Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 67 - 2014
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 67 – Nr. 2 - Februari 2014
 
ISSN 1372-6501

Foto: Arend van den Nieuwenhuizen
Sawbwa resplendens, de naaktbarbeel
Walter Van der Jeught - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland vzw
038
In de staat Shan, in Oost-Myanmar (vroeger Birma) ligt het door moeraslanden omgeven geïsoleerde bergmeer Inlé. Het Inlé-meer ligt in een kalkstenen vallei bijna 900 m boven de zeespiegel op het Shanplateau nabij de stad Nyaung Shwe, is ca. 22 km lang bij ca. 6 km breed en is de biotoop van vele inheemse vissen waaronder een zestiental soorten endemisch zijn, zoals ook deze Sawbwa resplendens.
Het water in het Inlé-meer is helder, ondiep (2 tot 3 m diep op de meeste plaatsen) en heeft een zeer vruchtbare, leemachtige ondergrond. Het is bij de toeristen bekend om zijn paaldorpen en de lokale vissers die er de kunst verstaan om hun boten te roeien met slechts een been. Deze bevolkingsgroep heeft in het meer ook drijvende tuinen gebouwd van waterplanten en bamboestokken waarin ze groenten, fruit en bloemen kweken. Deze tuinen zijn bovendien ontworpen om met het waterniveau te stijgen en te dalen en vormen zo zelf de leefgebieden van vele vissoorten. Die vinden onder de wirwar van wortels en stengels immers een geschikte habitat. Ook submers groeien in dit meer echter vele waterplanten waaronder Ceratophyllum en Elodea-achtige soorten. S. resplendens vind je niet enkel hier terug, maar ook waar gras en rietachtige gewassen groeien aan de rand van het meer. Je vindt ze er in open, helder water, in water van poeltjes, alsook in de langzamer stromende waterlopen van dit uitgebreide bekken.
De mannetjes van deze soort, die slechts ± 4 cm groot worden, zijn echter zeer strijdlustig onder elkaar, zodat een groep toch een  aquarium van ten minste 80 x 40  x 40 cm vereist. In dat verband zorg je best ook voor een dicht beplant aquarium. Ook de toevoeging van een aantal drijfplanten om het licht boven het aquarium wat te milderen, wordt door deze naaktbarbeel gewaardeerd en geeft hen een meer natuurlijk gevoel zoals bij die drijvende tuinen.
Het filter hoeft niet zo bijzonder groot te zijn en deze vissen hebben liever langzaam stromend water uit de filteruitlaat, dan een snelle uitstroom. Zet deze vis echter niet in een biologisch nog onstabiel aquarium zoals bv. een net nieuw gestart aquarium. Houd er ook rekening mee dat ze bij het inbrengen nogal gevoelig zijn voor schommelingen in de watersamenstelling. Pas dus zeker de druppelmethode toe! Door het feit dat het Inlé-meer zo hoog ligt, kent het een relatief lage watertemperatuur. De temperatuurwaarden die in het Inlé-meer werden opgenomen, variëren tussen 20 à 24 °C. Handhaaf die voor dit soort vissen dan ook in je aquarium. Vissen die daar vandaan komen, zoals o.a. ook Danio marginatus, gaan daardoor in het tropisch aquarium in het algemeen anders maar kort mee. S. resplendens tolereert licht zuur water, maar een waarde van 7,0 tot 8,0 verdient veeleer de voorkeur. Je houdt ze ook best in een wat iets harder water van 12 à 20 °dH.

 

Foto: Gabriël Vandenameele
Enigmatochromis lucanusi
Gabriël Vandenameele - met dank overgenomen uit Aqua Fauna (ICAIF)
vertaling: Romain Van Lysebettens
044
Etymologie
Enigmatochromis: enigmato refereert naar het raadselachtige (enigma = raadsel) van dit nieuwe genus onder de chromidotilapia (verwant met het genus Pelvicachromis en Parananochromis) en (chromis = kleur). Heel wat Afrikaanse cichliden hebben dit bijvoegsel.
Lucanusi verwijst naar Olivier Lucanus die een aantal verduidelijkingen en levend invoermateriaal leverde aan Anton Lamboj, die dit op zijn beurt beschreef in 2009.
Karakteristieken en beschrijving

Grootte van het mannetje: 6,5 cm; grootte van het vrouwtje: 5,5 cm
Enigmatochromis lucanusi staat qua uiterlijk zeer dicht bij Pelvicachromis roloffi. Hij werd ten andere in de aquariumhandel aangeboden onder de naam Pelvicachromis roloffi fria. Door sommige aspecten van zijn gedrag zou hij echter dichter staan tot Parananochromis. Hij is ingevoerd (voor de eerste maal in 2004) onder de handelsnaam Pelvicachromis sp. “blue fin” en sinds juli 2009 werd door A. Lamboj voor hem een nieuw genus gecreëerd.
De oude handelsnaam informeert ons goed over de eigenheid van de soort: het vrouwtje heeft een rugvin in prachtig blauwgroen turkoois. Eén tot twee zwarte stippen sieren het uiteinde van de rugvin en terwijl de rest van het lichaam een grijsachtige basiskleur vertoont, is de buikpartij mooi opgesmukt met violetroze. De doorzichtige aarsvin is afgerond van vorm. De keelpartij vertoont hetzelfde blauw als de rugvin en een zwarte vlek, goudkleurig omringt, siert het kieuwdeksel bij beide geslachten.
Het mannetje is wat slanker dan het vrouwtje. Onder stress is de lichaamskleur van het mannetje doffer, maar als hij zich opsmukt, vertoont hij de volgende details: het uiteinde van de rugvin en het bovenste van de aarsvin vertonen verschillende zwarte stippen; de rugvin, van voor tot aan het uiteinde, gaat van blauw over naar geel, zij is bovendien fijn rood afgezoomd. De kleine stippen van het bovenste deel van de aarsvin tekenen zich af op een goudgele achtergrond, terwijl het onderste deel een rode kleur vertoont. De keel heeft gele goudschakeringen.
Onder stress of bij onderwerping verliezen beide seksen deze kleurenrijkdom en vertonen een grijsachtige kleur met op het lichaam een donkere horizontale lijn.
Vindplaats

“Foto river”, een rivier behorend tot het hydrografisch systeem van de Konkoure, de enige visplaats in de nabijheid van de stad Fria, ten noorden van Konakry in Guinea. Samen met Pelvicachromis humilis “fria”, met wie hij synoptisch is, is E. lucanusi, de meest noordelijk gevonden Chromidotilapia-achtige soort.
De enige vindplaats van E. lucanusi is een kleine, kalm stromende ondiepe rivier met veel takken en omgevallen bomen, met Anubias lanceolata en diverse soorten varens (waaronder Bolbitis sp.) op de oevers. Vallisneria groeit ook op het fijne kiezelsubstraat.
Waterparameters
pH: 5.8
Totale hardheid (GH): 0 °dH
Temperatuur: 24 °C Geen informatie over de geleidbaarheid.


 

Foto: Ab Ras
Adembenemendde vivaria...
Het aquarium van Bart Laurens

Ab Ras
050
Het  gezelschapsaquarium van Bart Laurens is imposant om te zien. Dit is alweer de 2e keer dat ik het aquarium tijdens een huiskeuring mocht beoordelen. Bart is lid van de vereniging Paluzee te Zoetermeer (NL) waar nog meer van dit soort zwaargewichten te vinden zijn.
Een aquarium van deze afmetingen is moeilijk in te richten. Ik bedoel daarmee dat de “gulden snede” moeilijk toepasbaar is. De kans op symetrie ligt al snel op de loer. Daarnaast is het aantal soorten gehouden planten vele malen hoger dan het gemiddelde aquarium. Om die allemaal in optimale conditie te houden is bijna een onmogelijke taak. Toch slaagt Bart daar redelijk goed in. Natuurlijk is er altijd wat te vinden tijdens zo’n keuring. Dat neemt niet weg dat het voor keurmeesters vaak genieten geblazen is. Let u bij de foto’s bv. eens op bepaalde kleur en vorm contrasten.
De parameters verdienen nog wat aandacht om de laatste algsporen te verwijderen. Deze waren tijdens de keuring nog hier en daar aanwezig maar duidelijk op retour. Meten is weten is dus duidelijk advies. Gebruik bij toevoegingen zoals Kaliumnitraat (KNO2)en Kaliumfosfaat (K2HPO4) de calculator van Buddendorf en Briene. Eenmaal dat onder de knie te hebben, dan is er alleen maar een weg die keuringtechnisch de goede kant op gaat.
Het vissenbestand zou voor een aquarium van deze afmetingen groter mogen zijn.
Pas op met teveel ruitvormen in de middenzone. Volgens de keurwijzer is 12 stuks het minimum, maar stelt u eens voor een schooltje van 35 stuks, dat zou heel goed tot zijn recht komen in een mooi aquarium als dit.
Daarnaast een leuke school bodemvissen en de waterlagen zijn goed verdeeld.
Kortom een voorbeeld voor velen.
 

