "Nova Guinea, V- Zoologie", 5(2):241) die vooral tussen 1890 en 1907 zeer intensief ichtyologische expedities ondernam naar o.a. ook regenboogvissen in Nederlands Oost-Indië, nu Indonesië. Het zoeken en vangen van Glossolepis incisus, in de meestal afgelegen biotopen van Nieuw-Guinea, was toen trouwens geen sinecure en het duurde dan ook tot 1973 vooraleer levende vissen van deze soort konden gevangen worden.
A. Werner jr. uit München en E. Frech uit Memmingen, Duitsland, brachten dat jaar, tussen hun collectie regenboogvissen, de eerste kleurrijke Glossolepis incisus mee naar Europa na een zoektocht in Java, Celebes en West-Papoea (vroeger Irian-Jaya). Beiden introduceerden trouwens nog een andere, vandaag zeer gegeerde regenboog, nl. Iriatherina werneri. Volwassen mannetjes van Glossolepis incisus zijn prachtig robijnrood tot tomaatrood gekleurd over hun gehele lichaam en dito vinnenstelsel, waarbij sommige schubben een zilverkleurige glans vertonen, wat bij deze vissen soms tot briljante effecten leidt. Vandaar ook hun Nederlandse naam: rode regenboogvis of rode Sentani regenboogvis. Merkwaardig is ook dat bij deze vis geen echte zijlijnen of banden merkbaar zijn, zoals dat bij vele andere regenbogen wel het geval is. Jonge vissen zijn dan weer lelijke eendjes met een doffe, grijszilverachtige lichaamskleur met een soms wat olijfachtige schijn. Bij mij hadden deze jonge vissen ook een onduidelijke, lichtere band die over de kop naar de rugvin toe spits uitliep. Later, als ze volwassen zijn en op kleur, werd dit een mooi rode band die meestal nadrukkelijk aanwezig was. Vanaf 6 à 7 cm, na ongeveer een jaar, komen de mannen op volle kleurenpracht, waarbij de meest dominante man het felste rood kleurt. Dit gebeurt aanvankelijk geleidelijk, met eerst de vinnen en wat rode vlekken op het lichaam, waarna dan snel het hele lichaam een dieprode glans gaat vertonen. De vissen zijn dan ca. 8 cm groot. Ze kunnen uiteindelijk (al blijven regenboogvissen groeien zolang ze leven) een grootte van ca. 15 cm bereiken en dit bij een levensverwachting van ca. 5 jaar.


 

Foto: Freddy De Gendt
Breken of kweken? (deel 1)
Freddy De Gendt

018
Wie, die toen al met de hobby bezig was, had in de jaren '70 durven denken dat we vandaag de dag in staat
zouden zijn om de mooiste koralen succesvol te houden, laat staan te vermeerderen? Onze hobby heeft sindsdien een gigantische vooruitgang geboekt. De continue ontwikkeling van technieken voor waterbehandeling en belichting, de uitgebalanceerde artificiële zoutenmengsels van bijna perfecte kwaliteit: dit zijn de steeds evoluerende middelen die de speciaalhandel ter beschikking stelt om deze liefhebberij met succes te beoefenen.
Maar het draait hem om meer dan die techniek! De laatste jaren is de verspreiding van de kennis razendsnel gegaan: uitwisselen van ideeën hoeft niet meer via brief of op een andere tijdrovende manier, maar kan omzeggens in real-time via internet, waar forums ter beschikking staan van beginners, begonners en gevorderden. Deze forums laten ons toe om zelfs internationaal supersnel en openlijk te communiceren. We staan er niet meer bij stil, maar een vraag die we stellen via een forum is gericht aan honderden, ja soms duizenden liefhebbers en een antwoord is nooit ver weg.
Die revolutie heeft onder andere teweeg gebracht dat bij velen van ons de koralen de bak uitgroeien en dat er noodzakelijkerwijs dient gestekt te worden.
Stekken van koralen is soms een noodzaak, maar niet altijd.
Laat ons enkele goede redenen om te stekken op een rijtje zetten.
1. Het binnen de perken houden van grote kolonies, zoals lederkoralen, gorgonen, acropora's... Hun uitbundige groei zorgt ervoor dat bepaalde delen van de kolonies elkaar gaan beschaduwen, verstrengelen of zelfs actief gaan netelen omwille van een te goede groei (de alom gekende vechttentakels). Daarom is het een meer dan goede reden om deze koralen te stekken.
2. Plaats maken voor andere koralen of het “verjongen” van de kolonie, omdat delen van de moederkolonie door “eigenschaduw” wit worden (“self shading”) en afsterven.
3. Manipuleren en stimuleren van de groei (bijna zoals bij bonsai):
- vertakte koralen compacter laten groeien;
- snellere groei door stekken (vertakken van de koralen).
4. Preventief stekken: stukken uit het eigen aquarium stekken om de risico's van verlies van schitterende kolonies te beperken. Dikwijls is het niet onverstandig om van recent aangekochte kostbare of zeldzame koralen in je eigen aquarium zelf een “back-up” stek te plaatsen in het vaste decor (dus niet op een steksteentje).
5. Rendabel stekken: het aan de man/vrouw brengen van stekken laat toe om een deel van de kosten van de hobby te recupereren, maar kan ook toelaten om de hobby uit te breiden door de opbrengst te gebruiken voor de aanschaf van betere of modernere apparatuur.
6. Ruilen van stekken: dit is ook een mogelijkheid om aan mooie en houdbare koralen te komen. Hier komt ook het sociale aspect naar voren, nl. contact houden met mede-aquariumliefhebbers.
7. Curatief stekken: bepaalde ziekten die meestal acropora’s teisteren, kunnen ons verplichten om nog snel goede stukken van getroffen kolonies te redden. RTN (Rapid Tissue Necrosis) is het snel afsterven van weefsel vanaf de onderkant van de koralen. In dit geval kunnen we niet over stekken spreken. We zijn echter best voorbereid op dergelijke voorvallen zodat we de nog gezonde delen van het koraal kunnen wegknippen en monteren op steksteentjes, of rechtstreeks in het decor van het aquarium. De technieken onder de knie hebben en het stekmateriaal steeds bij de hand hebben, is in dit geval een niet te miskennen voordeel.

 
BBAT Bondsdag 2011
Lambert Rumen en Marc Thelissen.
026
Op zaterdag 1 oktober organiseerde Daphnia Lille, in opvolging van BBAT-Limburg, de jaarlijkse Bondsdag. Als kleine club van 12 leden, samen met hun partners, namen zij enkele jaren geleden de verantwoordelijkheid op zich om de Bondsdag te organiseren. Dit deden zij om hun 20-jarig bestaan naar buiten te brengen. Als medewerker van de voorgaande Bondsdag weet ik dat het toch een heleboel extra werk en organisatie met zich meebrengt.
Op 1 oktober werden alle deelnemers aan de Bondsdag ontvangen in het Parochiecentrum te Lille, met bij het binnenkomen eerst een naamsticker, de nodige bonnen voor enkele consumpties bij het middagmaal en een inkomkaart voor hun tentoonstelling later op de dag. Dan even snel naar de koffie, want na een uurtje rijden en zo vroeg vertrekken kun je dit wel gebruiken. Niet enkel koffie, ook een aantal koffiekoeken was voor iedereen voorzien.
Stipt om 10 u. opende Eddy Selderslaghs, voorzitter van de BBAT en Daphnia Lille, de Bondsdag. Na zijn openingsrede kwamen de genodigde gasten van de Waalse en buitenlandse bonden aan het woord. Zij prezen de Belgische Bond en hun leden en waren zeer te spreken over de werking van de Bond. Hierna werd de academische zitting geopend door Willy Luts, secretaris van de BBAT, met de huldigingen van verdienstelijke leden en verenigingen. De leden opsommen die een BBAT-ereteken kregen, is een te lange lijst. Dit jaar was er ook een nieuwe keurmeester te huldigen. Marc Thelissen, secretaris van de Commissie Bondskeurmeesters, was fier om aan Lambert Rumen van A.V. Maroni Maaseik het bondsdiploma “Bondskeurmeester” met de specialiteit “vijvers” te overhandigen.
Voor de redactie van Aquariumwereld nam Walter Van der Jeught even het woord over van de bondssecretaris, dit om de laureaat van de Orandaprijs 2010 bekend te maken.
Johan Keulemans van Pristella Schoten schreef het meest gesmaakte artikel van 2010: "Halfsnavelbekken".
De club met de meeste ledenwinst ging dit jaar naar Hasselt. Zij ontvingen hiervoor een waardebon die kan gebruikt worden bij het aankopen van boeken bij de Belgische Bond. Natuurlijk wordt er ook ieder jaar de “Club van het jaar” voorgesteld. Hiervoor moeten de clubs een prestatielijst indienen. Hier onder dan ook de uitslag van deze wisselbeker.
De Minor Rupel-Vaartland   2363 punten en een 5de plaats
Zilverhaai Beringen               2365 punten en een 4de plaats
Tanichthys Hasselt                2644 punten en een 3de plaats
Betta Buggenhout                  2694 punten en een 2de plaats
De winnaar is voor het tweede jaar op rij Aquarianen Gent met 2750 punten. Hierna was er een pauze met koffie en koeken. Tijdens deze pauze werden er onderling nog wat contacten gelegd met de vele mensen die je er telkens weer treft. Na de pauze was het de beurt aan de eerste spreker, Hans Vandyck met zijn voordracht over “Biodiversiteit voor waterleven” en in het bijzonder de vissen. Een leerrijke voordracht die je toch wel anders doet aankijken tegen het leven op onze planeet. Na deze voordracht van ongeveer een uur konden we ons te goed doen aan een heerlijke maaltijd. Een warm buffet, met vooraf soep die aan tafel werd gebracht door een aantal lieftallige dames. Hierna kon men in volgorde van de tafels aanschuiven aan ook een zeer goed en uitgebreid warm buffet. Later volgde nog een dessertbuffet, waar sommigen (volgens mij) niet genoeg van konden krijgen. Om 15.30 u. volgde dan de tweede voordracht door Dhr. Daan Delbare. Hij gaf ons een gedocumenteerde kijk op de Zeeuwse Kalender. Een goed verzorgde voordracht met onderwaterfotografie over de meest voorkomende dieren, vooral naaktslakken die leven in de Zeeuwse Delta. Elke maand waren dit telkens andere dieren die er zich kwamen voortplanten. Om 16.30 u. volgde dan het slotwoord door voorzitter Eddy Selderslaghs. Hij wenste iedereen een behouden thuiskomst en raadde ons zeker een bezoek aan hun tentoonstelling aan. Dit werd dan ook gedaan door de vele deelnemers aan de Bondsdag. Ook wij gingen een bezoekje brengen aan de twaalf goed verzorgde vivariums. Deze waren alle van een hoge kwaliteit en mooi gepresenteerd. Spijtig dat de locatie al snel te klein was voor de meer dan 150 deelnemers aan de Bondsdag. Langs deze weg wil ik dan ook nu weer meegeven dat de afwezigen zeker ongelijk hadden. Misschien volgend jaar bij de volgende organisatie. Verder wil ik Daphnia Lille van harte proficiat wensen met hun geleverde prestatie.
AQUA TERRA DAGEN 2011, een succesverhaal
Eddy Selderslaghs - Bondsvoorzitter
030
Toen ongeveer 4 jaar geleden de terugloop van het ledenbestand steeds ernstiger werd en de aquariumhoudersverenigingen steeds maar kleiner, werd er binnen de BBAT voor de zoveelste maal aan de alarmbel getrokken. Uit tal van onderzoeken bleek dat er nog wel voldoende liefhebbers voor onze hobby waren, maar dat de georganiseerde liefhebberij om tal van redenen niet meer aansprak. Eén van die redenen was de onbekendheid van de massa met het bestaan van aquariumhoudersverenigingen en  dito bond.  Omdat wij, leden van de Belgische Bond voor Aquarium- en Terrariumhouders, ervan overtuigd zijn dat het verantwoord, ecologisch en diervriendelijk houden van vissen en reptielen enkel maar kan indien de individuele liefhebber beroep kan op de deskundigheid van meer ervaren liefhebbers, zochten wij dan ook naar acties die de naambekendheid van de BBAT en zijn clubs zouden vergroten.
Een eerste voorstel betrof het houden van één open-deur-dag onder de naam: “DAG VAN HET AQUARIUM”.   Dit voorstel hield in dat op één welbepaalde dag over heel Vlaanderen de leden van onze verenigingen thuis een open deur dag zouden houden. Met de nodige aankondigingen in allerlei streekkranten, speciaalzaken en flyers in de brievenbussen zou dit toch heel wat geïnteresseerd volk op de been moeten brengen. Dit voorstel stierf evenwel een stille dood, maar nu eenmaal de hersenen in beweging waren gekomen, rijpte er stilaan het idee om niet per individueel lid maar wel per vereniging zo’n open deur dag te organiseren. Van het ene idee kwam het andere en zo kwamen er beurzen, minitentoonstellingen, voordrachten en nog een aantal andere initiatieven op de proppen: de AquaTerraDagen waren geboren!
2011 werd vooropgezet als jaar van de actie en stilaan werden de voorstellen via advies- en federatieraden gelanceerd. Dank zij de zeer gewaardeerde projectsubsidie van de Vlaamse Overheid en nog meer dank zij de enorme werkkracht van de nationale voorzitter Eddy Selderslaghs slaagde de BBAT erin om tegen de start van dit project de organisatie ervan volledig klaar te hebben.
Aan elke vereniging werden gratis affiches en flyers, waarop hun actieprogramma werd vermeld,  bezorgd. Via een speciaal hiervoor opgerichte website, ook bereikbaar via Facebook, werden al deze acties, per club, visueel voor elke geïnteresseerde gepubliceerd. Nuttige adressen van TV, radio en dagbladpers werden via e-zines verspreid.
Ten slotte was het nu de beurt aan de verenigingen zelf!  
16 verenigingen speelden ons hun ervaringen door, de reacties waren over het algemeen zeer positief. Het materiaal dat ter beschikking was gesteld, voldeed meestal, voor enkele verenigingen was er te veel, voor anderen dan weer te weinig. De ledenwinst, waar het toch in de eerste plaats om te doen was, bedroeg 121 nieuwe leden, maar: zoals alle propaganda en publiciteit moet men dit op lange termijn evalueren. De vraag om deze actie nogmaals te voeren, was algemeen en ook het hoofdbestuur van de BBAT is stevig van plan om het niet bij een éénmalige uitgave te houden.
  De redactie bezocht...
"Tropenweelde", de FAK-tentoonstelling van De Minor Rupel-Vaartland
032
  BBAT-informatief 034
  VOEDSELGIDS Wantsen  
Top