Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 65 - 2012
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 65 – Nr. 10 - Oktober 2012
 
ISSN 1372-6501

Foto: Kris Tielemans
De guppy van Trinidad
Kris Tielemans - Pristella Schoten
266
Ik was uitermate enthousiast toen ik na een jaar zeilen het zoete water van de Suriname rivier opvoer. Want ofschoon ik op windstille dagen unieke ervaringen heb beleefd door tussen de dolfijnen te zwemmen, vinden aquarianen over het algemeen verhalen van vliegende vissen, Portugese oorlogsschepen, tonijnen of haaien niet zo boeiend. Maar neon tetra’s die je in het wild kunt zien zwemmen, dat is natuurlijk wel iets anders. Jammer genoeg is het niet eenvoudig om veel vissen te zien. Het water van de Suriname rivier is veel te troebel en zelfs de kleine zijkreken zijn niet altijd helder. De neon zit er wel, maar ... ik heb hem niet gezien. Net zoals de sidderaal, Corydoras-soorten, verschillende soorten meervallen, potlood- en penseelvisjes, mesvissen, killivissen en nog vele andere.
Bovendien, als je iets ziet, wat is het dan? Aan de plaatselijke bevolking heb je weinig. Alle tetra-achtige heten “sriba”, de meervallen zijn allemaal “warawara” en dan heb je nog de “pirengs”, de piranha’s. Pirengs heb ik voldoende gezien. De rivier waarin ik dagelijks zwom zat er vol van. Ze zijn niet erg bijterig hadden de locals mij gerustgesteld. Dus ik trok er me weinig van aan. Tot ik werd uitgenodigd op een jacht dat naast me was komen liggen. Hij had zijn netten uitgegooid en had een hele verzameling vissen gevangen. Ik kon zien hoe er ook een aantal piranha’s in zijn netten zaten. Nog terwijl het net uit het water werd gehaald waren de piranha’s de andere vissen aan het opvreten. Dat bekje ging open en dicht terwijl het zich in de buik van een meerval groef. Volgens Wilfried van de zoo passen hun tanden niet perfect in elkaar, zoals vaak wordt beweerd, maar wat wel het geval is, is dat ze vlijmscherp zijn. Pas toen hij goed en wel dood en gebakken op mijn bord lag durfde ik mijn vinger in zijn bek steken. Je gelooft het niet, maar ik heb me gesneden. Ik heb hem helemaal binnengespeeld, mijn piranha, beter zo dan andersom dacht ik. Pireng smaakt overigens goed, het heeft wat weg van forel. Van Suriname ben ik naar Trinidad gezeild. Trinidad geldt als de plaats waar de guppy voor het eerst gevonden en beschreven is door dominee Robert John Lechmere Guppy (1836-1916). Hij vond de guppy in 1866. Uiteraard was ik laaiend enthousiast om deze guppy’s met mijn eigen ogen in hun natuurlijke omgeving te zien. Hier in Trinidad komt het regenwoud tot aan de Caribische zee. Je hoeft slechts 100 m te stappen en je botst op het ondoordringbare oerwoud. Nadeel is dat het ondoordringbaar is. Er zijn weinig wegen, dus besloot ik de bedding van beekjes te volgen. De meeste van mijn tochtjes eindigden toen ik in het midden van de jungle geen kant meer op kon. Geen guppy’s. De derde dag volgde ik een beek met vele poelen. Ik heb wat kikkersoorten en een krabbensoort gezien, prachtige blauw/zwarte vlinders van een hand groot, maar nog steeds geen guppy’s. Het blijkt dat men guppy’s op veel plekken heeft uitgezet om de muggenpopulaties in te perken, met minimaal succes echter. Dat was ook hier heel duidelijk. Het krioelde van de muggen.
 

Foto: Arend van den Nieuwenhuizen
Stigmatogobius sadanundio, de gevlekte grondel
Fernand Verbeeck - Aquatom vzw
270
Even kijken of de wetenschappelijke naam ons iets wijzer maakt. Stigma = met vlekken en gobius betekent zowel grondel als bodemvis. De zwarte vlekken op lichaam en vinnen vinden we terug op bijgaande afbeelding. Een Nederlandse naam moet ik u schuldig blijven, maar de Duitse naam “Gefleckte Grundel“ mogen we mijn inziens wel vertalen. In de titel van het artikel heb ik dit dan ook maar gedaan.
Op hun paspoort staat bovendien vermeld:
Orde                Perciformes of baarsachtige
Suborde           Gobioidei of grondelachtige
Familie             Gobiidae of zeegrondels **
Genus              Stigmatogobius  Bleeker, 1874
Soort                Stigmatogobius sadanundio  (Hamilton, 1822)
Deze maximaal 8 à 9 cm grote Aziaten zijn afkomstig uit Bangladesh, Cambodja, Fiji, India, Indonesië op Borneo, Java en Sumatera (Sumatra), Maleisië, Pakistan, Singapore, Sri Lanka en Thailand. In grote lijnen dus uit Zuidoost-Azië.
Als Gobiidae hebben ze samengegroeide buikvinnen die een komvormig orgaan vormen waardoor de vis in staat is zich vast te zuigen aan een stevig oppervlak.
Ze zijn niet agressief ten opzichte van medebewoners. Als bodembewoners krijgen ze best het gezelschap van buren uit de andere waterlagen. Goede lotgenoten voor brak water zijn de schuttersvis Toxotes jaculator, zilvervissen zoals Monodactylus argenteus. Soms kan men zelfs niet agressieve cichliden als gezelschap voorzien. Mijn inziens kan men ook ei-levendbarende exemplaren gebruiken die zich in de stroommondingen ophouden. Dan denk ik vooral aan zwaarddragers en mollies. Reken dan echter niet op nakomelingen, want die worden direct opgesoupeerd.
Het mannetje is groter dan het vrouwtje en is geslachtrijp herkenbaar aan de opgezette voorste rugvin. Het vrouwtje is kleiner en ronder van vorm. Meneertje heeft een licht grijs blauwe kleur terwijl madam een gele zweem vertoont. Als dit niet voldoende onderscheid is, vraag ik me terecht af: “Wat nog meer”? Dus het in enkele, vooral Engelse bijdragen, vermelde feit dat er geen seksueel diformisme bestaat, is ronduit larie.
De borstvinnen, de anaalvin en de staartvin vertonen een witte lijn die parallel loopt met het lichaam. De vinnen zijn ook licht iriserend.
 

Foto: BBAT-archief
Karperluis
Gustaaf Suykerbuyk - Barbus Antwerpen
274
Bij het horen van de naam kreeftachtigen of Crustacea denken we eerder aan smakelijke vormen zoals scampi, krab of garnalen. Het woord parasiet komt dan niet direct bij ons op.
Toch zijn er heel wat parasieten bij de kreeftachtigen, vooral bij de lagere vormen. De karperluizen of visluizen vormen zo een groep van parasieten. Zij worden verzameld in de onderklasse Branchiura. Er bestaan een zestal genera waarvan het genus Argulus, met meer dan 150 soorten, het meeste vertegenwoordigers heeft. De Nederlandse naam karperluis is dus zeer misleidend want het gaat niet over insecten maar wel over primitieve kreeftachtigen.
Op een paar uitzonderingen na parasiteren Argulus-soorten uitsluitend op vissen. Sommige soorten leven in zoetwater, andere in zeewater, sommigen in allebei. De mannetjes zijn kleiner dan de vrouwtjes, en bij de volwassen vrouwtjes zijn de eitjes duidelijk zichtbaar aan de buikzijde. De meeste soorten hebben een grootte van 5 à 10 mm.
Volwassen Argulus-soorten hebben allen dezelfde kenmerken. Zij zijn afgeplat met een goed dekkend rugschild en relatief doorzichtig waardoor zij weinig opvallen. Dikwijls vertonen ze een groenige tint. Met twee grote zuignappen zuigen ze zich vast aan de vis. Typisch is ook een stevige zuigsnuit waarmee zij de vishuid doorboren en waardoor zij een mengsel van actieve stoffen in de vis spuiten. Die zorgen er voor dat de vis deze prik nauwelijks voelt. Tevens verhinderen anticoagulantia de bloedstolling in de wonde, en verteren enzymen het bloed, slijm, huidweefsel en weefselsappen van de vis.
Deze steekwonde blijft continu open zolang de karperluis op de vis zit. Een enkele parasiet schaadt de vis nauwelijks, maar wanneer ze talrijk genoeg voorkomen kan dit de conditie van de vis sterk benadelen. In open water komen zeer zware infecties nooit voor, maar in gesloten systemen zoals vijvers en aquaria des te meer. In een eerste fase zullen de vissen een ander gedrag gaan vertonen: springen, ongecontroleerd wegschieten en doelloos rondzwemmen zijn een eerste aanduiding. Bij verder aantasting gaat de conditie van de vis sterk achteruit en wordt hij lusteloos en zwak.
De kwetsuren en de verminderde weerstand van de vissen zetten de deur op voor allerlei bijkomende infecties. Het kwaadaardige lentevirus Rhabdovirus carpio bij karpers en koi, ook schimmelinfecties zoals Saprolegnia, buikwaterzucht (Pseudomonas punctata), kunnen via deze open wonden gemakkelijk de vis binnendringen. Redenen genoeg om deze parasiet te bestrijden dus.
 

Foto: Wilfried Van der Elst
Ode aan de stille aquarianen
Wilfried Van der Elst - Kardinaal Kapellen
280
Een artikel dat nu eens niet gaat over een vis of plant, maar toch hoop ik dat je verder leest want het is toch belangrijk en het komt uit de grond van mijn hart.
Als je wat leest of hoort tijdens een lezing, dan denk je misschien: “wat een knappe koppen”. Leuk voor de spreker en artikelschrijver om zoiets te horen, maar deze mensen verdienen misschien wel minder lof dan je zou denken. Ik reken mezelf meer tot de lawaaimakers en dan val je wel wat op, maar ik was lang niet de aquariaan geweest die ik nu ben zonder hulp van de echte “krakken” namelijk, de “stille aquarianen”.
Elke club heeft er zo wel enkele. Ze volgen geen congressen en recepties van tentoonstellingen, maar eens de tentoonstelling geopend, wonen ze op dat evenement. Ze helpen waar ze kunnen en maken een club tot een club, maar ... dan in stilte.
Toen ik als bengel mijn eerste stappen zette in de aquaristiek, had ik het grote geluk zo’n paar aquarianen op mijn pad tegen te komen en die zou ik nu toch eens willen vernoemen en vooral bedanken. Ik ga er ook enkele vergeten, maar die echte stille vinden dat niet eens erg, want voor hen geen “honneurs et les fleurs” maar vissen en aquaria.
Toen ik vroeger als kind van school kwam, passeerde ik altijd een huis waar door een bepaald raam het typische lichtblauwe licht scheen dat een aquarium verraadde en dat elke aquariumliefhebber op tientallen meters ziet. Als je dan helemaal rechts, pal tegen de omheining ging staan kon je het aquarium zien. Een prachtig onderhouden plantenaquarium met fantastisch grote maanvissen. Op een dag heb ik aan de eigenaar toch eens gevraagd of ik het aquarium eens van dichterbij kon zien en hoi hoi, dat mocht. Ik heb er wel een uur zitten gapen denk ik. Ik weet nog dat ik toen voor de eerste keer Botia sidtimunki zag, waaaw. Ben toen een hele tijd met die man aan het praten geweest en hij liet me zelfs zelf gemaakte foto’s zien van zijn vissen. Toen wist ik dat ik dat later ook wou gaan doen. Jef, zo noemde de man, beloofde me zelfs zijn overschot aan planten aan mij te schenken. Dat gaf mij de gelegenheid om met mijn zeer beperkte budget (ik was toen 13 of 14 jaar) toch al een vrij mooi aquarium in elkaar te prutsen. Dank u Jef. De achternaam weet ik niet eens, realiseer ik me nu pas.

Foto: Patrick Loosveldt
Cryptocoryne albida
Patrick Loosveldt - Wagtail Aalst
286
Als plantenliefhebber ben je altijd op zoek naar iets speciaals. Zo zag ik ooit in een winkel de toen voor mij onbekende plant “Cryptocoryne costata”. Het was een aparte cryptocoryne die niet tot het standaard gamma behoorde en bovendien gelabeld was met een Latijnse naam. Reden genoeg om deze crypto meteen aan te kopen. Het was een potje met drie plantjes in. Deze hadden langgerekte en vlakke grasgroene bladeren met een lengte van 5 à 6 cm. Na wat opzoekwerk in het boek van Kasselmann, bleek dat de benaming een synoniem was van Cryptocoryne albida, wetenschappelijk beschreven in 1931 door R. N. Parker.
De emerse vorm van Cryptocoryne albida heeft smalle groene bladeren. De planten uit de winkel waren dus klaarblijkelijk emers gekweekt. In het aquarium verdwenen deze bladeren vrij snel en er groeiden langzaam maar zeker nieuwe bladeren. Deze waren eveneens langgerekt en smal, maar bruin van kleur en met een gegolfde bladrand. Vooral dat laatste was een opmerkelijk verschilpunt met de emerse vorm, waarvan de bladeren vlak zijn en geen gegolfde rand hebben. Per plant waren er in mijn aquarium een viertal van die spitse bladeren, die slechts na enige tijd volgroeid waren. In een “turbo”-plantenaquarium, met gecontroleerde dosering van voedingsstoffen, zeer veel licht en hiermee evenredige CO2-toediening, worden er meer bladeren gevormd. Toch vraagt het aanmaken van bladeren, zelfs onder die geforceerde omstandigheden, enig geduld. De eerste conclusie was meteen dat het een traag groeiende plant is. Hij vraagt wat tijd om zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden en gedurende die periode mag je hem zeker niet verplanten. Eens die aanpassingsperiode voorbij, heb je een groepje crypto’s dat gerust mag gezien worden ergens op de voorgrond of in de lage middenzone.
Cryptocoryne albida
wordt aangetroffen in Myanmar en in Thailand. In de vrije natuur groeit deze plantensoort in grote volle borders aan de oevers van rivieren en kleinere stromen. Men treft ze ginder aan net onder en boven het wateroppervlak. Onder water gehouden in het aquarium, is het echter zeer moeilijk om met deze plantensoort een grote, mooi gevulde groep te vormen. De plant op zich is al niet rijkelijk voorzien van bladeren en hij groeit bovendien tergend traag.

Foto: Harry Voet
Sagartia elegans, de sierlijke slibanemoon
Bruino Lemer - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland
290
Slibanemonen danken hun naam aan het feit dat ze zich ophouden in zand- of slijk- (slib-)bodems waar ze op een verzonken schelp of steen een houvast vinden. Ze komen voor iets onder de eblijn, trekken zich bij laag water samen en verdwijnen onder het zand. Sagartia elegans is vrij zeldzaam en wordt, vanwege hun onopvallende uiterlijk, door duikers niet vaak waargenomen. Het meest opvallende kenmerk is het feit dat ze in een groepje bij elkaar staan, waarbij alle individuen gelijk van kleur zijn. Bij nadere waarneming zal men merken dat ze op een harde ondergrond staan en niet zoals gewone slibanemonen, zijn ingegraven. Daarom is van de sierlijke slibanemoon ook de zuil te zien die bij de geringste aanraking neteldraden uitstoot. De zuil is ongeveer 12 cm hoog bij een diameter van 5 cm, maar onopvallend van kleur daar hij toch in het zand of slib verscholen zit, terwijl de erboven uitstekende tentakels allerlei kleuren vertonen. Op de zuil komen wratjes voor. Deze anemonen zitten, zonder dat je het ziet, vaak vast aan kleine schelpjes of steentjes in het zand. Tijdens een storm of harde stroming komen slibanemonen soms los van de zeebodem en spoelen dan als slijmerige bolletjes aan op het strand. Als een slibanemoon schrikt, trekt hij zich snel terug in de zeebodem. Indien de wratjes ontbreken, heeft u waarschijnlijk Sagartia troglodytes ontdekt die er sterk op lijkt.
  BBAT-informatief 293
  VOEDSELGIDS Hamsters (1)  
Top