Foto: Robert Van Mossevelde
Bon, U wilt dus waterplanten houden...
Walter Van der Jeught - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland vzw
055

De meeste waterplanten groeien onder bepaalde voorwaarden de hele tijd vlot. Met andere woorden, iedereen die wil, kan dus waterplanten houden in het aquarium. Hier is meteen het geheim: koop waterplanten die passen bij uw specifieke aquariumcondities of pas uw aquariumcondities aan, aan uw planten.
Ken dus uw planten. Koop daarom eerst een goed boek over waterplanten alvorens te beginnen. Koop ook geen kamerplanten voor je aquarium. U glimlacht? Nagenoeg in elke zaak die ik binnenstap zie ik regelrechte kamerplanten als aquariumplant aangeboden staan, die met de meeste ernst aan achteloze kopers verkocht worden.
Ken ook je aquarium. Dan bedoel ik vooral de bodem, de waterkwaliteit, de verlichting en heel belangrijk … de temperatuur. Nagenoeg alle planten doen het minder boven de 25 °C. 22 à 23 °C is de perfecte watertemperatuur voor planten en eigenlijk ook voor de meeste tropische vissen, al is dat een ander verhaal.
Waterplanten zijn eigenlijk net dezelfde als tuinplanten. Sommige verkiezen veel zon, sommige geven de voorkeur aan schaduw, andere vragen een rijke bodem, weer andere een meer zanderige of zelfs arme grond. Wij spreken daarom graag ook van onderwatertuintjes in de aquaristiek. Alle waterplanten vragen water, maar dat is dan ook het enige wat ze gemeen hebben, sommige zelfs niet permanent en verlangen een korte periode boven water of met enkel de “voetjes” in het water. Dat die planten soms een rustperiode inlassen, is dus niet zonder reden. Ken vooraf uw planten die je, je aanschaft is daarom geen nietszeggende boutade, maar een harde conditio sine qua non.
Elk aquarium heeft vandaag een lichtkap met fluorescentielampen. Deze bootsen veel beter het zonlicht na dan eender welke andere lamp, al zullen er diehards zijn die het tegendeel blijven beweren. Ze dwalen en doen maar, aan mij en met mij alle leden uit onze club, is hun verhaal niet besteed. Voor een goede groei is het bovendien niet eender welke TL-lampen (let op het meervoud) je gebruikt. Even kort door de bocht: met één lamp is het nooit goed. Kan het nooit goed zijn, omdat geen enkele lamp op de markt het juiste lichtspectrum voor waterplanten uitstraalt. Neen, ook niet die speciale (lees dure) lampenplanten. Niet dus en laat je dit hierna niet meer wijsmaken! Uit mijn eigen 30-jarige aquaristieke ervaring en die van vele clubleden met mij, is enkel volgende combinatie geschikt: TLD 83 (93) met TLD 84 (94). Daarnaast kun je deze combinatie aanvullen met een gro-lux lamp of een TLD 86 (96). That’s it, vergeet echt alle andere en ze zijn daarenboven nog eens veel goedkoper in de winkels voor verlichting i.p.v. in de aquariumzaken. Belangrijk in dit verhaal is dat ook enkel deze combinatie voldoende licht uitstraalt in het groengele spectrum waar het menselijk oog het gevoeligst voor is. Je zult m.a.w. met deze combinatie de planten ook in hun mooiste, meest realistische kleuren zien. Wat wil je nog meer?
Bereken misschien ook eens hoeveel watt licht per liter water je nu hebt. De meeste waterplanten groeien goed met een 0,2 watt per liter. Crypto’s zijn zelfs tevreden met minder. Wat meer mag, maar vanaf een bepaald punt draagt meer lichtsterkte niet meer bij aan meer groei, integendeel zelfs. toch een kleine toelichting: in heel mijn betoog mag de afstand van de bodem tot de lamp niet meer dan 45 cm bedragen. Hogere aquaria (veelal handelsaquaria) verliezen te veel licht en zijn eigenlijk niet geschikt om een mooi plantenaquarium mee in te richten. Al hun maten zijn eigenlijk fout omdat het aquarium meestal hoger dan diep is en zowel voor de belichting als voor de dieptewerking moet dit net andersom zijn. Dit was 30 jaar geleden zo, en is nog altijd zo. Erg eigenlijk…


Foto: Wilfried Van der Elst
Octopussen in het aquarium
Wilfried Van der Elst - Kardinaal Kapellen - Dierenverzorger Aquarium Zoo Antwerpen
060
Eén van de bijzonderste dieren om te verzorgen in (publieke) aquaria is toch wel de octopus. Een groot nadeel is wel hun vrij beperkte houdbaarheidsdatum, ze worden maar ongeveer 2 jaar oud. Ik hoor het jou zich al afvragen … en ja hoor, in de natuur is dit hetzelfde. Daartegenover staat dat de achtarmige handige Harry zeer snel groeit en elke dag plezier geeft aan zijn verzorger. Onze octopussen worden in juli-augustus gevangen door onze curator, Philippe Jouk, die is daar ondertussen heel behendig in geworden. Wie ooit eens een octopus uit een aquarium heeft moeten halen, weet dat dit niet zo eenvoudig is. Hij heeft meer armen dan wij en weet te allen tijde waar ze precies uithangen en grip moeten zoeken. We hebben ook al geleerd om geen volwassen dieren mee te brengen omdat die eigenlijk hoogbejaard zijn en nog amper 3 à 4 maanden te leven hebben. Als je echt pech hebt, leggen ze eieren en zijn ze nog sneller “Recht In ’t Putteke” (R.I.P.).
Nu zou je denken: ha, eieren, dat is toch goed, dan heb je zo jongen. Ik heb het zelfs al gehoord bij collega’s die er trouwens in de pers mee uitpakken, maar die “collega’s” zouden dan toch best eerst even een cursus elementaire aquariumkennis moeten doorworstelen. De eieren van de octopus zijn enorm klein en de pas uitgekomen larven natuurlijk ook. Ze stijgen op waar ze deel gaan uitmaken van het plankton en daar eten ze uitsluitend zeer klein levend voedsel en dan nog bijlange niet alles. Het is bekend dat ze zeer graag de ééndagslarven van noordzeekrabben eten. Je begrijpt, dit is vrij lastig om altijd bij de hand te hebben. Als het nu eens met Branchionis zou gaan, dan zou het al een pak doenbaarder zijn. Zelfs het aquarium van Berlijn is hier heel intensief mee bezig geweest en daar is het niet gelukt. Een mama octopus met eieren is echter wel een prachtig zicht. Heel de tijd is ze zachtjes en teder met haar tentakels langs en tussen de strengen met eieren aan het strelen. Zelf eten is er dan niet meer bij. We proberen dan nog wel wat eten tussen de tentakels te steken en soms pakt ze dan nog een hapje zodat we ze toch nog een tijdje kunnen houden. We hebben ooit de grote tegenslag gehad dat we op één jaar drie vrouwen met eieren tegelijkertijd hebben gehad. Je begrijpt dus, als men heeft besloten om een octopus in de collectie op te nemen, dat er dan altijd wel een paar in de reserve moeten zitten. Andere Zoo’s weten al een tijdje dat ze bij ons aan octopussen kunnen komen en zo kunnen we elkaar toch wat voorthelpen. Zo werkt dat bij Zoo’s onderling. Als er nieuwe octo’s binnenkomen, is het eerst afwachten welke karakters er bij zitten, want octo’s kunnen enorm van elkaar verschillen, ze hebben echt allemaal hun eigen persoonlijkheid.
Zo heb je er die echt verlegen zijn en daar moet je rekening mee houden bij het voederen of hij verwerft te weinig voedsel. Andere, eigenlijk de meeste, zijn zeer nieuwsgierig van aard en komen meestal de tweede of derde dag al uit mijn hand eten. Soms heb je er echte boosaardige bij die je echt proberen te pakken en te bijten. Zulke dieren komen echter zelden voor. Hun nieuwsgierigheid is echt grappig om te zien. Als we achter de schermen bezig zijn dan gaan ze helemaal in de hoek van hun bak hangen om maar niets van onze werkzaamheden te missen.
Zelf zijn ze ook heel creatief, heel de tijd sleuren ze vanalles rond om hun hol mee te camoufleren. Om deze creativiteit te onderhouden, geven we ze soms hun voedsel in potjes of flesjes zodat ze het wat moeten uitzoeken hoe ze bij hun voedsel geraken. Onze vrijwilligers van de “enrichment groep” hebben zo al wat in elkaar gestoken zodat ze af en toe een nieuw speeltje hebben. Je staat er ook van te kijken welke kracht deze achtarm bezit als je hem zo bezig ziet met zijn verbouwingen. Zo slaagt een middelgrote octopus erin om een steen van 5 kg een heel eind weg te slepen, in Berlijn krijgen ze zelfs Tupperware potjes open. Moesten ze wat groter zijn, ik zou ze zelfs een milieubox zien openmaken, iets waar 80% van de mensen voor bedankt. Ze kunnen ook zelf dingen bedenken. Zo gaf ik ze ooit een bokaal met metalen deksel om los te maken, iets wat hij natuurlijk ook deed, maar er was nog meer, hij vond dat het deksel perfect paste als deur voor zijn hol. Denk daar maar eens aan als je nog eens “calamares” eet. Hun creativiteit was voor ons soms ook een ergernis, want hoe we de bak voor hem ook inrichtten, na een paar dagen was het altijd een slagveld en had hij hem naar eigen goeddunken heringericht zodat zijn privacy een pak groter was geworden en je hem als publiek niet meer te zien kreeg. Achter de schermen speelt zoiets geen rol, maar in de publieke aquaria moeten de mensen toch een grote kans hebben om hem te zien, anders heeft het weinig nut hem in je collectie op te nemen.

Foto: Gerald Bassleer
Het lijkt op witte stip, maar is het witte stip?
Gerald Bassleer - Bassleer Biofish

068
Ichthyophthirius multifiliis (of witte stip) is een van de meest voorkomende parasitaire infecties bij siervissen. Als we niet voorzichtig zijn (en geen acht slaan op bio-veilige regels), kan het zich vlug verspreiden in ons aquarium, vishuis of kweekaquaria. Het is zeer besmettelijk!
Wij hebben het geluk dat, in de meeste gevallen, deze parasiet zich manifesteert als duidelijke witte punten op de vinnen en huid! Tegelijkertijd infecteert het ook de kieuwen. In sommige zeldzame gevallen, verbergt het zich ALLEEN in de kieuwen en zien we het niet op het lichaam van de vis: het lijkt erop dat de kieuwen een zeer goede locatie zijn voor de veiligheid en het overleven van deze parasiet.
Infecties met witte stip verschijnen meestal na stress en een daling van de temperatuur, zoals bv. tijdens het transport van vissen in de winter; tijdens de herfst en de lente met schommelingen in de temperatuur; na een onzorgvuldige waterwissel (meestal na bijvullen met water van een te lage temperatuur), etc…
Voorkomen is altijd beter dan genezen. Als deze infectie te laat ontdekt wordt, kan het nutteloos zijn ze te behandelen omdat de parasiet het huid- en kieuwweefsel kan vernietigd hebben met secundaire bacteriële infecties.
Zorg dat de temperatuur "onder controle" is en dat goed voedsel (aanbevolen met natuurlijke
immunostimulantia zoals beta-glucanen of chlorella) wordt verstrekt om de weerstand van de vissen te versterken. Wees voorzichtig met visnetjes, buizen, slangen, handen, enz… zodat er geen contact is met andere aquaria.
Als behandeling wordt een goede waterverversing aanbevolen (met water van geschikte temperatuur), met afheveling van de bodem, waardoor de “vrijzwemfase” fase van witte stip verwijderd wordt.
Behandel de vissen voor 7-dagen met malachietgroen en ook met een antibacteriële behandeling wanneer een eventuele secundaire bacteriële infectie aanwezig zou zijn. De behandeling moet gedurende ten minste 7 dagen toegepast worden, omdat deze parasiet een levenscyclus heeft waar we alleen maar kunnen ingrijpen in het vrij zwemmende stadium (de jeugdige stip), de grote witte vlekken (volwassen stip) kunnen niet worden gedood met onze medicatie.
In de afgelopen jaren hebben veel dealers in tropische siervissen te maken gehad met een nieuw soort witte stip, Neoichthyophthirius schlotfeldti genoemd, dat een iets ander uiterlijk heeft, ook onder de microscoop, en dat op zijn minst een 14 dagen behandeling met regelmatige waterverversingen nodig heeft en herhalingsbehandelingen. Deze nieuwe parasiet ontwikkelt zich niet in het water, zoals de gewone witte stip, maar in de bovenste laag van de huid en de slijmvliezen. De maximale temperatuur waarbij deze parasiet zich kan voortzetten is ca. 34 °C. Temperatuursverhogingen tot dit niveau kunnen natuurlijk ook de dood van onze vissen tot gevolg hebben.
Hoewel we het geluk hebben dat we in de meeste gevallen de witte stippen gemakkelijk kunnen zien, moeten we nog steeds voorzichtig zijn bij het stellen van een diagnose! In sommige gevallen kunnen we infecties tegenkomen die er uitzien als stip. Zoals sommige van de foto's laten zien, kunnen we gemakkelijk worden misleid.
Dit leert ons dat we niet moeten altijd rekenen op onze "blote oog" en dat een microscoop zeer nuttig is om te bepalen of het gaat om een reële witte stip of een andere “look-alike” infectie.
  De redactie bezocht... Tropenweelde 2013 van A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland vzw 070
  BBAT-informatief 072
  VOEDSELGIDS Voeding gerelateerde ziekten bij terrariumdieren (2)  
Top