Pomacanthus paru
(Bloch, 1787)

Pomacanthus paru
Foto: Arend van den Nieuwenhuizen.

IDENTITEIT: orde: Perciformes; familie: Pomacanthidae.
EERSTBESCHRIJVING: : In 1787, door M. E. Bloch, als Chaetodon paru, in Nat. Gesch. Ausl. Fische III:57.
SYNONIEM: Chaetodon paru.
NEDERLANDSE NAAM: Franse keizersvis.
MAXIMALE GROOTTE: In een aquarium wordt hij tot 25 cm, maar in de natuur wordt dit wel 40 cm. Het is niet onwaarschijnlijk dat nog grotere exemplaren kunnen gevonden worden.
HOUDBAARHEID: Voldoende schuilgelegenheden voorzien en het aquarium niet te klein kiezen o.a. wegens zijn grootte, maar ook vanwege hun aangeboren agressiviteit ten opzichte van soortgenoten. Jonge dieren stellen geen onoverkomelijke problemen bij de aanpassing aan de aquariumomstandigheden. Volwassen dieren zijn niet aan te bevelen voor beginnende zeewateraquarianen.
DIERENRIJK
Z h XXXIV 59
       
Milieu Aquarium Kweek
Zuurtegraad pH 7,8 - 8,4
Dichtheid 1, 024 1,022 - 1,026
Temperatuur °C 23 - 26
VERSPREIDING: Caribische Zee en westelijke tropische Atlantische Oceaan
Kaart voorkomen
BIOTOOP: Koraalriffen. Jonge dieren in het ondiepe kustwater, volwassen dieren zoeken een diepte op tot ruim 60 m. Jonge dieren komen in de natuur meestal solitair voor, maar oudere dieren worden veelal per paar aangetroffen.
GEDRAG: Agressief tegenover soortgenoten. Bij een goede verzorging (= voldoende voedselaanbod) vormen ze een soort territorium dat ze met hand en tand verdedigen tegen hun soortgenoten. Ander vissen vinden ze te min, tenzij dat deze zouden kunnen gepoetst worden. Het aangeboren poetsgedrag van de jonge dieren blijft namelijk lang doorgaan als de vissen niet steeds verstoord worden door overbrengen naar een ander aquarium.
VOEDSEL: Importdieren zijn de eerste dagen moeilijk aan het eten te krijgen. Bij jonge dieren lukt dit vrij snel en, ťťnmaal aangepast, stellen ze nog weinig voedselproblemen. Tot de mogelijke voedselsoorten behoren : aanvankelijk mosselvlees, later Mysis, Praunus, Daphnia, Cyclops, Artemia en zelfs Tubifex. Sporadisch grazen ze - bij het ouder worden - ook algen af en dan accepteren ze (soms) sla en spinazie. Het zijn sterke groeiers.
BIJZONDERHEDEN: Doorloopt een kenschetsende ontwikkeling in tekening en kleurpatroon vanaf de jeugdtekening tot het volwassen stadium.
Bewerkt door:
Beni Lecompte, maart 1996
Laatst bijgewerkt op: 05-05-2014
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE