Erpeton tentaculatum
(Lacépède. 1800)

Erpeton tentaculatum
Foto: Arend van den Nieuwenhuizen

IDENTITEIT: orde: Squamata; familie: Colubridae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1800, door B. de Lacépède als Anguis tentaculata in "L'Histoire Naturelle des Ouadrupèdes Ovipares, des Poissons et des Serpens"(?)
SYNONIEM:
NEDERLANDSE NAAM: tentakelslang
MAXIMALE GROOTTE: 900 mm
GESLACHTSONDERSCHEID: niet uitwendig merkbaar. Laten sonderen door een herpetoloog of dierenarts. Vrouwtje zou kleiner zijn dan het mannetje?
HOUDBAARHEID: goed houdbare waterslang die uiterst zelden op het land komt. - Te verzorgen in een ruim aquarium of paludarium met een grote waterpartij. Watertemperatuur 25-27 C. 2x per week water verversen is nodig. Het aquarium zorgvuldig afdekken.
DIERENRIJK
Z j IV 30
       
Milieu
dag / nacht
Terrarium
dag / nacht
Kweek
Temperatuur °C 27 / 25 27 / 25 25
Relatieve vochtigheid %
Licht TLD 86 - 96 86
VERSPREIDING: Thailand, Cambodja en Zuid-Vietnam.
Kaart voorkomen
BIOTOOP: bewoners van kleine, vaak stilstaande, watertjes soms volledig overgroeid met waterplanten.
GEDRAG: deze slangen jagen niet maar vissen. Ze hangen haast onbeweeglijk schuin in het water, vastgemaakt aan een tak of waterplant op de bodem, maar met de kop naar beneden gericht. Slaan bliksemsnel toe wanneer een vis van achteren naar voren, ter hoogte van de kop, langs zwemt. Het oog van de slang is hierbij steeds in horizontale positie. In de nacht zwemt ze actief rond.
VOEDSEL: levende vissen tot ongeveer de dubbele lengte van de kop.
KWEEK: meermaals geslaagd bij de liefhebbers. Levendbarend zoals alle leden van de onderfamilie Homalopsinae. De opkweek van de 9 tot 13 jongen verloopt probleemloos met visjes van een aangepaste grootte.
BIJZONDERHEDEN: bezit een klier van Duvernoy en verlengde giftanden achter in de bek. Bijt slechts uiterst zelden mensen. Het gif is echter zeer werkzaam op vissen en kreeftachtigen. Tentakelslangen zijn vaak met algen overgroeid. Die verdwijnen anderzijds met de volgende vervelling. De tentakels vooraan de kop blijven een mysterie. Ze dienen blijkbaar niet voor het aanlokken of lokaliseren van de prooi. Weefselonderzoek toonde een verhoogd aantal zenuwuiteinden maar toch niet in die mate dat ze echte "organen" zijn.
Bewerkt door:
Peter de Batist, april 1999
Laatst bijgewerkt op: 13-08-2014
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE