Periophthalmus barbarus
(Linnaeus, 1766)

Periophthalmus barbarus
Foto: Luc Coppens

IDENTITEIT: orde: Perciformes; familie: Gobiidae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1766, door C. Linnaeus, als Gobius barbatus, in Systema Naturae 12:450.
SYNONIEM: Periopthalmus koelreuteri.
NEDERLANDSE NAAM: slijkspringer.
MAXIMALE GROOTTE: tot 15 cm
GESLACHTSONDERSCHEID: moeilijk waar te nemen.
HOUDBAARHEID: is eigenlijk voor geen enkele liefhebber geschikt omdat het uitermate moeilijk is de levensomstandigheden, welke deze zeegrondels behoeven, na te bootsen. Zelfs openbare aquaria, met veel ruimere mogelijkheden dan de doorsneeliefhebber, hebben moeilijkheden om het de dieren naar hun zin te maken.
Ze behoeven vooreerst een grote ruimte omdat ze nogal agressief zijn t.o.v. elkaar wegens hun ingeboren neiging tot territoriumvorming. Het wordt natuurlijk geen aquarium zoals we normaal hieronder verstaan, maar een nabootsing van een ebbestrook; het lijkt meer op een paludarium! Een vlakke vochtige zandbodem, waarin enkele stenen en stukken kienhout geplaatst zijn en aflopend in een brakwatergedeelte. Het water regelmatig verversen. Indien men de golfslag van de branding met ťťn of ander systeem kan nabootsen, dan zet men reeds een zeer grote stap in de richting van de normale ecologische omstandigheden van de dieren. Naast een hoge watertemperatuur, vragen ze ook een hoge luchttemperatuur! Daarenboven moet men zorgen voor een hoge luchtvochtigheid. Enkele uren per dag een infrarood lamp is geen noodzaak, maar het verricht ook geen kwaad.
DIERENRIJK
Z h XXXIV 126
       
Milieu Aquarium Kweek
Zuurtegraad pH 8 - 8,5
Totale hardheid °DH > 25
Temperatuur °C 25 - 30
Geleidbaarheid µS
VERSPREIDING: Van de Rode Zee en Oost-Afrika over Madagaskar tot Zuidoost-AziŽ, IndonesiŽ en AustraliŽ.
Kaart voorkomen
BIOTOOP: brakwaterzones, lagunes, mangrove-gebieden en riviermondingen. Zeer frequent op plaatsen die bij eb droog komen te liggen. Houden zich op zowel in het water als op het slijk en op takken en wortels van struiken en bomen dicht bij de branding.
GEDRAG: zeer schuw, maar agressief t.o.v. soortgenoten. Ze hebben een bijzonder goed en scherp waarnemingsvermogen.
VOEDSEL: het voedsel (Tubifex, muggenlarven, fruitvliegen, stukjes regenworm, e.a.) dient op of in het water gegeven te worden.
KWEEK: geen nakweek in gevangenschap is bekend. Uit waarnemingen in de natuur blijkt dat de eitjes afgezet worden in trechtervormige kuilen, door het mannetje in het slijk gebouwd. De vrouwtjes vertonen enige broedzorg. De larven voeden zich met de enorme hoeveelheid micro-organismen die in de bodem voorkomen.
BIJZONDERHEDEN:
Bewerkt door:
Luc Coppens, november 2001
Laatst bijgewerkt op: 15-07-2010
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE