Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 66 - 2013
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 66 – Nr. 4 - April 2013
 
ISSN 1372-6501

Foto: Jean Lambinon
Hyphessobrycon megalopterus, de zwarte fantoomzalm
Jean Lambinon - ICIAF - Aqua Fauna
098
Hyphessobrycon megalopterus behoort tot de familie der Characidae (karperzalmen) en werd voor het eerst beschreven door Eigenmann in 1915 als Megalamphodus megalopterus.
Hij komt uit het stroomgebied van de Rio São Francisco in het oosten van Brazilië.
Zijn grootte is ongeveer 4,5 cm.
De kleur van het mannetje is als volgt: het bovenlichaam is zwart met een lichte afzwakking naar de buikstreek. De kop en het voorste deel van het lichaam zijn veel lichter, soms zelfs witachtig; op het deel net achter de borstvinnen is er een verticaal geplaatste ruitvormige zwarte vlek. Alle vinnen zijn zwart, de rug- en anaalvinnen zijn bij de mannetjes bijzonder goed ontwikkeld.
De vrouwtjes hebben nagenoeg dezelfde grootte, het lichaam is eveneens zwart tot grijsachtig gekleurd en ze hebben dezelfde diamantvormige vlek nabij de kieuwdeksels. De kop en het voorste deel van het lichaam is een mengsel van zwarte en roze, alle vinnen zijn kort en zwartachtig, de buik- en anaalvinnen met een meer roze schijn, de vetvin daarentegen is helemaal rood.
De vissen zijn zeer geschikt voor het gezelschapsaquarium en helemaal niet agressief tegenover medebewoners. Daartegenover kunnen de mannetjes onder elkaar schijngevechten uitvoeren die echter geen schade aanbrengen, noch aan de ene, noch aan de andere. Met alle vinnen opgezet zijn ze prachtig. Alle voedsel wordt aangenomen, zowel droogvoeder als levend voedsel, met een voorkeur voor muggenlarven in het seizoen. Het was in 1972 toen ik voor het eerst probeerde om de zwarte fantoomzalm te kweken, op dat moment hadden ze de reputatie van “zeer moeilijk voort te planten” te zijn. Ik gebruikte een van mijn traditionele 25 l kweekaquaria met een klein hoekfiltertje in glas, van eigen makelij. Als water gebruikte ik regenwater, zeer zacht met een pH van 6, zoals ik steeds doe voor het kweken van andere karperzalmen. Het was een totale mislukking, er gebeurde niets. Ik moest de zaak anders aanpakken.

 

Foto: Romain Van Lysebettens
Lamprologus signatus
Romain Van Lysebettens - Aquarianen Gent
102
Deze kleine “slakkenhuisbewoner” leerde ik heel wat jaren terug kennen via een Hollandse kennis, die hem mij bezorgde onder de toen geïmporteerde naam van Lamprologus cyanocephalus; na wat opzoekwerk kwam ik er echter achter dat het om L. signatus ging.
Men plaatst hem in de groep waar ook Lamprologus kungweensis bij hoort, de kleinste tot nu toe gevangen cichlide uit het Tanganyikameer.
Nadere kennismaking
Zoals zoveel Lamprologus-achtigen is ook L. signatus endemisch aan het prachtige Tanganyikameer in Centraal-Afrika. Ze komen voor aan de zuidwestkust in de plaatsen Moba en Mtoto in Congo, maar ook in het uiterste zuiden, namelijk in Zambia, meer bepaald bij Cameron Bay.
Ze worden niet groter dan 5,5 tot 6 cm (man) en zijn onderling heel goed te herkennen daar alleen de mannelijke dieren voorzien zijn van een strepenpatroon (ik tel 14 streepjes).
De vrouwtjes zijn beigebruin zonder strepen. Ze hebben echter een vrij opvallende goudkleurige vlek in de buikpartij die bij invallend licht heel goed waarneembaar is. Bij diezelfde lichtinval zijn er tevens mooie regenboogkleuren te zien op de schubben en rond de blauwe oogjes, dit laatste bij beide geslachten. Typisch zijn ook de afgeronde, witachtige borstvinnetjes waarop ze als het ware “zitten” bij het foerageren op de bodem.
Gedrag
In het aquarium zullen deze dwergen met graagte lege slakkenhuizen accepteren als schuil- en afzetplaats. In de natuur echter graven de vrouwtjes kleine holen (tunnels) in de modderige bodem waarboven zij leven. Ik las ergens de ongelofelijke naamgeving van “moddertunnelbroedertjes”!
Je kunt dit uittesten door buisjes met diameter 22 mm op een lengte van 10 cm te zagen en aan één uiteinde dicht te knijpen en in het bodemzand te steken. L. signatus zal de schelpen laten voor wat ze zijn en zijn intrek nemen in de buisjes.
Een aquarium van 25 l inhoud kan, omdat we deze soort paarsgewijze kunnen houden, het is geen echte koloniebroeder zoals Neolamprologus multifasciatus. Indien we toch meerdere exemplaren willen houden in een groter aquarium, dan moeten we zorgen dat er aanzienlijk méér open zandruimte (dikte ± 5 cm) is voorzien op de bodem en er een visuele barrière tot stand komt door bijvoorbeeld een aantal stenen te plaatsen tussen de koppels. Indien je dit niet doet, verwacht je dan maar aan heel wat onderlinge agressie tussen de koppels. Ze zijn territoriumvormend, wat vereist dat ze toch over wat ruimte moeten beschikken rond hun schelp of pvc-buisje.
Wil je ze onderbrengen in een Tanganyikagezelschap, geef dan veel aandacht aan de gekozen groep van vissen, want doordat ze zo klein zijn, worden ze wel eens, door hun medebewoners, als voedsel aanzien!
De belangrijkste factor bij de waterhuishouding is volgens mij de pH en die zou bij voorkeur tussen de 8 en 8,7 moeten liggen, bij een temperatuur van 24 °C. Neem van mij aan dat een blijvende hogere temperatuur (boven de 28 °C) dodelijke gevolgen kan hebben voor deze én ook bijna alle andere Tanganyikacichliden, daar het water uit het meer zéér zuurstofrijk is. Daarom tevens geregeld een waterverversing toepassen, zodat we de hoeveelheid afvalstoffen verminderen en schadelijke gassen geen kans geven. Zij aanvaarden als voedsel Cyclops, Artemia en watervlooien, maar ook vlokken en granulaten (liefst klein formaat).


 

Foto: Ab Ras
Adembenemende vivaria...
Het aquarium van Johan van der Werve

Auteur: Ab Ras
108
Het aquarium van Johan van der Werve was vele malen landskampioen bij de landelijke huiskeuringen van de NBAT.
Zelf mocht ik het aquarium al menig maal beoordelen. Ik herinner me nog goed de eerste keer. Johan had me de hele dag rond gereden om de keuring te verrichten bij de leden van A.V. “Rode Rio” in Alkmaar en omstreken. Na de keuring van zijn aquarium, dat het laatste was die dag, gingen we nog even uitpuffen en wat napraten. Bij een kopje soep vroeg hij wat ik nou van zijn aquarium vond.
De compositie was op dat moment zeker nog voor verbetering vatbaar. Het “fingerspitzengefühl” voor de planten was al ruim aanwezig. Daarnaast verbaasde het hem dat ik de opmerking gaf dat er geen blikvangers aanwezig waren. “Er zitten ruim 100 roodkoppen in”, zei hij. “Dat klopt”, zei ik, “maar zie je ze ook?” “Niet echt”, was zijn reactie. Een blikvanger moet meteen de aandacht trekken in het aquarium. Het advies was om een mooie grote school bloedvlektetra’s aan te schaffen als voorbeeld.
Johan heeft de raad opgevolgd en het resultaat was te zien in de afgelopen uitgaven van de uitslag LHK.
Nu, in dit aquarium, zijn de bloedvlektetra’s (Hyphessobrycon erythrostigma) vervangen door een ruime school van een kleiner lid van de familie, nl. Hyphessobrycon amandae. Gecombineerd met een mooie school juveniele Paracheirodon innesi (neontetra) vormen ze een mooi contrast.
De plantendiversiteit is flink te noemen. Veel nieuwe plantensoorten vinden hun weg naar dit prachtige aquarium.  Veelal via de WAP (Werkgroep Aquarium Planten) bemachtigd, had ik begrepen. Er zijn flink ook wat fanatieke leden bij de Rode Rio in Alkmaar die elkaar enthousiasmeren en regelmatig stekken uitwisselen.
De techniek is ook niet alledaags (zie het bijgevoegd schema), met name de voorfilters zijn flink van omvang. Deze voorfilters zijn door Johan zelf gemaakt van roestvrijstaal. Ik had begrepen dat alleen de voorfilters regelmatig worden gereinigd. Daar wordt overigens het meeste vuil al direct weggevangen. De techniek is gedeeltelijk verzonken in de vloer, waardoor Johan meer ruimte heeft voor zijn techniek. Johan is een enthousiaste man die graag zijn kennis deelt met anderen. Op zijn club heeft hij al menig lid op weg geholpen in deze prachtige hobby.
 

Foto: Ab Ras
Jack in the box
Auteur: Ab Ras
114
Tijdens mijn afgelopen vakantie op Bonaire kwam ik tijdens het duiken een bekende tegen. Eigenlijk waren we op zoek naar zeepaardjes, met name Hypocampus erectus. Ik moest deze zeker herkennen, want ik had ze bij Piet Hectors menigmaal gefotografeerd. Dat zou dus wel even lukken dacht ik. Niet dus. Wat ik wel tegenkwam tijdens mijn afdaling naar het rif, was een kale vlakte voorzien van veel koraalbreuk en koraalzand.
In mijn ooghoek zag ik iets bekends wegduiken. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Bij nadere inspectie zag ik een holletje in de bodem. Even afwachten maar en wat vintippen (uitgetrimd boven de bodem hangen zonder deze aan te raken), camera in de aanslag. Na enige tijd kwam de “Jack in the box” tevoorschijn. Door het flitslicht verdween hij weer snel in zijn holletje. Het duurde te lang om te blijven hangen want de luchtvoorraad is beperkt, we waren immers op zoek naar zeepaardjes, wenkte mijn vriendin me.                        
Bek vol met eieren
Eenmaal thuisgekomen brandde mijn nieuwsgierig naar het resultaat van de foto’s. Tot mijn stomme verbazing had ik de Opistagnatus aurifrons gefotografeerd met een bek met eieren die op het punt stonden om uit te komen. Toen  mijn vriendin me vroeg waar ik nu nog eens graag wilde duiken was het antwoord niet zo moeilijk. “Het is daar wel erg kaal”, was haar antwoord. Dat is wel waar maar we hoefden niet te diep en spraken af om maximaal 10 m diep te gaan. Het voordeel is dat we daar bijna 1 ½ uur hebben gedoken.  In het begin hielden alle Jack’s zich keurig verborgen, maar toen we eenmaal door hadden dat we vlak over de bodem moesten kijken om te zien waar ze zaten, vonden we er tientallen, enkele meters van elkaar verwijderd weliswaar. Veel jonge of kleine exemplaren. Het kan zijn dat dit vrouwtjes zijn. De mannetjes zijn nl. herkenbaar aan de zwarte vlekken of strepen in de onderkaak (zie ook de foto’s). Dit hebben ze tijdens de balts, maar ook tijdens de broedzorg, zo blijkt. De man is dus verantwoordelijk voor de broedzorg. Dat deze vissen goed houdbaar zijn, is al jaren duidelijk. In Amerika worden ze al jaren met succes nagekweekt. Architecten
De vissen zijn ware architecten. Ze bouwen hun hol zo stevig dat instorten nagenoeg niet voorkomt. De combinatie van zand en koraalbreuk zorgen voor een goede constructie. Er zijn zelfs berichten dat ze wel eens samenleven met een garnaal. Alleen is dat wetenschappelijk nog niet aangetoond.
Kaakbeenvis
De “Jack in the box” is een kaakbeenvis. Ze zijn bekend om hun relatief grote kop met grote ogen en een enorme bek ten opzichte van hun ranke lijf. De kleur is lichtblauw en de kop is geel. De oogleden hebben een blauw randje. Wat mij opviel, is dat het mannelijke exemplaar zelfs een wat donkere kop had en het geel over was gegaan naar diepoker. Ik vermoed dat het met hun stemming te maken heeft. Deze Caribische bewoner is een lust voor het oog en verlangt een rustig aquarium waar geregeld voer voorbij komt. Deze vis komt niet ver uit zijn holletje en is dus afhankelijk van plankton in de natuur.
Aquarium

