Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 66 - 2013
Volgende maand
   

 

Jaargang 66 – Nr. 1 - Januari 2013
 
ISSN 1372-6501
  EDITORIAAL 002
  Nieuwjaarsboodschap van Dhr. Eddy Selderslaghs, voorzitter van de Belgische Bond voor Aquarium- en Terrariumhouders vzw. en van Dhr. Freddy Haerens, Hoofdredacteur Aquariumwereld.  

Foto: Gilbert Maebe
Plan "B" - deel 1
Gilbert Maebe - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartnad vzw
004
Eens te meer en dit voor de 11de maal stond een Australië reis op het programma voor 2011, meer bepaald heel de maand oktober.
Natuurlijk zouden onze Duitse vrienden Franz-Peter en Ulli ons vergezellen en dit voor de 10de keer. Na overleg met hen ging onze voorkeur naar Arnhemland in het hoge noorden van Australië. Hier waren we al in 1996 naartoe gevlogen en onder begeleiding van een gids–chauffeur en een ingehuurde visvanger er heel wat oude- en nieuwe soorten buit gemaakt en met succes geïmporteerd. Ik probeerde de man die ons begeleidde als visvanger via Google op te sporen en opnieuw te contacteren. Toen ik zijn naam Russell Butill intikte, kwam ik bij een artikel uit een plaatselijke krant terecht waaruit bleek dat de man sinds enkele jaren van de planeet was verdwenen en wel ten gevolge van een hongerige krokodil, ik moest wel even bekomen. Dan maar zelf initiatief nemen en starten met de voorbereiding.
Uit onze vorige expeditie wist ik dat er “permits” vereist zijn voor deze regio die toebehoort aan de Aboriginals. Australische kennissen verwezen ons naar de NLC (Northern Land Council) om deze permits aan te vragen. Opnieuw internet ingeschakeld en effectief, daar ontdekte ik alle noodzakelijke informatie om permits aan te vragen. Het ging om twee verschillende permits nl. een toeristische en een research/survey permit. Deze laatste was van toepassing in ons geval aangezien we vissen wilden vangen en meenemen. Om onze kansen, op het verkrijgen van een dergelijke permit te vergroten, deed ik een verzoek aan een bioloog verbonden aan de Universiteit van Antwerpen. Deze persoon stemde ermee in om een officiële opdracht op te maken waaruit moest blijken dat wij voor hem regenboogvissen moesten vangen voor wetenschappelijk onderzoek. Om jullie te vergewissen van de ingewikkelde procedure die we moesten doorworstelen, voeg ik er de uit het Engels vertaalde vragenlijst bij. Dit document heeft tot doel richtlijnen te geven en vragen te stellen aan onderzoekers en hun teams die Aboriginal land of aangrenzende zeeën wensen te bezoeken en er te verblijven om onderzoek te verrichten. Beantwoord de vragen in detail en verschaf informatie zoals hieronder uiteengezet wordt. De projectinformatie, die u verschaft, zal worden voorgelegd aan de betreffende traditionele landeigenaars en de daaruit volgende instructies zullen teruggemeld worden aan de onderzoeker.
Je merkt, beste lezer, dat het de dag van vandaag niet meer zo eenvoudig is om uit Australisch Aboriginal gebied vers bloed voor onze stammen of nieuwe soorten te verkrijgen. Een eerste verzoek had ik gedaan in februari, dus ruim op tijd om in oktober toelating te hebben en wettelijk in orde te zijn. Ik kreeg bevestiging dat de aanvraag was ontvangen en daarna niets meer. Herhaalde malen heb ik navraag gedaan naar de stand van zaken i.v.m. onze permit, telkens geen antwoord. Ik besloot in begin augustus om de hele procedure van vooraf aan opnieuw te doen met als resultaat dat op onze dag van vertrek op 30 september er nog steeds geen antwoord, dus geen permit was. Dan maar overgeschakeld op plan B waarin we de mogelijkheid hadden voorzien dat er geen toelating zou zijn om in Arnhem Land vissen te vangen.


 

Foto: Romain Van Lysebettens
Callochromis melanostigma van Uvira-Congo
Romain Van Lysebettens - Aquarianen Gent
010
Het was, eerlijk gezegd, niet de eerste keer dat ik in verleiding kwam te staan van deze endemisch levende zandbewoner uit het Tanganyikameer… Je moet deze prachtige cichlide (bekijk de foto’s voor de kleuren) bezig zien in een echte “zandbak”! Er straalt zoveel “cichlidpower” van uit dat ik al heel snel mijn vroegere slechte ervaringen was vergeten en onlangs de uitdaging terug aannam.
Uvira is een stad in de Democratische Republiek Congo, in de provincie Zuid-Kivu, en ligt in het noordwestelijke deel van het Tanganyikameer.
Het is wel opletten geblazen als je van plan bent om deze zeer actieve zandbewoner aan te kopen. Er zou, volgens mijn bronnen, nog een andere sterk gelijkende soort gevonden worden, voornamelijk in de buurt van Burundi, dichtbij de Tanzaniaanse grens.
Laten we er ook bij vertellen dat C. melanostigma lang als een ondersoort van de C. macrops is omschreven.
Deze cichlide vinden we terug in de zanderige, vrij ondiepe biotopen van het meer. In hun buurt vind je veelal enkele kleinere rotsformaties, waar ze bij gevaar bescherming zoeken.
Ze worden er vaak samen gevonden met o.a. Aulonocranus dewendti, Ctenochromis horii, Gnathochromis pfefferi. Vermijd echter als medebewoner in het aquarium soorten van het genus Xenotilapia, deze worden gewoon weggedrukt! Op die zanderige vlaktes zijn ze voortdurend op zoek naar voedsel (of baltsen ze de vrouwtjes aan). Ze zeven het zand en zoeken daaruit kleine insectenlarven, weekdieren en micro-organismen. In het aquarium geef ik hen het volgende: Artemia, levende watervlooien en droogvoervlokken en pellets.


 

Foto:Eddy Vlyminckx
Het enige venster op de natuur is zijn aquarium!
Eddy Vlyminckx - Gracilis Hoboken

014
Het is misschien niet gepast een melancholisch artikel te schrijven voor Aquariumwereld, maar ik heb het na lang overwegen dan toch maar gedaan.
Het zal nu ongeveer twee jaar geleden zijn, dat ik van een medelid van onze vereniging een briefje toegestopt kreeg, met de naam, het adres en het telefoonnummer van een nieuw clublid. Zij vroeg mij eens contact op te nemen met die persoon, want hij had een nieuw aquarium gestart en wou eens praten met een ervaren aquariaan. Nu zie ik mijzelf niet meteen als ervaren, daar ik al 29 jaar een zeeaquarium verzorg en het bij het nieuwe lid over een zoetwater aquarium ging. Nu weet ik wel het een en het ander van andere biotopen, omdat alles wat met aquarium en vijvers te maken heeft mijn interesse wegdraagt.
Toch heb ik nog enkele weken laten voorbijgaan, alvorens ik telefonisch contact opnam met de persoon van het mij toegestoken briefje.
Toen ik Willy aan de lijn had, hoorde ik direct hoe enthousiast hij was over zijn nieuw aquarium. De afmetingen mochten er alleszins zijn. Lengte 180 cm, diepte 70 cm en een waterstand van ca. 60 cm. Vissen had hij er ook al inzitten, want de volledige inrichting had hij door de aquariumleverancier laten uitvoeren. Bodem, kienhoutstammen en takken, wat grote maanstenen en een volledig assortiment aan planten.
Wij spraken af, om later die week eens samen zijn aanwinst te bekijken en een verdere visbezetting te bepalen in verhouding tot zijn wensen en de aquariuminhoud. Mijn eerste ontmoeting met Willy was zeer hartelijk. Snel en enthousiast vertelde hij mij waar hij het aquarium gekocht had en welke de technische uitrusting was van zijn toch wel groot aquarium. De plaats die hij had uitgekozen was voor hem ideaal. Vanuit zijn zetel kon hij de onderwaterwereld goed in het oog houden. Naarmate ons gesprek vorderde kon ik mij ook een idee vormen van hoe en wat met het nodige onderhoud. Lichamelijk was hijzelf niet in staat zo een groot aquarium te onderhouden, maar met wat hulp kon hij althans de klus klaren. Hij had nog een goede vriend, die wekelijks bij hem langskwam en hem wel zou helpen bij bv. een waterverversing. Aan mij stelde hij de vraag of ik bereid was om het nodige te doen i.v.m. de biologische en technische kant van de zaak. Planten snoeien, vissen aankopen en de 2 grote potfilters onderhouden.

 

Foto:Arend van den Nieuwenhuizen
Reuzenambulia?
Guido Bertels - Blauwe Alg Kessel, vanuit Sri-Lanka
020
Inderdaad een titel met een vraagteken. De eerste keer dat ik van reuzenambulia, Limnophila aquatica, hoorde, was bij een handelaar in Nederland, Smitfish Jan, die veel te jong overleden is. Hij was, naast handelaar, ook nog een echte liefhebber. Bij mijn maandelijks bezoek aan deze zaak had ik dan ook steeds een verlanglijstje bij voor een gezamenlijke bestelling binnen de club. Soms raadde Jan vissen of planten af die niet in goede conditie verkeerden. Aan de andere kant prees hij andere dingen aan, vooral dan nieuwigheden. In welk jaar het was, weet ik niet meer, in elk geval zeker 35 jaar geleden. Ambulia was me bekend maar “reuzenambulia”, dat was een nieuwigheid voor mij.
Prachtplanten waren het, met grote felgroene bladkransen. Hoogstwaarschijnlijk import. Volgens Jan niet gemakkelijk, veel licht, kleibodem, geen zweefvuil en dan nog de prijs op dat moment. Hoewel ik indertijd een redelijk goed plantenaquarium had, heb ik ze toch niet meegebracht en ook later nooit geprobeerd. Achteraf, bij bezoeken aan andere liefhebbers of tentoonstellingen, waren het ook al zeldzaamheden en indien aanwezig, zeker niet die reuzen van bij Jan. Zo ook verdween hij dan uit mijn gedachten en keerde er pas terug na 1992.
In dat jaar verhuisden we naar Sri Lanka, waar deze plant voorkomt. Niet dat ik me daar onmiddellijk bewust van was. Pas later, toen bevriende aquarianen me bezochten, vonden we in een uitdrogend rijstveld een plant die zowel submerse als emerse bladeren had. Daarbij werd me verteld dat dit reuzenambulia was.
Gemakkelijk te onderscheiden van de gewone omdat eerstgenoemde haar op zijn stengel heeft en de andere niet. Zo simpel was dat toen. De interesse was opnieuw gewekt, maar dat het niet zo simpel was bleek achteraf. Het handboek Aquariumplanten van Christel Kasselmann, dat later in mijn bezit kwam, is echt een aanrader bij het veldwerk. Het loste veel vragen op, maar ook niet alle en deed zelfs nieuwe rijzen. Dankotuwa is onze woonplaats. Er zijn daar vele rijstvelden. Een groot deel daarvan is in onbruik geraakt door de steeds verlagende grondwaterstand en het gebrek aan onderhoud aan zowel de kanaaltjes als de sluisjes. Omdat het daar een kleibodem is, zijn er menige baksteen- en dakpannenfabrieken. In een gebied bij ons in de buurt zijn er, niet zozeer geslaagde, pogingen gedaan om klei te winnen. De graafwerken hebben op die manier putten van verschillende afmetingen en diepte achtergelaten. Het beekje dat erlangs loopt zet tijdens de moesson de hele vlakte onder. Water is niet het enige dat aangevoerd wordt. Vele soorten vissen belanden op die manier, als na de regen het waterpeil zakt, in deze putten. In het begin was het me hoofdzakelijk om de vissen te doen. Geregeld bezocht ik deze plaats en dan zag ik dat de meeste plassen, op de twee diepste na, volledig, maar wel heel geleidelijk, uitdroogden. Een buitenkans om moerasplanten tijdens hun hele verloop te observeren. Op een zonnige, hete dag toen die vlakte nog maar net toegankelijk was na het regenseizoen, stond ik tot aan mijn achterwerk in het kristalheldere water van om en bij de 35 °C. Een plas van 20 bij 50 m vol Limnophila aquatica zo dicht bijeen, dat de bodemgrond niet te zien was. Ondertussen was het eerste vraagteken, de naam, opgelost door het boek van Kasselmann. Alle dezelfde soort, met kransen van ± 12 cm. Enkel een verschil in kleur was waarneembaar. Degenen die het dichtst aan het oppervlak raaktenn waren rood, iets lager roodbruin en de kortste felgroen. In de langste kon je al het groeipunt van de emerse vorm zien. Een zeer variabele plant zonder twijfel.

Foto:Ab Ras
Fastest claw in the west... de bidsprinkhaankreeft
Ab Ras
024
De bovengenoemde titel is niet van mijzelf. Hij is ontleend aan een schitterende documentaire (1985) van de BBC met David Attenborough en is zeker aan te bevelen om nog eens te bekijken op You Tube.
Deze documentaire trok mijn interesse doordat er aandacht werd besteed aan de bidsprinkhaankreeft, ook wel “Mantis shrimp” genoemd.
Na het zien van deze documentaire was ik gefascineerd door het gedrag van dit diertje. Dat het een rover is, was duidelijk en dat we er geregeld mee te maken hebben, nog niet.
In een eerder artikeltje heb ik het weleens over plaagdieren gehad. Plaagdieren zijn dieren die we liever niet in ons rifaquarium tegenkomen. De Mantis is een van die dieren die we liever zien gaan dan komen. In de documentaire had ik de vaardigheden van dit diertje gezien en wist wat hij evt. zou kunnen aanrichten.
Bij de inrichting van mijn aquarium had ik gekozen voor PUR en vulsteen. Enkele kilo’s levend steen zouden zorg dragen voor de enting van de bacteriën. Dat de opstarttijd langer zou duren, nam ik voor lief. Het bespaarde mij in ieder geval veel geld. De 7 kg levend steen kwam dus vers bij de handelaar vandaan.
Na enige tijd van rijping in het aquariumbracht ik mijn eerste vissen in. Een schooltje van 14 Chromis virides zwierde door het aquarium, hetgeen een mooi zicht was. De volgende dag telde ik er geen 14 maar 13 en enkele dagen later weer eentje minder. Dat was vreemd, de dieren zagen er nochtans gezond uit. Tot op een avond ik de schrik van mijn leven kreeg. Bij het gedimde licht zag ik pontificaal een Mantis langs mijn voorruit zwemmen. Dit diertje van enkele centimeters moest wel verantwoordelijk zijn voor het verdwijnen van mijn chromissen. Ik zag hem naar een steen gaan en erin kruipen. Laat dit nu net het grootste stuk levend steen zijn wat ik had aangeschaft. Vlug een emmer gepakt en de steen eruit gehaald. Op de keukenvloer een zeiltje neergelegd en met verschillende soorten gereedschap geprobeerd de moordenaar eruit te peuteren. Echter zonder resultaat. Dan maar een hamer en een beitel. De steen moest in tweeën ... nog niet. Dan maar in vieren … nog niet. Aan het einde van een avond ploeteren bleef er enkel een berg puin over. En … je raadt het al … geen Mantis. Wel wat brandwormen. Mijn echtgenote informeerde nog eens lachend naar wat die steen ook al weer gekost had. Ik lachte als een boer met kiespijn. Waar kon hij toch gebleven zijn? Daar kwam ik enkele dagen later achter. ’s Avonds zwom hij wederom voorbij. Nu wist ik zeker in welke steen hij zijn holletje had. Heel voorzichtig, met de hulp van mijn lachende echtgenote, haalde ik de steen eruit. Binnen een mum van tijd had ik de Mantis te pakken.
In de tussentijd had ik me wat verdiept in dit beestje. Het bleek een heel slim en sterk diertje te zijn. De titel van de documentaire en van dit artikel, heeft te maken met de manier waarop de Mantis jaagt.
  Nieuws uit de aquariumwereld: "Beetle mania" 030
  BBAT-informatief 032
  VOEDSELGIDS Gerbils (1)  
Top