Gromphadorhina portentosa
(Schaum, 1853)

Gromphadorhina portentosa
Foto: Peter de Batist

IDENTITEIT: orde: Blattaria; familie: Blaberdae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1853 door Schaum als Hormetica portentosa in "Bericht Łber d. Verh. Preuss. Akad. Wiss. Berlin".
SYNONIEM: Hormetica portentosa
NEDERLANDSE NAAM: sissende kakkerlak
MAXIMALE GROOTTE: 90 mm. ln cultuur meestal 70-80 mm
GESLACHTSONDERSCHEID: kleiner dan dat ook "horens" op het borstschild (pronotum) draagt.
HOUDBAARHEID: goed houdbare, interessante en volkomen ongevaarlijke soort. Solitaire dieren kunnen in een "pet-box" gehouden worden. Voor grotere groepen een zeer goed afsluitbaar terrarium voorzien. Eventueel met een gloeilampje. Hoe zwaar ze ook zijn, ze kunnen langs glas naar boven kruipen!
DIERENRIJK
Q b XIII 02
       
Milieu
dag / nacht
Terrarium
dag / nacht
Kweek
Temperatuur °C 25 / 18 25 / 18 24
Relatieve vochtigheid % 50 / 50 50 / 50 50
Licht
VERSPREIDING: Madagaskar
Kaart voorkomen
BIOTOOP: bosbewoners. Meestal een verborgen levenswijze in de strooisellaag of onder omgevallen bomen en in wortelholten.
GEDRAG: verstoorde dieren veroorzaken met de tracheeŽn een sissend geluid. Ze zijn nachtactief en de mannetjes voeren dan met hun "gewei" hevige gevechten uit onder voortdurend sissen. Houden er niettegenstaande van om af en toe te "zonnen".
VOEDSEL: groenten en fruit. Een ideaal basisvoedsel dat tevens als substraat kan dienen is Matzingerģ groentenmix (Friskiesģ). Een halve sinaasappel dient als vochtvoorziening.
KWEEK: paring het hele jaar door. De wijfjes leggen een bleekgele eicocon (6 x 25 mm) die ze achterstevoren terug in het lichaam opnemen en uitbroeden. De cocon bevat 30-40 eieren en de jongen worden uiteindelijk dus levend geboren. Ze zijn 8-9 mm lang, 4 mm breed en slechts 1 mm "plat" wat betekent dat ze via kleine kieren kunnen uitwijken. Bij een ontsnapping woekeren ze echter nooit in woningen zoals de Amerikaanse (Periplaneta americana) en Duitse kakkerlak (Blattella germanica). De jongen groeien in 6 maanden uit tot volwassen dieren.
BIJZONDERHEDEN: gezonde dieren leven in symbiose met een witte mijt (Coleolaelaps sp.) die de segmenten van deze insecten schoonhoudt
Bewerkt door:
Peter de Batist, december 1998
Laatst bijgewerkt op: 15-05-2014
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE