Amatitlania nigrofasciata
(Günther, 1867)

Amatitlania nigrofasciata
Foto: Arend van den Nieuwenhuizen

IDENTITEIT: orde: Perciformes; familie: Cichlidae.
EERSTBESCHRIJVING: in 1867, door A. Günther, als Heros nigrofasciatus in Proc. Zool. Soc. London 1866(3):601
SYNONIEM: Archocentrus nigrofasciatus, Heros nigrofasciatus, Cichlasoma nigrofasciatum, Cichlasoma nigrofasciatus, Herichthys nigrofasciatus
NEDERLANDSE NAAM: zebracichlide, grijze muis
MAXIMALE GROOTTE: mannetjes tot 12 cm, vrouwtjes tot 8 cm
GESLACHTSONDERSCHEID: de mannetjes hebben spitsere vinuiteinden die tot voorbij de staartvin kunnen reiken. Oudere krijgen een lichte voorhoofdsbult. Bij paarrijpe vrouwtjes is de buikpartij oranje gekleurd. Beide vertonen op een metaalgrijze, tot lichtblauwe ondergrond 9 donkerblauwe dwarsbanden. Vooral de aars- en de rugvin vertonen een blauwgroene schijn. De borstvinnen zijn gitzwart
HOUDBAARHEID: ideale beginnerscichlide. Kunnen niet in een gezelschapsaquarium met planten en kleinere vissen. Middelgroot aquarium met vele schuilplaatsen en veel zwemruimte voorzien. Een robuuste plant, de wortels met keien afgeschermd, kan.
DIERENRIJK
Z h XXXIV 68
       
Milieu Aquarium Kweek
Zuurtegraad pH 7 7
Totale hardheid °DH <10 <10
Temperatuur °C 18 - 27 20 - 25 25
Geleidbaarheid µS
VERSPREIDING: Midden-Amerika: Panama, Guatemala, Honduras, Costa Rica en El Salvador.
Kaart voorkomen
BIOTOOP: komt voor in stilstaande en traag stromende waters. Een gelijksoortige vis werd ooit ingevoerd uit het Atitlan- en/of Amatitlanmeer.
GEDRAG: redelijk verdraagzaam buiten de paartijd. In de paartijd vormen zij een territorium dat het gehele aquarium kan beslaan en verdedigen dit fel tegen alle indringers. Het zijn geduchte gravers. Elke plant die hen in de weg staat moet eraan geloven
VOEDSEL: voedt zich in de natuur met allerlei kleine insecten en hun larven. Diepvriesvoedsel zoals Krill, Mysis en alle soorten muggenlarven dienen dan ook op hun menu staan. Verse watervlooien, kleine tuinregenwormen (geen compostregenwormen!), pissebedden e.d. worden aanvaard.
KWEEK:substraatbroeder. Beide dieren poetsen het gekozen substraat - meestal een gladde steen - uitvoerig en bereiden het territorium voor. Schijnparingen. Enkele kleinere kuilen dienen om later het broed in onder te brengen. Tijdens het afleggen van enkele honderden eieren kan men goed de dikkere, stompere genitaalpapil van het vrouwtje herkennen. Het mannetje heeft een veel dunner, spitser geslachtsorgaan.
Vader-moeder familie. Het vrouwtje bewaakt en bewaaiert de eieren, het mannetje verdedigt het territorium. Bij ca. 25°C komen na een 3-tal dagen de eieren uit en worden ze met de muil naar één van de eerder gegraven kuilen getransporteerd. Na enkele dagen teren op hun dooierzak zwemmen de jongen, onder het toeziend oog van de ouders, vrij rond en dient volop levend voedsel gegeven te worden zoals: Artemia; kleine Daphnia en Cyclops. De ouders eten hun eigen jongen niet op, wat ze de spotnaam "grijze muizen" opleverde.
BIJZONDERHEDEN: van deze soort bestaat ook een "valse" albinovorm. Beide geslachten zijn witroze gekleurd, waarbij het vrouwtje ook de oranje vlekken in de buikpartij vertoont.
Een soort die op Amatitlania nigrofasciatus lijkt is Archocentrus centrarchus, al gaat het duidelijk niet om dezelfde soort
Bewerkt door:
Walter Van der Jeught, april 2011
Laatst bijgewerkt op: 13-07-2011
   naar Aquariumwereld Delen - Mailen - Bewaren
AANGEBODEN DOOR
AQUARIUMWERELD
UW MAANDBLAD VOOR AQUARIUM- EN TERRARIUMKUNDE