Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 65 - 2012
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 65 – Nr. 11 - November 2012
 
ISSN 1372-6501

Foto: Kurt Bleys
Furcifer pardalis (Cuvier, 1829)
verzorging in gevangenschap en enkele observaties in de natuurlijke habitat

Kurt Bleys - www.chameleons-vl.be
299
De panterkameleon of Furcifer pardalis behoort momenteel tot de populairste en meest gehouden soort uit de familie Chamaeleonidae. Door de jaren heen heeft deze soort zich in een razendsnel tempo opgewerkt en heeft hij zelfs de toen meest gehouden Chamaeleo calyptratus van de troon gestoten. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat een geruime tijd geleden verschillende personen in Europa hun aandacht hebben gevestigd op de verzorging en de kweek van deze dieren. Door dit toedoen is er zelfs – en men kan dit moeilijk ontkennen – op dit moment een overaanbod van nakweek van deze dieren te vinden op de talrijke Internationale hobby- en reptielenbeurzen. Overaanbod heeft natuurlijk zowel zijn voordelen alsook de daarbij behorende nadelen. De dieren worden goedkoper en er is een ruimer aanbod aan wat kleurpatronen betreft. Een minpunt kan zijn, dat door het goedkoper worden van de dieren de drempel verlaagd wordt en men sneller zal overgaan tot een impulsieve aankoop van een panterkameleon. Onder de impulsieve aankoop van deze kameleon mag men enkel verstaan, dat men het hier uitsluitend heeft over de onervaren mensen in de kameleonliefhebberij. We gaan proberen met dit artikel een mooie basis te geven, zodat zowel de liefhebber als het dier zelf, een mooie toekomst tegemoet kan gaan. Deze tekst is gebaseerd op mijn jarenlange ervaring met het houden, kweken en verzorgen van Furcifer pardalis in gevangenschap en op verschillende observaties die we tijdens de Chameleon Tour 2008, 2009 & 2011 hebben gemaakt in de natuurlijke habitat van deze kameleon zelf, namelijk de noordoostkust en de noordwestkust van Madagaskar.  

Foto: Guido Lurquin
Een "miss" in het aquarium: Denison's barbeel
Guido Lurquin - De Siervis Leuven vzw
308
De Denison's barbeel wordt steeds vaker in aquaria gehouden. Dat is begrijpelijk. Het is een zeer aantrekkelijke vis met prachtige kleuren. Hij kan prima in het grotere gezelschapsaquarium worden verzorgd, ook door een beginnende liefhebber.
Deze kleurrijke barbeeltjes zijn vrij nieuwe vissen in de aquariumhobby en daarom is het interessant om er wat dieper op in te gaan. De momenteel geldige wetenschappelijke naam van deze vis is Puntius denisonii. Oudere benamingen zijn Barbus denisonii, Labeo denisonii en Crossocheilus denisonii. Als Nederlandse namen kunnen we ook tegenkomen: Denison’s weerhaak, rode lijn torpedo, roseline haai, bloedende ogen barbeel. Ook het Engelse “Miss Kerala” wordt wel gebruikt. Miss Kerala is eigenlijk een bekende beauty verkiezing die gehouden wordt in de Zuid-Indische provincie Kerala waar naar het schijnt zowel de natuur als de meisjes uitzonderlijk mooi zijn...
In het Engels noemt men deze vis meestal erg toepasselijk “red line torpedo barb”. Het lichaam heeft inderdaad de vorm van een torpedo. De schubben zijn zilverkleurig en er loopt een rode horizontale lijn vanaf de kop door het oog naar het midden van het lichaam. Hieronder loopt een zwarte horizontale lijn van de kop tot aan de staart. Boven de rode lijn loopt een goudgele lijn. Ook in de rugvin zit wat rode kleuring. De staart is doorzichtig met aan de punten een gele stip en ook wat zwart. Naarmate de vissen ouder worden ontwikkelt zich een opvallende groenblauwe markering op de top van het hoofd. Soms lijkt het alsof de lippen van de vissen rood zijn, alsof zij lippenstift dragen... ja, Miss Kerala is niet mis. In het Malayalam, de taal die in Kerala wordt gesproken, noemen ze deze vis “chorai kanni” wat letterlijk bloedende ogen betekent. Ook weer een zeer toepasselijke naam.
 

Foto: Wilfried Van der Elst
Pyxichromis sp. aff. orthosoma, de grote smoelcichlide
Wilfried Van der Elst - Kardinaal Kapellen
314
Allereerst moet ik al beginnen met te zeggen dat de naam “orthostoma” niet helemaal zeker is voor de soort die we in onze aquaria hebben rondzwemmen. Volgens Frans Witte heeft nog niemand dat echt geverifieerd met het holotype dat zich volgens Greenwood (1967; Bull.Br.Mus.Ant.Hist. (Zool.) 15 (2):29-119) in het British Museum (Natural History) als B.M. (N.H.) reg.n° 1912.10.15.67. bevindt. Nu blijkt de vis zelf daar eigenlijk geen noemenswaardige hinder van te ondervinden en is het zeker een soort om wat nader te bekijken. Het eerste wat opvalt, is de reusachtige bek, waar een behoorlijk formaat vis in past. Daar moet je wel echt rekening mee houden als je ze wilt samen zetten met andere soorten. Een Pyxichromis orthostoma van 12 cm schrikt er niet voor terug om een vis van 6 à 7 cm naar binnen te werken, zelfs soortgenoten van deze lengte zal hij proberen naar binnen te werken, al is dat met wisselend succes. Soms is de prooi te groot en blijft ze halverwege vastzitten, wat de dood tot gevolg kan hebben. Ik ben bij deze soort terechtgekomen via ons Victoriaproject in de Zoo van Antwerpen. Op een gegeven moment kreeg ik van één van de pioniers in de Victorialiefhebberij, Dirk Van Vliet, een stel van deze opmerkelijke vissen. Er werd me meermaals op het hart gedrukt er zeer goed zorg voor te dragen, daar het met deze soort erbarmelijk is gesteld is de natuur. Daar is natuurlijk ons Victoriaproject voor. We hebben hem opgenomen in het programma hoewel hij geen echte Victoria-soort is, maar meer afkomstig is van het Kyoga- en Nawampasameer. Ondertussen zijn we er al wel succesvol mee geweest. Hoewel Dirk (Van Vliet) ons had gezegd dat nesten van 8 stuks al een goed resultaat zijn, worden er bij ons toch nesten geboren van meer dan 40 jongen. Geregeld zwemt er een vrouwtje rond met een krop, wat eigenlijk meer aan haar gedrag te zien is dan aan de bek zelf. Ze dragen de eieren nogal achter in de keel. Ze kauwen ze ook niet zoveel als andere muilbroeders.  

Foto: BBAT-archief
Cambarellus patzcuarensis var. "orange"
Walter Van der Jeught - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland vzw
318
Wil je een dwergkreeft met een wat pittiger karakter en een gebruiksaanwijzing, dan is Cambarellus patzcuarensis (Nederlands synoniem voor de wildvangkleur: CP) een goede keuze, al is deze wildvangvorm nog maar zelden in de hobby te vinden. Ze hebben een totaal ander karakter, zeg maar een ronduit slecht karakter, dan hun soortgenoot Cambarellus montezumae montezumae. Ze kruisen trouwens gemakkelijk onderling en het is dus niet verstandig om deze twee soorten samen in een aquarium te houden.
Met hun grootte van ca. 4 tot 5 cm is de Patzguaro dwergkreeft de brutaliteit zelve. De wildvangkleur is uiteenlopend van roodbruin tot grijsgroen, mogelijk met enkele donkere onregelmatige lengtestrepen. De mooie kleuren van Cambarellus patzcuarensis var. orange (Nederlands synoniem: CPO, wat staat voor Cambarellus patzcuarensis orange) maken echter dat dit een pracht van een kreeftje is dat vele harten zal stelen. De fel oranje kleur is echter een kweekvorm en wie anders zou een oranje kweekvorm kunnen nastreven dan... inderdaad: een Nederlander. In de jaren negentig blijkt het een Nederlander, ene Juan Carlos Merino, geweest te zijn die deze kleurvorm voor het eerst gekruist heeft. Op deze kleur is nog sterker verder gekweekt en als je de geruchten gelooft, lijkt het wel dat hoe sterker de kleur, ze des te agressiever zijn.
Cambarellus patzcuarensis wordt in het wild gevonden in de hoger gelegen gebieden van Mexico in Lago Patzguaro in de staat Michoacan. Deze dwergkreeft kan waarschijnlijk kruisen met alle Cambarellus-soorten uit Mexico. Omdat ze uit de hoger gelegen gebieden van Mexico komen, prefereren deze kreeftjes wat koeler, zuurstofrijk water en bij een temperatuur rond de 20 à 22 °C voelen ze zich het best. Verder verlangen ze een pH die varieert tussen licht zuur (6,5) tot vrij basisch (9), bij een totale hardheid van 8 à 18 °dH. De hier beschreven kweekvorm zijn kleur varieert van licht gestreept oranje tot een fel oranje kleur, tot bijna rood of goudkleurig, met of zonder strepen of zwarte puntjes. Die gestreepte kleurslag zie je zelfs nog regelmatig terug bij nakweek, ook al zijn de ouders fel oranje. De rug vertoont dan duidelijke, hele licht gekleurde  banen, in plaats van het felle oranje.
  De redactie bezocht... De Limbeurs 2012 322
  De redactie bezocht... De Siervisshow 2012 van Pristella Schoten 324
  BBAT-informatief 327
  VOEDSELGIDS Hamsters (2)  
Top   Hydra's (1)