Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 65 - 2012
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 65 – Nr. 2 - Februari 2012
 
ISSN 1372-6501

Foto: Wilfried Van der Elst
Een nieuwe en gemakkelijke manier om vrijleggers te kweken
Wilfried Van der Elst - Aquarianen Gent / Dierenverzorger Aquarium Zoo Antwerpen
038
Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar het leukste aan de hobby heb ik altijd het kweken van onze visjes gevonden. Het geeft een goed gevoel als je eigen nakweek hebt. Zo voelt het toch een beetje dat je de natuur wat ontlast en, niet te vergeten, je kennis van de soort breidt daar een pak mee uit. Als kind was ik al gek op die uitgebreide kweekverslagen van de liefhebbers. Dat waren toen kerels die wisten met wat ze bezig waren. Als ik tegenwoordig de internetforums zie, heb ik toch af en toe de bedenking: dit is soms beneden alle peil. Jongens, hoe plat kun je gaan?
Maar kweken met vissen en in dit geval vrijleggers, vraagt wel wat inspanning en interesse voor je vissen en dat is tegenwoordig zeldzaam geworden. Oké, het is ook niet altijd even gemakkelijk.
Persoonlijk vond ik bepaalde methoden wel een pak moeilijker dan het in de boekjes stond. Een bodempje van uitgekookte turfmolm was bij mij na een paar keer voederen meer een bak met slijk, waaruit af en toe gassen ontsnapten die volgens mij beslist brandbaar waren. Een aflegrooster heb ik ook geprobeerd, maar daar viel al het voedsel door en lag daar dan buiten het bereik van de vissen en ... mijn hevelslang, om daar na een dag of twee mooie brokken schimmel te vormen die minstens even schattig waren als een ondermaatse cavia. Zeker niet ideaal om in die buurt tere visseneitjes te laten ontwikkelen.
Het beste resultaat verkreeg ik nog als ik de bodem vol legde met glazen knikkers. Die waren perfect proper te houden. Als vissen wat wrongen konden ze toch nog aan wat eten geraken en als er eitjes werden afgezet, was dit tamelijk goed te zien en bleven er ook genoeg over. Deze methode was voor mij lang de beste. Ik gebruik deze nog steeds thuis. Het blijft wel wat werk en je moet je vissen goed observeren om te zien wanneer ze afleggen, maar dat vind ik thuis niet erg, integendeel, dat is juist de hobby.
In de Zoo echter, waar ik werkzaam ben, heeft men die tijd niet. Elke handeling wordt er afgemeten in manuren. Wij staan met 3,5 man in voor 170 aquaria en dit 7 dagen op 7. Er moet natuurlijk elke dag iemand zijn en terwijl er collega’s zijn die in het weekend werken en daardoor in de week die dagen terugnemen (en er moet ook al eens vakantie genomen worden) ,maakt dat, dat je eigenlijk bijna nooit met 3 man tegelijkertijd aanwezig bent. Meestal met 2 of alleen en dit dus voor 170 aquaria. Dit alles om het belang van die manuren te onderstrepen. Nu kun je daarover zeuren of er iets aan proberen te doen. Wij hebben gekozen om wat creatiever te zijn. Daarom zijn we altijd bezig om de zaken zo eenvoudig mogelijk te maken. Mijn moto is altijd “Less is more” geweest, na “Festina lente”, natuurlijk! Nu hebben we af en toe vissen waar wel eens mee moet gekweekt worden omdat ze niet veel in de handel zijn. Zo hebben we in ons gamma, Puntius arulius en Puntius lateristriga. Die worden (terecht) niet veel aangeboden in de reguliere aquariumhandel omdat ze te groot worden en dan geen prettige vissen meer zijn in een gewoon gezelschapsaquarium. Voor onze Azië aquarium van 25.000 l zijn ze echter ideaal. We willen wel een mooie groep en omdat we ook graag ethisch verantwoord bezig zijn, wilden we ze zelf bij elkaar kweken. Voor zulke zaken hebben we in de zoo een kweekkamer van zo’n 65 aquaria waar diverse soorten gekweekt worden. Nu las ik in het Duitse aquariumblad DATZ een artikel met verhelderende schetsjes bij. Het ging over een kweekmethode die de auteur zelf met veel succes gebruikte. Eigenlijk zo logisch als wat.


 
Xiphophorus evelynae
Johan Keulemans - Belgische Guppy Vrienden / Pristella Schoten
044
Een minder bekend visje uit de groep van de zwaarddragers en platy’s, is de hooglandplaty of Xiphophorus evelynae. Dit visje werd in 1960 beschreven door Rosen; “evelynae” is afkomstig van mevr. Rosen Evelyn. Xiphophorus evelynae is nauw verwant met de meer bekende Xiphophorus variatus, waarvan een groot aantal kweek variëteiten op de markt zijn.
Bij deze platy bereiken de mannetjes een lengte van ongeveer 4,5 cm, de vrouwtjes worden 0,5 cm langer. Xiphophorus evelynae is afkomstig uit Mexico waar hij leeft in het Rio Tecolutla-systeem.
De grondkleur van de vissen is olijfbruin. Sommige hebben zwarte vlekken en/of zwarte dwarsstrepen op hun lichaam. Bepaalde mannetjes kunnen een diepgele tot oranjekleurige staartvin en/of rugvin hebben. De vinkleur van de vrouwtjes is transparant of lichtgeel.
Voor de huisvesting van dit levendige visje volstaat reeds een aquarium van 60 cm voor een schooltje van een 7-tal vissen. Dit aquarium kan men gedeeltelijk dicht beplanten zodat er schuilplaatsen ontstaan voor de vrouwtjes en de jongen. De temperatuur van het water moet niet te warm zijn, 20 à 22 °C is ruim voldoende.
Wat betreft voeding zijn het zeer gemakkelijke kostgangers. Alles wat enigszins eetbaar is wordt met plezier gegeten. Wat ze zoal eten: droogvoer (granulaat en vlokkenvloer), diepvries
voedsel zoals muggenlarven, Artemia, Tubifex, Cyclops, plankton enz..., ook gevriesdroogd voedsel wordt graag gegeten. Als er bovendien al eens een algje opduikt, plukken ze dit met graagte van de planten of de aquariumruiten.
De kweek levert geen problemen op, al is het misschien iets moeilijker dan Xiphophorus variatus en is het aantal jongen minder. De mannetjes jagen constant achter de vrouwtjes om dan voor hen te kunnen pronken. Zo proberen ze dan de vrouwtjes te imponeren en als een vrouwtje dan “valt” voor meneer zijn charmes, zal hij haar bevruchten via zijn gonopodium. Na de bevruchting zal het ongeveer 4 weken duren vooraleer  het vrouwtje haar jongen afwerpt. Een worp bevat ongeveer 20 jongen. Deze kunnen bij de ouders gelaten worden als er voldoende bescherming is. Zoals bij alle ei-levendbarenden kunnen de jongen meteen voor zichzelf zorgen. Ze eten hetzelfde menu als de ouders, maar dan in een verkleinde versie.
Dit is eens een ander ei-levendbarend visje dat zeker in een gezelschapsaquarium geen mal figuur zou slaan. Alleen moet men er voor zorgen dat er geen andere Xiphophorus-soorten aanwezig zijn om te voorkomen dat ze hiermee zouden kruisen.


 
BBAT NATIONALE FOTOWEDSTRIJD 2011
046
Tijdens de Nacht van de Aquariaan dewelke doorging op vrijdag 18 november 2011 werden de winnaars bekend gemaakt van de Nationale Fotowedstrijd 2011.
Uit de talrijke inzendingen koos de jury in iedere categorie de meest representatieve fot, hierbij rekening houdend met o.a. de technische kwaliteiten van het beeld (scherpte, belichting, enz...), de compositie en het verhaal in het beeld.
Uit de winnaars ib iedere categorie werd de "over-all" winnaar gekozen die bekroond werd met de "GOUDEN LENS 2011".
- GOUDEN LENS 2011 - Categorie Vijver - Dieren: Wilfried De Meester (Betta Buggenhout)
- ZILVEREN LENS 2011 - Categorie Aquarium - Dieren: Gilbert Maebe (De Minor Rupel-Vaartland)
- BRONZEN LENS 2011 - Categorie Aquarium - Algemeen: Leo Bauwens (Gracilis Hoboken)
 

Foto: Arend van den Nieuwenhuizen
Ludwigia repens, het kruipend waterlepeltje
Walter Van der Jeught - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland vzw
049
Ludwigia repens is een populaire, mooie en gemakkelijk te kweken plant die goed gedijt in de meeste aquaria met waterwaarden rond de basisparameters. Het is tevens de momentele naam van het kruipend waterlepeltje (soms ook rood-groen zonneblad) dat al in 1821 voor het eerst werd beschreven door Elliot als Ludwigia natans. Je vindt hem trouwens nog geregeld onder deze naam terug in zowel de handel als in boeken. Deze soort werd daarnaast ook een hele tijd verhandeld onder de naam Ludwigia mulertii. Voor ons aquarianen is het is de interessantste en gemakkelijkste vertegenwoordiger van zijn soort.
De plant behoort tot de familie van de Onagriaceae, de teunisbloemfamilie en komt uit Midden-Amerika, de zuidelijke staten van de Verenigde Staten en Mexico, zelfs tot op de Caribische eilanden. Ludwigia repens komt er voor in zwak stromend water, afwisselend emers en submers.
L. repens is een stengelplant die in het aquarium gemakkelijk een lengte van 50 cm kan bereiken maar waarbij je moet opletten dat de bladkroon nooit het wateroppervlak bereikt omdat de bladvorm en de bladkleur dan verandert. De bladeren staan kruisgewijs tegenoverstaand ingeplant op een korte steelafstand (8-12 mm bij een goede belichting, tot 4 cm bij een te zwakke belichting). Ze zijn tot ca. 3 cm lang en tot 1,5cm breed, rondachtig tot breed elliptisch. Bij een goede belichting (zelf gebruik de 830 en 840 TL-lampen) en een niet te hoge temperatuur (max. 23 °C) worden de bladeren bovenaan olijfgroen, onderaan purperachtig, violetrood tot dieprood. Bij een zwakke belichting blijft de plant echter bleekgroen met langere plantstengels tussen de bladkransen en/of verliest hij zijn onderste bladeren. Als richtlijn voor de belichting kun je hier stellen dat 36 W/100 l water toch een minimum is. Een extra spotje boven deze planten of, voor wie al elders een dergelijk zonnetje heeft, een extra gloeilamp kan ook aan dit belichtingsprobleem verhelpen. Ludwigia repens groeit goed in zowel zacht als harder water, hoewel zacht en licht zuur water het beste blijkt voor deze plant. Interessant voor wie geen CO2 toevoegt, is tevens dat de koolzuurbehoefte van deze plant niet erg groot is. Een regelmatige waterverversing, met telkens de toediening van een weinig aquariumplantenmeststof, waardeert deze plant dan weer wel ten zeerste.
Ook met het oog op de ontwikkeling van scheuten in de bladkransen, moet de lichtintensiteit hoog genoeg zijn. Mijn ervaring met deze aquariumplant is dat Ludwigia repens op die manier eigenlijk heel gemakkelijk te kweken is. Als je van voldoende grote planten de top afsnijdt (steeds met een scherp mes), dan ontstaan gegarandeerd een aantal scheuten op het resterende stuk stengel. Zelf gebruik ik hiertoe drie tot vijf sterke stengels die tussentijds en onopvallend, naar de achtergrond worden verplant. Na enkele weken oogst ik dan mijn gratis extra plantjes (soms veel) die ik voorlopig dan weer vooraan in de groep aanplant. Vermits deze plant zich dus rijkelijk vertakt, dienen we daar bij het inplanten rekening mee te houden en we moeten ze onderling dus voldoende ruimte geven. Meteen is deze plant uitermate geschikt om er een mooie groep mee in te planten, toch moet deze groep in verhouding tot het aquarium blijven.
Het is een van mijn favoriete planten die groepsgewijze aangeplant in de midden- of achterzone een mooi kleuraccent vormt in het aquarium. Als gezelschap kunnen Vallisneria en Cabomba of Myriophyllum als echte waterplanten een fraai contrast geven…

Foto: Rudie Kuiter
Chaetodon auriga, de oogvlek koraalvlinder
Bruno Lemer - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland vzw.
052
Hun natuurlijke biotoop is vrij verscheiden en behelst zowel rijke koraal- als wiervelden in de Rode Zee, de kust van Oost-Afrika tot aan de Mossel Baai in Zuid-Afrika. Verder komen ze voor in de Indische en de Stille Oceaan tot Hawaï, Marquesan en Ducie eilanden, van Zuid-Japan tot Lord Howe, de Rapa eilanden en daarenboven in heel Micronesië. Ze komen er voor tussen één en vijfendertig meter diep.
Chaetodon auriga is een van de populairste en meest aangeboden koraalvlinders. Ze zijn tamelijk schuw en hebben dan ook veel schuilmogelijkheden nodig.
Deze Chaetodon bezit een opvallend kleurenpatroon. Het gelijkt op een visgraat en wordt gevormd door donkergrijze strepen op een zilveren ondergrond. De ogen gaan schuil achter een zwarte band die naar onder toe meer de allure van een vlek vertoont. Deze verticale band is typisch voor de meeste koraalvlinders en is bedoeld om de kwetsbare ogen onopvallend te maken voor vijanden die vooral deze zeer kwetsbare organen viseren. Het grote schijnoog op het zachte gedeelte van de rugvin moet vooral de predatoren misleiden. Het grote nepoog doet hen denken aan een grotere vis die hun in het vizier houdt. Als we hun grootte – ongeveer 23 cm - in acht nemen, moet de zwarte vlek op de rugvin wel imponeren. Eigenaardig is wel dat populaties aan de zeezijde van het rif deze vorm van mimicry niet vertonen. Sommige auteurs willen ze daarom als een aparte ondersoort beschouwen onder de naam Chaetodon auriga auriga.
De rugvin eindigt in een draadvormig aanhangsel. Of dit een speciale functie heeft, kon ik tot heden niet achterhalen.
In het aquarium worden ze zelden groter dan zo’n 15 cm, een aquarium van minstens één meter lengte is dus wel noodzakelijk. De hoogte mag maximaal zijn, daar ze van alle waterlagen gebruik maken.
Een temperatuur tussen 23 à 27 °C waarbij het zoutgehalte, bij 25 °C, 1.021 tot 1.023 bedraagt, is ideaal voor deze koraalvlinders.

Foto: Arend van den Nieuwenhuizen
Tamnophis sirtalis
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw.

056
Ongeveer twee decennia geleden was de kousenbandslang (Thamnophis sirtalis) de uitgesproken beginnerslang en waarschijnlijk de meest gehouden. Tegenwoordig is die rol van de kousenbandslang overgenomen door de rode rattenslang (Elaphe guttata). Thamnophis sirtalis is de afgelopen jaren steeds zeldzamer geworden. Als ze uitsterven in de hobby, dan is dit echt jammer. Thamnophis sirtalis is en blijft een hit. Het is een opvallend alerte en bewegelijke slang die in de hobby, wat dit betreft, mogelijk zijn gelijke niet kent. Een terrarium met Thamnophis sirtalis is een vivarium waarin voor slangenbegrippen vaak wat te beleven valt. Een vriendelijke slang, die gemakkelijk en goedkoop te houden is. Het zijn gemakkelijke eters van regenwormen, kattenvoer en ontdooide diepvriesvis. Op de website wordt vooral aandacht gegeven aan één van de vele varianten van Thamnophis sirtalis: de opvallend fraaie zwarte vorm van de ondersoort Thamnophis sirtalis sirtalis.
Afhankelijk van het oorsprongsgebied kan het nodig zijn dat kousenbandslangen een winterrust nodig hebben. Dit kan als een nadeel worden ervaren. Medebewoners kunnen vreemd aankijken tegen een plastic doos gevuld met slangen in de koelkast en het kan zijn dat men het niet prettig vindt dat men de slangen gedurende de wintermaanden moet missen (d.w.z. de slangen niet in het terrarium aanwezig zijn).
Thamnophis sirtalis valt niet onder de werking van de wet BUDEP (Bedreigde Uitheemse Dier- en Plantensoorten). Dit betekent dat deze slang zonder ontheffing gehouden mag worden (meer informatie over de wet Budep vind je door gewoon even te “googelen” naar “wet Budep”).
T
hamnophis sirtalis is voor slangenbegrippen een klein slangetje, maar voor kousenbandslangbegrippen een erg lange soort en kan een maximale lengte bereiken van 137 cm (Rossman et al., 1996). Veel exemplaren zullen een stuk kleiner blijven en een lengte bereiken tussen de 60 en 120 cm.

Foto: Eddy Leysen
Inleiding bij het gebruik van medicamenten
Eddy Leysen - De Discusvrienden vzw.
064
Dit artikel is een inleiding tot het boek “Meer over het houden van gezonde vissen en het verzorgen van zieke vissen” van de auteur en verkrijgbaar via de BBAT-boekendienst. (http://www.bbat.be/bbat/boekendienst.html)

De in het boek vermelde producten zijn meestal zuivere producten zoals ze in de vakhandel, bij de apotheker of de dierenarts te verkrijgen zijn. Sommige producten zijn enkel via een voorschrift van een dierenarts te verkrijgen. Raadpleeg daarom steeds eerst vakkundige hulp vooraleer deze producten te gebruiken.
In de praktijk wordt een groot deel van alle medicijnen niet, onvoldoende of verkeerd gebruikt! Het gebruik van medicijnen heeft enkel zin als dit correct gebeurt: dat wil zeggen nauwkeurig volgens het voorschrift en tegen de specifieke kwaal of parasiet. Elke behandeling schaadt en geen enkele behandeling is zonder risico of zonder nadelig neveneffect. Bij de beslissing om een behandeling door te voeren moet overwogen worden of de bestrijding niet erger is dan de kwaal zelf. Dit is een beslissing die u neemt in samenspraak met de adviserende persoon die hopelijk de nodige kennis bezit en het effect en de gevolgen van een behandeling kent. Houd medicamenten altijd buiten het bereik van kinderen en in de originele verpakking. Sommige medicamenten moeten op een speciale manier bewaard worden. Volg daarom de voorschriften van de verpakking. Verdun ze ook niet in een limonadefles of andere verpakking die tot accidentele inname zou kunnen leiden.
  BBAT-informatief 070
  VOEDSELGIDS Roeipootkreeftjes (1)  
Top