Podarcis muralis
(Laurenti, 1768)

Podarcis muralis
Foto: Peter de Batist

IDENTITEIT: orde: Squamata; familie: Lacertidae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1768, door Laurenti als Seps muralis in Synops. Rept.:61;Tab.1, Fig.4.
SYNONIEM: Lacerta muralis
NEDERLANDSE NAAM: muurhagedis.
MAXIMALE GROOTTE: 20 cm, de staart maakt 2/3 van de totale lengte uit. Pasgeboren jongen ca. 5 cm.
GESLACHTSONDERSCHEID: in sommige literatuurbronnen wordt opgegeven dat de buikzijde van mannelijke exemplaren een heviger kleur - die kan variŽren van oranje tot steenrood - bezitten. Bij vrouwelijke exemplaren kan deze kleur variŽren van geel tot oranjerood. De kleur van deze hagedis is dus zeer variabel. Mannelijke dieren manifesteren zich duidelijk door hun blauwgevlekte flanken. Met meer zekerheid kan men de geslachten op grond van de femeraalporiŽn bepalen.
BESCHERMDE SOORT ! HOUDBAARHEID: bijzonder goed hourbaar terrariurndier, doch door wetgevende maatregelen beschermd waardoor ze helaas niet meer mogen gehouden worden. Een terrarium dat deze dieren kan herbergen moet met talrijke klimvoorzieningen, boomschors. grote zelfs vrij vlakke stenen. rotsen. takken e.d. worden ingericht. Daar de mannetjes een territorium vormen - in de vrije natuur een gebied van ca. 25m≤ - dienen zij in verhouding tot hun grootte in een vrij groot onderkomen te worden onder gebracht. Voldoende schuilmogelijkheden en een warmtebron zijn noodzakelijk.
DIERENRIJK
Z j IV 13
       
Milieu
dag / nacht
Terrarium
dag / nacht
Kweek
Temperatuur °C
Relatieve vochtigheid %
Licht
VERSPREIDING: Europa met uitzondering van Polen en Scandinavie vrij algemeen.
Kaart voorkomen
BIOTOOP: droge steenachtige plaatsen, rotsachtige hellingen, oude muren. ruÔnes, vestingwalen, kasteelgebouwen e.d. Voor waamemingen dient meestal de zon van de partij te zijn.
GEDRAG: behendige soort. Beklimt verticale gerichte substanties met karakteristieke schrokkerige bewegingen.
VOEDSEL: allerlei insecten, vliegen, mieren, slakken en wormen. Met een kalk en vitamine D3 toevoeging behoudt men de goede gezondheid.
KWEEK: de intemationale Unie voor Conservatie van de natuur en het natuurlijk erfgoed, het l.U.C.N. heeft voorwaarden en richtlijnen uitgegeven waardoor kweken, herintroductie en repopulatie van deze soort mogelijk wordt (in Nederland b.v. waar de Maastrichtse muurhagedis-populatie - op de oude vestingwallen - noodlijdend is, wordt hiervan gebruik gemaakt). In het voorjaar na ca. een maand dracht legt het vrouwtje 2 tot 10 eitjes. In dezelfde zomer kan er nog een en zelfs een derde legsel volgen. Degrootte van het legsel is gerelateerd aan de leeltijd van het vrouwtje (oudere vrouwtjes leggen meer eitjes). Twee tot drie legsels kunnen in een zomer geproduceerd worden. De eitjes kunnen in een broedstoof met een constante temperatuur van 28įC worden uitgebroed. Hierin kippen de eitjes na zo'n 35 tot 40 dagen terwijl de incubatieperiode in natuurlijke omstandigheden ca. zes tot elf weken bedraagt. De uitgekomen jongen ca. 5 cm groot gaan onmiddellijk instinctief op jacht naar voedsel. ln het terrarium bestaat het eerste voedsel uit minikrekeltjes en bufalowormen verrijkt met een kalkpreparaat. Ook voor de jongen worden via het drinkwater kalk en vitaminen toegediend.
BIJZONDERHEDEN: is niet alleen in kleur, maar ook in vorm zeer variabel. Men onderscheidt momenteel reeds meer dan twintig ondersoorten. ls van de zand- en kleine hagedis gemakkelijk te onderscheiden door de rechte rand van de halskraag.
Bewerkt door:
Hugo Vits, juni 1998
Laatst bijgewerkt op: 04-06-2014
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE