Trichogaster fasciata
(Bloch en Schneider, 1801)

Trichogaster fasciata
Foto: Robert Van Mossevelde

IDENTITEIT: orde: Perciformes; familie: Belontiidae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1801, door M. E. Bloch en J. G. Schneider, als Trichogaster fasciatus, in Systema Ichthyol.:164.
SYNONIEM: Colisa vulgaris, Colisa fasciatus
NEDERLANDSE NAAM:
MAXIMALE GROOTTE: 9 ŗ 11 cm
GESLACHTSONDERSCHEID: duidelijk. De mannetjes kleuren veel mooier en hebben een spits uitlopende rugvin. De vuurrode vlek in het einde van de aarsvin is bij de mannetjes zeer intensief en bijna altijd goed zichtbaar. In de paartijd kleurt hij ook veel donkerder tot zelfs bijna zwart.
HOUDBAARHEID: gemakkelijk. Niet met te grote vissen samenhouden. Goed beplante aquaria met veel drijfplanten, waaronder ze hun schuimnest bouwen. Veel randbeplanting met middenin een open zwemruimte en een donkere bodemgrond is aan te bevelen.
DIERENRIJK
Z h XXXIV 151
       
Milieu Aquarium Kweek
Zuurtegraad pH 6,5 - 7,5 6,5 - 7,5 6,5 - 7
Totale hardheid °DH 2 - 3 5 - 12 3 - 6
Temperatuur °C 26 - 27 25 - 27 26 - 28
Geleidbaarheid µS
VERSPREIDING: India, Bengalen en Birma.
Kaart voorkomen
BIOTOOP: komt voor in India, Bengalen en Birma in overstroomde rijstvelden. Ze werden voor het eerst ingevoerd door Matte vanuit Calcutta in 1897.
GEDRAG: goed samen te houden met andere kleine vissen. Dit zijn vriendelijke zachte visjes, ook tijdens de paartijd. Voor het gezelschapsaquarium zeer geschikt, zeker als hun medebewoners bestaan uit bodembewonende vissen.
VOEDSEL: alle soorten klein levend voedsel, zwarte muggenlarven, Daphnia, Artemia, ook in diepvriesvorm. Droogvoer wordt soms genomen.
KWEEK: in zacht water, bij een temperatuur van 27 ŗ 28įC en een PH rond de 6,5 zetten de vissen hun eitjes af in een groot schuimnest dat ze hebben gebouwd aan het wateroppervlak en dat ze hebben verankerd aan de drijfplanten. Tijdens de paring omknelt het mannetje zijn wijfje. Deze stoot dan 10 tot 20 eitjes (het kunnen er ook soms 30 ŗ 40 zijn) uit, die direct door het mannetje bevrucht worden en naar de oppervlakte stijgen. Eitjes die niet snel genoeg naar het grote schuimnest stijgen, worden in de muil genomen en in het nest gespuwd. Na 10 tot 20 legbeurten - zo om de 8 ŗ 10 minuten - zijn ongeveer 500 eitjes afgezet en wordt de verzorging alleen door het mannetje waargenomen. Het vrouwtje vangt men dan best uit het aquarium, zeker als er niet genoeg schuilplaatsen voor haar aanwezig zijn. Ik kweekte deze visjes meermaals in een aquarium van ongeveer 60 cm met een waterstand van 20 cm.
BIJZONDERHEDEN:
Bewerkt door:
Robert Van Mossevelde, september 2001
Laatst bijgewerkt op: 16-07-2010
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE