Limia vittata
(Guichenot, 1853)

Limia vittata
Foto: Luc Coppens

IDENTITEIT: orde: Atheriniformes; familie: Poeciliidae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1853, door Guichenot, als Poecilia vittata, in Hist. Phys. Pol. et Nat. de l' ile de cuba vol.2: 146.
SYNONIEM: Gambusia cubensis; Gambusia vittata; Limia cubensis; Limia pavonina; Poecilia cubensis; Poecilia vittata
NEDERLANDSE NAAM:
MAXIMALE GROOTTE: mannetje tot 5 cm, vrouwtjes tot 12 cm
GESLACHTSONDERSCHEID: behalve de grootte is bij het kleinere mannetje ook het gonopodium een duidelijk zichtbaar verschil. Verder vertonen de vrouwtjes in de meeste gevallen twee zwakke rijen punten in de rugvin, terwijl de mannetjes een zwarte gevlekte gele rug en staartvin hebben.
HOUDBAARHEID: vrij eenvoudig zoals eveneens het geval is bij hun soortgenoten. Zijn weinig eisend en houden van warmte en zon.
DIERENRIJK
Z h XXIV 11
       
Milieu Aquarium Kweek
Zuurtegraad pH 7
Totale hardheid °DH > 10
Temperatuur °C 25 - 27
Geleidbaarheid µS
VERSPREIDING: Cuba, voor zover heden bekend.
Kaart voorkomen
BIOTOOP: in kleine, zowel zoete als brakke watertjes.
GEDRAG: voor de kweker van karpertjes is dit een dankbare en gemakkelijke vis. Wel rekening houden met de grote afmetingen van het wijfje in verband met de grootte van het aquarium (min 100 l). Ze zijn verdraagzaam voor de medebewoners en verlangen een schuilpiaatsje, bijvoorbeeld tussen de planten.
VOEDSEL: afwisselend voer waarin groen (algen en planten) niet mag ontbreken, ook levend voer mag niet ontzegd worden. - Alleseters.
KWEEK: geslachtsrijp bij 4 tot 6 maanden (afhankelijk van de omstandigheden en ontwikkelingsmogelijkheden) verloopt de kweek zoals bij de meeste eilevendbarenden.
BIJZONDERHEDEN: heeft een gestrekt lichaam, met spitse kop. De lichaamskleur is olijfgrijs, in de lengte van het lichaam vertoont zich een gevlekte streep met zwarte punten welke, naargelang de vissen ouder worden, ook donkerder worden. Soms vindt men enkele dieren die aan de borst en kop gelig gekleurd zijn. Langsheen het lichaam hebben de mannetjes 4 tot 7 haakse strepen. De wildvorm zou ook wit kunnen zijn, dit volgens een vangreis in 1982 van H. Peter Weil die ze mee naar Duitsland nam. Ze zijn identiek aan de vroeger beschreven dieren van Guichenot maar vertonen 3 ŗ 4 donkere rijen punten.
Bewerkt door:
Wilfried Jacobs, mei 1997
Laatst bijgewerkt op: 30-04-2014
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE