Nymphaea daubenyana
Thomas, 1886

Nymphaea daubenyana
Foto: Hugo Vits

IDENTITEIT: orde: Ranunculales; familie: Nymphaeceae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1886 door Thomas als Nymphaea daubenyana, in Hort. J. 3(2): 362.
SYNONIEM: Nymphaea stellata bulbifera; N. stellata daubenyana; N. stellata prolifera;
NEDERLANDSE NAAM: sterlotus
MAXIMALE GROOTTE: bereikt in het aquarium een diameter van zo'n 30 cm. ln venwarmde vijvers beslaat de plant gauw meer dan een halve vierkante meter van het wateroppervlak. Bloemen hebben een doormeter van ca. 9cm.
HOUDBAARHEID: prachtige plant die ook voor het aquarium in aanmerking komt. De ondergedoken bladeren kunnen onder een sterke belichting vrij klein gehouden worden. ln vergelijking met N. lotus maakt de plant toch minder snel drijfbladeren. Wil men een zuivere onderwatercultuur blijven behouden, dan dient men, net als bij de tijgerlotus, N. lotus, regelmatig een groot deel van de bladeren te verwijderen. ln verwarmde vijvers en in palludaria met een vrij groot watergedeelte kan men de plant wat meer laten uitgroeien, de bloemen vormen er immers een attractieve verschijning.
PLANTENRIJK
R f I 26
       
Milieu Aquarium Kweek
Zuurtegraad pH
Totale hardheid °DH
Temperatuur °C
Geleidbaarheid µS
VERSPREIDING: Gecultiveerde soort. Komt in Azië verwilderd voor.
BIOTOOP: exemplaren van deze gecultiveerde soort, - een kruising tussen N. coerulea Sav. en N. micrantha Guil. & Perr - welke terug in de natuur terecht kwamen, zouden in Azië verwilderen.
GEDRAG: eigenaardige en vrij interessante plant waarvan de bloemen zich vrij hoog boven het wateroppervlak kunnen verheffen. De eerst gevormde bladeren zijn meestal groen en spitsvormig. Later is de bladschijf diep hartvormig. Ondergedoken bladeren zijn bruin; pas als ze op het wateroppervlak gaan drijven krijgen de bladeren een groene tint. Sommige auteurs vermelden dat de bloemen zich overdag ontvouwen terwijl anderen beweren dat het een avond- en nachtbloeier is. Zelf trof ik deze plant, om 10 uur in de voormiddag, bloeiend aan in de plantentuin van Liberec (Tsjechië)
BODEM: in de literatuur spreekt men van een bodem met 'vuil' zand. De plant doet het bijzonder goed in gewone tuinaarde, in potgrond en zelfs in grof zand, dat met leem of klei werd vermengd.
BELICHTING: gedijt pas goed onder een vrij sterke, intensieve belichting. Kwikzilver-hogedruklampen zijn boven de meestal aangewende fluorescentielampen aan te raden.
VERMEERDERING: deze waterlelie zou steriel zijn waardoor dus geen zaadvorming kan verkregen worden. De soort kenmerkt zich echter doordat ze op oudere bladeren, bij de aanhechting van de bladsteel adventiefplantjes vormt. Deze jonge plantjes vormen zich zowel op drijvende(palludarium) als op de gedwongen onder water blijvende bladeren (aquarium). Pas als het blad waarop zich een adventiefplantje heeft gevormd vergeelt kan men de nieuw verkregen plant met het moederblad van de oude plant verwijderen en aanplanten.
BIJZONDERHEDEN: Prof. De Wit spreekt in zijn werk - Aquariumplanten 4° ed. p. 331 - van geurige blauwe bloemen. Een foto van deze plant, genomen door H.W.E. van Bruggen, laat een bloem laat zien waarbij de bladeren wit en aan de rand toe een blauwachtige kleur vertonen. Deze blauwe tot violetachtige kleur komt overeen met de hierbij geplaatste illustratie. Verwarring is echter mogelijk want de bloem van N. daubenyana lijkt eveneens op die van N. colorata. N. daubenyana werd genoemd naar Prof. Daubeny (Oxford).
Bewerkt door:
Hugo Vits, juli/augustus 1997
Laatst bijgewerkt op: 07-08-2017
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE