Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 66 - 2013
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 66 – Nr. 9 - September 2013
 
ISSN 1372-6501

Foto: Gilbert Maebe
West-Papua 2012
Gilbert Maebe - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland vzw
234
Op 31 augustus 2012 vertrokken F-P Müllenholz, Marc Houtman, Gilbert Maebe en hun respectievelijke echtgenotes Ulli, Rita en Hilda naar Bali. Na een lange maar voorspoedige vlucht, landden we op 1 september 2012 in Denpassar, de hoofdstad van Bali. We werden er opgewacht door een chauffeur met shuttle bus van het hotel Ramada Resort Benoa, Nusa Dua, die ons in een half uurtje ter plaatse bracht.
Onze organisatie was als volgt geregeld: na 3 dagen reizen de mannen door naar West-Papua, de vrouwen blijven de hele tijd in Bali.
Waarom willen we naar West-Papua?
Toen Franz-Peter de gezegende leeftijd bereikt had van 60 jaar, werd dit feit met familie en vrienden uiteraard gevierd. Die avond sprak hij o.a. de wens uit om eens naar West-Papua (het vroegere Irian Jaya) te reizen om regenboogvissen te vangen. Dit is een onderneming die wel wat voorbereiding en voorzorgen vereist.
Hoe moesten we dit praktisch aanpakken?
Dit is geen land waar je zomaar overal op eigen houtje rond trekt zonder begeleiding en hulp van liefst één of meerdere inlanders. Er werd gedacht aan de trips die Johannes Graf en Gary Lange maakten met Dan Dority, een Amerikaan die al jaren in West-Papua verbleef als missionaris en ook heel wat belangstelling had voor regenboogvissen.
Het toeval wilde echter dat ik in februari 2011 had kennis gemaakt met de heer Kadarusman, een Indonesiër die woonachtig is in Manokwari op de vogelkop peninsula in West-Papua. Voor zijn doctoraatstudies over de evolutie in de tijd van de regenboogvissen verbleef hij in Montpellier in het zuiden van Frankrijk en via het internet vond hij mij, op zoek naar zoveel mogelijk soorten regenboogvissen. Meer daarover kun je lezen in mijn artikel “Aquaristiek in dienst van de wetenschap” (Aquariumwereld 65/04:112). Deze kennismaking groeide uit tot vriendschap en schiep mogelijkheden om onze West-Papua reisplannen te concretiseren.
Kadarusman zou zorgen voor tickets van Denpasar naar Sorong, de reservering van een hotel voor 1 nacht, een chauffeur met een 4-wiel aangedreven voertuig voor 5 dagen en de reservering van een boot om de eilanden Batanta en Salawatti te bezoeken. Twee begeleiders van de Academie waar Kadarusman werkzaam is, zouden ons vergezellen, hij zelf kon zich niet vrij maken omdat hij les moest geven.
Op 5 september was het zover, na een tussenlanding in Ujung Pandang, waar we een korte nachtrust hadden in een transfer hotel wegens 7 uur wachttijd voor de vlucht naar Sorong, belandden we dan in West-Papua. Kadarusman ontving ons zeer hartelijk en had van de Academie een wagen met chauffeur ter beschikking om ons af te halen. Allereerst bracht hij ons naar het “Immigrasi”-kantoor in de stad dat verplicht is voor buitenlanders. Hier zouden we de nodige “permits” verkrijgen om onze doelstellingen wettelijk in orde te brengen. Daarna bracht hij ons naar het hotel waar we ons installeerden om nadien samen met Kadarusman het programma voor de komende 5 dagen te bespreken.

 

Foto: Fred Poeser
Zowaar een vierde guppy-soort: de Suriname guppy of Poecilia kempkesi
Patrick Loosveldt - Wagtail Aalst
242
Er wordt door de oudere generatie aquarianen al eens beweerd dat “vroeger alles eenvoudiger was”. In het geval van de guppen, valt daar wel iets voor te zeggen. Een gup was een gup en heette officieel Poecilia reticulata. Punt! Anno 2013 liggen de kaarten totaal anders en onderscheiden de wetenschappers maar liefst vier verschillende wilde guppy-soorten. De vertrouwde Poecilia reticulata bestaat nog steeds, maar moet drie andere guppy-soorten naast zich dulden. De meest recente is Poecilia kempkesi, beschreven door de Nederlander Fred Poeser en in het Nederlands “Suriname guppy” genoemd.
De naam Fred Poeser deed meteen een belletje rinkelen. Op een clubuitstap van Wagtail Aalst naar een tentoonstelling van de vereniging Poecilia Nederland in het Nederlandse Tilburg, woonden we ooit een voordracht van diezelfde Fred Poeser bij. Dat is altijd bijgebleven als een leerrijke lezing over zijn wetenschappelijk onderzoek naar guppen.
De natuurlijke oorsprong van de guppen ligt het noordelijk stuk van Zuid-Amerika. Dit is al bij al een ruim verspreidingsgebied. De mannetjes zijn in de natuur zeer variabel gekleurd en gevlekt. Van vindplaats tot vindplaats hebben ze een verschillend kleurenpatroon en zelfs binnen een bepaalde populatie zijn geen twee mannetjes gelijk. Op basis van visuele vaststellingen en met de klassieke onderzoeksmethoden, kon men de wilde guppen vroeger niet onderverdelen in aparte soorten. Er was gewoon geen lijn in te trekken. Het gevolg was dat men al die guppen dan maar als één enkele soort beschouwde, Poecilia reticulata, met weliswaar variabele uiterlijke kenmerken.
In het begin van dit decennium is daar verandering in gekomen. Het is begonnen met de beschrijving van de Endler gup (Poecilia wingei) in 2005, die op zijn beurt de beschrijving van andere guppy-soorten met zich mee heeft gebracht. Zo werd in 2009 de Oropuche gup beschreven en in april 2013 voegde Fred Poeser, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, daar nog een nieuwe guppensoort aan toe: Poecilia kempkesi. In DNA-studies, uitgevoerd door andere wetenschappers, vond Poeser namelijk voldoende verschillen om de guppen uit Suriname een aparte naam te geven. De soortnaam is ter ere van Michael Kempkes. In de wereld van de ei-levendbarenden is de Duitser Michael Kempkes lang geen onbekende. Hij heeft tal van publicaties over ei-levendbarenden op zijn naam staan en is een autoriteit binnen de guppenwereld. Het verhaal van de Suriname guppy gaat terug naar het jaar 2005 toen Poeser naar Suriname reisde en ginds guppen ging vangen op een 50-tal plaatsen. Hij verzamelde niet enkel heel veel onderzoeksmateriaal, hij observeerde ook hun natuurlijk gedrag op tal van vindplaatsen. Dit liet hem toe om meer inzicht te krijgen in de wilde guppen en vooral om er wat orde in te scheppen.


 

Foto: Ad Konings
Nieuw beschreven cichliden-soorten
Patrick Loosveldt - Wagtail Aalst
246

Metriaclima pambazuko, M. lundoense, M. midomo, M. tarakiki en M. nigrodorsalis.
Bron: J. R. Stauffer jr., K. Black & A. F. Konings - 2013 – “Description of five new species of Metriaclima (Teleostei: Cichlidae) from Lake Malawi, Africa” – Zootaxa 3647 (1) : 101-136.

Metriaclima zebra is één van de meest populaire rotsbewonende cichliden uit het Malawimeer. Deze soort werd ooit wetenschappelijk beschreven op basis van één enkel exemplaar, waarvan de exacte vangstplaats ook nog eens onduidelijk was. De auteurs hebben de verdienste om eerst een speurtocht te ondernemen naar de vindplaats van de originele Metriaclima zebra. Ze zijn hierin geslaagd door honderden vissen nauwkeurig te onderzoeken en te vergelijken met dat ene holotype. Hun conclusie is dat het holotype van M. zebra overeenstemt met de vissen die werden aangetroffen rond Likoma Island.
Er werden maar liefst 496 exemplaren gedetailleerd onderzocht, afkomstig van 31 vindplaatsen, verdeeld over het hele Malawimeer. Dit degelijk onderzoek mondde uiteindelijk uit in de beschrijving van 5 nieuwe soorten uit het genus Metriaclima. Het gaat om vissen die vroeger al gekend waren, maar die nog geen definitieve wetenschappelijke naam hadden gekregen.
Bij hun studie zijn ze ook op een typefout in de naamgeving van een bestaande soort gebotst: bij de vroegere Pseudotropheus pursus, Stauffer 1991, moest “pursus” in feite “purus” geweest zijn. Zodoende herdopen ze meteen ook deze vissoort in Metriaclima purum (Stauffer 1991).

De nieuw beschreven soorten zijn:
Metriaclima pambazuko
Vroegere benaming: Metriaclima sp. ‘red top londo’ Konings 2007.
Deze soort werd gevangen in Londo Bay (Mozambique) en rond de eilanden Hongi en Lundo (Tanzania). De soortnaam pambazuko komt uit het Swahili en betekent “dageraad” of “zonsopgang”, verwijzend naar de oranjerode rugvin bij de mannetjes.

Metriaclima lundoense
Vroegere benamingen:
Pseudotropheus ‘black dorsal Tanzania’, Spreinat 1994;
Pseudotropheus sp. ‘black dorsal shauri’, Konings 1995;
Maylandia phaeos (non Stauffer et al.), Schraml 1998;
Metriaclima sp. ‘black dorsal cobalt’, Konings 2001;
Metriaclima sp. ‘black dorsal lundo’, Konings 2007.
Deze soort werd enkel aangetroffen ter hoogte van Lundo Island in Tanzania. De soortnaam verwijst overigens naar dit eiland.

Metriaclima midomo
Vroegere benaming: Metriaclima cf. zebra, Konings 2007.
De auteurs hadden vooraf verwacht dat dit een geografische variant van M. zebra zou geweest zijn, maar kwamen na grondige analyse tot de conclusie dat het een aparte soort was. De onderzochte vissen werden gevangen nabij Lundo Island (Tanzania). Op deze locatie komen overigens meerdere Metriaclima-soorten voor. De soortnaam midomo komt uit het Swahili en betekent “lippen”.

Metriaclima tarakiki
Vroegere benamingen:
Pseudotropheus ‘zebra Mbamba Bay kompakt’, Spreinat 1994;
Metriaclima sp. ‘zebra slim’, Konings 2001.
Deze soort werd gevangen in Higga reef (Tanzania) en rond Ngkuyo Island (Tanzania). De benaming tarakiki komt uit het Swahili, betekent “slank” en heeft betrekking op de uitgerekte lichaamsvorm, die hem onderscheidt van M. zebra.

Metriaclima nigrodorsalis
Vroegere benamingen:
Pseudotropheus sp. ‘black dorsal chiloelo’, Konings 1995;
Pseudotropheus sp. ‘black dorsal nkhungu’, Konings 1995;
Pseudotropheus sp. ‘black dorsal nkolongwe’, Konings 1995;
Pseudotropheus sp. ‘black dorsal thundu’, Konings 1995.
Er werden exemplaren gevangen in: N’kolongwe, Nkhungu Point, Thundu, Chiloelo en Charlie’s Bay, alle gelegen in Mozambique. De soortnaam nigrodorsalis is Latijn voor “zwarte rug”. In het Engels wordt dit “black dorsal”, zoals in de vroegere benamingen. Dit verwijst naar de typisch zwarte kleur in de rugvin. De verschillende kleurvarianten van de ‘black dorsal’ blijken te behoren tot één enkele soort, t.t.z. er werden te weinig morfologische verschillen aangetroffen om aparte soortnamen te rechtvaardigen.

 

Foto: Freddy Haerens
Hymonepus coronatus, de orchideeënbidsprinkhaan
Freddy Haerens - Aquatropica Kortrijk
250

Tijdens onze vakantie in Saint-Cado, Bretagne, brachten wij een bezoek aan het 50 km verder gelegen dorpje Lizio, une “petite cité de caractère” zoals ze dat daar noemen. Lizio telt amper 700 inwoners, maar er valt wel heel wat te zien, er is onder meer een “Insectarium” gehuisvest. Als vivariumliefhebber moet je dat natuurlijk bezoeken. Reeds in 2007 bezochten we dit oord voor het eerst en waren gecharmeerd door de mooie collectie wandelende takken en andere Phasmen, insecten zoals krekels, sprinkhanen en kakkerlakken, die in de terrariumliefhebberij als voedseldieren worden gebruikt en allerlei keversoorten zoals het vliegend hert, rozenkevers, enz… Een mooie collectie die we van de eigenaar uitgebreid mochten fotograferen. We vernamen dat Cédric Monnier, de oprichter van het insectarium, begin 2009 overleden was en dat bioloog Olivier Dupont, de zaak heropgestart had in de zomer van datzelfde jaar. Daar er van de oorspronkelijke collectie maar weinig overbleef, vernieuwde hij enkele terraria, maakte de opstelling overzichtelijker en bracht er zijn eigen collectie in onder. We werden er vriendelijk ontvangen en mochten ook van hem zoveel foto’s nemen als we maar wilden.
In de eerste terraria troffen we enkele soorten wandelende takken aan, sommige met jongbroed erbij. Hierna stond een mooi vierkant plexiglazen terrarium met een paar orchideeën erin, maar op het eerste zicht geen dieren.
Bij nader toekijken troffen we op een blad van een orchidee, die een neporchidee bleek te zijn, een soort bidsprinkhaan aan, prachtig gecamoufleerd. Het diertje fascineerde ons meteen. We konden mooi bijna rond het terrarium om het van alle kanten te fotograferen. Het bleek te gaan om de “orchideeënbidsprinkhaan”, Hymenopus coronatus, afkomstig uit Maleisië, Indonesië en het Sumatraanse regenwoud. Ze gedijen best in de vochtige, warme gebieden van het Zuid-Aziatische regenwoud waar ze gevonden worden op papayabomen, orchideeën en op de bloemen van frangipanibomen.

Beschrijving
Deze soort wordt gekenmerkt door briljante, mooie kleuren en een ongewone structuur. Hun vier poten lijken op bloemblaadjes en de kleur van het lichaam neigt naar de kleur van de omgeving waarin ze voorkomen. Op deze manier zijn ze perfect gecamoufleerd om langskomende bijen en andere insecten, die op de bloemen afkomen, te verschalken.
H. coronatus vertoont een van de meest uitgesproken seksueel dimorfismen van alle soorten bidsprinkhanen, de mannetjes zijn over het algemeen meer dan de helft kleiner dan de vrouwtjes.
Vrouwtjes kunnen tot 6 cm uitgroeien, in het wild gevangen exemplaren zijn gewoonlijk iets groter. Mannetjes daarentegen bereiken een maximum lengte van 3 cm, doch zijn meestal zelfs kleiner. Dit is ook de eenvoudigste manier om het geslacht te bepalen, maar dit kan ook worden gedaan met de gebruikelijke methode: 8 segmenten voor de mannelijke exemplaren, 6 of 7 voor de vrouwtjes.
Als volwassene hebben beide soorten volgroeide vleugels. Bij de mannetjes zijn die zelfs iets langer dan het achterlijf, waardoor het heel goede vliegers zijn. Bij de vrouwtjes reiken de vleugels tot op het achterlijf.
Pas uitgekomen nimfen gelijken op mieren met oranje en zwarte lijfjes. Na de eerste vervelling zijn ze wit met felroze gekleurd en dat blijft hun verdere leven zo. Volledig witte dieren komen eveneens voor. Na iedere vervelling lijkt de kleur zich steeds meer aan te passen aan de omgeving waarin het dier opgroeit. Men neemt aan dat de luchtvochtigheid en lichtintensiteit een grote rol spelen bij de definitieve kleur van het volwassen dier. Verplaatst in een andere omgeving zal de kleur binnen een paar dagen veranderen naar meer of minder roze.

Een bidsprinkhaan die vastgenomen wordt, zal proberen zijn belager in de war te brengen of schrik aan te jagen. Hij wordt kwaadaardig en probeert naar alles in zijn omgeving te bijten. Onder hun predators tellen we hagedissen, gekko’s, vogelspinnen, padden, vogels, knaagdieren, vleermuizen en spitsmuizen.


Foto: Eddy Vlyminckx
30 jaar Amphiprion ocellaris, percula of 'Nemo'?
Eddy Vlyminckx - KAHV Gracilis Hoboken
256

Het was in het najaar van 1983, de exacte maand kan ik me niet meer herinneren, dat mijn ouders besloten voor nakomelingen te zorgen. Mijn vader had een mooie plek in de buurt van een anemoon, waar beide al enkele jaren woonden, zuiver gemaakt en dit op bevel van mijn moeder, want haar buik stond gespannen van de eieren. Het duurde dan ook niet lang dat ze deze eieren, een 150 à 200 stuks op de zuivere plek aflegde, waarna mijn vader voor de bevruchting zorgde. Met de grootste bekommernis zorgden zij samen voor hun nakomelingen door de onbevruchte eieren te verwijderen en ons te verdedigen tegen belagers die altijd wel op de loer lagen.
Na een 8-tal dagen in die kleine ruimte te hebben doorgebracht, werd het tijd voor mij en mijn broers (wij worden namelijk allemaal als broekventjes geboren) om het ruime sop van de oceaan te kiezen. Een 3-tal uur na zonsondergang was het dan ook een drukte van jewelste om uit het ei te ontsnappen en een veilige schuilplaats in de omgeving te zoeken, om niet direct opgegeten te worden. Hoeveel er van mijn broers zijn overgebleven weet ik niet. Wel heb ik mij laten vertellen dat 60% uitval vastgesteld werd bij mijn neven die geboren werden in gevangenschap.
Na ongeveer 45 dagen te hebben rondgezworven in de directe omgeving van mijn geboorteplaats, zocht ik voor de eerste maal een anemoon op waarin ik mij kon verstoppen en me veiliger voelde. Er zijn zeer weinig collega vissen die zich te dicht bij een anemoon durven begeven.
Mijn ouders heb ik ook nooit weergezien. Van kleins af moesten mijn broers en ik onze plan trekken. De tijd dat we samen opgroeiden, was wel een mooie tijd. De anemoon was er een van ongeveer 70 cm doormeter, er was dus plaats genoeg om te ravotten.
Op een dag in januari 1984 werd onze rustige jeugd totaal ondersteboven gehaald. Wezens die ik nog nooit gezien had, kwamen met schepnetten en doorschijnende zakken boven onze leefplaats gezwommen. Met één haal werden enkele van mijn broers en ikzelf uit de anemoon gevangen en in zo’n zak gestopt. Na een lange reis met boot, vliegtuig en auto belandden wij in een aquariumwinkel in België. Het verschil was enorm, bijna traumatisch. Een klein bakje, geen anemoon, bijna geen zand op de bodem en voor mij onbekende medebewoners. Ik smeekte dat mijn leven in de toekomst toch een beter vooruitzicht zou hebben.
Een maand of twee later dan mijn laatste verblijf in zee, werd ik samen met één van mijn broers terug in zo’n plastic zak vervoerd en belandde ik in een iets groter aquarium in Hoboken. Dat het in Hoboken was heeft mij later iemand verteld. Het aquarium was een aangepaste GALERY-aquarium met binnenfilter en de afmetingen van 130 x 40 x 40 cm. Het was gedecoreerd met identieke koralen die in de buurt stonden van de anemoon in zee. Het enige verschil was dat zij wit waren en de andere allerlei kleuren hadden. Kon ik weten dat het enkel geraamten waren. Na enkele weken bracht ons nieuw baasje, zoals ik hem noemde, een grote anemoon (Condylactis gigantea) in het aquarium. Nu kon ik met mijn broer samen terug spelen zoals we voordien deden. Lang heeft dat geluk niet mogen duren. De anemoon bleef maar niet op haar plaats zitten en wij moesten altijd mee verhuizen. Ze voelde zich niet lekker en op een dag lag ze zo slap als een vaatdoek in een hoek van het aquarium, waarna ons baasje ze maar verwijderd heeft voor ze het water verder kon bevuilen.


Foto: Werner Dossler
BBAT-Bondsdag 2013
Willy Luts, secretaris BBAT
262

Op 25 mei jongstleden was het weer een hoogdag voor de Belgische Bond voor Aquarium- en Terrariumhouders vzw, de jaarlijkse Nationale Bondsdag.
Deze werd dit jaar georganiseerd door aquariumvereniging “Aquarianen Gent” in de gebouwen van de Plantentuin van de Universiteit Gent, dit ter gelegenheid van hun 50-jarig jubileum.
Vanaf 8.30 u. werden de bezoekers ontvangen in het Palmarium met een heerlijke tas koffie en een berg koffiekoeken. Sommigen waren dan ook al van voor 7.00 u. onderweg om toch maar tijdig aanwezig te zijn en niets te moeten missen.
Om 9.30 u. werd iedereen verzocht zich naar één van de aula’s te begeven waar het officiële gedeelte van de Bondsdag plaatsvond. De voorzitter van Aquarianen Gent, Erik Lievens, heette er alle aanwezigen van harte welkom en overliep het programma van de dag. Daarna gaf hij het woord aan de burgemeester van Gent, Daniël Termont, die hulde bracht aan de Aquarianen Gent en zijn stad meteen ook even in de schijnwerpers zette. Na een woordje van dhr. Yvan Detry, voorzitter en afgevaardigde van onze Waalse collega’s ICAIF, was het de beurt aan onze eigen voorzitter: Eddy Selderslaghs.
In zijn welkomstwoord prees Eddy de talrijke medewerkers van de organiserende vereniging. Tevens benadrukte hij dat het toch wat spijtig was dat er slechts 23 van de 50 verenigingen aanwezig waren op deze toch belangrijke dag, met een rijkelijk gevuld programma en fantastische voordrachten. Hij beklemtoonde voor iedereen dat inzet de boodschap blijft en het doel nastreven de opdracht. Hij hoopte alvast op een groter aantal deelnemende verenigingen volgend jaar.
Daarna kreeg BBAT-secretaris Willy Luts het woord voor het academische gedeelte.
Hij begon met de uitreiking van de Aquariumwereld Orandaprijs 2012.
Deze ging dit jaar naar Kurt Bleys van “Chameleons Vlaanderen” voor zijn artikel "Furcifer pardalis".
Daarna werd een aantal verdienstelijke BBAT-leden gehuldigd namens hun vereniging of namens BBAT zelf. Een Gouden Palm werd overhandigd aan: Eddy Leysen; Karel Paverick; Ria Roger; Johan de Coninck; Jean Vermarien en François d’ Heu. Een Gouden Kroon viel te beurt aan: Ronny Moortgat (Aquatom vzw.); Roger Veltens (Siervis Leuven) en Johan Melis (Colisa Mol).
Dan volgde het moment suprême: de proclamatie van “Club van het Jaar”.
Zoals vorige jaren bracht onze secretaris er een beetje spanning in. Zilverhaai Beringen, Tanichthys Hasselt, De Minor Rupel-Vaartland, Betta Buggenhout en de thuisploeg Aquarianen Gent vormden het erepodium. Toen uiteindelijk deze laatste als winnaar werd bekend gemaakt, brak de hel los: 42 Gentse Aquarianen schreeuwden het uit. De overige deelnemers gaven hen een daverend applaus. Eindelijk is de wisselbeker, na 3 overwinningen, binnen een tijdspanne van 5 jaar, definitief in hun bezit.
Willy sloot het officiële gedeelte af met nogmaals een dankwoord aan Aquarianen Gent en gaf dan het woord terug aan voorzitter Erik Lievens.
 
Kijken we even terug op de oorspronkelijke affiche van de Bondsdag 2013.
Daarop was een lezing voorzien over “De evolutie van het Victoriameer na de uitzetting van de Nijlbaars” door prof. Frans Witte. Frans overleed echter op 12 februari 2013 maar kreeg een gepast eerbetoon door de hem vervangende spreker, Romain Van Lysebettens, die ons in zijn geëigende taaltje, het “Ghents”, vergastte op een lezing: “De Furu van het ‘vergeten meer’”. Hij toonde ons de problemen (het verdwijnen van honderden cichliden-soorten na het uitzetten van de Nijlbaars en de overwoekering van grote delen van het meer door de waterhyacint) en de huidige situatie in het Victoriameer. Met prachtige beelden gaf hij ons  een overzicht van de verschillende soorten Victoria-cichliden. Dit mocht je echt niet missen.
Hoog tijd vervolgens om de innerlijke mens wat te versterken met een uitgebreide koffie- en broodjesmaaltijd. Mede door het prachtige zonnetje, waarvan we de hele dag mochten genieten, werd ook een of ander dorstlessend natje door velen gesmaakt.
Om 13.45 u. was het de beurt aan de tweede spreker van de dag, Dr. Bert Willaert, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij bracht ons een voordracht over amfibieën. Een PowerPoint met prachtige beelden, afgewisseld met interessante filmpjes, leerde ons meer over o.a. de voortplanting van allerlei kikker- en salamander-soorten. Ook deze unieke lezing had je niet mogen missen.
Na een korte, maar fijne voorstelling van de in volle voorbereiding zijnde tentoonstelling AQUARIANA 2013, kregen alle deelnemers de vrije keuze: men kon een bezoek brengen aan het “museum van dierkunde” of een bezoek brengen aan de plantentuin met serres. Dit alles onder begeleiding van ervaren gidsen.
Omstreeks 17.30 u. kregen we een special act van Wilfried Van der Elst, ons allen welbekend als gesmaakt voordrachtgever. Hier bracht hij echter zijn nieuwste stand-up comedy show met enkele van zijn collega’s.
Na zijn act werd Wilfried door het bestuur van BBAT om zijn inzet als voordrachtgever en als auteur van verschillende gewaardeerde artikels in Aquariumwereld, een dik verdiende Gouden Palm overhandigd.
Toen werd het tijd om deze prachtige dag af te sluiten met een gezellig avondmaal. Na het aperitief ging iedereen aan tafel voor een heerlijke soep, gevolgd door een côte à l'os (van op de barbecue) met frietjes, diverse sausen, sla en tomaat. Dit alles doorgespoeld met de nodige wijn en frisdranken, nog gevolgd door een zeer uitgebreid dessertbuffet. Wie dan nog niet moe was, kon de beentjes nog eens uitslaan, want de tafels werden aan de kant geschoven, waarna de diskjockey van start ging.
Kortweg: een fantastische BBAT Bondsdag. De prijs dik en dubbel waard, de afwezigen hadden zeker ongelijk!

Aquarianen Gent, bedankt voor dit alles! Tot volgend jaar, in Hasselt/Bokrijk?
  BBAT-informatief 266
  VOEDSELGIDS Bloedzuigers
 
Top   Alternatieve recepten