Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 67 - 2014
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 67 – Nr. 6 - Juni 2014
 
ISSN 1372-6501

Foto:Swa Vleminckx
Oryzias woworae
Swa Vleminckx - Betta Buggenhout
193

Deze soort is onlangs ontdekt op een klein eiland, Muna Island, voor de zuidoostelijke kust van het eiland Sulawesi, Indonesië. Oryzias woworae is in 2010 beschreven en vernoemd naar haar ontdekker Dr. Daisy Wowor.  Het is ook hun algemene naam in het Engels "Daisy's Ricefish ". 
Rijstvissen leven in zoet en brak water, van India tot Japan en in de Indo-Australische Archipel, met name Sulawesi. De gemeenschappelijke naam van de groep is afgeleid van het feit dat veel soorten zijn te vinden in de Japanse rijstvelden. Ongeveer 29, waarvan sommige zeer zeldzaam of bedreigd, en sommigen al uitgestorven zijn.
Het eiland Muna of Moena (Indonesisch: Pulau Muna) bevindt zich in de Bandazee. De grootste stad van het eiland is Raha. Het eiland is ongeveer 100 km lang en 50 km breed en heeft een oppervlakte van 2.911 km². Het heeft een heuvelachtige, beboste oppervlakte, oplopend tot 445 m. 
De rode ster geeft de plaats aan waar Oryzias woworae voor het eerst is gevonden door Dr. Daisy Wowor.
Deze nieuwe soort onderscheidt zich van alle andere bekende rijstvisjes door het opmerkelijke kleurpatroon van beide geslachten. De staalblauwe kleur is wel het meest prominent aanwezig bij volwassen mannen, evenals een roodachtige vlek op de keel en borst. Ze hebben ook rode markeringen op de borstvinnen en staartvin. Het zijn kleine (2,5 à 3 cm) vreedzame en levendige scholenvissen, die met minimaal acht stuks gehouden moeten worden. Het geslachtsonderscheid is niet altijd even duidelijk bij jonge visjes. Later kan men met meer zekerheid het geslacht vaststellen. Mannetjes hebben fellere kleuren en een forse borst. Ook een belangrijk geslachtsonderscheid zijn de vinnen, de mannen hebben een “gerafelde” aarsvin.

 

Foto:
Het IRG
Gilbert Maebe - A.h.v. De Minor Rupel-Vaartland / IRG België
198

7 juni 1986 stipt om 12 u. wordt in het Duitse Düsseldorf in een café, het IRG gesticht. achttien deelnemers luisteren naar de initiatiefnemer Harro Hieronimus, die alle aanwezigen welkom heet. Op drie personen na zijn alle aanwezigen van Duitse nationaliteit. Eddy De Rijst, Boudewijn Van Camp en ikzelf, Gilbert Maebe, zijn de enige niet-Duitsers en maken het IRG vanaf de eerste dag internationaal.
De eerste beslissing die werd genomen betrof de naamgeving van de vereniging. Er werd unaniem gekozen voor de naam “Internationale Gesellschaft für Regenboogfischen” afgekort IRG. Deze afkorting kan ook gelden voor het Nederlands en wordt dus “Internationaal Gezelschap voor Regenboogvissen”. Het jaarlijks lidgeld werd vastgelegd op 50 DM (Duitse mark) en 20 DM voor familieleden.
Er diende een bestuur te worden verkozen met als resultaat van de geheime stemming: unaniem als voorzitter Harro Hieronimus; unaniem als secretaris: F. Deilmann; met één onthouding als schatbewaarder: W. Tews. Tot regionale leiders werden verkozen: voor België: Gilbert Maebe; voor Nederland: R. Maertzdorf; voor Denemarken: Jan Rottwitt. Voor speciale vragen: Jurgen Clasen; archivaris: Eddy de Rijst; redactie: H. Hieronimus; H. P. Kreuzfeldt en N. Grunwald.
De voornaamste activiteit van de nieuwe vereniging zal er in bestaan om per kwartaal een tijdschrift te publiceren met als naam “De Regenboogvis”. Het zal worden gepubliceerd in het Duits, Engels en de taal van de auteur van een bepaald artikel. Jaarlijks zal een ledenlijst worden opgemaakt en bezorgd aan alle leden. “De regenboogvis” zal gestuurd worden naar alle belangrijke ichtyologische instituten. Er zal jaarlijks een congres plaats vinden. De volgende algemene vergadering zal doorgaan in Wuppertal (Duitsland in 1987).

 

Foto: Freddy Haerens
Als natuurliefhebber en - fotograaf op vakantie
Freddy Haerens - Aquatropica Kortrijk
204
Sinds enkele jaren brengen wij onze vakanties door in Saint-Cado, een gehucht van de gemeente Belz in de Morbihan (Bretagne). Een rustig plaatsje, gelegen langs de “Ria d’Etel”, een estuarium dat in verbinding staat met de oceaan en daardoor onderhevig is aan eb en vloed. De Ria is daardoor een ideale plaats voor de kweek van oesters, mosselen en ander lekkers, maar ook een broedplaats voor vogels zoals bv. sternen, aalscholvers en zelfs een paar koppels ibissen. Uiteraard is dit ook een ideale broedplaats voor vele vissen. Het grillige moerasgebied is zeer dun bevolkt en wild bebost. In deze oorden zijn dan ook vele insecten en andere interessante dieren te vinden en als natuurliefhebber en –fotograaf trekken we er dan ook geregeld op uit om al dit moois op beeld te kunnen vastleggen, of hoe een aangename vakantie nog interessanter wordt! Erdeven, Er Varquez
In Erdeven, een naburige gemeente, bevindt zich een natuurgebied, “Er Varquez” in het Bretoens. Het is een half-moerassig gebied omgeven door een bos met vooral eiken, beuken en een onderbegroeiing van varens.
De plassen zijn een uitstekend gebied voor het spotten van diverse soorten libellen en kikkers, hoewel we moeten vaststellen dat het gekwaak de laatste jaren sterk verminderd is. Waar je 10 jaar geleden moest uitkijken om niet over de veelvuldige kikkers te struikelen, is het nu een zeldzaamheid geworden als je er een ziet wegduiken. Soms lukt het om een bidsprinkhaan te zien, al is dat in het dichte struikgewas niet evident en met wat geluk komt een ringslangetje, Natrix natrix, voorbij zwemmen. Meestal komen we hier naartoe in het gezelschap van Jos Mensen, een Nederlandse kampeervriend, tevens een ervaren fotograaf en gepassioneerd door vlinders. Hij bezit de gave om zelfs de minuscule eitjes van bv. de koninginnenpage in een struikje wilde venkel te ontdekken. Hij is het dan ook die meestal als eerste iets interessants weet aan te wijzen.
Deze biotoop intrigeert ons vooral omdat hier een populatie boomkikkertjes, Hyla cinerea, voorkomt. Ze leiden een zeer verborgen bestaan in de begroeiing, doch, als we vroeg genoeg zijn en de kikkertjes zich nog aan het opwarmen zijn in de zon, slagen we er toch in om er een paar te spotten. Zaak is dan om zo voorzichtig mogelijk dichterbij te komen zonder dat ze zich terugtrekken. Het is dikwijls sluipwerk door de distels om een beeldvullende foto te kunnen maken. In dit gebied komen ook veel “bos- en heideblauwtjes” voor, vlindertjes van amper 15 mm groot. Jos gaat hier natuurlijk met de macrolens op af en weet hierbij een engelengeduld op te brengen, want net als je dicht genoeg bent, scherp gesteld hebt en op het punt staat af te drukken, vliegen ze weer een metertje verder en moet je opnieuw beginnen dichter sluipen, enz…
Hier haal je dus als natuurliefhebber en dito fotograaf je hart op!
 

Foto: Germain Leys
Adembenemende vivaria...
Het rifaquarium van Urbain Appeltans
Germain Leys - Tanichthys Hasselt
212

We laten u even kennis maken met wellicht het mooiste rifaquarium dat je in België kunt vinden. Het staat in Opglabbeek en de eigenaar ervan is Urbain Appeltans.
Hij is in 1986 begonnen met een zoetwateraquarium van 75 cm met platy’s dat werd uitgebreid met twee gezelschapsaquaria van 120 en 150 cm en een hoekaquarium. Urbain schakelde dan over naar cichliden, een Tanganyika-, een Malawi- en een Victoria-aquarium. Met een totaal van 4 m aquariumbreedte werd er ook succesvol gekweekt.
In 1992 werden de drie aquaria omgebouwd tot zeeaquaria, twee gemengde rifaquaria en een aquarium met uitsluitend keizersvissen. Hiermee werd hij al meteen laureaat van de Limburgse huiskeuring. Later werden alle aquaria vervangen door een aquarium met lederkoralen van 350 x 90 x 80 cm.
Het huidig aquarium is  250 (L) x  120 (B) x 80 (H) cm en heeft een inhoud van 2400 l en een glasdikte van 15 mm. Het is gestart in november 2008. Na heel wat technische beslommeringen in de startfase staat de techniek nu helemaal op punt om dit aquarium succesvol te ondersteunen. Urbain heeft in de loop der jaren veel geleerd van de huiskeurders en van de leden van de aquariumvereniging Tanichthys Hasselt en haar zeewatergroep Sabella. Hij laat op technisch vlak niets aan het toeval over.
Na eerst HQI- en T5-verlichting is Urbain één van de zeer weinigen die succesvol overgeschakeld zijn naar LED-verlichting: 17 armaturen Aqua Illumination sol super blue 75 W. Het geheim van deze succesvolle overgang is het aantal LED’s die je boven het aquarium hangt. Hier mag je zeker niet op besparen. Dat vergt even een serieuze financiële inspanning, maar die win je vlug terug met de besparing op de elektriciteitsrekening en er wordt nu veel minder warmte geproduceerd, zodat er geen extra koeling meer nodig is. Het filtersysteem in de kelder zorgt ook voor extra afkoeling. De kleur van de LED-verlichting wordt computergestuurd. Je kunt alle kleurvariaties instellen. Zelfs een onweer kan gesimuleerd worden met bliksemschichten.


Foto: Guido Lurquin
Aeschna cyanea
Guido Lurquin - De Siervis Leuven
220

De blauwe glazenmaker vliegt vaak laag over de grond. We vinden hem niet enkel bij vijvers. Deze libel jaagt solitair en doet dat ook in smalle bospaden in zon en schaduw, scherend langs braamstruiken. Ze doet dat vaak tot laat in september en oktober.
De blauwe glazenmaker is een grote kleurige libel (67-76 mm). Het blauw, geel en groen van een glazenmaker is een weerkaatsend kleurpigment, dat zich op de buitenkant van het dier bevindt. Grote ovale schouderstrepen zijn kenmerkend voor de blauwe glazenmaker. Over het borststuk loopt een dikke zwarte band van de kopaanhechting naar de vleugelaanhechting. Aan de zijkant van het borststuk lopen twee smallere zwarte banden, waarvan de middelste incompleet is.
Het geslachtsonderscheid is al te zien op jonge exemplaren. We volgen de lengteas over het achterlijf van borststuk naar de staartpunt. Links en rechts van deze lengteas staan, gescheiden, telkens twee dezelfde figuurtjes in het mozaïek, maar op segment 8 tot 10 zijn de figuurtjes verbonden. Deze figuurtjes zijn kenmerkend voor het mannetje van de blauwe glazenmaker. Het vrouwtje heeft ook verbonden figuurtjes op segment 8 tot 10, maar die op segment 8 zijn korter dan bij het mannetje.
Het mannetje heeft bovenop de eerste acht segmenten van het achterlijf (S1-S8) gepaarde groene vlekken, die contrasteren met de samengevloeide blauwe vlekken op S9 en S10. In het veld is dit zogenaamde 'blauwe achterlicht' of de “lantaarn” het duidelijkste kenmerk.

  BBAT-informatief 226
  VOEDSELGIDS Voedselgids bijlage - Terrarium - Reptielenvoeding - Slangen (2)  
Top