Prionobrama filigera
(Cope, 1870)

Prionobrama filigera
Foto: Arend van den Nieuwenhuizen

IDENTITEIT: orde: Cypriniformes; familie: Characidae.
EERSTBESCHRIJVING: In 1870 door Cope, als Aphyocharax filigerus in Proc. Am. Philos. Soc. 11:564
SYNONIEM: Prionobrama madeirae
NEDERLANDSE NAAM: Glaskarperzalmpje
MAXIMALE GROOTTE: Worden tot 6 cm
GESLACHTSONDERSCHEID: Het vrouwtje heeft een meer gevulde buikpartij. Volgens de literatuur is er een zwarte lijn in de aarsvin van het mannetje, welke ontbreekt bij het vrouwtje. Dit is minder duidelijk waar te nemen.
HOUDBAARHEID: Stelt geen te grote problemen. De literatuur zorgt voor verwarring hieromtrent. S. Frank schrijft dat het water niet te zacht en liefst iets basis moet reageren. Eigen ervaring leert dat de dieren best te houden zijn op zuiver regenwater, dat zachtzuur reageert.
DIERENRIJK
Z h XVI 01
       
Milieu Aquarium Kweek
Zuurtegraad pH 6 - 7,5 6 - 7,5
Totale hardheid °DH tot 6
Temperatuur °C 23 - 26 26 - 28
Geleidbaarheid µS
VERSPREIDING: Zuid-Amerika: Rio Madeira in Midden-BraziliŽ
Kaart voorkomen
BIOTOOP: Wordt aangetroffen in een nevenrivier van de Amazonestroom: Rio Madeira in Midden-BraziliŽ. Geen biotoopgegevens voorhanden in de literatuur.
GEDRAG: Het is een uitgesproken scholenvis. Een groepje van 20 visjes is bijna nodig om ze te laten opvallen. Ze zwemmen voortdurend kort bij het wateroppervlak. Schuilplaatsen zijn welkom, doch ze zullen zich ook in open water vertonen.
VOEDSEL: Houden van alle levend voer. Nemen echter ook droogvoer. Het zijn geen te grote eters.
KWEEK: Nietegenstaande het geen frequent voorkomende vissoort is, blijkt de kweek eenvoudiger dan werd verwacht. De voortplanting is best te vergelijken met deze van de Aphyocharax anisitsi.
Een bakje van een 50-tal cm kan best volstaan om een kweekpoging te wagen. Het dient verduisterd te worden. Drijfplanten met "luchtwortels" kunnen uitstekende diensten bewijzen als aflegsubstraat. Legsels van 2 ŗ 300 eieren zijn geen zeldzaamheid. De eitjes kippen na ongeveer 14 ŗ 16 uur bij een temperatuur van 27įC. Als kleine glasschilfers hangen ze dan aan de planten en ruiten. Pas na een drietal dagen zullen ze vrijzwemmen en dienen we met het voederen van bv. Artemia-naupliŽn te beginnen.
BIJZONDERHEDEN: De vorm uit Paraguay en Uruguay, beschreven als Prionobrama paraguayensis (Eigenmann, 1914), is waarschijnlijk identiek met P. filigera.
(NvdR: volgens William Eschmeyer zijn dit wel degelijk twee aparte soorten)
Bewerkt door:
Aime Bijnens, april 1995
Laatst bijgewerkt op: 03-09-2015
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE