Pethia conchonius
(Hamilton, 1822)

Pethia conchonius
Foto: A. van den Nieuwenhuizen

IDENTITEIT: orde: Cypriniformes; familie: Cyprinidae.
EERSTBESCHRIJVING: In 1822, door F. Hamilton, als Cyprinus conchonius, in Fish. Riv. Gang.: 317
SYNONIEM: Barbus conchonius, Cyprinus conchonius, Puntius conchonius (khagariansis)
NEDERLANDSE NAAM: Prachtbarbeel
MAXIMALE GROOTTE: Worden in de natuur tot 14 cm, maar blijven in het aquarium aanmerkelijk kleiner.
GESLACHTSONDERSCHEID: Bij de vrouwtjes is het lichaam eentonig zeer licht roze tot geelachtig gekleurd, de vinnen zijn kleurloos, hoogstens zijn de spitsen van de rugvinstralen iets donkerder. Bij de mannetjes springt het diep rood van de flanken je tegemoet. De vinnen zijn rozerood gekleurd en de rugvin vertoont een diepzwarte spits. De mannetjes zijn ook slanker.
HOUDBAARHEID: Laten andere vissen volkomen met rust. Goed weerstandsvermogen tegen allerlei kwalen ; worden relatief oud (5 jaar) . Niet te klein behuizen. Goede randbeplanting met veel open zwemruimten. Enig drijfgroen. Donkere zachte bodem. Te houden in een kleine school. Zuurstofrijk helder
DIERENRIJK
Z h XVI 19
       
Milieu Aquarium Kweek
Zuurtegraad pH 6,5 - 7,5 6,5 - 7,5
Totale hardheid °DH 5 - 15 5 - 15
Temperatuur °C 22 - 24 24 - 25
Geleidbaarheid µS
VERSPREIDING: Zuidoost-AziŽ: Assam en Bengalen
Kaart voorkomen
BIOTOOP: Ruim verspreid in alle soorten waters van Zuidoost-AziŽ.
GEDRAG: Zeer beweeglijke zwemmers. Actief, doch zonder de medebewoners lastig te vallen. Bestand tegen lage temperaturen (tot 16įC) . Houden zich vooral op in de middenste waterlagen.
VOEDSEL: Alleseters.
KWEEK: Niet moeilijk. Zetten gemakkelijk af als ze een tijd gescheiden en op lagere temperatuur werden verzorgd. Middelgroot aquarium. Bodembedekking niet noodzakelijk. Afzetsubstraat onder de vorm van planten, zoals drijfplanten met een groot wortelgestel. 's Avonds het kweekstel inbrengen. Paren dikwijls reeds de volgende dag. Nogal driftig. Zeer productief. Na de afzetting de ouders verwijderen. Eitjes kippen na 24 tot 36 uren; larven zwemmen vrij na 6 dagen. Eerste voedsel: infusie en fijngewreven droogvoer. Groeien bijzonder snel. Regelmatige waterverversing. Bij ongelijke opgroei, de visjes op grootte sorteren. Kweekrijp, indien goed verzorgd, bij een ouderdom van 9 ŗ 10 maanden.
BIJZONDERHEDEN: Er bestaan reeds diverse kruisingen met andere barbelen. Of dit de liefhebberij baat bijbrengt, blijft een open vraag.
Bewerkt door:
L. Coppens, mei 1989
Laatst bijgewerkt op: 05-02-2015
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE