Sagittaria sagittifolia
Linnaeus, 1753

Sagittaria sagittifolia
Foto: Harry Voet

IDENTITEIT: orde: Alismatales; familie: Alismataceae.
EERSTBESCHRIJVING: ln 1753, door C. Linnaeus, als Sagittaria sagitifolia, in Sp. Pl.:993.
SYNONIEM: Sagittaria aquatica, Sagittaria minor
NEDERLANDSE NAAM: Gewoon pijlkruid, pijlkruid
MAXIMALE GROOTTE: Met de bloeiwijze bijgerekend, tijdens een warme zomer, tot 125 cm. De lintvormige bladeren van de submerse kommervorm worden tot 50 cm lang.
HOUDBAARHEID: Zeer goed, op voorwaarde dat hij niet dieper dan 50 cm of in stromend water wordt geplant. Zoniet ontstaat een kommervorm met submerse lintvormige bladeren. Het droogvallen van de plantplaats moet volstrekt vermeden worden, hoewel dit in de natuur kan voorvallen zonder blijvende hinder voor de plant. Best wordt hij op een diepte van 5 tot 30 cm onder de waterspiegel, enkele centimeter in het bodemslijk gepoot.
PLANTENRIJK
R g I 06
       
Milieu Aquarium Vermeerdering
Zuurtegraad pH

In het biotoop:
door zaad en winterknoppen

In de vijver:
ook door scheuren

Totale hardheid °DH
Temperatuur °C
Geleidbaarheid µS
VERSPREIDING: Europa en Azië
Kaart voorkomen
BIOTOOP: Stilstaande ondiepe wateren, zoals moerassen en slootkanten.
GEDRAG: Laat in mei ontstaan uit de winterknop (knol) lintvormige bladeren. Indien de plant echter meer dan 50 cm diep staat of de stroming te snel is, stopt hier zijn ontwikkeling. Normaal ontstaan in een tweede fase ovale drijfbladeren. Later komen de driekantige blad- en bloemstengels boven water. De bloei valt in juni, juli en augustus. Na de vorming van zaad en winterknoppen sterven de bovengrondse delen af. Na enkele jaren begint de plant te woekeren.
BODEM: Leem of klei bevattend, eerder humusarm slijk. Het planten in containers of mandjes geeft slechte resultaten.
BELICHTING: Het pijlkruid staat best in volle zon of op half beschaduwde plaatsen.
VERMEERDERING: ln het biotoop door zaad en winterknoppen. ln de vijver kan slechts zaad gevormd worden, zo er meerdere planten aanwezig zijn, daar slechts kruisbestuiving mogelijk is. Dit komt doordat de mannelijke bloemen pas rijpen nadat de vrouwelijke van de zelfde bloeiwijze bevrucht of verwelkt zijn. ln de lente scheuren van oudere planten. Door het 5 cm diep in de modderlaag uitplanten van de knollen.
BIJZONDERHEDEN: In de handel zijn jonge planten eerst eind mei voorradig. Grote watervogels roven soms de knollen. De plantplaats moet gemerkt worden om in de eerste twee ontwikkelsfases verwarring met andere planten te voorkomen. De kommervorm kan in diepe (+ 60 cm) aquaria de rol van de er sterk op lijkende Valisneria of Luronium overnemen.
Bewerkt door:
Femand Verbeeck, oktober 1994
Laatst bijgewerkt op: 12-09-2016
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE