Visit BBAT

Maandblad voor de aquarium-, terrarium- en vijverliefhebber
Visit BBAT
terug
Jaargang 67 - 2014
vorige maand Volgende maand
   

 

Jaargang 67 – Nr. 11 - November 2014
 
ISSN 1372-6501

Foto:Freddy haerens
Kryptopterus bicirrhis, de Indische glasmeerval
Freddy Haerens - Aquatropica Kortrijk
362

Het was op de jubileumtentoonstelling “Aquariana 2013” van de Aquarianen Gent, dat ik met deze vissen kennis maakte. Ik kende wel glasbaarzen (Parambassis ranga) die een tijdje populair waren als “punkbaarzen”, ingespoten met een fluorescerende kleurstof, maar glasmeervallen was ik al in boeken tegengekomen, maar had ik eigenlijk nog niet gezien in een aquarium. Tijd dus om er wat meer info over bijeen te zoeken.
Glasmeervallen behoren tot de orde der Siluriformes (meervallen) en de familie der Siluridae (zoetwatermeervallen). Binnen deze familie vinden we een 10-tal genera, waaronder Kryptopterus, de glasmeervallen.
De meest bekende glasmeerval is de Indische glasmeerval, Kryptopterus bicirrhis, (syn. Silurus bicirrhis). Deze verscheen al in 1934 in de aquaristiek en geniet, mede omwille van zijn uiterlijk, nog steeds een zekere populariteit.
Kryptopterus macrocephalus, de gestreepte glasmeerval, is een andere soort binnen hetzelfde genus, maar  wordt blijkbaar minder in de handel aangeboden.
Bij het zoeken naar informatie kwam ik terecht in het Vivarium, dat vroeger als bijlage bij Aquariumwereld werd aangeboden. Daar vond ik een steekkaart van Kryptopterus bicirrhis, opgemaakt door Luc Coppens, in 1983. De kaart kun je trouwens online bekijken via onze website www.aquariumwereld.be en doorklikken naar “vivarium”. Toen ik de foto van Luc bekeek, zag ik eigenlijk weinig verschil met de foto’s die ik gemaakt had in Gent. Ik ging er dus van uit dat de vissen op Aquariana 2013 ook Kryptopterus bicirrhis waren.
Bij de zoektocht naar informatie tik je natuurlijk ook even “Kryptopterus” in google en bekijkt er de afbeeldingen. Ik vond er een foto die precies de vis weergaf die ik gefotografeerd had. Dus, gaan kijken op de site van de auteur en daar kwam ik uit op Kryptopterus macrocephalus.
De nieuwsgierigheid was natuurlijk gewekt en ik ging op zoek naar verschillen tussen beide soorten, teneinde een juiste determinatie te maken. Eens te meer bleek dit geen “kattenpis” te zijn!

 

Foto: Ghislain Joliet
Bewaren van Artemia-cysten
Ghislain Joliet - overgenomen uit Aqua Fauna
368

Onder het levend voedsel, gebruikt voor het opkweken van de larven van vissen en schaaldieren, zijn Artemia-naupliën wellicht het meest voorkomend. Het kenmerk van deze kleine brachiopode (armpotige) kreeftachtige om slapende embryo's, cysten genoemd, te vormen, is uniek. Deze cysten zijn het hele jaar door te vinden aan de oevers van zoutmeren, lagunes en zoutmoerassen in de hele wereld. Na 24 h incubatie in zout water, ontluiken deze gedroogde cysten en komt een kleine nauplie van 0,4 mm te voorschijn, ideaal voor het voeden van vislarven en schaaldieren. Hoewel bekend sinds onheuglijke tijden, dateert het idee van het gebruik ervan in larvicultuur pas uit de jaren 1930 en werd een industriële boom met de ontwikkeling van de aquaristiek in de jaren 1950. Vervolgens, met de ontwikkeling van de industriële aquacultuur in de jaren 1970, ging de productie van 16 ton/jaar in 1951 naar 2.000 ton per jaar vandaag.
Hoewel het kweken van Artemia-kreeftjes zich over de hele wereld verspreid heeft, komt de meerderheid van de wereldproductie nog steeds van cysten verzameld in het “Great Salt Lake” in Utah (USA). De marktprijzen variëren afhankelijk van de klimatologische en ecologische omstandigheden in Utah die direct van invloed zijn op de hoeveelheid en de kwaliteit van de productie. Dit wordt geïllustreerd door de “Artemia-crisis” vanwege de lage opbrengst in ‘93 – ‘94 en ‘94 – ’95, met onbetaalbare prijzen tot gevolg. Vandaag de dag, ondanks de terugkeer van overvloed, blijft het een dure en een grote investering voor de hobbyist-kweker.
In de normale aquariumhandel, zijn de cysten in kleine hoeveelheden vaak onbetaalbaar en van een twijfelachtige kwaliteit. Wij aquarianen zijn dus aangewezen op de aankoop van grotere hoeveelheden, rechtstreeks en in de oorspronkelijke verpakking, uit de Verenigde Staten via "betrouwbare" handelaars, clubs of via e-mail. We worden dus geconfronteerd met de beroemde doos (of zak) van één pond (453,6 g) en het bewaren ervan.

 

Foto: Ab Ras
Adembenemende vivaria...
Het rifaquarium van Martin van ter Meij
Ab Ras
376

Het is mogelijk dat de naam van deze gedreven hobbyist bekend voorkomt, want Martin is maar liefst 2 x landskampioen geweest bij de landelijke huiskeuring van de NBAT.
Van kinds af aan was Martin gefascineerd door de mooie onderwaterwereld. In de 30 jaar dat hij deze hobby bedrijft, heeft hij veel ervaring en kennis opgedaan. Zo was hij in zijn geboortestad Amsterdam veel te vinden in de daar gevestigde aquariumzaken. De winkeliers hadden dit ook in de gaten en Martin vond er al snel werk. Nu heeft hij zijn eigen bedrijfje “Aqua Care” en helpt mensen bij het opzetten, plaatsen en verzorgen van hun aquarium.
Zoals ik al eens eerder had geschreven in een verslag van de landelijke huiskeuring, was hij bij de eersten die op jonge leeftijd Amphiprion occelaris hadden gekweekt. Toen werd dat nog als onmogelijk geacht, maar hij slaagde er wel in door het juiste opfokvoer samen te stellen en te kweken, om zo de jonge anemoonvisjes van het juiste voedsel te voorzien. Na een leeftijd van bijna 21 jaar te hebben gehaald overleed het laatste exemplaar uit deze kweek.
Op de vraag wat Martin nu zo fascinerend vindt aan deze hobby, antwoordde hij: “Ik vind het gewoon mooi, zo’n stukje natuur in huis”. Het verveelt nooit.

 

Foto: Rob D'heu
Hemitheconyx caudicinctus, de Afrikaanse vetstaartgekko
Eric Vansteenkiste - Aquatropica Kortrijk.
384

Het genus Hemitheconyx telt twee soorten voorkomend in Afrika, noordelijk van de evenaar, de 10de breedtegraad wordt zelden overschreden. H. caudicinctus is afkomstig uit West-Afrika en H. taylori uit Oost-Afrika.
De soort H. caudicinctus vindt men in West-Afrika van Senegal tot Kameroen. De dieren leven in de open savanne en woudgebieden. De lang aanhoudende droge tijden worden gevolgd door wekenlange regenval. Het zijn bodembewoners en de kop-/romplengte bedraagt ca. 15,5 cm (tot 20 cm). In het terrarium zal men merken dat het geen klimmers zijn op rechte wanden.
H. taylori leeft in het hoogland van Ethiopië, Oost-Afrika. Ook deze soort is een grondbewoner en is met een kop-/romplengte van maximaal 11 cm duidelijk kleiner dan zijn soortgenoot.
Bij H. caudicinctus is het achterste deel van de kop donkerbruin, terwijl deze donkere zone bij H. taylori ontbreekt.
Beide soorten houden vermoedelijk een rustperiode bij grote droogte.


Foto: Arend van den Nieuwenhuizen
Meer naamswijzigingen bij de Aziatische barbelen
Erwin Schraml - Overgenomen uit DATZ
388

Vorig jaar werd in de DATZ melding gemaakt van veranderingen in de naamgeving van Zuid-Aziatische barbelen, dat een werk van Pethiyagoda en collega's (2012) had veroorzaakt. Onlangs verschenen er meer publicaties over dit onderwerp.
Zo publiceerde Kottelat een zeer uitgebreide catalogus (667 pagina's) van de inlandse vissen van Zuidoost-Azië, waarin nieuwe naamswijzigingen voorkomen die ook betrekking hebben op bekende aquariumvissen.
Het werk is gratis beschikbaar als PDF op het internet en nodigt taxonomisch geïnteresseerde liefhebbers uit om vele dagen te browsen. Op de belangrijkste veranderingen voor aquarianen, met betrekking tot de barbussen, wil ik in deze tekst verder kort ingaan.

Kottelat stelt in zijn publicatie vier nieuwe genera op. Terwijl in Pethiyagoda et al. (2012) de "Puntius tetrazona groep" als een afstammingslijn wordt aanzien, maakt Kottelat daarvan twee nieuwe genera: Desmopuntius met als typesoort Barbus hexazona Weber & De Beaufort, 1912, waarin hij bovendien ook de soorten D. endecanalis, D. foerschi, D. gemellus, D. johorensis, D. pentazona, D. rhomboocellatus en D. trifasciatus opneemt en Puntigrus met als typesoort Barbus partipentazona Fowler, 1934; dit genus voert hij ook in voor P. anchisporus, P. navjotsodhii, P. partipentazona, P. pulcher en P. tetrazona.

Foto: Gilbert Maebe
Het 29ste IRG-congres
Diane Buyle - IRG België

393

Op zaterdag 14 juni werd stipt om 9.30 u. de visbeurs opengesteld voor de IRG-leden.
Er waren zeventien standhouders die vissen en planten te koop aanboden. Vanaf 10.30 u. was de beurs ook voor niet leden toegankelijk. Er waren heel wat gegadigden en veel vissen veranderden van eigenaar.
Na het middagmaal begon de eigenlijke, officiële bijeenkomst.
Om 13.30 u opende de Belgische voorzitter Gilbert Maebe het congres. Het was al de vijfde keer dat de organisatie in handen was van de Belgische afdeling van het IRG. De hoofdredacteur van het Belgisch maandblad “Aquariumwereld”, Freddy Haerens, beet de spits af met een impressie van België in een PowerPointpresentatie waarin alles wat leuk en lekker is in ons land, aan bod kwam.
Daarna heette internationaal voorzitter Harro Hieronimus iedereen welkom met in het bijzonder de gasten Noruda , Sylvester Somone en Kadarusman. De directeur van het instituut voor visserijonderzoek van Papua dankte hartelijk voor de ontvangst en verklaarde “in Gods naam” dit congres voor geopend. Hij overhandigde meteen een klein presentje aan de voorzitter die zelf ook een cadeautje klaar had voor de gastsprekers.
Dan volgde de voordracht door dhr. Kadarusman “Regenboogvissen uit Lengau” (= Lenguru). Lengau is de samenwerking met Frankrijk voor visserijonderzoek. Na Brazilië is Indonesië het land met de grootste biodiversiteit in de wereld. Na de voordracht overhandigde Gilbert Maebe als dank een geschenk, nl. een polo met het embleem van een boesemani en een boek over regenboogvissen van G. Allen, een exemplaar dat al lang niet meer te verkrijgen is.
Gerald Bassleer gaf de volgende voordracht: “Oorzaak, erkenning, onderzoek en behandeling van visziekten” waarna men vragen kon stellen.
En dan … dan was er koffie. Tijdens die pauze werden de loten verkocht voor de jaarlijkse supertombola.
Na de pauze gaf Frans Peter Müllenholz een prachtige PowerPointpresentatie ten beste over “Australië, niet enkel de vissen”.
Daarna volgde de statutaire vergadering, waarvan ik geen verslag heb gemaakt. Dit laat ik aan iemand anders over, omdat het voor mij moeilijk is om alles goed te begrijpen, want onze Duitse vrienden spreken soms veel te vlug.
Afspraak voor volgend jaar heb ik wel genoteerd: 12 tot 14 juni 2015 in Bad Honnef aan de Rijn.

  BBAT-informatief 396
  VOEDSELGIDS Voedselgids bijlage - Voedselplanten - Giftige planten  
Top