In het aquarium blijken  ze gemakkelijk over te wennen te zijn en accepteren zij bijna alles wat voorbij komt. Het verdient echter wel aan te bevelen om een bodem van minimaal 10 cm aan te leggen voor de bewoner. Liefst nog meer. Gecombineerd met koraalbreuk en koraalzand.
Grootte en voorzieningen
Ze worden ongeveer 10 cm en zijn, zoals al eerder gezegd, goed houdbaar. Het  verdient echter wel aan te bevelen om meerder exemplaren te houden, minimaal 5 à 10 stuks in een groot aquarium. Volgens de literatuur kunnen ze dicht op elkaar leven. Mijn ervaring was echter dat er verschillende meters tussen de exemplaren aanwezig was.

Foto: Guido Lurquin
Zuurstofplanten voor de pas aangelegde vijver
Guido Lurquin - De Siervis Leuven
118
Er zijn heel wat zuurstofplanten die gecommercialiseerd worden. Niet allemaal zijn ze gemakkelijk. Sommige stellen te specifieke eisen. Wij maakten een keuze voor u en stellen hier de gemakkelijkste soorten voor die bovendien nog inheems zijn. Als u dit gamma in de waterpartij introduceert en er eventueel nog een paar andere, “moeilijkere” soorten aan toevoegt, zal dit een garantie zijn voor kristallijn water.
Licht dringt door water slecht door. Ook plantendelen onder de waterspiegel kunnen niet zonder licht. Een vergroot bladoppervlak lost dit probleem op. Daarom hebben de meeste onderwaterplanten heel veel fijne blaadjes die toch een voldoende open structuur geven.
In hun stengels, wortels en bladeren hebben de onderwaterplanten een goed ontwikkeld systeem van buizen, intercellulaire ruimten en kanalen. Dit systeem dient niet enkel voor de doorvoer van gassen, maar maakt de onderwaterplanten bovendien lichter en geeft hen een drijvend vermogen.
Het is zeker niet eenvoudig te voorspellen welke zuurstofplanten het goed zullen doen in uw nieuw aangelegde vijver. Niet enkel de watersamenstelling, maar ook (micro)klimatologische omstandigheden spelen een rol. Het ene jaar is het andere niet en toch verwachten we dat onze waterpartij altijd glashelder is. Daarom bevelen wij aan om elke nieuwe vijver te voorzien van verschillende soorten zuurstofplanten. We verdelen zo het risico. Wellicht zullen dan één, of een paar soorten, het echt naar hun zin hebben in hun nieuwe biotoop en er de rol van waterzuiveraar op zich nemen.
  BBAT-informatief 125
  VOEDSELGIDS Zoet water longslakken (3)
Zoet water kieuwslakken
 
Top