Morelia viridis
(Schlegel, 1872)

[Foto Morelia viridis]
Foto: Peter De Batist

IDENTITEIT: orde: Squamata; familie: Boidae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1872, door Schlegel, als Chondropython viridis, in ?.
SYNONIEM: Chondropython viridis.
NEDERLANDSE NAAM: groene boompython.
MAXIMALE GROOTTE: 180 cm.
GESLACHTSONDERSCHEID: geen uitwendige kenmerken, slechts met zekerheid vast te stellen door sonderen.
HOUDBAARHEID: ruim terrarium met klimtakken, goed beplant met stevige bladplanten en voorzien van een ruim verwarmd waterbekken. Dagelijks sproeien met lauw water (25 °C). 12-14 uur belichten per etmaal.
DIERENRIJK
Z j IV 29
       
Milieu
dag-nacht
Terrarium
dag-nacht
kweek
dag-nacht
Temperatuur °C       14 25-23 22-23 28      
Relatieve vochtigheid %   85   95 85   95
Licht      
VERSPREIDING: Nieuw Guinea, Schouten Eilanden, Aru Eilanden, Cape York.
[Kaart voorkomen
BIOTOOP: tropisch regenwoud.
GEDRAG: de grijpstaart duidt op een typische boombewonende soort. Schemering- en nachtactief. Komt zelden op de bodem. Niet agressief.
VOEDSEL: vogels, boomkikkers en kleine zoogdieren. In gevangenschap muizen, kuikens, mussen. De grijpstaart wordt soms heen en weer gewiegd als lokaas. De prooidieren worden bliksemsnel gegrepen en omkneld.
KWEEK: paring van mei tot juli (in gevangenschap van september tot november). Vrouwtje bebroedt de eieren. Ze omstrengelt het legsel met stuiptrekkende bewegingen om een warmteoverschot teweeg te brengen. Een legsel bestaat uit 12-17 eieren. Ze meten 28 x 37 mm en wegen 15 g. Ze kippen na Ī 48-63 dagen. De jongen zijn 30 cm lang, roodbruin, met over de rug een uit witte driehoekjes bestaande langsstreep, soms ook helgeel - zelfs in hetzelfde legsel. Pas na 3 jaar leggen ze hun jeugdkleed af en worden groen. Vervelling na 2-3 weken, waarna ze nestjonge muizen eten.
BIJZONDERHEDEN: lijkt heel goed op Corallus caninus, die in Zuid-Amerika voorkomt. Morelia viridis heeft kleinere schubben op de kop. Bij Corallus caninus zijn die tot schilden ontwikkeld.
Naar gelang hun afkomst onderscheidt men drie vormen, nl. de vogelkop-vorm, de biak-vorm en de aru-vorm. Er bestaan helblauwe kleurvarianten.
Bewerkt door:
Peter De Batist, januari 1984
Laatst bijgewerkt op: 05-07-2010
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE