Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 66 - 2013
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 66 – Nr. 3 - Maart 2013
 
ISSN 1372-6501

Foto: Jean Lambinon
Danio choprae
Jean Lambinon - ICIAF - Aqua Fauna
066
Danio choprae werd ontdekt in 1928 door wetenschapper S.L. Hora en in België op de markt gebracht eind 2002 of begin 2003 en we vinden hen op vandaag nog steeds in de handel.
Hij is afkomstig uit het noordelijke deel van Myanmar (Birma), in de regio van de Irrawaddy rivier, in de omgeving van Myitkyina, de hoofdstad van de staat Kachin.
Het is eigenlijk een kleine karperachtige van ongeveer 3 cm voor de mannetjes en 3,5 cm voor de vrouwtjes.
Het mannetje onderscheidt zich door een roodachtig lichaam met een fel roze, nogal heldere longitudinale band in het midden van het lichaam, met daarboven, in het broedseizoen, een andere geelachtige, lichtgevende band; enkele kleine verticale blauwe banden vertrekken van in het midden van het lichaam tot aan de basis van de staartvin. De staartvin is transparant met in de bovenste en onderste lob twee gele en zwarte strepen. Zelfde uitzicht voor de rugvin, transparant in het onderste gedeelte met een zwarte streep gevolgd door oranje op de bovenste rand; dezelfde kleur voor de anaalvin.
Het vrouwtje is iets saaier van kleur met een dikkere buikpartij en wittere kleur, de oplichtende gebieden zijn minder uitgesproken.
Dit zijn vissen die geschikt zijn voor het gezelschapsaquarium, maar ze kunnen ook heel goed in een nano aquarium. Gezien hun kleine formaat, is het beter ze samen te houden met vissen van dezelfde grootte. Het wordt sterk aanbevolen om minimum een 10-tal exemplaren aan te kopen, omdat ze graag in groep zwemmen en onder elkaar zeer actief zijn.
In een klassiek aquarium van een ​​paar honderd liter, moet u zorgen voor flink wat planten met een open zwemruimte waar ze zich kunnen uitleven. Het aquarium beschikt over een filter, grondverwarming, wortelstokken, stenen en andere noodzakelijke toebehoren. Als we oordelen naar de natuurlijke omgeving, dan is een watertemperatuur van 22 à 24 °C voldoende, met een pH dichtbij neutraal, dat wil zeggen 7 en een GH van ongeveer 2 tot 8 °dH. Dit is bij mij echter niet het geval, het leidingwater heeft een pH van 8 en een GH hoger dan 17 °dH, maar ze gedijen daarom niet slechter.
Voor hun voeding tonen zij zich niet veeleisend op voorwaarde dat dit evenredig is aan de omvang van de mond. Droogvoer in vlokken of andere vormen, alsook levend voedsel worden zeer goed geaccepteerd.

 

Foto: Gilbert Maebe
Plan B - deel 2
Gilbert Maebe - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland
072
Donderdag 06 oktober.
Eerst en vooral moet de lekke band hersteld worden. We vinden bij het tankstation in Batchelor de kans om deze te laten herstellen. Binnen een uurtje mogen we hem komen ophalen. Ondertussen rijden we even naar de Coomalie regio met de bedoeling de Coomalie crater te vinden, maar dat lukt niet. De Coomalie ck. echter was geen probleem. Ze leverde Melanotaenia nigrans, M. splendida inornata, Mogurnda adspersa en garnalen op.
De herstelde band ophalen, afrekenen en terug naar Darwin om een bezoek te brengen aan het Territory Wildlife Park. Het is bloedheet, 38 °C buiten, maar in het nocturnal house is het lekker koel bij de nachtdieren. Ook het aquarium mochten we niet missen want heel wat regenboogvissen, barramundi’s en roggen waren blikvangers. ’s Avonds waren we uitgenodigd bij de Wilsons op een lekkere barbecue.
Vrijdag 07 oktober.
Vandaag willen we een kijkje nemen aan de Blackmore river. Het is een wat grotere en diepere rivier, dus uitkijken voor krokodillen. Ik herinner me echter een plaats die minder diep en gemakkelijk bereikbaar is. De Blackmore river stroomt hier nog in de brakke zone en levert dientengevolge ook andere vissoorten. Snel en bedacht zijn de halfsnavelbekken van het genus Zenarchopterus. Ik slaag erin om met ons beperkt vangmateriaal er toch één te verschalken door hem in een hoekje te drijven en dan snel toe te slaan met het ondergedoken schepnet. Een poging om te onderzoeken of er zich iets schuilhield in de dode bladeren in het water langs de oever leverde steevast garnalen en kleine grondel- en gobysoorten op. Te klein echter om fatsoenlijk te fotograferen. Ze waren hooguit 2 à 3 cm groot. Een volgende halte was gepland bij de Coomalie crater waar we al eerder naar zochten maar niet vonden. Dave had ons de avond voordien verteld dat bij het pad er naartoe een lege melkdoos op een stok was gezet. Zorgvuldig kijken en traag rijden hielp om deze plaats te vinden. De crater lag er roerloos bij. Er was echter geen visje te bespeuren. Uit mijn ervaring van 2006 wist ik dat ze hier diep zaten en moeilijk te vangen waren. We konden toch niet importeren omwille van een exportverbod, wegens een heersende ziekte, die een quarantaine periode vereiste. Tevens moesten er van elke soort, die men wenst te exporteren, 20 exemplaren worden geofferd om na te gaan of de ziekte al of niet aanwezig was. Dit was ook een kostbare zaak die geen enkele exporteur wou dragen.
...

 

Foto: Wilfried Van der Elst
Een simpel maar doeltreffend binnenfilter
Wilfried Van der Elst - Kardinaal Kapellen
078
Deze filter is echt heel gemakkelijk te maken en heeft bij mij al uitvoerig zijn kwaliteiten bewezen. Waarom nu dit filtertje? Voor mensen met een gezelschapsaquarium is deze natuurlijk niet interessant. Het is meer iets voor de liefhebber die wel eens kweekt met zijn vissen en dus toch al gauw over meerdere bakjes beschikt. Hier sluit men dan meestal wel nog een centrale luchtpomp op aan. Niet zozeer om lucht in het water te brengen, maar vooral om de schadelijke gassen eruit te drijven. Nu waren daar vroeger wel binnenfiltertjes voor te krijgen, maar met de opkomst van die kleine motorfilterjes zijn die broebelaartjes uit de winkelrekken verdwenen. Toch vind ik, zeker voor opfokaquaria, luchtaangedreven filtertjes véél beter dan motorfilters. Beide hadden nog het nadeel dat ze nogal kort tegen de ruiten geïnstalleerd werden. Zo werd menig jong visje daar gekneld en er frequent dood tussenuit gehaald. Die rechte zijden zijn daarom helemaal niet goed.
Over dit probleem heb ik lang gepiekerd en tenslotte toch een oplossing gevonden. Ik nam daarvoor een lege fles van Coca-cola. Dit is echt geen sluikreclame, want enkel deze vorm is perfect geschikt voor mijn doel. Alle flessen gaan recht naar beneden maar die van Coca-cola gaan boven de bodem nog even smaller en dat is belangrijk voor onze filter.
Hoe gaan we nu tewerk?
Het deel waar het etiket zit wordt er tussenuit gesneden. Het onderste deel is meteen klaar. In het bovenste deel wordt een gaatje gemaakt van 6 mm. Hier komt later de luchtslang door. In de onderkant wordt nog een snee gemaakt van ca. 3 cm. Dit is om het bovenste deel gemakkelijker in het onderste deel te laten passen. Tot slot nog een paar grotere gaten in het bovenste deel, den teut, op zo’n 3 cm van de onderkant en onze filter is klaar voor montage.
In het 6 mm gat duwen we een luchtslangetje. Om het er terug uitschieten te voorkomen, steek ik er aan de binnenkant een T-stuk op van Hobby. Vóór montage schep ik in de onderste helft zand in van een goed werkend aquarium. Dit zorgt voor een goede ballast zodat het filtertje mooi op de bodem blijft, maar tegelijkertijd wordt deze ook al meteen geënt en gaat zo onmiddellijk biologisch werken. Dan pakt men het bovenste gedeelte en duwt dit in het onderste gedeelte met de opengesneden kant eerst. Nu zul je zien waarom het Coca-cola flessen moeten zijn. Door die versmalling boven de bodem “klikt” het bovendeel zichzelf vast. Zo kan men later heel gemakkelijk het filtertje naar de oppervlakte brengen door aan de luchtslang te trekken. Doe dat maar eens met een model uit de winkel. Dan schiet geregeld de luchtslang eraf. Als nu de delen in elkaar zijn geklikt, moet men enkel nog de rand langs de uitstroom opvullen met filterwatten of van die blauwe filtermousse. Die vind ik zelf beter. Taraa, onze filter is klaar om eraan te beginnen.
Even de voordelen op een rijtje. Onmiddellijk biologische filtering, dit is heel belangrijk als men opgroeiende visjes naar een nieuwe bak overzet. Zelf heb ik altijd zulke filtertjes in een paar werkende aquaria liggen. Zo zijn ze al heel goed geënt. Heb ik nu een nieuw bakje of visjes die op doorreis zijn naar een bevriende liefhebber, neem ik hier gewoon zo’n filtertje uit en zet het in het nieuwe bakje of in de emmer bij de transit gasten. Zo is de kans op ammoniak- of nitrietvergiftiging uitgesloten. De vorm is ook perfect, zelfs aan de bodem kunnen geen visjes gekneld raken. Als men het filtertje in het midden van de bak zet is er ook overal een goede watercirculatie.
Het grootste voordeel is misschien wel dat het praktisch gratis is en zeer gemakkelijk te maken. Toch goed meegenomen in deze tijden waar onze hobby al genoeg te lijden heeft onder het duurdere leven. Je doet ook nog wat aan recycling.
Zo, laat nu die prijs voor mij maar komen.
 

Foto: Germain Leys
Scarus quoyi
Germain Leys - Tanichthys Hasselt
080
Papegaaivissen, die verwantschap vertonen met de lipvissen, zijn actieve rifbewoners die in grote groepen flinke afstanden afleggen, vaak in het gezelschap van doktersvissen. Het zijn veeleer grote vissen tot wel 1,2 m die doorgaans niet in een aquarium kunnen gehouden worden en zeker niet in een gemengd rifaquarium. Dit omdat ze behalve algen die ze van dode koralen of rotsen met hun papegaaisnavel afschrapen, ook levende koralen eten, die ze met hun krachtige keeltanden tot zand vermalen. Ze behoren hiermee tot de grootste producenten van koraalzand, waardoor de tropische droomstranden wellicht zijn ontstaan. De voorste tanden in zowel de onder- als de bovenkaak zijn samengegroeid tot tandplaten die gebruikt worden om de koralen te breken. Het breken en vermalen van het koraal kan door duikers onderwater gehoord worden. De papegaaivissen danken hun naam niet enkel aan hun muil, die aan de bek van een papegaai doet denken, maar ook aan de kleurenrijkdom die we ook bij hun gevleugelde naamgenoten kunnen terugvinden. Scarus quoyi is wellicht de enige papegaaivis die wél in een gemengd rifaquarium kan gehouden worden, omdat hij klein blijft (21 cm) én omdat hij geen koralen eet.
Hij komt voor in de koraalrijke buitenriffen en rifkanalen van India tot Vanuatu in het noorden van Riukiu tot het zuiden van Nieuw-Caledonië op 2 tot 20 m diepte.
Zijn kop heeft een psychedelisch kleurenpalet van blauw, groen, oranje, geel en roze. Zijn schubben zijn groenblauw tot paars gekleurd met een oranje tot roze rugvin, afgelijnd met een felblauwe rand. De buikvin is roze tot oranje met ook deze felblauwe aflijning op de rand. De borstvinnen zijn blauw-paars met een oranje streep in het midden. De staartvin is geel tot oranje of groen tot blauw.
In het gemengd rifaquarium zijn deze dieren goed te houden, alleen of als koppeltje. Het moet dan wel minstens 1.000 l bevatten zodat ze voldoende zwemruimte hebben. Je zal ze geregeld “baantjes” zien trekken in het aquarium. Ze grazen algen en wieren van het levend steen, doch laten de koralen en andere lagere dieren met rust. Omdat in de meeste gemengde rifaquaria doorgaans nog weinig algen en wieren te vinden zijn, zeker als er enkele doktersvissen in hetzelfde aquarium gehouden worden, kunnen ze best bijgevoederd worden met spirulina en gedroogd of geroosterd zeewier, in de keuken beter bekend als “Nori” dat je rond de sushi draait. Ze eten eveneens het aangeboden diepvriesvoedsel zoals Artemia en Mysis, maar of dit voor de dieren voedingswaarde heeft, betwijfel ik ten zeerste.
Het is een snelle zwemmer, dus als er voedsel wordt aangeboden, zorgt de Scarus quoyi er voor dat hij vlug de grootste en beste stukken heeft. Hier moet je rekening mee houden, want als je enkel rustige en langzame vissen in het aquarium hebt zitten, schaf je hem best niet aan. Hij vertoont geen enkele agressie tegenover andere vissen, garnalen of anemonen. Geregeld zal je hem zien bijten op de zijruiten van het aquarium. Hij ziet in de spiegeling van de ruit zijn eigen spiegelbeeld, dat hij voor een rivaliserend mannetje aanziet. Hier kan hij minutenlang mee bezig zijn. Je kunt dus best geen 2 mannetjes samen inzetten.

Foto: BBAT
NATIONALE VIJVERKEURING 2012
Rumen Lambert - Guido Lurquin
086
In 2012 werd door de BBAT voor de derde maal een Nationale Vijverkeuring georganiseerd. Er waren slechts een tiental deelnemers. Dus driemaal minder dan tijdens de tweede editie in 2009. Dat maakte de keuring niet minder interessant, integendeel. Het niveau bleek hoog te zijn.
De deelnemende vijvers
Ondanks dat de weersomstandigheden op de dag van de keuring in juli verre van ideaal waren – het regende op de meeste plaatsen pijpenstelen – geven de foto's al een goede indicatie van het kwaliteitsniveau van de deelnemende vijverwerelden. In drie dimensies ziet de werkelijkheid er nog veel spectaculairder uit. Er zitten echte pareltjes tussen.
Categorie “koivijver”
Aerts Dirk van Betta Buggenhout behaalde 83% in de categorie koivijver. Deze langgerekte formele koivijver ligt iets hoger dan de tuin. Dat maakt dat de eigenaar zijn echt handtamme troeteldieren gemakkelijk kan “strelen” als ze spontaan naar hem toe komen zwemmen.
Brosens Alouis van Kardinaal Kapellen behaalde 89% van de punten en dus een certificaat van bekwaamheid in de categorie koivijver. Er zwemmen veel prachtige koi rond in deze technisch zeer goed uitgeruste speciaalvijver. De grote en efficiënte filterinstallatie zorgt voor kraakhelder water.

Categorie “gezelschapsvijver”
Cooreman Marcel van Betta Buggenhout behaalde 84% in de categorie gezelschapsvijver. Deze vijver is aan twee zijden rechtlijnig en langs de andere kant glooiend van vorm. Hij herbergt een veelheid aan vissen groot en klein. Speels komen ze aanzwemmen.
Luyten Theo van Zilverhaai Beringen behaalde 88% van de punten en dus een certificaat van bekwaamheid in de categorie gezelschapsvijver. Deze aan het grote terras palende vijver is organisch van vorm. Hij is harmonisch beplant met veel afwisseling in de bladvormen. Een biotoop waar het leven zich thuisvoelt.
Van Damme Patrick van Betta Buggenhout behaalde 92% van de punten en dus een certificaat van bekwaamheid in de categorie gezelschapsvijver. Deze kleine vijver met decoratieve waterelementen ligt pal naast de grote ramen van de woning zodat men er werkelijk altijd van geniet, ook bij regenweer.
Fertein Rudy van Danio-Rerio Izegem
behaalde 93% en dus een certificaat van bekwaamheid in de categorie gezelschapsvijver. Deze kleine vijver ligt perfect geïntegreerd in de tuin. Het is er gezelligheid troef op een intiem terrasje langs het tuinhuis. Goed voor vele uren vijvergenot in het gezelschap van het levende water.
Brosens Alouis van Kardinaal Kapellen behaalde 94% van de punten in de categorie gezelschapsvijver en dus een certificaat van bekwaamheid. Deze informele vijver is al een aantal jaar oud en weelderig beplant. Prachtige goudwindes vormen het bewijs dat het erg goed gaat met deze vijverbiotoop.
Defever Eddy van Exotica Roeselare
behaalde een verdiende 96% en dus een bondsdiploma in de categorie gezelschapsvijver. Vanaf het hoger gelegen terras heeft men een ruim zicht over deze natuurlijk ogende waterpartij. Zowel planten als dieren zijn er in prima conditie en het water is kristalhelder.
Rens Guido van Black Molly Genk behaalde een zeer verdiende 97% en dus een bondsdiploma in de categorie gezelschapsvijver. Een prachtige vijver perfect geïntegreerd in de omgeving, voorzien van mooi verdoken, maar perfect toegankelijke techniek en een breed assortiment aan planten. Een vijver om u tegen te zeggen. Dank zij de vele terrasjes vlak bij het water kan men hier ten volle genieten van de wondere waterwereld.
Een dikke proficiat voor deze nationale winnaar!
  BBAT-informatief 094
  VOEDSELGIDS Zoetwaterlongslakken (2)  
Top