Ctenobrycon spilurus
(Valenciennes. 1849)

Ctenobrycon spilurus
Foto: Luc Coppens

IDENTITEIT: orde: Cypriniformes; familie: Characidae.
EERSTBESCHRIJVING: In 1849, door A. Valenciennes, als Tetragonopterus spilurus, in Hist. Nat. poiss. 22: 118.
SYNONIEM: Apodastyanax stewardsoni
NEDERLANDSE NAAM: Zilvertetra, diepzalm
MAXIMALE GROOTTE: 8 - 9 cm
GESLACHTSONDERSCHEID: Het mannetje is iets kleiner en slanker vooral de buikkiel is minder gewelfd. Een miniem verschil aan de anaalvin is niet steeds duidelijk: bij het wijfje is ze geel omzoomd, met rood aan de eerste vinstralen; bij het mannetje is er een geelachtige basis met een dwars. kamvormig, doorschijnend streepje in het midden.
HOUDBAARHEID: Hoewel zeer gemakkelijk te houden, duikt deze vis slechts sporadisch op bij de liefhebbers. om reden van zijn grootte (9 om is vrij groot voor karperzalmen !) en omwille van de uniforme zilverkleur.
Toch verdient hij beter. Levendig. Vrij grote weerstand tegen de gebruikelijke ziekten. Normaal aquarium met dichte randbeplanting en open zwemruimte. Watersamenstelling onbelangrijk. Helder water. Verdraagt goed een langere periode van matige temperatuur en kan in een onverwarmd huiskameraquarium gehouden worden.
DIERENRIJK
Z h XVI 01
       
Milieu Aquarium Kweek
Zuurtegraad pH
Totale hardheid °DH
Temperatuur °C 20 - 26 26
Geleidbaarheid µS
VERSPREIDING: Noordelijk Zuid-Amerika, van Suriname tot Venezuela
Kaart voorkomen
BIOTOOP: Heldere waters, dicht nabij de kusten van noordelijk Zuid-Amerika.
GEDRAG: Enigszins bijterig, vooral de lange vinnen der gezelschapsvissen moeten het ontgelden. Ze bijten de zachte plantedelen wel eens stuk, maar dit kan beperkt worden door veel en afwisselend te voederen.
VOEDSEL: Alleseter, met een natuurlijke voorkeur voor levend voer. Afwisseling is noodzakelijk. Groenvoer sporadisch toedienen.
KWEEK: Ruim kweekaquarium (60 tot 100 cm) met een dichte randbeplanting. Geen extreme eisen aan de watersamenstelling. Wel is helder water nodig, dat tot 26įC kan opgevoerd worden. Ouders vooraf krachtig voederen. De eerste schijnparingen vangen aan in de vroege ochtendschemering. Vrij eigenaardige zwemwijze: verticaal en schoksgewijze. Na een wild liefdesspel worden de eitjes tussen de planten afgezet. Zeer produktief. De ouders zo spoedig mogelijk wegvangen na het afzetten. Afscherrnen tegen te hevig licht. Eerste voedsel bij het vrijzwemmen: pantoffeldiertjes en -nauplii. Snelle groei. Normale opkweek
BIJZONDERHEDEN: Volgens Dr. J. Gery kunnen er drie ondersoorten voorkomen: C. s. spilurus; C. s. hauxwellianus en C. s. alleni.
Mogelijk zijn het zelfs drie echte soorten.
Bewerkt door:
Luc Coppens, juli 1990
Laatst bijgewerkt op: 25-05-2017
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE