Coluber gemonensis
(Laurenti, 1768)

Coluber gemonensis
Foto: Peter de Batist

IDENTITEIT: orde: Squamata; familie: Colubridae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1768, door Laurenti, als Natrix gemonensis in Synopsis Reptilia: 76
SYNONIEM: Natrix gemonensis; Zamensis gemonensis
NEDERLANDSE NAAM: Balkan toornslang
MAXIMALE GROOTTE: 1000 mm
GESLACHTSONDERSCHEID: langere staart bij de mannetjes. Laten sonderen door dierenarts.
DIERENRIJK
Z j IV 30
       
Milieu
dag / nacht
Terrarium
dag / nacht
Kweek
Temperatuur °C 30 / 20 28 / 25 27,8
Relatieve vochtigheid % 30 / 70 50 / 60 80
Licht Zon TLD86
VERSPREIDING: IstriŽ, Balkan tot de Pelloponessos, Kythyra, Kreta, Euboš.
Kaart voorkomen
BIOTOOP: cultuurvolger. Komt zeer dicht in de nabijheid van mensen.
Huist onder meer in de stenen muurtjes die de wijngaarden omringen.
In de Balkan is het de minst schuwe slang.
GEDRAG: zoals alle Coluber-soorten en zoals de Nederlandse naam suggereert, vlug en bijterig, maar binnen die groep de handelbaarste vertegenwoordiger
VOEDSEL: insecten zoals krekels, sprinkhanen, rupsen, maar ook regenwormen en naaktslakken. Verder kleine hagedissen en knaagdieren.
KWEEK: 3 tot 9 eieren per legsel. De jongen lijken op de jongen van Coluber viridiflavus die deels in hetzelfde areaal voorkomt. C. gemonensis heeft echter meer ventrale schubben. Voorzie voor het afleggen van de eieren een doos met fijn gezeefde bladgrond. Eieren afzonderlijk incuberen in een broedstoof op 27,8įC.
BIJZONDERHEDEN:
Bewerkt door:
Peter de Batist, maart 2003
Laatst bijgewerkt op: 12-04-2012
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE