Emys orbicularis
(Linnaeus, 1758)

Emys orbicularis
Foto: Geert Vandromme

IDENTITEIT: orde: Testudines; familie: Emydidae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1758, door Linnaeus.
SYNONIEM: Testudo orbicularis, Cistudo hellenica, Emys europea, Emys orbicularis aralensis,
NEDERLANDSE NAAM: Europese moerasschildpad.
MAXIMALE GROOTTE: de schildlengte is maximaal 35 cm. In noordelijke gebieden maar 20 cm.
GESLACHTSONDERSCHEID: de man bezit een somber gekleurd en hol buikschild. De vrouw heeft een geel buikschild. De staartbasis bij de man is verdikt en de staart is langer. De oogpupil bij de man is wit of roodachtig en bij de vrouw geel of bruin.
HOUDBAARHEID: volwassen dieren kunnen, in een min. 80 cm diepe vijver, heel het jaar buiten blijven. De vijver moet omheind worden om ontsnapping en het binnendringen van ratten te voorkomen.
DIERENRIJK
Z j I 05
       
Milieu
dag / nacht
Terrarium
dag / nacht
Kweek
Temperatuur °C min. 4įC
Relatieve vochtigheid %
Licht (U.V.) 2 x 1 uur/week 2 x 1 uur/week
VERSPREIDING: Midden- en Zuid-Europa, West-AziŽ en Noordwest-Afrika.
Kaart voorkomen
BIOTOOP: stilstaande ondiepe waters met een dichte oevervegetatie en ook boven het water uitstekende boomstronken of stenen om op te zonnen.
GEDRAG: ze overwinteren in een hol in de oever of onder water in de modder. Bij uitdroging van de poel volgt een zomerslaap. De dieren zijn zeer sociaal. De duur van de winterslaap is afhankelijk van de omgevingstemperatuur, de luchtvochtigheid en de hoeveelheid licht.
VOEDSEL: ze voeden zich zowel in het water als op het land en nemen hierbij wormen, insectenlarven, kreeftachtigen, amfibieŽn, vis (vooral zieke exemplaren), jonge vogels, stukjes vlees en kadavers. Pasgeboren dieren eten Tubifex, watervlooien, kleine regenwormen, forellenkorrels. Van de leeftijd van 2 ŗ 3 jaar af wordt er twee- tot driemaal per week gevoederd. De ontlasting gebeurt steeds in het water en verplicht tot geregelde waterverversing.
VOORTPLANTING: in maart of april. Het vrouwtje graaft, in een op het zuiden gerichte oever onder lommergevende planten, een hol en legt er 3 tot 16 - normaal 9 - eieren in. Afhankelijk van de bodem en de temperatuur kippen de eieren in augustus of september. In meer noordelijke streken zelfs tot in oktober. De pasgeboren jongen wegen gemiddeld 5 g en groeien de eerste jaren slechts 1 cm per jaar. Na 10 ŗ 12 jaar zijn de dieren geslachtsrijp (schildlengte vrouw 15 cm, man 12 cm). Exemplaren jonger dan twee jaar (of minder dan 20 g) laat men best op een koele tot koude plaats binnenhuis in een ondiepe bak, gevuld met water, overwinteren.
BIJZONDERHEDEN: er bestaan circa dertien beschreven ondersoorten. De kleuring is zeer variabel en bevat meer geel bij uit het zuiden afkomstige exemplaren. Oudere exemplaren hun schildpatroon vervaagt en de tinten verdonkeren. De dieren bereiken een leeftijd van meer dan 50 jaar.
Bewerkt door:
Fernand Verbeeck, januari 2002
Laatst bijgewerkt op: 18-07-2010
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE