Pleurodeles waltl
Michahelles, 1830

Pleurodeles waltl
Foto: Arend van den Nieuwenhuizen

IDENTITEIT: orde: Caudata; familie: Salamandridae.
EERSTBESCHRIJVING: ln 1830, door Michahelles, als Pleurodeles waltl, in Neue Südeuropäische Amphibien. Isis von Oken 23: 189-195
SYNONIEM: Pleurodeles waltelei, Pleurodeles waltlii, Triton waltlii
NEDERLANDSE NAAM: Spaanse watersalamander of ribbensalamander
MAXIMALE GROOTTE: Met een lichaamslengte die meer dan 30 cm kan bedragen, is Pleurodeles waltl de grootste in Europa voorkomende salamandersoort. Bereikt in het terrarium toch nog zo'n 20 cm.
GESLACHTSONDERSCHEID: De poten van de vrouwtjes zijn korter en hun staart is iets langer en breder. Mannetjes blijven kleiner en hebben een bredere, meer afgeplatte kop.
HOUDBAARHEID: In een aquaterrarium, met een ca. 35 hoge waterstand. Tamelijk grote, uit het water stekende, kienhoutstronken, tussen de met grove lavalit-brokken bedekte bodem, vormen een overgang naar een, in omvang, toch vrij beperkt landgedeelte. In het watergedeelte kunnen koudwaterplanten als Lysimachia, Ludwigia en Elodea-soorten worden geplaatst, welke - buiten het decoracief element - ook, heel functioneel, de waterkwaliteit gunstig blijven beinvloeden. Deze vrij eenvoudig houdbare dieren bereiken een ouderdom van meer dan 20 jaar. De jaarlijkse winterrust (in de maanden november en december), bij een temperatuurvan 5 tot 8°C, is niet noodzakelijk. Water regelmatig verversen.
DIERENRIJK
Z i II 05
       
Milieu Terrarium Kweek
Temperatuur °C 16 - 26 20 - 28
Relatieve vochtigheid %
Licht
VERSPREIDING: Afrika Europa: het lberisch Schiereiland en Marokko.
Kaart voorkomen
BIOTOOP: Komt steeds voor in helder, stilstaand tot langzaam stromend water. Veelal in tijdelijke waters, plassen en beken. Het droogvallen van hun omgeving, maakt dat ze onder stenen en allerlei mossen, in holen, rotsspleten en in de grond beschutting zoeken tegen uitdroging.
GEDRAG: Actief in de schemering, maar ook overdag. Vertoeft doorgaans in het water. Wordt meestal 's nachts op het landgedeelte waargenomen. Kan met soortgenoten, die enkel evenwaardig zijn uitgegroeid, worden gehouden.
VOEDSEL: Buitengewoon vraatzuchtig. Vooral levend voedsel, zoals regenwormen, insektelarven en kikkerlarven. Nemen ook in stukjes gesneden runderhart; zelfs afgebeten lichaamsdelen van kleine, in ontwikkeling zijnde soortgenoten worden naar binnen geschrokt.
KWEEK: Gemakkelijk en vrij interessant. De bevruchting geschiedt, zoals bij de meeste salamandersoorten, d.m.v. een spermatofoor, welke met de claoca door het vrouwtje wordt opgenomen. De eitjes worden aan planten en stenen afgezet. Nadat de larven vrij rond zwemmen, beginnen ze ook voedsel tot zich te nemen. Ze zijn carnivoor en kunnen in het begin met microaaltjes en Artemia worden gevoed. Ze kunnen echter vrij spoedig (enkele dagen na het vrij zwemmen) reeds Tubifex en muggelarven aan. Groeien snel (tot 1 cm per dag). De verschillende stadia van de metamorfose zijn prachtig om waar te nemen.
BIJZONDERHEDEN:
Bewerkt door:
Pol Pardon, juli-augustus 1995
Laatst bijgewerkt op: 02-09-2015
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE